22 maart 2010

NEC – UniZVV 3

 

Schwalbekoning

 

Het Taalcentrum van de Vrije Universiteit heeft voetballers van het Nederlands elftal geanalyseerd op spreekvaardigheid. Per speler zijn drie interviews beoordeeld op taalgebruik, helderheid en argumentatie. Het zal niemand verbazen dat de spelers tamelijk slecht uit de test kwamen. Enkele resultaten: Van Bronckhorst – nota bene onze aanvoerder – bezigt het meest vaak de ‘uhh’, Heitinga gebruikt de meeste stopwoordjes zoals ‘nou ja goed’ en Huntelaar, Elia en Van der Wiel spreken het meest monotoon. Verder worden ‘zij’ en ‘hun’ vaak verwisseld – in het beste geval een hommage aan Johan Cruijff, maar ik ben bang dat we hier toch te maken hebben met pure domheid.

 

Het moet voor de onderzoekers een waar genot zijn geweest. Voetballers zijn over het algemeen niet de slimsten, en ondanks intensieve mediatraining doen ze weinig moeite om dat te verbergen. De analisten liggen dan ook helemaal dubbel als ze de zoveelste voetbalmiljonair horen praten over ‘je’, terwijl ze zichzelf bedoelen. ‘Ja, dan krijg je een goede kans en dan schiet je hem er niet in.’ (Ik ben er van overtuigd dat dit is begonnen bij Dennis Bergkamp. Hij was de eerste die nooit over zichzelf sprak in de eerste persoon. We hebben veel goeds te danken aan Bergkamp, maar dit is duidelijk een dikke min, want deze taalvervuiling krijgen we nooit meer weg, net als de meest erge taalkronkel aller tijden: ‘Ik heb zoiets van…’ Voetballers die dat zeggen, moeten meteen worden ontslagen. Stel je voor dat Van der Sar een interview sputtert: ‘I have something like I can stop this penalty,’ of Robben op z’n Duits: ‘Ich habe so etwas von wir können gegen Stuttgart gewinnen.’ )

 

Positieve uitzondering in het onderzoek is Mark van Bommel. Van alle voetballers in het Nederlands elftal heeft hij het meest verzorgde taalgebruik, formuleert het meest adequaat, is heel relaxed in zijn antwoorden en overtuigend in zijn argumentatie. Zo kan het dus ook. Maar helaas is dat een uitzondering. De meesten zitten gevangen tussen de eerlijkheid van spontane opwelling, het gebrek aan vocabulair en de ijzeren klem van mediatraining, waardoor hun antwoorden beperkt blijven tot krom en zielloos gehakkel.

 

Soms, heel soms, wordt de taal verrijkt met nieuwe voetbalwoorden. Scorebordjournalistiek is zo’n prachtig voorbeeld, naast raadselachtige vaktermen als doordekken en knijpen. (Heel ernstig is het lelijke binnenschieten, waarmee ‘scoren’ wordt bedoeld – pakweg tien jaar geleden overgewaaid uit België en merkwaardig genoeg meteen overgenomen door alle televisiecommentatoren.)

 

Afgelopen maandag, in de wedstrijd tegen UniZVV 3, hoorde ik een mooi nieuw woord: Schwalbekoning. Dat kwam uit de mond van een UniZVV-er, nadat hij mij met een enorme duw tegen de grond had gewerkt. Op de vraag of hij het verschil niet wist tussen zaal- en veldvoetbal, snauwde hij mij dat nieuwe woord toe. Nu ben ik tijdens het voetballen de eerlijkheid zelve en zal nooit een Schwalbe maken – sterker zelfs, ik heb in mijn hele voetballeven nog nooit een gele kaart gehad, dus ik kan met een gerust hart zeggen dat zijn beoordeling van de spelsituatie geen correcte weergave is van de werkelijkheid. Nu wordt ik ook zelden boos op een tegenstander, maar dit was duidelijk het moment om daar een uitzondering voor te maken. Toen ik de UniZVV-er – laten we hem voor het gemak Eikel noemen – met zijn dubieuze houding confronteerde, werd het alleen maar erger. Eikel zei dat hij mij nog wel zou pakken, en zette zijn woorden kracht bij door wederom veel te hard in te komen. De scheids – Harry Jung – hield zich letterlijk doof voor deze uitwassen.

 

Gelukkig haalde Eikel met zijn wangedrag zichzelf en zijn hele team uit de wedstrijd. Het hoogste UniZVV-team uit onze poule kon totaal geen potten breken. Patrick opende de score met een vlammend schot in de kruising, Wim verdubbelde de stand na een mooie sleepbeweging. Een tegengoal vlak voor rust bracht geen paniek. Via Patrick, Erik en Remco rolden we gemakkelijk uit naar een 5-1 zege.

 

Na afloop bleek Eikel een bekende te zijn van onze Erik. Eikel heeft training gegeven aan Eriks zoon Jari bij Union D1, vandaar. Vanwege onduidelijke redenen is Eikel gestopt met training geven, nadat hij ook als trainer van het eerste van Union is ontslagen. Eikel is dus gefrustreerd. Tja, dan wordt het allemaal wel verklaarbaar, en ook heel erg cliché. Zal ik daar eens een nieuw woord voor verzinnen? Uitlaatkleppenvoetbal. En Eikel is daarin de Frustokeizer.

 

Paul