3 september 2010

NEC – Blauw Wit 5 (beker)

 

Zomer

 

Nooit zo’n vreemde voetbalzomer meegemaakt. Twente kampioen – een slecht teken voor het Nederlandse voetbal, zou je denken, maar ineens redden we het aardig op het WK. We slingeren ons met veel opportunisme - en vooral mazzel - langs gerenommeerde tegenstanders en belanden zelfs in de finale. Maar de euforie blijft uit. Nooit briljant gespeeld, Van Persie en Sneijder een heel toernooi onder hun niveau – terwijl zij toch het verschil hadden moeten maken. Tweede van de wereld, maar zo voelt het helemaal niet. Niet de mooie goal van Van Bronckhorst blijft in het geheugen gegrift, niet de mazzelgoaltjes van Sneijder of de weinige mooie steekpasjes van Van der Vaart, maar die ene actie die de kleur van Oranje voor altijd fletser maakt: de karatetrap van Nigel de Jong. De onbezonnenheid van die actie is al net zo moeilijk te vatten als de finaleplaats zelf. We herkennen ons niet meer terug in het voetbal. Het gebeurt allemaal buiten onze wil, we hebben er geen vat op. De finale kregen we kado, alsof de gymjuf ons heeft voorgetrokken. En waarom? Misschien uit medelijden. De rest van de wereld ziet het allemaal verongelijkt toe. De verontwaardiging galmt nog jarenlang na. Waar trots zou moeten zijn, regeert de schaamte.

 

Een schrale troost: niet alleen het Nederlands elftal heeft gefaald, maar het hele mondiale voetbal. Enkele uitzonderingen daargelaten, zoals Duitsland, Spanje en Mexico, spelen de nationale teams onder het niveau dat je op grond van hun individuele spelers zou mogen verwachten. Afgelopen jaar is pijnlijk duidelijk geworden dat het niveau van de clubteams – met name de eliteteams uit de Champions League – het nationale voetbal totaal heeft overvleugeld. Zo zal AC Milan het nationale elftal van Italië compleet wegtikken, en het Engels elftal heeft geen schijn van kans tegen Chelsea. De vraag is dan ook of je nog wel een EK of WK moet organiseren. Niet voor het voetbal in ieder geval. Hoogstens voor wat nationale sentimenten. Maar ook dat heeft zijn langste tijd gehad, wat mij betreft. Al die treurige pogingen om het nationaal gevoel op te kloppen, met als enige doel om het daarna uit te buiten, het maakt mij steeds treuriger. Alle supermarkten laten in China voor miljoenen euro allerlei overbodige plastic oranjerommel maken, zogenaamd gratis, maar uiteindelijk betalen we dat natuurlijk allemaal zelf. Tragisch dieptepunt is de grappig bedoelde plastic helm van Heineken, met flexibele vuvuzela die je als een duikersslang in je mond kunt stoppen om lawaai te maken. Hoe het ooit mogelijk is geweest dat het meest middelmatige pilsmerk van Nederland zo’n wereldafzet heeft gekregen, is mij een raadsel. Dat dat gepaard gaat met allerlei ultraplatte reclame-uitingen (‘Biertje!’), zegt eigenlijk al genoeg. Het zoveelste voorbeeld van de infantilisering van de maatschappij.

 

Dan maar gekeken naar ons eigen voetbal. Zelf doen is toch altijd leuker dan zien op TV. Helaas hebben we ook hier een dieptepunt meegemaakt. Voor het eerst sinds dertig jaar is het allerleukste voetbalevenement, het jaarlijkse Kopfschmerzentoernooi, niet doorgegaan. Teveel afmeldingen, zo luidde verklaring. De mannen zijn oud, moe, grijs, druk, geblesseerd, bezet, blasé… Tja, nu komt de teloorgang van het voetbal wel heel dichtbij. Dat we fysiek beginnen af te takelen is tot daar aan toe, maar dat we niet meer de moed kunnen opbrengen om gezellig mee te doen aan een toernooi is een vorm van sociaal verval die ik nog niet eerder heb ervaren. Zorgelijk.

 

Gelukkig maakte onze eerste bekerwedstrijd met NEC, afgelopen vrijdag, weer heel veel goed. Met acht man in het veld (en ook in de doorzak) lieten we zien dat bij ons nog geen spoortje is te bekennen van sociaal verval. Dat we met 14-6 verloren van een 4e-klasser, is bijzaak. Dat we op een slapstick-achtige manier een dozijn kansen om zeep hielpen en buitengewoon rommelig verdedigden, doet er niet toe. De grootste overwinning, zo juichte Jeroen terecht na afloop in de kleedkamer, is dat we de wedstrijd blessurevrij zijn doorgekomen.

 

En zo gaan we toch nog met vertrouwen de herfst tegemoet…

 

Paul