| Home | Historie | Banda-eilanden | Fotoalbum | Documenten | Stamboom | Links | Persoonlijk | Contact |
Indische Levensverhalen deel 1:
'INDIË BLIJFT IN ONS HART VOORTLEVEN'
Een gesprek met Jacqueline Bloem-Kouthoofd (geb. 1929)
en Alex Bloem (geb.1921)
Jacqueline Bloem-Kouthoofd en haar man Alex Bloem, verbleven tot de soevereiniteitsoverdracht in Indië en zijn daarna in 1950 naar Nederland gerepatrieerd. Ze wonen in Soesterberg. Hun kleindochter Dewi was de eerste die op mijn oproep op Internet reageerde en enthousiast haar opa en oma aanmeldde voor een interview. Ik werd hartelijk ontvangen in hun woning. Ook Dewi was er, die voor zichzelf het interview op video vastlegde en de foto's bij dit artikel leverde. Jacqueline Bloem is klein van stuk, vol pit en verhalen. Haar man Alex oogt als een rustige oudere Indo en is wat zwijgzamer van aard.
Eerst komt Jacqueline aan het woord:
'Ik ben in 1929 in het toenmalige Batavia geboren als middelste van een gezin van zeven kinderen. De moeder van mijn vader heette 'Van Maldegem'.Waarschijnlijk is deze naam afkomstig uit België. Een van mijn voorvaderen van vaders kant kwam uit Madoera. Mijn moeder had een Javaanse moeder en een Duitse Pruisische vader. Kortom een hele mix!'
Een Indische jeugd Een indringende ervaring voor Jacqueline was, toen zij op driejarige leeftijd polio kreeg tijdens de vakantie. 'Ik herinner me nog dat ik als klein kind, vanwege die polio, in quarantaine moest en opgenomen werd in een kamer in een kliniek naast een dodenkamer. Akelig vond ik dat. Dat herinner ik me nog heel goed. Nog steeds heb ik in mijn rechterarm weinig kracht. Daar heb ik mee leren leven.
Mijn vader werkte in Batavia bij de telefoondienst en mijn moeder was, zoals alle moeders in die tijd, huisvrouw.
Ik speelde als kind veel op straat. Lekker steppen en vliegeren in de sawahs, katapulten of spelen in de tuin bij het huis.We woonden o.a. in Menting, voorbij het Bandjirkanaal, in een vrijstaand huis. Dat huis staat er nog steeds. We hebben in drie verschillende huizen gewoond in Batavia.'
Menting Poeloe
'We woonden ver van de lagere school, de Theresiaschool, en moesten elke dag een aardig eind fietsen om daar te komen.
De Katholieke Theresiaschool was een school die door nonnen en leken werd gerund. De lagere schooltijd was een leuke tijd. Ik leerde er mijn beste vriendin kennen waar ik nog altijd contact mee heb. Ze woont nu in Den Haag.
Thuis was het altijd erg gezellig. Mijn vader gaf dansles en op de zaterdagavond kwam er voor die danslessen soms een band spelen, zoals de Hawaiian Big Boys of er werd gedanst op platen van Benny Goodman. Ik hield erg van jazz. Ik deed ook aan sport zoals kastiën en handbal en ik was lid van de Katholieke Meisjesvereniging Daar waren we bezig met handwerken en toneelspel.In Indië is alles veel groter en opener dan in Nederland. De doorsnee woningen zijn er ruimer en je voelt je meer verbonden met de natuur, met wat er allemaal buiten gebeurt. Een jeugd in Indië is heerlijk voor een kind. Ik heb daar dierbare herinneringen aan.
In de winter van 1935/36 kon mijn vader met zijn gezin met Europees verlof naar Holland en zag ik Nederland voor het eerst. Een winter met sneeuw en ijs; als Indisch kind wist je niet wat je zag. Een hele beleving! Zo koud was het in Holland!'Japanse bezetting
'Ik was 12 jaar toen Indië bezet werd door de Jap', vertelt Jacqueline.
