| Home | Historie | Banda-eilanden | Fotoalbum | Documenten | Stamboom | Links | Persoonlijk | Contact |
![]() | Hij vertrok uiteindelijk met de 'M.S. Tawali' vanuit Tjilatjap in Java en kwam via Durban en Kaapstad uiteindelijk in Engeland terecht, waar hij als Technisch Officier werd ingeschakeld voor het onderhoud van de Motortorpedobootjagers en Mijnenvegers die op de Noordzee ingezet werden tegen de Duitsers. Regelmatig was hij aan boord van de MTB's tijdens de nachtelijke gevechten tegen de Duitsers.(Klik op foto links voor uitvergroting. Mijn vader is de officier uiterst rechts vooraan. De foto is in de kazerne in Folkestone genomen.) Zie ook afzonderlijke pagina over mijn vader. | ![]() |
![]() |
Internering in kampen
Op Java waren inmiddels alle Europeanen geÏnterneerd door de Jappen. Alles wat Aziatisch oogde bleef buiten de kampen. Mijn moeder en zus Anneke werden tijdens de Japanse bezetting achtereenvolgens in kampen in Solo (in een oud ziekenhuis daar) en Semarang geÏnterneerd . Ook de zus van mijn moeder Ciska was met haar dochter Ireen geÏnterneerd (in kamp Ambarawa). Anneke en Ireen waren toen peuters van 2 jaar. De toestand in de kampen was erbarmelijk. Vele vrouwen en kinderen stierven. Het moet heel zwaar geweest zijn daar te 'overleven' en de band tussen moeder en dochter wat niet te vergelijken met een situatie in vredestijd. Na de overgave van Japan als gevolg van de atoombommen op Heroshima en Nakasaki, kwam de bevrijding op 15 augustus 1945.
Bersiap
|
Evacuatie vanuit Soerabaja naar Holland
Uiteindelijk kregen de Engelsen de situatie in Soerabaja onder controle, waarna de europese vrouwen en kinderen eind 1946 in legertrucks naar de haven konden worden gebracht om ingescheept te worden voor de reis naar Holland. Anneke herinnerde zich nog hoe zij plat op de bodem van de truck moest liggen met alle andere vrouwen en kinderen en haar moeder omdat de permudja's de trucks vanaf de daken van de huizen in Soerabaja beschoten. Uiteindelijk wisten zij de haven heelhuids te bereiken.
De reis aan boord was zwaar, ook omdat Anneke kampte met dysenterie. Mijn moeder was door de engelsen in een zware duffelse jas gestoken en rookte sigaret na sigaret. Op van de zenuwen. Zo kwamen zij uiteindelijk december 1946 aan in Amsterdam in het huis aan de Mr. Arnzeniusweg, waar mijn opa en oma woonden. Ook de zus van mijn moeder Cisca en haar dochter Irene kwamen op dezelfde manier van Indië naar Holland. Van enig inlevingsvermogen bij mijn opa en oma wat hun dochters en kleinkinderen aan ellende beleefd hadden in Indië was nauwelijks sprake. Indië was toch een ver mooi en warm land? Nederland had net de Duitse bezetting achter de rug en zij konden zich niet voorstellen wat voor leed in Indië aan de orde was geweest.
Motorongeluk van mijn vader na de oorlog
Inmiddels was ook voor mijn vader de oorlog afgelopen. Als marineman was hij nu ingeschakeld bij de Mijnendienst van de Marine in IJmuiden. Toen hij eind 1946 met een motorfiets van IJmuiden naar Amsterdam wilde rijden, om daar zijn schoonouders te bezoeken, reed hij 's nachts tegen een Canadese jeep op en brak een van zijn benen. Hij werd vervolgens opgenomen op diverse locaties waar hij geopereerd werd aan zijn been en veel tijd nog had voor revalidatie. De ingreep bleek een mislukking want zijn beschadigde been bleef stijf omdat de knieschijf niet functioneerde. Zijn hele leven bleef hij daardoor gehandicapt aan dat been.
Moeizaam weerzien
Mijn moeder zag hem december 1946 na het vertrek maart 1942 voor het eerst na vier jaar weer terug in het Burgerziekenhuis in Amsterdam waar hij verpleegd werd. De teleurstelling bij haar was groot. In de eerste plaats doordat zij door de oorlogservaringen wat vervreemd van elkaar waren geraakt en het weerzien niet echt mooi was en in de tweede plaats door de narigheid van zijn ongeluk, waardoor hij vermoedelijk ook niet meer als marineofficier verder kon gaan. Dat laatste klopte inderdaad, want de Marine keurde hem af als officier en hij moest verder als 'burger' doorgaan bij het Ministerie van Marine, wat hij mentaal als een grote teleurstelling heeft ervaren. De hele oorlog had hij overleefd en door zo'n stom ongeluk moest hij nu als ambtenaar verder gaan. Hij was ambitieus en eerzuchtig, dus dat was wel een mentale klap voor hem.
In het kleine huis aan de Arnzeniusstraat ging het leven verder en probeerde iedereen er weer wat van te maken. De wederopbouw van Nederland was aangebroken.....................