Op deze pagina staat de vertaling van een bijdrage die werd gepresenteerd op de poster sessie van
het INQUA-SEQS/NITG-TNO Eemien symposium (Nederland, 1998):

Een verbeterde zeespiegel curve van het Eemien in Nederland

Hein de Wolf, Piet Cleveringa & Tom Meijer [NITG-TNO]

Inleiding
In een artikel getiteld "Sea level changes in the Netherlands during the Eemian" publiceerde Zagwijn (1983) een curve van de hoogwater zeeniveaus. M.b.v. pollen analyse (stuifmeel onderzoek) was het Eemien onderverdeeld in zones en subzones. De totale duur van het Eemien werd indertijd geschat op ongeveer 10.000 jaar en uitgaande van tellingen in sedimenten met jaargelaagdheden door Müller (1974), werd een tijdschaal voor de pollen zones E1 t/m E4b vastgesteld.

Nieuwe gegevens
Als resultaat van de geologische kartering op de schaal 1:50.000 kwamen tijdens het laatste decennium nieuwe gegevens over het mariene en niet-mariene Eemien beschikbaar. Het afgelopen jaar [1998] werd een nieuwe gestoken boring ('Amsterdam-Terminal'), gesitueerd in het glaciale bekken van Amsterdam, onderzocht door diverse palaeontologische en niet-palaeontologische specialisten. Vruchtbare discussies over de palaeo-ecologische veranderingen leidden tot nieuwe inzichten over rijzen en dalen van het zeeniveau tijdens het Eemien.
Door de nieuwe gegevens van de Amsterdam-Terminal boring werd het noodzakelijk de gegevens van eerder onderzoek van Eemien afzettingen te herinterpreteren. Enkele van Zagwijn's oude gegevens zijn nog steeds bruikbaar. De eerste en voorlopige resultaten van een reconstructie van de curve gebaseerd op zoet - mariene contacten [overgangen] verkregen van verschillende plaatsen in Nederland en het aangrenzende Noordzee gebied, worden getoond.
Alle gegevens komen van boringen die onderzocht zijn op hun diatomeeën, foraminiferen en/of schelpen inhoud. Met behulp van pollen analyse zijn de klastische en/of organische afzettingen (relatief) gedateerd. De totale duur van het interglaciaal wordt thans geschat op c.a. 22.000 jaar (Winograd, 1997).

Validatie
Een voorbeeld van hoe de diatomeeën gegevens uit de Amsterdam-Terminal boring gebruikt zijn bij de reconstructie van de zeespiegel curve.
[Voorafgaand aan het Eemien zijn] de sedimenten uit het Laat Saalien afgezet onder koude omstandigheden in een zoetwatermilieu temidden van een boomloos periglaciaal landschap. De boomgrens was deze plaats nog niet gepasseerd (De Wolf, et al., 1995). Navicula jaernefeltii is de dominante soort in de onderste associatie aan de basis van de opvulling [van het glaciale bekken]. Tijdens het passeren van de boomgrens was een zoetwatermeer met een Aulacoseira italica flora aanwezig (pollenzones E1 en E2). Tijdens een vroeg stadium van het Eemien interglaciaal (pollenzone E3) is de eerste aanduiding van de mariene invloed zichtbaar in het zoetwatermilieu door een Fragilaria bloei.
De hieropvolgende mariene fase (pollenzones E4a, E4b en E5) is gekarakteriseerd door drie diatomeeën flora's, van onder naar boven:

  • een flora met Hyalodiscus scoticus wijzend op helder marien-brak water zonder getijden invloed.
  • een flora gekarakteriseerd door allochtone Stephanopyxus turris en Chaetoceros sporen, kenmerkend voor koude oceanische wateren, en Cocconeis disculoides die autochtoon aanwezig is en kenmerkend is voor warmer en zuidelijker water. Er is nog steeds geen aanwijzing voor getijden invloed in het bekken.
  • een flora gekenmerkt door Cymatosira belgica die een treffende gelijkenis vertoont met de Holocene Noordzee flora. In deze fase is getijden invloed duidelijk aanwezig.


