"De Apenhof"
Stichting landelijk opvangcentrum 
voor uitheemse diersoorten

Schoutenstraat 12
3771 CJ  Barneveld
The Netherlands
Telefoon +31 342 414784
Fax         +31 342 408040
giro : 36 69 888
De.Apenhof@chello.nl

Home Up Wat doen we? contacten Organisatie Nieuws Links en Het Weer Lokatie                                       

                                                                              De Stier

Home
Up
Apen
Papegaaien
Nertsen
Leguanen
Boommarters
Wilde Dieren
Toekans
Slangen
NSHD
KGB
Chinchilla

 

 

 


Het werd tijd om mijn knotwilg weer eens op te zoeken.

Ergens op het landgoed stond deze tussen een rij soortgenoten. Een viertal omgevormde, gedrongen, uitgeholde en scheefgezakte bomen die het ieder jaar weer presteerden een enorme takkenbos te produceren welke niet in verhouding stond met grote  van de stam. Nu stonden de vier bomen alleen maar mooi te zijn terwijl ze vroeger echt gebruikt werden als geriefhout voor de boeren in de vorm van manden, korven en klompen.  Het knotten wordt tegenwoordig door vrijwilligers gedaan en dit alleen om de wilgen hun geknotte vorm te laten behouden en de diverse diersoorten de gelegenheid te geven er gebruik van te maken.

Ik leunde met mijn rechterschouder tegen een eik aan het begin van de twee weilanden die door de wilgen en wat weidepaaltjes met prikkeldraad gescheiden werden. Tuurde door de kijker naar de laatste van de vier. Daarin huisde een koppeltje steenuiltjes. Kleine dondersteentjes die het leven van veldmuizen en ander klein spul in de omgeving bijzonder zuur maakten. Knotwilg nummer vier, het adres van deze twee, al jaren lang. 

De tweede wilg, van hieruit uit gezien, was de mooiste. Helemaal hol. Alleen nog maar staande gehouden door wat houtresten en bast. Vastgeklonken in de drassige weidegrond maar met een wonderbaarlijk mooie kroon.

Voordeel van dit alles was dat ik even later, via wat bukwerk, midden in de boom kon gaan staan en mezelf zo een perfecte schuilplaats verschafte met een prachtig uitzicht over beide weilanden.

Er was zelfs plaats voor mijn tas. Niet op de grond maar een uitgestoken binnenwaarts gegroeide houtknop diende als kapstok. Het leven aan de binnenkant  van een knotwilg is uitermate boeiend en afwisselend. Voordat ik de wilg inkroop moest de broek in de laarzen gestopt worden om te voorkomen dat mieren en andere warmteminnaars mijn benen bekropen om zo de warmste plekjes op te zoeken, wat mij soms dwong ergens tussen hoog opgroeiend struweel mijn kleding uit te kloppen. 

Ik had me in de wilg gedraaid en de tas aan het houtje gehangen. Met mijn ellebogen kon ik precies in een uitholling steunen om door de kijker turen. Niemand zag mij zo staan maar ik kon alles zien wat de moeite waard was. Reeën kwamen voorbij kuieren, knabbelden wat tussen het gras of liepen  tussen de koeien, als die aanwezig waren. Of  tussen twee Belgische knollen die meestal een weiland voor zich alleen hadden. Ze hadden, volgens mij, de status ‘wild’ bijna bereikt,  gezien de snelheid waarmee ze over het weiland galoppeerden. Soms elkaar met de achterbenen schopten op een manier waarvan ik dacht dat ze zeker met open wonden rond liepen. Dat was gelukkig niet zo, het was blijkbaar spelen op z’n paards want na deze explosies stonden ze met de koppen tegen elkaar te liefkozen. Vreemde dieren, ik had er ontzag voor.

Kon begrijpen dat veel mensen verknocht raakten aan deze krachtpatsers. Ik bekeek ze liever vanuit de knotwilg. De vrijheid die ze hier lieten zien was alleen door mij waar te nemen.

Met ingetrokken nek vloog een reiger boven de bosrand. Met zo weinig mogelijk vleugelbewegingen, gebruik makend van de opstijgende warme lucht. Het landen was altijd iets aan de stuntelige kant. Ik vermoed zelfs dat het landen van een reiger  een gok is. Meerdere malen belandde zo’n vogel in het water of ergens in een bossage wat veel moeite kostte om eruit te komen om even later als standbeeld aan de slootkant te gaan staan. Engelengeduld is reigergeduld. Blijven staan tot er iets beweegt of voorbijschiet in het water. Dan met flitsende stoot en een snelle slikbeweging een einde maken aan een visse-  of amfibieënleventje .  Het geluid van de reiger is zowat het lelijkste vogelgeluid wat er bestaat.

Het geluid in het weiland achter me klonk nog lelijker. Een hevig gebries deed mij verstijven in de wilg. Het omdraaien om te kijken wie en wat er zo’n geluid produceerde liet ik maar even achterwege, misschien ging het gewoon weer weg. Niet dus, het gebries ging gepaard met stoten tegen de wilg. Ik blij dat de wortels van de wilg diep in de grond verankerd zaten…

Even werd het rustig. Ik durfde mijn hoofd een beetje om te draaien om tot de ongelukkige ontdekking te komen dat een geweldige stier mijn verblijf in de wilg niet op prijs stelde.

