Logo Dusk Toplogo enkel
© Rattery Ratpack 2007 plaatsnaam tag
 
   Home
 
Problemen rond de dracht van de tamme rat

 

De dracht kan met 10 dagen vastgesteld worden door middel van palpatie van de uterus, echter op deze manier is het pas met zekerheid vast te stellen op de 12e dag. Met echografie kan de dracht ook vastgesteld worden, dit wordt echter maar sporadisch gedaan, dit waarschijnlijk vanwege de kosten die daarmee samenhangen. Met 14 dagen is proliferatie van het mamaire weefsel op te merken, de tepels nemen dan ook in grootte toe. Alhoewel de rat geen seizoensafhankelijke oestrus heeft is licht wel van invloed op de cyclus. Bij constant licht kan een persistente oestrus optreden. Daarnaast kunnen folliculaire cysten zonder corpus lutheum formatie ook gezien worden. Als men ratten tijdens de normale donkere periode van de dag chronisch aan een laag intens licht heeft blootgesteld kan het zijn dat de vaginale opening eerder optreed, ovariele atrofie kan ook een gevolg zijn van dit lichtschema. Wanneer de opname van energie verlaagd word met 15-30% van de ad lib hoeveelheid kan ervoor zorgen dat de cyclus (tijdelijk) verdwijnt, daarnaast kan ook een vertraagde sexuele ontwikkeling plaatsvinden.
Als mannen lang blootgesteld worden aan temperaturen hoger dan 26,6 graden kan ze steriel worden door een irreversiebele degeneratie van het seminiforme epitheel.
Als rittens moederloos worden voor de 17e dag kunnen ze nog niet urineren zonder de maternale stimulatie die normaal gesproken plaatsvind en zullen ze last krijgen van een obstructie van de urinewegen.

 

Problemen rond de partus bij de tamme rat.

De nesteldrang gaat duidelijk omhoog ongeveer 5 dagen voor de partus en blijft hoog tijdens de lactatie. Het verloop van de partus is grofweg als volgt. Zo'n 1,5-4 uur voor de geboorte van het 1e ritten komt er wat heldere muceuze uitvloeiing uit de vagina. Bij het begin van de partus kan waargenomen worden dat de aanstaande moeder onrustig wordt en gaat rekken en strekken, de intensiteit van dit gedrag gaat omhoog als de eigenlijke partus dichterbij komt. De geboorte van een pup gaat ongeveer als volgt, ze pakt de placenta uit het geboortekanaal en eet die op. Het ritten wordt uitgebreid gewassen en gaat dan langzaamaan zachte piepgeluidjes maken. De duur van de partus is afhankelijk van de grote van het nest en bedraagt 1 tot 3,5 uur. Over het algemeen worden de rittens pas echt gezoogd als de partus ten einde is.

Bij vrouwtjes ouder dan 9 maanden gaat de nestgrootte achteruit en het drachtpercentage wordt minder als de vrouwtjes de leeftijd van een jaar bereiken. Voor de verlaging van de nestgrootte zijn een aantal redenen te noemen, zoals: verlies van foeten, verlies van dracht in een bepaalde periode van de dracht. Voornamelijk bij de laatste is een duidelijke leeftijdsrelatie aangetoond. <5% verlies met 4 maanden, 30% met 9 maanden en 65% met 11 maanden leeftijd. Het treedt voornamelijk op door preimplantatie en vroege postimplantatie mortaliteit. Bij stress neemt het verlies van dracht toe, dit is vooral het geval zo rond dag 7 tot 9 van de dracht. Daarnaast nemen het geboortegewicht en de nestgrootte af als het vrouwtje extreem veel beweging krijgt.

Dysocia is zeldzaam bij ratten. Maar wanneer dit optreedt kunnen verschillende paden gekozen worden. Is men zeker van voldoende ontsluiting en is het niet vorderen van de partus een gevolg van weeenzwakte, kan een weeenopwekker als oxytocine gebruikt worden (eventueel in combinatie met calcium als hypocalcemie de oorzaak van de weenzwakte is). Als de oorzaak van de dystocia niet duidelijk is en men niet zeker is van de ontsluiting kiest men voor een keizersnede. Hierbij kan tijdens de operatie gekozen worden voor een echte keizersnede of een castratie. Dit is afhankelijk van de toestand van de uterus en de wensen van de eigenaar van de rat.

 
spacer
Highlights
 

Literatuurverwijzing:

  • F. Kohn, C.B.Clifford, biology and disease of rats 131-133,Laboratory animal medicine, 2nd edition, 2002