'Mijn vader was toen chef hoofd van de telefoonkantoor van Tegal (Java) en moest voor de Jap werken, omdat hij de Jap moest inwerken. Ik weet nog dat de Kempetai hem martelde, omdat zij meenden dat hij ijzerdraad verkocht had, dat nodig was voor de telefoon lijnen (kawat). De Jap zag dat als diefstal. Later bleek het om muskietengaas te gaan en werd erkend dat hij ten onrechte was opgepakt. Kawat is ijzerdraad, koperdraad (voor telefoon lijnen) maar ook muskietengaas.Ik herinner me ook nog dat de Japanse baas van mijn vader, mijn moeder bij zich liet roepen en zij een dag en een nacht werd vastgehouden. Hij wilde dat zij zijn maitresse werd, wat zij pertinent weigerde. Uiteindelijk had hij respect voor haar principiële weigering en liet haar gaan.
Na nog een ander voorval werd uiteindelijk ons hele gezin geïnterneerd in een kamp in Tegal, bij wijze van strafmaatregel. Na verloop van tijd werden we vandaar in vrachtwagens geladen en vervolgens per trein naar Bogor gebracht vanwaar we in een barakkenkamp tussen Sukabumi en Bogor terecht kwamen: het Kramatkamp.'
De vader van Jacqueline vond eigenlijk dat zijn dochter met een Europeaan moest trouwen. Met een Hollandse jongen had zijn dochter meer kans op een goede toekomst. Dat was indertijd de heersende opvatting in Indische kring. Dat kwam ook omdat bijvoorbeeld diploma's in Indië behaald, in Nederland niet telden. In Indië bleek al dat, wie van Hollandse afkomst was ,'de totok', het in economisch opzicht beter had dan de Indo, laat staan de autochtone Indonesiër.
Alex Bloem: 'In diezelfde periode was ik zelf zo'n 23 jaar. Ik was door de Jappen krijgsgevangen gemaakt en aan boord gebracht van de Junyo Maru.' Op 18 september 1944 werd dat schip bij Benkoelen getorpedeerd en wist hij zich met slechts twaalf man te redden. Het schip zonk en alle andere krijgsgevangenen en de bemanning stierven. 'Ik had me aan een houten kist in het water vastgeklampt. Na twaalf uur in het water te hebben gelegen werd ik, met de elf andere overlevenden, opgepikt door een Japanse torpedobootjager. Ik vergeet dat nooit meer.'
'Vandaar werd ik, via Padang, naar Sumatra getransporteerd, waar ik als krijgsgevangene moest werken aan de Pakan Baruspoorweg. Het was daar een groot drama! Het was akelig te horen hoe zieke en afgematte krijgsgevangenen daar om hulp riepen in hun wanhoop. Velen redden 't niet en stierven daar. Anderen waren ernstig ziek als gevolg van berri-berri of dissenterie. Na die periode werd ik in het Kramatkamp in Batavia geplaatst als bewaker, waar ik Jacqueline leerde kennen, die als ordonance berichtjes moest rondbrengen in het kamp. We waren niet gelijk smoorverliefd, hoor! De liefde en genegenheid voor elkaar groeide mettertijd.'Op het Kramatkamp woonde Jacqueline met haar familie in een huis met nog zeven andere gezinnen. Toen de Japanse bezetting over was en ook aan de Bersiaptijd een einde kwam, werd het gedek geleidelijk aan weggehaald. Jacqueline en haar familie en Alex Bloem bleven daar nog een tijd wonen.
Maar Jacqueline koos haar eigen weg en koos voor Alex. De geliefden trouwden en op 24 november 1950 vertrokken zij naar Nederland. Soekarno had in die periode geëist dat alle Nederlanders binnen twee jaar of naar Nederland zouden vertrekken óf zouden kiezen voor het Indonesisch staatsburgerschap.
Eerste jaren in Nederland
Zoals zovele Indische repatrianten, kwamen Jacqueline en Alex in Nederland eerst in verschillende contractpensions terecht voordat zij in Soesterberg hun woning betrokken aan de Plesmanstraat, waar zij nu nog steeds wonen. Alex ervoer als militair dat het leven niet simpel was als Indo. Hij kreeg zijn militaire opleiding op de kaderschool te Breda, maar merkte dat je als Indo gediscrimineerd werd en toch vaak als 'mindere' behandeld werd. Hoewel hij uitstekende cijfers behaalde merkte hij dat Hollandse militairen eerder bevorderd werden dan hij, wat natuurlijk steekt.