Wij zijn ons ervan bewust dat reconstructie van de werkelijke snelheid van stijgen en dalen van het zeeniveau tijdens het Eemien nog steeds niet mogelijk is, zoals Zagwijn in 1983 al schreef. Desalniettemin kunnen de nu beschikbare gegevens al nuttig zijn voor het begrijpen van verschijnselen zoals verschillen in locale en regionale bodemdaling.
In vervolgonderzoek zullen de voorlopige reultaten worden uitgewerkt. Aanvullende gegevens uit eigen archieven zowel als uit onze nationale geologische database zal leiden tot een betrouwbaardere curve en een betere validatie van de facies van het mariene en terrestrische Eemien.
Voor modelleerders is dit noodzakelijk om betere voorspellingen en kostenberekeningen te kunnen maken. Het is eveneens van belang voor klimatologen en ingenieurs die zich bezig houden met ondergrondse infrastructurele werken.
 
 

REFERENCES
Burger, A.W., 1998. Borehole Amsterdam-Terminal: heavy mineral data of the Eemian type area. -- The Eemian. Local sequences, global perspectives. SEQS Symposium, Volume of abstracts, p. 11.
Cleveringa, P., 1998. Borehole Amsterdam-Terminal: pollen analytical data of the Eemian type area. -- The Eemian. Local sequences, global perspectives. SEQS Symposium, Volume of abstracts, p. 15.
Herngreen, G.F.W., 1998. Borehole Amsterdam-Terminal: dinoflagellates of the Eemian type area. -- The Eemian. Local sequences, global perspectives. SEQS Symposium, Volume of abstracts, p. 33.
Kruk, R.W., C.J. Beets, T.R. Elliott, G. Koetsier, D.J. Beets, G.Th. Klaver, R. Pouwer, B. van Os & F. Vermeulen, 1998. U-series radiometric dating of molluscs from Eemian deposits in the Amsterdam Basin. -- The Eemian. Local sequences, global perspectives. SEQS Symposium, Volume of abstracts, p. 42.
Leeuwen, R.J.W., C.J. Beets, D.J. Beets, J.H.A. Bosch, A.W. Burger, P. Cleveringa, G.F.W. Herngreen, G.T. Klaver, R.W. Kruk, C.G. Langereis, T. Meijer, R. Pouwer & H. de Wolf, 1998. Borehole Amsterdam-Terminal: Eemian sediments, facies and dating. -- The Eemian. Local sequences, global perspectives. SEQS Symposium, Volume of abstracts, p. 46.
Meijer, T. & R. Pouwer, 1998. Borehole Amsterdam-Terminal: molluscan analysis of the Eemian type area. -- The Eemian. Local sequences, global perspectives. SEQS Symposium, Volume of abstracts, p. 51.
Müller, H., 1974. Pollenanalytische Untersuchungen und Jahresschichtenzählungen an der eemzeitlichen Kieselgur von Bispingen/Luhe. -- Geologisches Jahrbuch (Hannover), A21: 149-169, 5 figs, 3 tabs.
Winograd, I.J., J.M. Landwehr, K.R. Ludwig, T.B. Coplen & A.C. Riggs, 1997. Duration and Structure of the Past Four Interglaciations. -- Quaternary Research, 48: 141-154.
Wolf, H. de, 1998. Borehole Amsterdam-Terminal: diatom flora of the Eemian type area. -- The Eemian. Local sequences, global perspectives. SEQS Symposium, Volume of abstracts, p. 91.
Wolf, H. de & P. Cleveringa, 1994. Eemian diatom floras in the Amsterdam glacial basin. -- 12th International Diatom Symposium 1994, pp.489-505.
Wolf, H. de, P. Cleveringa & T. Meijer, 1995. Eemian diatom floras in the glacial basins of the Netherlands. -- Terra 7, Abstract supplement 1.
Zagwijn, W.H., 1983. Sealevel changes in The Netherlands during the Eemian. -- Geologie en Mijnbouw, 64: 17-24, 6 figs.
Zagwijn, W.H., 1996. An analysis of Eemian climate in Western and Central Europe. -- Quaternary Science Reviews, 15: 451-469.