HomeHistorieBanda-eilanden Fotoalbum DocumentenStamboomLinksPersoonlijk Contact

Indische Levensverhalen deel 2:

'Ik ben gevangen door het verleden'

Emile Willems(geb. 1919 Serang West-Java) is weduwnaar en woont alleen in zijn bungalow in Zelhem in de Achterhoek, een dorp in de buurt van Doetinchem. Hij woont daar niet ver van een van zijn twee dochters.

Volgens afspraak haalt hij mij op vanaf het station van Doetinchem en rijden we samen naar zijn woning, waar hij vertelt over zijn leven in Indië en later, na de oorlog, ook in Indonesië toen hij daar werkte voor de Indonesische regering. Een kleine man, vol verhalen over vroeger. Verhalen over Indië.

'Ik ben de 6e uit een gezin van 10 kinderen en ben in het oude Batavia, nu Jakarta, opgegroeid. Van ons gezin zijn nog maar drie kinderen in leven, waarvan ik de oudste ben.'

Jeugdjaren in Indië

'Toen ik 8 jaar was overleed mijn vader(hij werkte bij de Spoorwegen) en werd het voor mijn moeder moeilijk financieel rond te komen, met zo'n groot gezin en nog een baby op komst. Mijn oudste zus moest van school en gaan werken om voor inkomen voor het gezin te zorgen. In die tijd was er natuurlijk geen kinderbijslag of uitkering.

Ik had in mijn jeugdtijd veel vrienden: Chinezen, Indo's en Indonesiërs.
We amuseerden ons met vliegeren, voetballen, knikkeren en natuurlijk heel veel buiten spelen, wat zo heerlijk was in Indiƫ. We woonden in het centrum van Batavia. Thuis hadden we bedienden.'t Was een zorgeloos leven.

Ik hield veel van muziek. Ik speelde gitaar en hield veel van Hawaian muziek. Muziek van de Hawaiian Syncopaters of de Jolley Strings en de Silver Strings, daar was ik gek op. Ik ben zelf ook lid geweest van de Royal Hawaians waar later de Royal Hawaiian Minstrels uit voortkwamen van George de Frêtes. Van onze band zijn nog platen opgenomen, destijds.

In 1936 had ik m'n diploma Mulo gehaald en via voorspraak van de directeur van de Mulo kon ik een baan krijgen bij de Koninklijke Paket-Maatschappij (KPM) in Batavia. Als klerk op het hoofdkantoor in Batavia. Ik kwam daar in vast dienst en verdiende als jongen van 17 jaar 25 Indische guldens per maand, waarvan ik 20 afdroeg aan mijn moeder en 5 gulden voor mezelf had.'

'In 1938 kwam ik in Militaire Dienst bij de Luchtdoelartillerie waarbij ik naast mijn soldij een half maandsalaris doorbetaald kreeg van de KPM. Een mooie regeling! Eind 1939 leerde ik mijn vrouw Mathilde Jacobs kennen. Zij was ook van Indische afkomst en in Batavia geboren(in 1916). We waren stapelgek op elkaar.

Begin 1940 werd ik overgeplaatst naar de afdeling doorvoer van de KPM. Ik haalde in die periode diploma's Engels en Nederlands. Veel KPM' ers waren als dienstplichtigen bij de Marine ingezet. Vanwege de oorlogsdreiging werd de Marine op volle oorlogssterkte gebracht. Op maandag 8 maart 1941 verklaarde Nederland Japan de oorlog vanwege Pearl Harbour. Ik meldde mij de volgende dag bij de Luchtdoelartillerie in Priok. Op 2e Kerstdag 1941 trouwden Mathilde en ik. We vierden dat op sobere wijze vanwege de oorlogsomstandigheden. Een oom van mijn vrouw, die bij de burgerlijke stand werkte, trouwde ons.'

