11 januari 2011

NEC – Uni ZVV 4

 

Zes plus Jan

 

De laatste (en enige) keer dat we kampioen werden, is 17 jaar geleden. Toen nog als Uni ZVV 4. De enigen die nog over zijn van dat team, zijn Jan en ik. Samen zijn we bijna honderd.

 

Jan is, voor zover ik weet, altijd de oudste geweest. Dat is me eigenlijk nooit zo opgevallen. Toen we kampioen werden, was Jan nog een dertiger en in de kracht van zijn leven. De rest moet dan wel ontstellend jong zijn geweest, misschien wel zo jong als onze tegenstander van afgelopen dinsdag, onze verre opvolgers van Uni ZVV 4. Toch was Jan ook nog student, althans, zo stond hij ingeschreven. Maar Jan heeft zijn scriptie (over Alzheimer) nooit afgemaakt, en op een gegeven moment gingen de ontwikkelingen in zijn vakgebied sneller dan hij het kon bijhouden. Hij liet zich daarom omscholen in de logistiek, heeft daar een blauwe maandag een baantje in gehad, maar vond uiteindelijk zijn verlate toekomst in de ICT. De laatste maanden wordt binnen ons team overigens openlijk getwijfeld of hij daarin echt werkzaam is. Jan beweert al jaren dat hij bezig met het opzetten van een website voor ons team, maar we hebben nog steeds niets gezien...

 

Jan is individueel en sociaal tegelijk, en heeft het zeldzame talent om jong te blijven. Er schuilt een groot kind in Jan, dat zich hardnekkig verzet tegen pogingen van de boze buitenwereld om hem in een keurslijf te persen. Niet dat Jan zo’n wild en flamboyant leven leidt, integendeel, maar hij kiest zijn eigen weg en is daarin eigenwijs en authentiek. Jan houdt van structuur, maar wel een structuur die hij zelf heeft opgebouwd.

 

Ondertussen is Jan altijd blijven voetballen. Waar de oudere generatie op een bijna natuurlijke wijze is afgevloeid, bleef Jan gewoon doorgaan. Weliswaar met steeds meer pijntjes, kwaaltjes, griepjes en andere ongesteldheden, waardoor Jan tegenwoordig vaker afzegt dan meespeelt en we onze selectie dan ook wijselijk hebben uitgebreid naar 10 man. Of Jan meedoet of afzegt is zo onvoorspelbaar, dat we hem meestal bij voorbaat niet meerekenen. ‘Hoeveel man hebben we vandaag? Zes plus Jan.’

 

Maar als Jan er is, is hij er voor de volle honderd procent. Van pijntjes en kwaaltjes is op het veld niets te merken. Jan is een voetballer die het verdedigen tot kunst heeft verheven. Hij kan zich helemaal vastbijten in een tegenstander. Jan blokt afstandschoten, doorziet een-tweetjes, geeft op het juiste moment rugdekking en is in het duel onpasseerbaar. En maakt eigenlijk nooit fouten. Gek worden ze ervan, die tegenstanders. Ook afgelopen dinsdag, tijdens de topper tegen Uni ZVV 4, was Jan een van de besten van het veld. Zonder de verdedigers Wim en Gerard rustte er een zware taak op hem. Maar Jan hield kranig stand. En scoorde zelfs onze eerste goal, de 1-1. Als een duveltje uit een doosje was hij naar voren gesprongen en prikte een voorzet van Remco met zijn teennagels binnen.

 

Het was ook niet Jans schuld dat we achter kwamen. En eigenlijk was het niemands schuld. We hadden overwicht, meer balbezit en de betere kansen, maar de bal weigerde erin te gaan. Vijf keer paal en lat. En 4-5 verloren.

 

Een van de tegenstanders - een student van Patrick – had de volgende analyse: ‘De engeltjes zaten inderdaad aan het houtwerk geplakt bij ons! Neemt niet weg dat het alle schoten waren buiten de cirkel. UNIZVV 4 heeft een keer of 7 op jullie keeper afgelopen (de grote vriendelijke reus) maar kreeg de bal er niet langs. Geef toe dat onze keeper erg goed was gister. (Wil er wel bijzeggen dat jullie keeper de 1e pot het punt heeft gewonnen.) Een gelijk opgaand duel waar het kwartje beide kanten op kon vallen. NEC had 70% balbezit de 2e helft en Uni ZVV met countervoetbal gewonnen. De gele kaart was het breekpunt in mijn ogen. Door slecht verdedigen werd het nog spannend!’

 

Leuk geprobeerd en zelfs enigszins strelend, maar als analyse toch niet betrouwbaar: die zeven kansen op Sjoerd zijn schromelijk overdreven en de gele kaart voor Remco - met 2 minuten straf - viel toen het al 2-4 was. Dat kan je dus bezwaarlijk een breekpunt noemen. Maar ja, deze analyticus is student en moet nog veel leren.

 

Voor een veel betere kijk op de wedstrijd hebben we gelukkig Jan. Die is oud en wijs en heeft altijd gelijk. Volgens Jan zijn we geveld door domme pech. Dat gebeurt nu eenmaal. Maar in Jans ogen was dit wel een van onze beste wedstrijden van het seizoen. En zo was het ook. We hebben alles in de strijd geworpen: sterke verdediging, dreiging, veerkracht. Geen reden tot zelfverwijt, ook al staan we nu tweede en hebben we het kampioenschap niet meer in eigen hand.

 

Bekomen van de eerste teleurstelling togen we naar Trianon. Met Jan, want hoewel zijn leven wat braver is geworden, is de kroegtijger uit het verleden nog lang niet verzadigd. En ook in het café is Jan een routinier. Jan praat zoals hij voetbalt: nooit het hoogste woord, maar altijd zinvol.

 

Na twee Amsterdammers verdwijnt Jan in de nacht. Morgen gaat weer vroeg de wekker.

 

Paul