» Slang in de klas

  » Logboek 1
  » Logboek 2

  » Logboek 3
  » Logboek 4
  » Logboek 5
  » Webcam

  » Care-sheet
  » Wallpapers
  » Kleurplaten
  » Quiz

  » Leuke links

Care-sheet
Uitgebreide informatie over de verzorging van Kaa, de koningspython

Soort: Python regius (Lat.), koningspython (Ned.), Ball Python (Eng.)

Uiterlijk en kenmerken:
De python regius is een kleine pythonsoort. De koningspython wordt maximaal 1,80m lang, maar de meeste dieren worden rond de 1.20 m.  Als de slang zich bedreigd voelt
, rolt hij zich letterlijk op als een bal met zijn kop naar binnen. In het Engels heet hij dan ook Ball Python (balpython). In terraria verdwijnt dit gedrag meestal snel.

De python regius staat bekend als een rustige, totaal niet agressieve slang die niet of nauwelijks zal bijten. Verder staat de regius ook bekend om zijn stressgevoeligheid – de slang kán bijvoorbeeld bij te veel onrust en te veel hanteren stoppen met eten. De regius heeft trouwens sowieso de naam dat hij een slechte eter is. Dit is vooral bij “wildvang” dieren of “farm bred” dieren (gekweekt op een farm in het land van herkomst). Wildvang of farmbred dieren hebben vaak last van parasieten. Bij aanschaf van een jonge python regius is het dan ook aan te raden om een nakweek slang te nemen om veel van dit soort problemen te voorkomen. Denk er wel aan dat een slang (en vooral de koningspython) wel eens vaker ‘opeens’ met eten ophoudt – vooral in de wintermaanden. Sommige koningspython stoppen zelfs met eten vanaf oktober tot april! Als de slang gezond is dan is dat geen probleem. In de wintermaanden stopt onze Kaa ook gemiddeld 6 maanden met eten!

Let er bij aanschaf op dat je bij wildvang of farmbred (voor een beginner dus beiden niet aan te raden!) een cites nummer geleverd krijgt (i.v.m. wetgeving). Bij een nakweek slang moet je een overdrachtsverklaring bij de slang krijgen.

Je kunt ‘aan de buitenkant’ eigenlijk niet zien of je een mannelijke of een vrouwelijke slang hebt. Wil je dit echt weten, dan is de meest betrouwbare manier ‘poppen’ of ‘sonderen’. Doe dit als beginner absoluut niet zelf! Je kunt de slang ernstig verwonden.

Verspreidingsgebied:
Python regius komt voor in West- en Centraal Afrika in de landen: Oeganda, Ivoorkust, Senegal, Gambia, Guinee-Bissau, Guinee, Siërra Leone, Liberia, Mali, Ghana , Togo, Benin, Nigeria, Kameroen, Centraal Afrikaanse Republiek en Noordelijk Zaïre. Daar leeft hij in de vochtigere bossen (aan de randen van de regenwouden) en op de aangrenzende graslanden (savannes).

Huisvesting:
Zet een jonge slang niet meteen in een groot terrarium. Je hebt kans dat de slang dan niet meer wil eten. Een volwassen python regius kan in een terrarium van 100 x 50 x 50 of 120 x 60 x 60 (centimeters). In een te groot terrarium heb je ook de kans dat de slang stopt met eten. Er zijn slangenhouders die zweren bij een kleiner terrarium voor de koningspython, zoals bijvoorbeeld 80 x 50 x 50. Anderen beweren weer dat een terrarium nooit te groot kan zijn, zolang je maar zorgt dat de omstandigheden optimaal zijn en vooral zorgt voor veel verstopplaatsen. Over het algemeen wordt uitgegaan van de al eerder genoemde maten.

