5 oktober

NEC-Krayenhof1

 

Veertig plus

Sommigen van ons hebben ooit meegedaan met het cafézaalvoetbal in Nijmegen. Geen idee of dat nog steeds bestaat. Maar vroeger, toen misschien niet alles, maar toch wel veel, beter was, hadden gerenommeerde kroegen als De Rechter, Stretto en De Stoof zaalvoetbalteams, vaak van wisselende samenstelling, die elkaar op zaterdagavond sportief te lijf gingen. Ikzelf heb er niet veel ervaring mee, maar Erik vertelde dat het vaak voorkwam, dat 's middags een veldvoetbalwedstrijd werd gespeeld, de derde helft zeker niet werd overgeslagen, om daarna nog een intensief potje in de hal te spelen.  En dan nog het afpilzen, soms diep in de nacht of vroeg in de ochtend eindigend in Extase of Diogenes. Dit alles zonder al te grote moeite, terugslag of kater.

Voor de meesten van ons zit dit er niet meer in. Een hele zaterdag besteden aan voetbal en bier wordt niet toegestaan door vrouw of kinderen of de kat. Of alle drie tegelijk. De hond moet worden uitgelaten, dat bezoekje bij die vervelende buren, verjaardag van die geinige oom, tripje naar de avondopening van de dierentuin van Amersfoort (bezichtiging van nachtuilen en nachtpauwogen), kortom geen tijd voor twee actieve sportactiviteiten op één dag. En het lijf wil dat ook niet meer. Voor Jan's lichaam is één potje voetbal al een crime en voor de andere veertigplussers, waartoe sinds kort Jeroen ook behoort, beginnen na twee keer 25 minuten voetbal enkel, kuit, hamstring, rug of hart op te spelen. Of alle vijf tegelijk. Uitzonderingen zijn er altijd, wie moeten anders de regels bevestigen? Remco is natuurlijk nog lang geen veertig en heeft nog het lichaam van een jonge god, hoewel hij laatst ook kloeg (ik ben Vriend van het Sterke Werkwoord) dat hij uitgeput was na één potje zaalvoetbal. Dat zullen we maar wijten aan het feit dat een klein Marijntje hem thuis tijdelijk uit de slaap houdt.

Maar de regel wordt echt bevestigd door Erik. Dinsdag speelden we onmenselijk laat in Weurt (Word, zou Sjoerd zeggen) tegen Krayenhof en Erik had er al een hele veldvoetbalbekerwedstrijd van Beuningse Boys op zitten tegen het altijd lastige Woezik. Hij had weliswaar verzocht om in de rust gewisseld te worden, maar door blessures van teamgenoten en wellicht zijn eigen bescheidenheid maakte hij toch de 90 minuten vol. Ondanks een dikke nederlaag en uitschakeling in het bekertoernooi meldde hij zich monter in de NEC-kleedkamer en eenmaal in het veld scoorde hij met een puntertje de eerste goal, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. En dat was het ook, bleek al gauw, want Erik's volgende kans was zijn tweede goal: een bekeken boogschot, waarbij de bal via de lat en de rug van de keeper in het doel belandde. Krayenhof stelde daar twee doelpunten tegenover (rust 2-2), maar, scoorde evenals  in de bekerwedstrijd van enkele weken terug, na de pauze niet meer. Wij wel. Erik voltooide zijn onzuivere hattrick na een goede loopactie en een snel genomen vrije trap van Casper. En Patrick maakte aan alle onzekerheid een eind door 2-4 (1-2tje met, daar issie weer, Erik) en 2-5 (weergaloze actie) te maken. Krayenhof speelde fel, vooral die aanvoerder met dat modieuze (ja Paul) baardje, maar was tamelijk ongevaarlijk en anders was daar steeds weer Sjoerd, die weer ouderwets geconcentreerd zijn doel verder schoon hield. Ondanks het gemis van Paul, Wim en Remco opereerden we als een team in de warme Weurtse hal, waarin het tempo gestaag naar een bedenkelijk WIA4-niveau daalde.

"Welk NEC-team zijn jullie eigenlijk?", vroeg baardmans bij het invullen van het formulier na afloop. "Het eerste, dat kon je toch wel zien!", antwoordde Sjoerd quasi verontwaardigd. Dat waren de laatste woorden die aan deze wedstrijd werden besteed. Want de nazit zat er niet meer in, zelfs niet voor Erik. Het was ook al bijna woensdag geworden. En de lijven wilden niet meer.

Gerard