30 maart 2010

NEC – SCE 5

 

Voetballers en taal

 

In het verslag van vorige week zagen we hoe krom voetballers kunnen reageren, ondanks of juist dankzij mediatraining. Die reacties zijn meestal het meest interessant bij extreme emoties, zoals een prachtige overwinning of een dramatisch verlies. Alles wat daar tussen ligt, is al snel programmavulling en accentueert op een pijnlijke manier dat voetballers helemaal niets te melden hebben.

 

Dat is bij ons natuurlijk anders: wij zijn mannen van de wereld, we handelen vanuit het gevoel maar denken wel over alles na. Dat geeft ons een voorsprong op de rest van de wereld, nou ja, in ieder geval op andere voetballers. Helaas krijgen we nooit de gelegenheid om onze verbale capaciteiten te etaleren, want er staat nooit een journalist langs de lijn. Sterker zelfs, er staat überhaupt vrijwel nooit iemand naar ons te kijken. Ik ben zo benieuwd hoe wij als NEC zouden reageren, bijvoorbeeld na de afgelopen wedstrijd van de wedstrijd tegen SCE 5. Een paar mannen, zoals Erik en ik, zouden het een mooie wedstrijd vinden met een terechte uitslag. Dat is deels ingegeven door onze zelf gemaakte doelpunten. Eriks goals viel vlak nadat SCE terugkwam tot 4-4, terwijl we eigenlijk veel beter waren. Vanaf de aftrap slalomde Erik vier man voorbij waarna hij de keeper met een heerlijk stiftje passeerde. Nog lange tijd hing een hernieuwe gelijkmaker in de lucht, totdat ik van afstand de bal in de kruising mocht jagen. Met nog één goaltje erbij (7-4) voelde deze overwinning voor de meesten als een opluchting, zo zullen ze ongetwijfeld tegen de journalist hebben verteld. En Sjoerd zal de gelegenheid hebben aangegrepen om zijn zelfverzonnen grap wereldkundig te maken:

 

Je zou maar als Engelsman 'Steven Paul' heten en dan in de Achterhoek gaan wonen…

 

Ja, dat is lachen. Maar stel dat we deze wedstrijd zouden verliezen en dan plotseling een microfoon onder de neus gedrukt krijgen? Sjoerd en Casper zouden er een krachtterm uitflappen - klote - en zwelgen vervolgens in zelfkritiek. Patrick buigt het hoofd nog dieper dan in de wedstrijd en zoekt de schuld vooral bij de onsportiviteit van de tegenstander. Hij krijgt daarin bijval van Erik, die eigenlijk weet dat zijn eerste reactie teveel wordt ingegeven door de emotie van het moment. Jeroen moppert wat, maar vindt al snel weer houvast bij een aantal relativerende opmerkingen. Remco houdt zich wat op de vlakte en denkt – volledig onterecht – dat zijn eigen spel benedenmaats is. Alleen Jan en Gerard bezien de wedstrijd met panklare analyses die misschien niet helemaal kloppen, maar in ieder geval consistent klinken. Gerard maakt daarbij de meest gewichtige en uitgebalanceerde indruk: hij houdt het hoofd een beetje scheef, kijkt een beetje naar boven, tuit de lippen om zijn woorden zorgvuldig af te wegen en begint met een langgerekt en relativerend ‘Nou,…’ Dan weet je het wel. Gerard gaat gelijk krijgen.

 

Jammer dat we eigenlijk nooit naar elkaar luisteren.

 

Paul