 “Braaf, braaf,”  wist ik uit te brengen. Scoorde daarbij geen enkel resultaat. 

De stier bleef staan, sloeg zijn lange tong om het gras maar zodra ik maar enige beweging ondernam hief het reusachtige dier de stierennek en gooide  wat graspollen de lucht in. 

Hier moest goed, vooral lang, nagedacht worden. Mijn kennis over koeien en zeker stieren was ver onder de maat. Het enige wat ik kon bedenken was het verhaal met de rode lap, maar dat gaf niet zoveel moed. 

De wilg kon maar op een manier verlaten worden, dat was gebukt achterwaarts. Dat gunde ik de stier zeker niet. Het doelwit was iets te gevoelig en moest nog ettelijke jaren mee. 

Ik besloot mezelf op een kop koffie te trakteren en een appeltje te schillen om zo voorlopig de stier het voordeel van de twijfel te geven. Die twijfelde echter geen moment! Bleef volharden de gevulde wilg gezelschap te houden. Dat beviel mij helemaal niet.

De appel was op, het klokhuis werd gebruikt als projectiel richting stier, maar ging de andere kant op omdat mijn elleboog tegen de wand van de knotwilg stootte.

Het veel beproefde -kssst, ksssst- had totaal geen effect, had zelfs een tegengestelde uitwerking, vermoedde ik. 

Het enige wat zou kunnen helpen was het voorbij gaan van tochtige koe. Daar rekende ik niet op. Nee, de stier wilde gewoon de strijd aangaan! Vond mij een geschikt  slachtoffer!

Ik kon geen kanten op. Ineens werd het in de wilg heel erg krap. De Spaanse benauwdheid deed de luchtvochtigheid binnen de wilg verhogen tot tropisch regenwoudniveau.  Ik gluurde door het gebladerte om een schatting te maken wat er zou kunnen gebeuren in geval van een noodsprong, maar dat voorspelde niet veel goeds. Ik zat gewoon in de val! Het ene plan na het andere werd in de  spreekwoordelijke prullenbak gegooid. Een krachtmeting viel altijd in het voordeel van de stier uit. Diverse salto’s door de lucht op onvrijwillige basis volbrengen beviel mij niks, helemaal niks. 

De paarden liepen weer eens te bakkeleien en kwamen in volle draf op de knotwilg afgestormd. Ook dat veranderde niets  aan mijn anti-stierengevoel.

De stier veranderde wel!

Om de een of andere duistere reden had de stier respect voor de paarden want het dier draaide zich om, liep twintig meter terug en gaf mij wat lucht. Niet dat het een veilige afstand was, maar het denken werd wat ruimer. De stier leek niet zo kolossaal meer. Zo te zien viel het allemaal wel mee. 

Zo ontstond het levensgevaarlijke plan in mijn hoofd om gewoon de wilg te verlaten, de stier te groeten en weg te lopen. Ik kon in ieder geval een poging wagen om te bukken, dan even wachten om te kijken wat er gebeurde. Niet denken dat het kijken omgezet zou kunnen worden in voelen.

Dat niet, er gebeurde helemaal niets! Dat gaf deze burger moed en binnen zeer snelle tijd stond ik naast de wilg, samen met de stier…

Die bleef een meter van mij vandaan, keek naar mij aan alsof hij de juiste plek aan het zoeken was om te stoten.

-   “Braaf, braaf,”  klonk het weer ergens in mijn keel. De stier verplaatste  wat gras. 

Kaddedoeng, kaddedoeng klonk  het achter mij. Daar kwamen die twee  aan, leken nog groter dan de stier. Ineens miste ik de veilige wilg heel erg.

De ontdekking dat stieren achteruit konden lopen had mij normaal gesproken verbaasd. De gok  dat de afstand buiten stootgevaar leek, zodat ik ergens de moed vandaan kon halen een paar passen te ondernemen, was nu even belangrijker en zette die dan ook meteen om in een alles omvattende reddingsactie. 

De stier ook…  zelfs de paarden aan de andere kant van het prikkeldraad hadden er plezier in om mij te vergezellen. De enkele passen werden er meer,  volgden elkaar steeds sneller op. Het gevoel van een wereldrecord werd bijna werkelijkheid. 

Wat kunnen stieren hardlopen… maar gelukkig niet springen, vooral niet over prikkeldraad, paarden ook niet of ze lieten het hier gelukkig achterwege.

Ik stond weer tegen de eik richting de vier wilgen te turen, sloeg terwijl tegen mijn voorhoofd. Bedacht een plan, een heel moeilijk plan: hoe kon ik een tas uit de wilg halen…

 

Henkko

 

TOP

Send mail to  webmaster j.sintnicolaas@chello.nl with questions or comments about this web site.
Copyright © 2000 Stichting landelijk opvangcentrum voor uitheemse diersoorten "De Apenhof"
Last modified: januari 19, 2001