Tante Lien Delmaar- van den Broeke, de zus van mijn opa was een bijzondere dame. Een wat ijdele trotse vrouw die vond dat zij in Indië nu eenmaal een vrouw van stand was geweest en dus ook in Nederland met alle egards door iedereen behandeld moest worden. Zij was gewend aan haar bedienden en deed zelf in Nederland liefst zelf zo weinig mogelijk aan de huishouding. Dat liet zij graag aan haar ongehuwde zuster Suus die zich zonder al te veel protest in die rol liet duwen. Tante Suus was heel zacht van karakter en zou bij protest tegen haar zus al gauw het onderspit delven. Daarom was ze min of meer als de huishoudster van tante Lien altijd om haar heen. Een wonderlijke verhouding tussen twee zussen.
Tante Lien is twee maal gehuwd geweest en had geen kinderen. Een bekend verhaal is dat haar eerste man, Frans Berg(de broer van de echtgenoot van haar zus Dé), op enige moment door haar het huis uit werd geschopt en door familie opgevangen moest worden. Wat was er gebeurd? Zij hadden net een feest met familie achter de rug en sliepen wat uit toen er aan de deur van de indische woning gebeld werd. Tante Lien liep naar de voordeur en daar stonden een kleine jongen en een klein meisjes, beiden duidelijk van Javaanse afkomst. Het jongetje zei tegen haar: " Is pappie ook thuis?". "Pappie, pappie", zie mijn tante, "wij hebben helemaal geen kinderen!" "Jawel hoor", zei het jongetje, uw man is onze pappie!" Woedend was Lien, want Frans Berg bleek een buitenechtelijke verhouding met de baboe te hebben waar deze twee kinderen uit waren voortgekomen. Ze leefden beiden in de kampong met hun moeder en Frans stopte de baboe telkens wat geld toe om te kunnen zorgen voor hun kinderen.
Een andere anekdote over haar is dat zij in Indië eens achter haar kaptafel vol poederdozen en juwelen zat, toen een haan bovenop de kaptafel vloog die de poederdozen op de grond deed flikkeren. Uit woede daarover beet tante Lien eigenhandig de nek door van de haan die daarop het leven liet.