16 maart 2010

NEC – UniZVV 5

 

Tijd

 

Die bril, die snor! De reacties op  Gerard’s uitnodiging spreken boekdelen. De fotootjes laten zien hoezeer een mens in de loop van de tijd verandert. Van een lieve, naïeve baby tot een …, vul zelf maar in. Anderzijds is het voor de goede observator duidelijk: op alle foto’s staat onmiskenbaar Gerard en niemand anders. Bepaalde kenmerken en eigenschappen horen een leven lang bij iemand, hoe dat leven er ook uit ziet en wat er ook gebeurt. Zoals je niet opeens een andere kleur ogen krijgt, zal een aantal karaktertrekken je leven lang onderdeel van je zijn. Dat wil niet zeggen dat een mens niet verandert of kan veranderen. Van uiterlijk natuurlijk (zie de uitnodiging en jeugdfoto’s van ons allen), maar ook van binnen. De manier waarop je met je eigenheid omgaat, wat je daar dus mee doet en hoe je dat in gedrag laat zien, is altijd voor verbetering vatbaar. Starre mensen zijn hier niet toe bereid. Zij missen, volgens mij, zelfreflectie of in ieder geval de bereidheid om die toe te passen. Aan een misverstand, conflict, fout of een andere dwaling hebben zij geen schuld: “Zo ben ik nou eenmaal”, is dan het gemakzuchtige verweer, impliciet veronderstellend dat de ander daarmee maar rekening had moeten houden.

Leeftijd, zoals alle tijd, is een relatief begrip. De tweehonderdsten van een seconde, die Annette Gerritsen in Vancouver scheidden van Olympisch goud op de 1000 meter, zijn voor een marathonloper, ambtenaar of nachtbraker van geen enkel belang. Een sabbatical year lijkt mij een schier eindeloze zee van tijd, terwijl een jaar in de geschiedenis van de aarde, om maar eens een zijstraat van de melkweg te noemen, een knippering van de ogen is. Nou ja, de vergelijking gaat enigszins mank, maar je begrijpt wat ik bedoel. En het was natuurlijk alleen maar een inleiding om te kunnen schrijven: je zou niet zeggen dat die Gerard al 50 is! Nog geen grijs haartje en nog zo jong van geest. Echter, op het zaalvoetbalveld (is dat een woord?) gaan de jaren wel degelijk tellen. Mede door de hartproblematiek stoomt hij niet meer door de hal als in zijn jongere jaren en zijn acties beperken zich tot dienstbaar optreden: verdedigen, soms zelfs keepen, kaatsen, gaten trekken en weer dicht lopen.

 

Vandaar dat zijn eerste balcontact in de wedstrijd tegen UniZVV insloeg als een bom. Net over de middenlijn kreeg hij de bal op links aangespeeld. Hij speelde zijn tegenstander de bal tussen de benen door (panna heet dat tegenwoordig;  wij zeiden bij Hercules Zutphen altijd “beentjes” en we werden geacht even triomfantelijk de vuist omhoog te steken), als in zijn beste jaren ten tijde van het 15e fotootje. Onze verse vijftiger ging alleen op het vijandelijke doel af en verschalkte de keeper met een laag schot in de korte hoek. Helaas stond de paal een doelpunt in de weg, maar het onheil was al aangericht. Ons hele team was van slag en ook tegenstander en scheidsrechter deden die avond de vreemdste dingen. Gelukkig was het kwaliteitsverschil dusdanig dat er een reguliere 5-2 na afloop op het scorebord stond (doelpunten van Erik, Casper en  Patrick 3). De mooiste goal werd gescoord door Casper, die een hoekschop van Erik achter het standbeen langs tot doelpunt promoveerde, maar de scheids had gezien dat Erik de bal twee millimeter te ver in het veld had neergelegd. Tsja.

Zo is het een verslag geworden dat voornamelijk over mezelf gaat. Dat is niet echt mijn stijl, maar ach, als je vijftig bent mag je je misschien wel iets meer veroorloven. En trouwens, bescheidenheid hoort minder en minder bij mij. Ik verander nog steeds, je bent gewaarschuwd.

Gerard