Je kunt zowel een houten (betonplex, dat is beschermd tegen vocht) als een glazen terrarium gebruiken. Bij een houten terrarium heb je als voordeel dat de slang wat meer beschut zit (en zich veiliger voelt) en dat de temperaturen beter worden vastgehouden dan in een glazen terrarium. Daarnaast kun je ook gemakkelijk een gaatje maken voor kabeltjes (verwarmingsmat, voeler van een thermostaat). Een houten bak is wel wat donkerder, omdat er minder daglicht naar binnen valt. Je kunt er dan bijvoorbeeld een TL lamp in hangen en deze samen met het spotje aansluiten op een tijdschakelaar, zodat er 10 - 12 uur verlichting brandt. Zorg bij de TL wel voor een een elektronisch voorschakelarmatuur (want bij een gewone TL-lamp 'flikkert' het licht steeds - mensen zien dat nauwelijks maar reptielen wel). Een lamp met speciaal UV licht hebben koningspythons niet nodig, hoewel sommigen beweren dat met UV licht de kleuren van de slang mooier zullen uitkomen.

Over de bodembedekking zijn de meningen ook verdeeld. Vrij algemeen is een bodembedekking van beukensnippers. Als je veel moet sproeien om de relatieve luchtvochtigheid goed op peil te houden kan deze bodembedekking een probleem geven (schimmelen). Reptibark, cocopeat of turf (zonder meststoffen!) zijn dan beter. Verwijder steeds de ontlasting meteen uit het terrarium en ververs alle bodembedekking om de twee tot vier maanden. Na allerlei bodembedekkingen geprobeerd te hebben, zijn wij nu erg tevreden over turf. Het ziet er natuurlijk uit, is goedkoop en je hoeft niet bang te zijn als de slang bij het voeren in het terrarium wat bodembedekking mee naar binnen krijgt. Bij beukensnippers kun je beter de slang buiten het terrarium in een curver voeren (een houtsnipper die aan de prooi blijft kleven kan erg schadelijk zijn voor je slang, we hebben gehoord dat dit tot verstoppingen en zelfs de dood van je slang kan leiden).

Zorg voor een grote klimtak. Hoewel de koningspython geen boomslang is, klimmen ze toch graag (vooral jonge dieren). Ze zijn echter niet al te handig en regelmatig zal je slang dan ook naar beneden donderen . Deze tak of stronk gebruikt de slang ook om zich aan te schuren tijdens het vervellen. Een grote steen in de bak kan hierbij ook goede dienst bewijzen.

De koningspython heeft graag een schuilplaats met de opening van boven (bijv. een omgekeerde bloempot met een gat erin). Verder hebben ze graag een schuilplaats met vochtig spagnum (een mossoort, verkrijgbaar in tuincentra). Bijvoorbeeld een plastic curverbakje, gevuld met vochtig mos en met een gat in het deksel. Zo’n bakje met vochtig mos is ook handig als de luchtvochtigheid wat lager wordt. Je hebt grote kans dat de slang de hele dag in zijn schuilplaats zit en pas ’s avonds of ’s nachts actief wordt! Schuilplaatsen zijn belangrijk voor een slang. Hij voelt zich dan veilig en dit zal zijn eetgedrag ten goede komen.

De luchtvochtigheid hoort eigenlijk zo’n 70 % te zijn. Het is niet erg als die luchtvochtigheid overdag zakt naar 50 % - zorg dan eventueel voor een bakje met vochtig spagnum. Als de slang gaat vervellen kun je wel zorgen dat de luchtvochtigheid omhoog gaat – de waarde mag dan zelfs rond de 80 % komen te liggen. Hang een hygrometer in je terrarium om de luchtvochtigheid vast te stellen. Is die te laag, sproei dan met een plantenspuit met lauw water. Dit kan, afhankelijk van de omstandigheden en of de slang aan het vervellen is, variëren van twee keer per dag tot enkele keren per week.

