|











| |
Kromme Japie is de oudste logé van DE APENHOF en moet
inmiddels over de veertig zijn. Hij zat in een papegaaienkooi toen hij in 1972
bij De Apenhof binnen kwam, was helemaal krom gegroeid, en behoorlijk ziek en
zielig. In de Apenhof is hij zo goed mogelijk opgelapt en sindsdien woont hij
hier. Kromme Japie zal nooit in een groep geplaatst kunnen worden. Hij zal dus
zijn leven lang bij ‘De Apenhof’ blijven wonen
| |
Net voor de feestdagen raakte iedereen in paniek.
Japie, ons kleine kromgegroeide Kapucijn aapje was ziek. Hij lag heel stilletjes in de kooi en reageerde nauwelijks als je hem riep. Normaal als Dick een pepermuntje in zijn mond heeft wil hij het eruit halen. Zelfs daar was hij niet mee te paaien. Er moest wel iets heel ernstig aan de hand zijn. Omdat Japie stokoud is, al 43 jaar, waren wij echt bang dat we hem zouden verliezen.
Dick heeft hem goed ingepakt meegenomen naar de dierenarts. Dokter, Wim de Vries, heeft wat bloed afgenomen en onderzocht, en toen bleek er ergens een ontsteking te moeten zijn. De vraag was alleen waar. Hem beluisteren viel niet mee want Japie protesteerde luidkeels. De dokter heeft hem een prik gegeven in de hoop dat het goed zou helpen.
In de Apenhof heerste intussen tijd grote chaos. De pleegmoeder Ria Kwant, die hem financieel adopteert, was gebeld en ze kwam helemaal overstuur hier aan. Ze was in alle staten en wilde naar de dierenarts gaan. Met veel moeite hebben de verzorgsters haar tegen kunnen houden. Wij waren bang dat ze volledig in paniek zou raken als het verkeerd afliep en Japie zijn laatste spuitje zou krijgen.
Alle verzorgsters liepen met rode ogen en waren opvallend "verkouden". Groot was de opluchting toen Dick eindelijk terug kwam met
Japie, die af en toe nog wat boze geluidjes maakte. Er was weer hoop dat hij het zou halen. Hij leefde gelukkig nog.
Dit zijn voor ons de meest verschrikkelijke belevenissen in de Apenhof.
Japie is snel na dat eerste spuitje opgeknapt en is weer de clown van de Apenhof, die hij al jaren is. Het is bijna onvoorstelbaar dat een aapje wat zo’n slechte jeugd gehad heeft, nog zo oud mag worden en nog zo vrolijk is. |
| |
|