HomeHistorieBanda-eilanden Fotoalbum DocumentenStamboomLinksPersoonlijk Contact

Periode 1942 tot 1948

In oorlog met Japan
Bij de aanval van de Jappen op een vloot van de Nederlandse Marine in de Javazee, eind februari 1942, leed de Nederlandse vloot grote verliezen.
Op 8 maart 1942 gaf Nederland zich over aan Japan. Op 2 maart daaraan voorgaand werden alle marinemensen opgeroepen Indië te verlaten. Ook mijn vader, die 1 januari 1942 als reserveofficier in dienst was getreden bij de Marine. Eerst had hij direct na de Slag op de Javazee meegeholpen om het marineetablissement in Soerabaja op te blazen, zodat de Jappen daar geen profijt van zouden hebben hebben. Daarna moest hij op 2 maart 1942 zijn vrouw en dochtertje Anneke van 1,5 jaar in Pasuruan vaarwel zeggen om de trein vanaf station Goebeng in Soerabaja te nemen naar Tjilatjap vanwaar de marinemensen met schepen Indië zouden verlaten. Dat achterlaten van vrouw en kind moet zeer emotioneel geweest zijn. Het was immers volstrekt onduidelijk wat er zou gebeuren en of en wanneer de oorlog zou aflopen. Van dat afscheid en het verdere verloop van de oorlog heeft hij een dagboek gemaakt wat in mijn bezit is.

Hij vertrok uiteindelijk met de 'M.S. Tawali' vanuit Tjilatjap in Java en kwam via Durban en Kaapstad uiteindelijk in Engeland terecht, waar hij als Technisch Officier werd ingeschakeld voor het onderhoud van de Motortorpedobootjagers en Mijnenvegers die op de Noordzee ingezet werden tegen de Duitsers. Regelmatig was hij aan boord van de MTB's tijdens de nachtelijke gevechten tegen de Duitsers.(Klik op foto links voor uitvergroting. Mijn vader is de officier uiterst rechts vooraan. De foto is in de kazerne in Folkestone genomen.) Zie ook afzonderlijke pagina over mijn vader.

Internering in kampen
Op Java waren inmiddels alle Europeanen geÏnterneerd door de Jappen. Alles wat Aziatisch oogde bleef buiten de kampen. Mijn moeder en zus Anneke werden tijdens de Japanse bezetting achtereenvolgens in kampen in Solo (in een oud ziekenhuis daar) en Semarang geÏnterneerd . Ook de zus van mijn moeder Ciska was met haar dochter Ireen geÏnterneerd (in kamp Ambarawa). Anneke en Ireen waren toen peuters van 2 jaar. De toestand in de kampen was erbarmelijk. Vele vrouwen en kinderen stierven. Het moet heel zwaar geweest zijn daar te 'overleven' en de band tussen moeder en dochter wat niet te vergelijken met een situatie in vredestijd. Na de overgave van Japan als gevolg van de atoombommen op Heroshima en Nakasaki, kwam de bevrijding op 15 augustus 1945.

Bersiap
Omdat Soekarno de situatie aangegrepen had om te koersen op een onafhankelijk Indonesië ontstonden echter direct na de Japanse bezetting moordpartijen waarbij verhitte permudja's alles wat blank was van kant wilden maken. De zogenaamde 'Bersiap' was losgebroken. Europese vrouwen en kinderen zijn toen door de Engelsen in veiligheid gebracht in eigen kampen. Ook mijn moeder en Anneke en tante Cis en Irene werd op die manier beschermd tegen de moordlustige permudja's. In die periode woonden mijn indische opa en oma, de ouders van mijn vader, nog steeds aan de Darmoboulevaard in Soerabaja. Omdat mijn opa altijd privé-onderwijs had gegeven aan de javanen werden zij ontzien door de permudja's. Maar de sfeer was daar ook uiterst dreigend. Lijken van Hollanders dreven in het kanaal achter hun woning. Hoewel de japanse bezetting voorbij was, was er nog steeds gevaar voor eigen leven.

Evacuatie vanuit Soerabaja naar Holland
Uiteindelijk kregen de Engelsen de situatie in Soerabaja onder controle, waarna de europese vrouwen en kinderen eind 1946 in legertrucks naar de haven konden worden gebracht om ingescheept te worden voor de reis naar Holland. Anneke herinnerde zich nog hoe zij plat op de bodem van de truck moest liggen met alle andere vrouwen en kinderen en haar moeder omdat de permudja's de trucks vanaf de daken van de huizen in Soerabaja beschoten. Uiteindelijk wisten zij de haven heelhuids te bereiken.
De reis aan boord was zwaar, ook omdat Anneke kampte met dysenterie. Mijn moeder was door de engelsen in een zware duffelse jas gestoken en rookte sigaret na sigaret. Op van de zenuwen. Zo kwamen zij uiteindelijk december 1946 aan in Amsterdam in het huis aan de Mr. Arnzeniusweg, waar mijn opa en oma woonden. Ook de zus van mijn moeder Cisca en haar dochter Irene kwamen op dezelfde manier van Indië naar Holland. Van enig inlevingsvermogen bij mijn opa en oma wat hun dochters en kleinkinderen aan ellende beleefd hadden in Indië was nauwelijks sprake. Indië was toch een ver mooi en warm land? Nederland had net de Duitse bezetting achter de rug en zij konden zich niet voorstellen wat voor leed in Indië aan de orde was geweest.

Motorongeluk van mijn vader na de oorlog
Inmiddels was ook voor mijn vader de oorlog afgelopen. Als marineman was hij nu ingeschakeld bij de Mijnendienst van de Marine in IJmuiden. Toen hij eind 1946 met een motorfiets van IJmuiden naar Amsterdam wilde rijden, om daar zijn schoonouders te bezoeken, reed hij 's nachts tegen een Canadese jeep op en brak een van zijn benen. Hij werd vervolgens opgenomen op diverse locaties waar hij geopereerd werd aan zijn been en veel tijd nog had voor revalidatie. De ingreep bleek een mislukking want zijn beschadigde been bleef stijf omdat de knieschijf niet functioneerde. Zijn hele leven bleef hij daardoor gehandicapt aan dat been.

Moeizaam weerzien
Mijn moeder zag hem december 1946 na het vertrek maart 1942 voor het eerst na vier jaar weer terug in het Burgerziekenhuis in Amsterdam waar hij verpleegd werd. De teleurstelling bij haar was groot. In de eerste plaats doordat zij door de oorlogservaringen wat vervreemd van elkaar waren geraakt en het weerzien niet echt mooi was en in de tweede plaats door de narigheid van zijn ongeluk, waardoor hij vermoedelijk ook niet meer als marineofficier verder kon gaan. Dat laatste klopte inderdaad, want de Marine keurde hem af als officier en hij moest verder als 'burger' doorgaan bij het Ministerie van Marine, wat hij mentaal als een grote teleurstelling heeft ervaren. De hele oorlog had hij overleefd en door zo'n stom ongeluk moest hij nu als ambtenaar verder gaan. Hij was ambitieus en eerzuchtig, dus dat was wel een mentale klap voor hem. In het kleine huis aan de Arnzeniusstraat ging het leven verder en probeerde iedereen er weer wat van te maken. De wederopbouw van Nederland was aangebroken.....................

Vervolg