9 februari 2011

NEC - SCE 3

 

Mailinflatie

 

Voorafgaand aan een wedstrijd komt het mailverkeer pas heel laat op gang. Meestal weten we 24 uur van te voren nog niet wie er mee zullen doen. Misschien heeft een enkeling zich afgemeld met een hardnekkige blessure of een afspraak buiten de deur, maar het juiste aantal spelers is ook op de speeldag zelf nog niet bekend. Dan komt het inmiddels ingesleten mailpatroon op gang. Meestal kunnen Sjoerd en ik niet langer wachten en bijt een van ons aan het eind van de ochtend de spits af. De eerste boodschap bestaat uit een mededeling en een vraag: ‘Wie is er vanavond? Ga rechtstreeks’, of ‘20 uur Trianon’. Vrijwel onmiddellijk reageert Patrick. In de middaguren komt een heel peloton volgers op gang met Erik, Jeroen, Casper, Gerard en Remco, al naar gelang hun beschikbaarheid van internet. Als laatste reageert Wim.

(Jan is een verhaal apart: als hij geblesseerd is, is hij ’s morgens de eerste die mailt. Als hij niet geblesseerd is, meldt hij zich als laatste alsnog af wegens ziekte of ander ongerief.)

 

Ooit moet er een tijd zijn geweest zonder e-mail. Nauwelijks meer voor te stellen. Hoe deden we dat toen? Via de telefoon? In die tijd was de leider ook nog echt een leider, waar de logistieke draden samenkwamen in een net van toezeggingen, afspraken en plichten. Inmiddels is de leider eigenlijk overbodig, want alle relevante informatie is online en onderling uitwisselbaar. Een zegening voor Sjoerd, die deze zware taak dan ook in de loop der jaren heel geleidelijk en ongemerkt heeft afgestoten. Alleen de KNVB ziet Sjoerd nog als leider. Wij allang niet meer.

 

E-mail heeft alles makkelijker gemaakt. In het begin leidde dat tot een levendig mailverkeer waaruit soms aardige conversaties groeiden, hoewel het niveau daarvan door sommigen met opzet erbarmelijk laag werd gehouden. Met het succes en de gewenning van het medium kwam echter ook de gebruiksinflatie ervan. Mail is te gewoon, te massaal, te anoniem en te verblijvend geworden, zodat de ontvanger minder wordt geprikkeld om te reageren. Soms duurt een reactie dagen of weken, vaak blijft een antwoord helemaal uit. Ook bij ons slaat de mailinflatie toe. De dialogen van vroeger maken plaats voor minimalistische uitwisselingen: ‘Ben om half acht in Trianon’, ‘Ga rechtstreeks’, ‘Ik ook’,  ‘9 u t m a’, ‘OK’…

 

Misschien neemt de drang tot communiceren af als je wat ouder wordt. Of heb je er minder tijd voor. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat in ons geval het e-mailen wordt verdrongen door nieuwere media. De meesten van ons hebben het sms-en wel onder de knie, hoewel Gerard nog altijd moeite heeft met het vinden van de juiste letters op de knopjes, maar volgens mij heb ik nooit iemand een tweet zien sturen.

 

In de aanloop van de wedstrijd afgelopen woensdag liep het net wat anders dan normaal. Sjoerd mailde al twee dagen van te voren een bericht over in te leveren pasfoto’s voor nieuwe spelerspassen. Door laksheid ontbraken nog zes foto’s. Daarop reageerde Wim – naast een afmelding voor de wedstrijd – dat in het weekend voetbalteams waren buitengesloten vanwege verlopen spelerspassen. Om het vuurtje verder aan te wakkeren, stuurde Erik verontrustende krantenartikelen rond. Toen we in de Jan Massinkhal arriveerden, waren we er niet gerust op. Een spannend moment voor aanvang: de scheids controleerde de pasjes wel, maar had gelukkig geen oog voor de geldigheid ervan.

 

De opluchting veroorzaakte enige verslapping in de concentratie, die onmiddellijk werd afgestraft door het veel lager geplaatste SCE 3. Een op witte gympen spelende slungel dribbelde weergaloos en troefde ons telkens weer af, waardoor we tien minuten voor tijd met 4-1 achterstonden. Lag het aan slecht verdedigen, waar Sjoerd ons vloekend als in zijn beste jaren over betichtte? Of juist aan de falende aanvallers die vele kansen misten? Aan de scheids die Gerard verleidde tot sociale ergernis over diens gedrag? Of misschien aan de gekozen tactiek – meteen vastzetten op eigen helft, dat voor ons met drie reserves toch lucratief had moeten zijn? Of zouden we toch gewoon Patrick missen? Normaal spelen we Patrick de bal toe en wachten dan af wat hij in zijn onnavolgbaarheid gaat ondernemen. Het afwachten is er bij ons zo ingesleten dat we dat patroon ook zonder Patrick voortzetten. Weinig beweging dus.

 

Maar gelukkig hebben we ook veerkracht. Onze moegestreden tegenstander moest lijdzaam toezien hoe we de stand nog konden rechttrekken tot 4-4. Een blamage voorkomen, maar toch ook weer twee punten verloren. Het kampioenschap verder weg dan ooit.

 

Gerard gaf in Trianon een verlaat rondje vanwege zijn verjaardag en legde nog eens uit waarom hij geen verschil wil maken tussen sociale en fysieke ergernis. Erik biechtte op dat hij een Facebook account heeft aangemaakt en ik vertikte het om de afwezigen (Patrick en Wim) de eindstand te sms-en. Na drie drankjes verlieten ook Remco, Jan en Sjoerd het café en belandde ik met uitbater André in de achterzaal van Trianon bij een intiem concert van Jan Vayne. Een waanzinnige waterval van klanken vulde de ruimte. Mijn vooroordeel dat de langharige Vayne een toetsenvariant van André Rieu zou zijn, werd genadeloos onderuit gehaald. Voor de gelegenheid was zelfs een vleugel gehuurd, weliswaar met inklapbare poten, maar toch. Een weergaloze belevenis in een achterafzaal van een doordeweeks café. Na afloop raakte ik aan de bar verwikkeld in een aangenaam gesprek met een muziekfreak, die mij vertelde dat hij Jan Vayne nog les had gegeven, een jaar of tien jaar geleden. Maar Jan had geen balgevoel.  

 

Mijn gesprekspartner knipoogde. Hij was tennisleraar.

Paul