Ook was er af en toe sprake van discriminatie van hun kinderen. Zo had een jongen hun zoon eens beledigd vanwege zijn afkomst wat uitdraaide op een knokpartij. Het waren echter vooral verschijnselen die zich voordeden in de jaren vijftig en zestig. Later zijn de Indo's eigenlijk volledig geaccepteerd, menen Alex en Jacqueline.'Door wat ik zelf allemaal had meegemaakt', vertelt Jacqueline, 'verlangde ik perfectie van mijn kinderen. Maatschappelijk bewijzen dat je 't gered hebt. Eigenlijk kunnen Alex en ik nu vaststellen dat al onze kinderen het heel goed gedaan hebben. Onze dochter Marion is nu een bekend schrijfster en haar zus Joyce floreert als beeldend kunstenaar. Onze zoons, die momenteel in Jakarta en Singapore wonen, hebben op het terrein van de gezondheidszorg hun sporen verdiend. Daar zijn we erg trots op. En natuurlijk zijn we dol op onze kleinkinderen!'
Indische cultuur
Jacqueline: 'Ik zie wel dat de Indische cultuur ook bij onze kinderen voortleeft. Hoewel ze natuurlijk niet zo heerlijk kunnen koken als hun moeder (haha!!), kunnen onze beide dochters toch ook heel verdienstelijk Indisch koken! Je ziet wel dat het vrouwen van deze tijd zijn die zich ook met allerlei maatschappelijke zaken bezig houden. Dat was en is bij onze generatie niet zo het geval. Wij concentreerden ons vooral op de kinderen, het gezin en het familieleven.
We hebben met elkaar een hele sterke familieband. Dat is misschien wel iets typisch Indisch.' (de inrichting van de woonkamer getuigt daar ook van. De wanden hangen vol met foto's van de kinderen en kleinkinderen).
'Als onze zoons vanuit het buitenland een tijdje hier zijn, komt de hele familie ook bij elkaar. Dat is belangrijk. Samen met elkaar zijn we al diverse keren naar Indonesië gereisd en hebben we de plekken opgezocht waar we ooit woonden. Het doet ons goed, al is Indonesië nu natuurlijk een echt Aziatisch land geworden en vind je er niet meer het Indië van toen terug.'Ook in Nederland blijven Jacqueline en Alex betrokken bij het Indisch leven.
'We waren al vroeg lid van het Indisch tijdschrift Tong-Tong , waar Tjalie Robinson zich nog zo voor beijverd heeft. Later namen we een abonnement op de Moesson. We zijn ook lid van een Indische vereniging die leuke activiteiten voor Indische ouderen organiseert, zoals dansen, of bingo voor een goed doel.'
Jacqueline leest, behalve de boeken van dochter Marion, ook graag boeken van Yvonne Keuls en Hella Haasse.Tot slot informeer ik of zij- bij het ouder worden- overwegen te kiezen voor een Indisch verzorgingshuis, als het zelfstandig wonen niet meer mogelijk is.
Jacqueline: 'wanneer we niet meer zelfstandig kunnen wonen hoeven we niet per sé in een verzorgingshuis voor Indische ouderen. Belangrijker vind ik dat we dan samenwonen met ouderen die we goed kennen.'Ik smul nog wat van de heerlijke zelfgemaakte loempia's van Jacqueline en verlaat hun knusse woning in Soesterweg op weg naar huis. Na zo'n paar uur met hun gesproken te hebben, voel ik me daar thuis zoals ooit bij mijn Indische opa en oma in Den Haag en bij andere oudere Indische familieleden, in de jaren zestig en zeventig.
Vriendelijke mensen, met een heel leven achter zich van spanningen, teleurstellingen, maar ook dierbare herinneringen aan hún Indië. Van toen, van hun jeugd. Het komt niet terug, maar leeft in hun hart voort !!Rick van den Broeke
December 2004Met dank aan Dewi van den Heuvel voor de bijgeleverde foto's.
Alex Bloem overleed op 8 april 2009.