Zorg overdag voor een gemiddelde temperatuur van 28 tot 30 graden. Direct onder de spot mag het best wat warmer zijn (soms loopt dit op tot zo’n 37 graden). Wij proberen een "hotspot" aan te houden van zo'n 33/34 graden in de schuilplaats (boven op de schuilplaats is het wel wat warmer) en aan de "koude" kant zo'n 26/27 graden. ’s Nachts mag de temperatuur niet verder zakken dan tot zo’n 23 graden. Wij houden 's nachts 24/25 graden aan bij de "koude" kant en zo'n 30 graden op de "hotspot". Als het terrarium ‘s nachts te ver afkoelt tot bijvoorbeeld kamertemperatuur, kan dat op de langere termijn tot verkoudheid en zelfs tot longontsteking bij de slangen leiden!
Met overdag een spot en/of een in de reptielenspeciaalzaak verkrijgbare groene verwarmingsmat, is dit in de meeste woonkamers goed te doen. Sluit de spot aan op een dimmer, zodat je de temperatuur wat kunt regelen. Sluit de spot tevens aan op een tijdschakelaar, zodat de verlichting elke dag zo’n 10 tot 12 uur brandt. Het is ook handig om de verwarmingsmat aan te sluiten op niet alleen een tijdschakelaar, maar ook een thermostaat en daarmee de temperatuur voor overdag te regelen. Hang twee thermometers in het terrarium: eentje aan de “warme” kant en eentje aan de “koude” kant. Indien nodig zorg je voor een thermostaat met een extra verwarmingselement voor ‘s nachts (rode nachtlamp, keramische warmtelamp), maar het is nog handiger om een thermostaat te kopen waarmee je een dag- en nachttemperatuur kunt instellen op de verwarmingsmat (dan moet je op de verwarmingsmat natuurlijk geen tijdschakelaar meer aansluiten). Onze Kaa staat in een ruimte die 's nachts en in het weekend erg koud wordt, dus in ons terrarium draait de verwarmingsmat in de winter dag en nacht (deze hotspot is aangesloten op een thermostaat) en we hebben voor de nacht een extra rode nachtlamp aangesloten op een aparte thermostaat. Zorg dat de lampen goed zijn afgeschermd zodat de slang er niet bij kan, zich eromheen kan draaien en dan kan verbranden! Datzelfde geldt ook voor verwarmingsstenen en de zwarte verwarmingsmatjes: niet nemen – de slang kan zich hieraan branden!

Zorg voor een grote waterbak met lauw water waar de slang in zijn geheel in kan baden. Als de luchtvochtigheid hoog genoeg is, zal een python regius niet of nauwelijks baden. Ververs het water (waar de "kou" af is - beetje lauw erdoor) om de dag of metéén zodra de slang zijn ontlasting in het water gedaan heeft (dat gebeurt wel eens ) Je kunt de waterbak op de verwarmingsmat zetten – dat zal een positief effect hebben op de luchtvochtigheid in het terrarium. Het nadeel is dan wel dat de waterbak een broedplaats voor bacteriën kan zijn. Als je het water steeds op tijd ververst, hoeft dit geen probleem te worden.

Maak de waterbak regelmatig schoon met gewoon heet water en een schuursponsje. Eenmaal per jaar kun je het hele terrarium leeghalen en alle spullen (stenen, stronken, waterbak, kunstplantjes enz.) en het terrarium schoonmaken/ontsmetten met Dettol (verkrijgbaar bij de drogist).

Voeding:
De natuurlijke prooidieren zijn allerlei soorten knaagdieren. Voer muizen of ratten die zo groot zijn als het dikste punt van je slang. Jonge slangen eenmaal per week en volwassen slangen eenmaal per twee/drie weken. Voer de slang met een voederpincet of een barbecue-tang (stuk goedkoper en werkt ook prima). Vaak worden de slangen buiten het terrarium in een curverbox of zo gevoerd. Daarmee voorkom je dat de slang eventueel bodembedekking mee opeet en als je meerdere slangen in één terrarium houdt, voorkom je dat twee slangen aan één prooi beginnen. Hanteer de slangen na het voeren enkele dagen niet meer (anders kan de slang de prooi uitbraken).