Oorlog in Indië

'Omstreeks eind februari 1942 begon Japan met het bombarderen van doelen op Java(o.a. Tangjun Priok). Het was een angstige periode Er werd over en weer veel geschoten. Na de overgave moesten we de luchtdoelstukken vernietigen en trokken we ons terug op Bandung, waar wij in krijgsgavangenschap gingen. Vandaar werd ik uiteindelijk overgeplaatst naar Tjimahi. De Indische mensen werden daar gesplitst van de Nederlanders. Ik vernam daar dat mijn vrouw september 1942 was bevallen van ons eerste kind. Onze oudste dochter Desirée.

Uiteindelijk werd ik door de Jap op transport gezet naar Singapore. Uiteindelijk kwam ik in het Changi-kamp in Singapore en in Rivervally terecht. Ik moest als krijgsgevangene in de haven werken. Vandaar zijn we naar Birma getransporteerd naar het Retpu-kamp, waar we aan de spoorweg moesten werken. Steeds als een stuk van het tracé af was, trokken we verder met alle krijgsgevangenen. 's Avonds vertelden we elkaar sterke verhalen. We probeerden er maar iets van te maken. Velen redden 't niet en stierven daar. Er waren ook veel ernstig zieken. Ik had gelukkig een goede conditie en wist me staande te houden.

Vervolgens kwamen we in Thailand terecht. In het kamp daar zat ook de vader van Geert Mak. Hij was predikant. Hij maakte deel uit van de Sumatra-groep. Ik ben wel een paar keer ziek geweest, daar aan de spoorweg bij de River Kwai. Ik heb o.a. malaria gehad.In de laatste weken voor de bevrijding werkte ik in de keuken. We zaten in een klein dorp vlakbij Katchanabury. Ik heb in dat kamp had ik verschillende vrienden. Ik herinner me een zekere Lucas en een zekere Johannes. Toen de bevrijding kwam zei Lucas tegen Johannes: 'Dag mede-apostel, tot beter tijden !!' Ik vergeet dat nooit.

Na de bevrijding kwamen we eerst in het Tamuan-kamp terecht. Een opvangkamp.
Ik trad af en toe als tolk op, dankzij mijn taaldiploma's. Het was een kamp onder Engelse leiding. Ik moest o.a. Japanse oorlogsmisdadigers afleveren bij de gevangenis in Bangkok(Bangkwan-Jail).'

Direct na de oorlog

'Toen de oorlog voorbij was, was er weer correspondentie met mijn vrouw.
Mijn vrouw moest vluchten, toen de Bersiaptijd aanbrak. Ik zat toen bij de Militaire Politie.
Maart 1946 kreeg ik bericht dat ik weer bij de KPM kon werken. In het oud gebouw van de KPM in Batavia aan het Sluisbrugplein, kon ik weer aan de slag. Mijn vrouw en ik woonden toen in het huis van mijn schoonouders. Pas in 1947 was 't leven weer wat in het gareel. We kregen bericht uit Amsterdam over zaken die dringend behandeld moesten worden. Het ging o.a. om levering van kopra, wat o.a. nodig is voor margarine.

In 1947 werd onze tweede dochter Ingrid geboren in Batavia. Onze kinderen hebben in Batavia ook op school gezeten(concordant Ned.Onderwijs). Door de Nederlandse en Indonesische Regering werd de regeling getroffen dat Indo's een z.g. passief recht hadden voor wat betreft het staatsburgerschap. Met andere woorden, als je warga negare wilde worden, dan moest je dat kenbaar maken. Ik weet nog wel dat de heer Th.A. Lamping, Hoge Commissaris van de Kroon, via de radio Indo's opriep om Warga Negara te worden. Dat zou namelijk voordelig uitwerken voor de Nederlandse bedrijven in Indonesië.'

