Slijmzwam

 photo hkboterstam.jpg 
Slijmzwam, heksenboter geen plant en geen dier: het plasmodium


 photo 400x.jpg
Slijmzwam, heksenboter. het waterige deel bij 400x


Geheimzinnige slijmzwam die kan kruipen

Er is een buitenaards wezen geland, dacht men in Texas, toen daar een bewegende gele slijmklodder werd gevonden. Er ontstond grote paniek, die nog verergerde toen de brandweer het traag voortkruipende slijm probeerde weg te spuiten: het vertakte zich en viel uit elkaar, waarna het door het water sterk opzwol en aanzienlijk in grootte toenam.

De gouverneur van de staat werd zelfs gevraagd de Nationale Garde op te roepen, maar een paddestoelenkenner identificeerde de vreemde substantie als een veelvoorkomende slijmzwam.

Over de hele wereld bestaan ongeveer vijfhonderd soorten slijmzwammen. Het zijn rare wezens, want ze hebben veel weg van sporenplanten zoals paddestoelen, maar ook van eencellige dieren zoals amoeben. Lange tijd hebben biologen niet goed geweten of ze de slijmzwammen moesten indelen onder de planten of in het dierenrijk. Zo schrijven Cath. Cool en H.A.A. van der Lek in 1936 in een boekje, dat in de jaren dertig en veertig het beste was wat je over paddestoelen kon krijgen: ,,Wanneer ik u hier of daar aan een houten paal een platte bol wijs van de grootte van een gulden, die binnen in een zilverig korstje niets bevat dan een bruine sporenmassa, en ik vertel u dat dit eigenlijk een dier is, dan zal u dat misschien nog vreemder voorkomen, dan toen men u voor 't eerst vertelde dat een spons eigenlijk geen plant, maar een dier is. In rijpe staat gelijken al die slijmzwammen al heel weinig op beesten.''

Inmiddels is de algemene opvatting dat de levende natuur niet strikt kan worden verdeeld in een planten- en een dierenrijk. De slijmzwammen vormen een rijk apart. Met paddestoelen hebben ze niets te maken.

Drie stadia
Slijmzwammen kennen drie levensstadia. Uit sporen ontstaan microscopisch kleine eencellige organismen, die zich kruipend of zwemmend voortbewegen. Die voegen zich samen tot een rondkruipende kolonie. Dit plasmodium verandert in een onbeweeglijk vlies, waarop kussen- of knotsvormige sporenlichamen zitten. Daarin worden de sporen gevormd, waarmee de slijmzwammen zich verspreiden.

Veelal huizen slijmzwammen in dode plantenresten, zoals vermolmd hout of dode bladeren, maar daar leven ze niet van. Het plasmodium lijkt op een grote amoebe. Het omvloeit met het weke plasmalichaam bacteriën en schimmels en voedt zich daarmee, terwijl het al kruipende een soort slakkenspoor achterlaat.

Meestal is het plasmodium geaderd en breidt het zich waaiervormig uit. Als je zo'n plasmodium door een loep bekijkt, zie je duidelijke stromingen in de massa.

Niet zeldzaam
Slijmzwammen zijn helemaal niet zeldzaam. Op vermolmde dennenstobben of op de bosgrond kun je een vuistgrote knalgele klodder tegenkomen, die eruitziet als vla. Of roze bolletjes, tegen elkaar aan gevlijd, waardoor ze op blote billetjes lijken. Dat zijn de soorten die ik het meest zie.

De gele vla is het plasmodium van Fuligo septica, door de leden van de jeugdbonden voor natuurstudie steevast heksenboter genoemd. Deze slijmzwam heette vroeger runbloem. Het plasmodium verscheen vaak op hopen run, de looistofhoudende eikenbast, die in leerlooierijen werd gebruikt. Het plasmodium van de roze blote billetjes is oranje tot vermiljoenrood en wordt bloedweizwam genoemd.

Het verhaal gaat dat een padde stoelenkenner eens heksenboter vond en omdat deze zwam hem onbekend was, deze in een blikken sigarendoosje mee naar huis nam. Die sigarendoosjes hadden een perforatie in de zijkant. Hij had het doosje neergelegd in de keuken en het vervolgens vergeten. Verbaasd zag hij de volgende morgen dat het plasmodium op de buitenkant van het doosje zat: het was door de minuscule gaatjes naar buiten gekropen.
Als het plasmodium genoeg voedsel heeft opgenomen, trekt het zich samen en krijgt het een velletje. Meestal krijgt dit sporenlichaam een andere kleur dan het plasmodium. De gele heksenboter wordt een bruinzwarte bol, de knalrode bloedweizwam vormt de roze, lichtbruine of grijze billetjes.

Als de sporen rijp zijn, barst het omhullende vlies en kunnen de sporen door de wind of door regenwater worden verspreid. Op een geschikte plek terechtgekomen begint uit de sporen de kringloop opnieuw.

Wolfsmelk
Helaas hebben de meeste slijmzwammen geen Nederlandse naam. Heksenboter en blotebilletjeszwam zijn uitzonderingen, omdat die zo'n karakteristiek uiterlijk hebben. Lycogala epidendrum heet de blotebilletjeszwam in de wetenschap. Lycogala betekent 'wolfsmelk', epidendrum 'op bomen groeiend'.

Andere soorten kom je minder vaak tegen. Badhamia bijvoorbeeld, die sporenhouders heeft in de vorm van hangende blauwgroene druiventrosjes. Ik heb deze slijmzwam wel gevonden op korstzwammen.

De zilveren boompuist (Enteridium lycoperdon) valt meer op. Het sporenlichaam is een paar centimeter groot en aluminiumkleurig. De wand is heel dun en wordt bruin, voordat hij openscheurt en de sporen vrijlaat. Het kruipende plasmodium is vooral in het voorjaar te vinden en kan gemakkelijk een decimeter groot worden. Het is wit en lijkt nog meer op een klodder slijm dan het plasmodium van heksenboter.

Waar zoeken
Hoe meer je zoekt op vermolmd hout, op half vergaan snoeihout, dor blad en composthopen, hoe meer soorten slijmzwammen je vindt. Sommige zoals de heksenboter vind je het hele jaar door, andere verschijnen in het voorjaar of in de zomer, de meeste in de herfst als er veel bacteriën en schimmels zijn, die helpen de vele dode plantenresten op te ruimen.

Uitzoeken welke soorten het zijn, is moeilijk. Vaak is er een microscoop voor nodig. Maar je kunt ook van deze bijzondere wezens genieten zonder te weten hoe ze heten. What's in a name...

Bron: Trouw (NL)

33   meer paddestoelen

HOME