Zoals gezegd heeft de koningspython de naam een lastige eter te zijn. Wat ‘voedertrucs’ kunnen hierbij uitkomst bieden: voer de slangen ’s avonds, sluit de slang op in een kleiner bakje en zet daar een waterbakje bij en een dode prooi en laat hem zo een nacht staan, voer veeltepelmuizen (schijnen de regiussen onweerstaanbaar lekker te vinden, maar deze knagers schijnen ook nogal agressief te zijn), snij de schedel van een prooidier in zodat het hersenvocht vrij komt, stap eventueel over op levend voer. Laat een levende prooi niet te lang bij je slang rondlopen – je hebt kans dat een rat of muis aan de slang gaat knagen! Het is wellicht een idee om je levende prooi in een emmer te zetten en deze met een plank voor de helft af te dekken. De slang kan zo vanaf de plank de prooi uit de emmer ‘hengelen’. Wat bij dode prooi ook wil helpen is het opwarmen van de dode prooi, bijvoorbeeld in heet water (niet koken!), in een bakje óp kokend heet water of even bovenop het terrarium zetten in de buurt van de hete spot.

Bij onze koningspython zijn we uiteindelijk overgestapt op gerbils (woestijnratjes). Ook deze ratjes vindt een koningspython onweerstaanbaar. Het probleem is wel dat de slang dan geen andere prooidieren meer eet en dat deze prooidieren wat duur zijn. Deze gerbils worden niet zo groot als gewone ratten, dus onze slang voeren we nu wekelijks één volwassen gerbil.

Hanteren

Een slang is geen knuffeldier! Een slang is ook niet ‘tam’ te krijgen. Hanteer de slang zo weinig mogelijk. Vooral als je de slang nét hebt is de aandrang groot om hem elke dag er even uit te halen en bijvoorbeeld aan vrienden te laten zien. Onderdruk die drang , want als je de slang pas hebt aangeschaft is het net belangrijk om de slang minimaal een week compleet met rust te laten (natuurlijk wel het water elke twee dagen verversen!). Zorg bij hantering dat je de slang steeds goed ondersteunt met twee handen. Was vooraf en nadien ook steeds je handen met desinfecterende zeep. Let er vooral goed op dat je geen prooidieren (of de hamster/cavia/konijn van je zus/broer/zoon/dochter) hebt vastgehad voordat je de slang gaat hanteren!

 

Vervellen

Zodra je slang een witte melkachtige waas over zijn ogen krijgt, zal hij gaan vervellen. Vaak stopt een slang dan ook met eten (hoewel sommige exemplaren ook gewoon tijdens hun vervellingperiode blijven eten). Het is dan zaak om de vochtigheid in je terrarium goed op peil te houden. Na enkele dagen trekt die melkachtige witte waas weg en de slang zal dan binnen enkele dagen gaan vervellen. Controleer je slang goed of hij helemaal is verveld. Als er wat resten zijn achtergebleven zul je die moeten verwijderen. Dit gaat prima met een natte lauwe handdoek, waarin je je slang laat ‘weken’ en waarna je met de handdoek de vervellingsresten eraf wrijft in de richting van zijn staart. Je kunt je slang ook een badje geven in lauw water en daarna de vervellingsresten eraf vegen met een vochtige/natte handdoek. Een andere mogelijkheid is om je slang in een curver te plaatsen met natte/vochtige handdoeken en hem gedurende een uur hierin te laten rondkruipen. Zet de curver in het terrarium zodat de slang geen kou vat. Leg regelmatig de handdoeken even over de slang zodat hij er echt doorheen gaat kruipen. Daarna kun je de eventuele resten op zijn lijf weer afvegen met de handdoeken.

 

Voortplanting

Hierin hebben we geen ervaring  en hier kunnen we dus geen betrouwbare informatie over geven.