Terug naar Indonesië

'Wij gingen in 1957 pas met verlof naar Nederland. Wij werden door de KPM ontvangen. Zij regelden alles voor ons. Ik ben toen als vakantie-invaller juni 1959 gaan werken bij het Binnengasthuis in Amsterdam(achter het Rembrandtplein). Administratief werk. We zijn toen in de Comeniusstraat gaan wonen met ons gezin. Toen de vakantieperiode over was, werd er op aangedrongen dat ik bij de gemeente Amsterdam ging werken(Bescherming Bevolking). Dat deed ik. Vervolgens ben ik bij de Koninklijke Nederlandse Stoombootmaatschappij(KNSM) gaan werken. Uiteindelijke heeft de KPM me teruggevraagd, ondanks het feit dat ik al sinds 1 oktober 1958 pensioen had gekregen van de KPM. Ik kreeg weer salaris én pensioen. Ik startte daar in 1961 en kwam bij de Koninklijke Java-China Paketvaart Lijnen(KJCPL. Nu Netloyd).

'Nadat de kwestie Nieuw-Guinea was geregeld, werden tussen Minister van Buitenlandse Zaken Luns en Minister Soebandrio afspraken gemaakt over de tewerkstelling van deskundigen( z.g. bilaterale overeenkomst). Ik ben april 1969 naar Indonesië gegaan in dat kader. Eerst alleen.


Mijn vrouw en kinderen bleven in Nederland. In augustus 1969 kwam mijn vrouw ook. We verbleven eerst in Hotel Indonesia in Jakarta en zijn toen gaan wonen in Jalan Galuh II nr. 12. Een typisch engels huis.
Het viel me wel op dat heel veel dingen in Indonesië toen nog gebaseerd waren op oude Nederlandse reglementen. Die waren nooit vervangen.'

'Ik heb daar veel dienstreizen gemaakt en heb veel Indonesische kennissen opgedaan.
Maar ik constateerde natuurlijk wel dat Indonesië echt een Aziatische staat was geworden. Uiteindelijk zijn we daar tot 1974 gebleven en toen naar Nederland gegaan. Mijn vrouw vond de omgang daar toch heel anders en miste Nederland en onze kinderen. Ik kon 't goed met de Indonesiërs vinden.

Onze jongste dochter Ingrid is toen met haar gezin gaan wonen in Doetinchem. Mijn vrouw en ik zijn bij haar en haar gezin in de buurt gaan wonen medio 1978. In de Achterhoek. Helaas is mijn vrouw enige jaren geleden overleden.'

Juliana en Bernhard schudden Emile en
zijn vrouw Mathilde de hand op de Ned.Ambassade in Jakarta.

Het leven nu

'Terugkijkend op de oorlogstijd, zijn er wel eens van die angstdromen waarin weer beelden uit die kamptijd terugkomen. Wat de Indische cultuur betreft, daar ben ik eigenlijk niet zoveel mee bezig. Er blijken bovendien maar weinig mensen te zijn die echt belangstelling hebben voor mijn Indisch verleden. Mensen kunnen zich niet zo goed inleven in wat er zoal gebeurd is. Veel Indische mensen kunnen niet goed begrijpen dat ik nog gewerkt heb in Indonesië.
Maar ik lees wel graag over de tijd in Indië. Over de oorlogstijd en het leven daar. Toén, zo lang geleden.'

Emile Willems woont nu alleen in Zelhem bij Doetinchem.
Veel kennissen en vrienden zijn inmiddels al overleden. Voor wat gezelligheid gaat hij soms naar Bronbeek in Arnhem waar je ook heerlijk Indisch kunt eten. De rijsttafel daar is heerlijk. De Pasar Malam Besar in Den Haag vindt hij te duur en te ver uit de buurt.

'Ik heb veel goede dingen kunnen doen, in Indië én in Indonesi.
Hier in Nederland blijft het me bezig houden, dat verleden dat voorbij is.
Ik ben een beetje gevangen door dat verleden.'

Emile Willems toont me wat foto's van vroeger, die u nu bij dit artikel aantreft.
Het interview loopt ten einde en hij brengt me weer terug naar het station, met de auto.
Zo maar een ontmoeting, op een winterse januari-middag. Het zet me aan 't denken en in de trein naar huis mijmer ik wat over de tijd in Indië die mijn ouders doorbrachten. Een ver verleden. Voorbij. Tempo Doeloe!

Rick van den Broeke
Januari 2005