23 februari 2011

NEC – DSV 3

 

Balcontact

 

We zitten midden in het zaalvoetbalseizoen, en toch valt er in de programmering een onverklaarbaar gat van zes weken. Bijna anderhalve maand geen wedstrijd, met dank aan de KNVB! Langzaam glijden mijn teamgenoten weg in humeurigheid, lethargie en depressie - alleen onze veldvoetballers Remco en Patrick ontspringen de dans. Ook onze vrouwen beginnen zich ernstig zorgen te maken, niet zozeer over onze snel uitdijende zwembandjes maar over het pesthumeur waarmee we iedereen de gordijnen injagen. Elke dinsdag en woensdag diezelfde onrust: waarom zitten we thuis? Verveeld zappen we langs nutteloze zenders, checken onze mail nog maar een keer en als het echt helemaal te kwaad wordt, stappen we op de fiets om bij Trianon aan de bar te hangen.

 

Maar dat voelt natuurlijk niet hetzelfde.

 

Het enige dat ons nog een beetje op de been houdt, is passief voetbalgenot. Een ware tsunami aan voetbalbeelden trekt aan ons voorbij: eredivisie, Nederlands elftal, Europa League, Champions League... En gelukkig worden we verblijd met het mooiste voetbal aller tijden, van Barcelona, waar de bal met een duizelingwekkende snelheid wordt rondgetikt. Het arme Arsenal, dat toch ook bekend staat om mooi voetbal, werd twee keer compleet weggetikt. In de statistieken kunnen we het overwicht eenvoudig terugzien. Tijdens de wedstrijd Barcelona-Arsenal had Barça maar liefst 69% balbezit en creëerde 19 kansen, tegenover 0 voor Arsenal (de enige goal voor Arsenal was een eigen goal van Busquets).

 

Het deed me een beetje denken aan succes van Ajax in de jaren ’90. Ajax was ongenaakbaar in ‘91-’92, het eerste seizoen onder Van Gaal. Het team had een indrukwekkende line-up: Menzo, Blind, Silooy, Jonk, Frank de Boer, Winter, Van ’t Schip, Kreek, Pettersson, Bergkamp en Roy. Op de bank onder andere de jonge Edwin van der Sar. OK, de tegenstanders waren van niet al te hoog kaliber: Örebro, Rot-Weis Erfurt, Osasuna en Gent, maar de halve finale en finale moest Ajax het opnemen tegen topclubs uit de Serie A: Genua en Torino. Ajax tikte de twee teams volledig van het veld. De arme Italianen wisten niet wat hun overkwam en Ajax greep de Uefa Cup. In Italië was men zo onder de indruk dat ze meteen Winter (Lazio), Bergkamp (Inter), Jonk (Inter), Roy (Foggia) en Van ’t Schip (Genua) kochten. Hun plek werd overgenomen door de nieuwkomers Davids, Seedorf, Kluivert, Litmanen, Ronald de Boer, Reiziger en Overmars. Daarmee won Ajax in 1995 de Champions League.

 

Nog één keer zou het spel van Ajax stijgen tot ongekende hoogten. Op 22 november 1995 (inmiddels zonder Kluivert en Seedorf) speelden ze Real Madrid in het Bernabeu stadion volkomen van de mat. Dat het slechts 0-2 werd, had Madrid te danken aan de scheidsrechter, die twee goals onterecht afkeurde. Het verbijsterde publiek liet zich van zijn sportieve kant zien en gaf Ajax na afloop een staande ovatie. Een van de grootste kippenvelmomenten uit de geschiedenis van het Nederlandse voetbal.

 

En helaas ook het laatste hoogtepunt.

 

Destijds hadden we nog niet van die prachtige statistieken, zodat we de prestaties van toen moeilijk kunnen vergelijken met nu. Maar ook zonder statistieken is duidelijk dat het voetbal veel sneller is geworden. Het meest verbluffend van het huidige voetbal is het aantal balcontacten tijdens een wedstrijd. Meteen na afloop krijgen we dat al te zien. Het aantal passes van Barcelona is een voetbalrecord: 872, waarvan 85% succesvol. Arsenal steekt daar schril bij af met 339 passes, waarvan meer dan 40% niet aankwam.

 

:Schermafbeelding 2011-03-10 om 20.19.45.png

 

Minstens zo indrukwekkend als de statistieken zelf, is de manier waarop die tot stand komen. Dat is voor mij een groot raadsel. Hebben alle spelers een sensor in de schoenen? Zou er een computerprogramma voor ontwikkeld zijn? Of zitten er 22 studenten in de nok van het stadion te turven als de hun aangewezen speler de bal beroert? Nog nieuwer en ongelooflijker is dat alle passes grafisch kunnen worden weergegeven: een kunstwerk op zich.

 

:Barca3.jpg

:Barca4.jpg

 

Het lijkt me een mooie uitdaging om eens een wedstrijd in de zaal op deze manier weer te geven. Dat is wat eenvoudiger dan bij veldvoetbal, want het veld is flink kleiner, er lopen minder voetballers rond en de wedstrijd is een stuk korter. Maar hoe doe je dat? Opnemen op video en later, in deze lange wedstrijdloze periode, alles tot op de seconde analyseren?

 

Een gemiste kans. Nu heb ik alleen twee viltjes met bijna onleesbare en onbegrijpelijk geworden aantekeningen. Zonder Sjoerd moesten we naar Dodewaard, op jacht naar een goed doelsaldo. Jan hees zich in het zweterige keeperstenue. Als er studenten waren meegereisd om onze balcontacten te turven, zouden ze het aardig druk hebben gehad, want we tikten er lustig op los en sneden met groot gemak dwars door de vijandelijke linies. Met rust stond het al 7-1. In de tweede helft haperde de machine echter. Door foutjes liep de voorsprong terug tot 7-4, en eventjes kregen we het benauwd. Maar professioneel counterend liepen we toch weer uit tot 10-4.

 

En de statistieken? Laat ik toch maar een aanzet geven. Voelen we ons ook een beetje Barça.

 

NEC                                         DZV 3

24                   Shots                      10

17           Shots on target                7

10                    Goals                        4

4                    Corners                      2

53            Ball possession              47

5            Fouls committed            11

0                Yellow cards                  0

0                  Red cards                     0

                           

Paul