Ik
mocht een vogeltentje lenen.
Vroeg in de morgen had ik het ding opgehaald om er de hele dag op uit te
kunnen trekken.
Zo op het eerste gezicht was het maar een vreemd geval. Rond en negentig
centimeter doorsnee
In mijn jeepie reed ik naar een landgoed waarin drie kleinschalige weilandjes
lagen te pronken en waarvan ik wist dat een tentje daar zeker niet op zou
vallen.
Om mijn nek hing een schoudertas waarin verrekijker, camera, thermoskan en wat
boterhammen een vaste plek hadden.Onder mijn rechterarm dat onhandig rond ding
wat het wandelen toen niet tot een optimale bezigheid maakte. Ik kon amper
zien waar mijn afgetrapte bergschoenen zich neerzetten.
Maar, dat wel natuurlijk, ik verheugde me zeer op de dingen die komen gingen.
Het weer zat mee, een waterzonnetje in de lucht en wat mist over de weilandjes.Een
van de kleine weilandjes boog zich om een bosrandje heen. Ik wilde in de punt
van dat bosrandje mijn kleine dagverblijf opzetten.
Dat laatste werd een probleem. Er was mij voorgelicht dat ik het tentje aan de
rand moest vasthouden, dan zakte het vanzelf in de juiste positie. Het zakte
wel maar als ik het losliet bleef het zakken en lag het weer netjes op de
grond.
Het een en ander schoot niet op, maar op den duur en veel gehannes bleef het,
tot grote opluchting, stevig staan.
Nu ben ik zelf om en nabij de 186 centimeter en daarbij ook nog iets aan de
forse kant. Het tentje kwam tot aan mijn zwevende rib en was nog steeds
negentig doorsnee. Een ritsluiting moest de ingang voorstellen maar zat
dermate laag dat een forse tuinkabouter er net vrede mee kon hebben.
Plotseling kwam ik op een helder idee. Ik trek die tent aan! Ik laat hem over
mijn hoofd zakken! Het was een goed idee, maar gaan zitten met een tent aan
kan best even voor zeer vreemde
taferelen zorgen. Vooral als er ergens nog een tas moest staan. Gelukkig zag
ik die door de kijkgaten van het tentje.
Daar stond ik dan, voor mijn gevoel compleet voor joker. Een tent met twee
benen.Desalniettemin…ik
zat een uurtje of wat later, geheel gecamoufleerd, in de bosrand af te wachten
of er misschien een vogel mijn kant uit wilde komen. Al
was het maar een kraai!
Ik
had het vreemde gevoel dat door al mijn lawaai zelfs een stevige struisvogel
het hazenpad gekozen zou hebben, in plaats van de kop in het zand te
steken.Ook niet optimaal was het
nemen van een versnapering. Wat een geklooi in dat ding, met boterhammen,
koffie, verrekijker en fototoestel. Hoe fijn zou het zijn om postzegels te
gaan verzamelen? Vroeg ik me af.
Het weilandje was veel minder mooi, de hazelaar was maar een gewone struik en
het gras was lang niet zo droog als het er uit zag. Op twee meter afstand lag
een oude koeienvlaai op z’n gemakkie wat vliegen aan te trekken. Uit een
slootje in de omgeving stegen verse steekmuggen omhoog.
Maar
de verrassing kwam als een vuurpijl…
het ultieme vogelen vanuit een tentje, werd geleverd door een tweetal Vlaamse
gaaien. Ik wilde rechtop gaan zitten maar kwam er te laat achter dat het niet
ging.
Tjonge, er kwamen zo maar twee gaaien zeer overmoedig, een gaai eigen,
richting tentje. Eindelijk kon ik deze dieren eens van zeer nabij meemaken. En
dat was ook zo… zo dichtbij heb ik het nog nooit meegemaakt, verrekijker
totaal overbodig…fototoestel ook.
De twee gingen op het tentje zitten!!!
Henkko