2 maart 2010

NEC – Krayenhoff 1

 

IQ

 

Op de Nederlandse televisie wordt een quiz uitgezonden die QI heet. Vier cabaretiers beantwoorden onzinnige vragen, die gesteld worden door schrijver Arthur Japin, op een zo onzinnig mogelijke manier. Dat is de bedoeling, immers, QI is het omgekeerde van IQ. De kandidaten behalen, geloof ik, vaak meer minpunten dan pluspunten en Diederik van Vleuten eindigde een keer op -31. Maar het gaat om de lol natuurlijk, intelligente lol. Ook hier is de Nederlandse versie een slap aftreksel van de Engelse quiz met dezelfde naam, maar deze wordt dan ook gepresenteerd door de onvolprezen Stephen Fry. Als je zijn documentaires hebt gezien, waarin hij in een Londense cab door alle staten van de USA reist, weet je genoeg. En natuurlijk de komische serie met Hugh Laurie, die zijn naam naar mijn mening nu te grabbel gooit in ‘House’. Even terzijde: de twee waren ook te zien in Blackadder, waarin Rowan Atkinson dat infantiele gedoe van Mr. Bean ruimschoots overtreft.

 

Aan de bar kwamen Paul en ik tot de conclusie dat wij allebei een bovengemiddeld IQ hebben. Nee, niet innamequotiënt, maar de mentale eigenschap die verwijst naar functies als begrijpen, inzien, leren en doorgronden, intelligentie dus. Bij metingen in het verleden verricht zaten we beiden boven de 140, Paul nog een stukje hoger tot mijn spijt. Daar snap ik niks van. Ik denk dat meer spelers van onze ploeg hoogbegaafd zijn, een kwalificatie die tegenwoordig te pas en te onpas aan onbegrepen of onbegrijpelijke kinderen wordt toegeschreven. Het lijk me dat het gemiddelde IQ van ons team ruim boven het landelijke gemiddelde van voetbalploegen ligt. En dan reken ik alles mee: zaal- en veldvoetbal, vrouwenvoetbal, beachsoccer, naaktvoetbal, blaasvoetbal, Universiteitsbibliotheekploegen, maar ook teams als Noviomagum 4, Hatert zat.1 en, puttend uit mijn eigen verleden, De Hoven 3 en Zutphania (alle teams).

 

In Nijmegen behoren de teams Krayenhoff sinds jaar en dag tot de schopploegen met een record aantal rode kaarten, schorsingen en uitsluitingen uit de competitie. De meeste spelers uit deze teams zijn zich er niet van bewust dat ze überhaupt een IQ hebben en gebruiken hun hersenen hooguit voor het onderscheid tussen de aan- en uitknop van de lopende band. Prima, maar waarom deze gasten ieder weekend op een willekeurig knollenveld een paar tegenstanders ongelukkig moeten schoppen en daar nog de nodige bevrediging uithalen ook, is een groot raadsel. Nu is het uiteraard niet zo dat mensen met een hoog IQ in of buiten het veld per definitie wel goed functioneren. Daar zijn eigenschappen voor nodig die we kunnen scharen onder de noemer EQ: emotionele intelligentie. Empathie, zelfkennis, sociale vaardigheden, vermogens die in NEC 1 ook bovengemiddeld vertegenwoordigd zijn. Interessante vraag is natuurlijk wie het NEC-EQ-gemiddelde omhoog, dan wel naar beneden haalt en wie dat dan vindt. En ook hoe dat zit met het NEC-IQ. Daar zouden we ons misschien bij een volgend uitstapje mee bezig kunnen houden.

 

Maar goed, Krayenhoff dus. Onze tegenstander bestond vreemd genoeg uit een stelletje tamelijk slim ogende jonge jongens, die echter wel wat fysiek geweld in de strijd gooiden. Vooral die aanvoerder met die krullenbol en dat laffe baardje. De scheids was behoorlijk onder de indruk van de reputatie van Krayenhoff en wuifde, bang voor zijn eigen hachie,  de meeste overtredingen weg. Wij bleven natuurlijk rustig en beslisten dit gevecht in ons voordeel middels intelligente combinaties, slimme steekpassjes en bekeken doelpunten. Het werd 5-2, maar het scoreverloop en de doelpuntenmakers ben ik vergeten. Dat heeft niets met intelligentie te maken, maar met ouderdom en een daarmee gepaard gaande afnemend geheugen. Of toch weer met die vermaledijde drank.

 

Gerard