24 november 2009

NEC – Morado CF2

 

Mooie woorden

 

Sommige woorden zijn zo mooi dat je ze wilt omhelzen. Morado is zo’n woord. Prachtig. Meteen als je het ziet, klinkt het vertrouwd. Geen letter teveel, maar toch ook vloeiend en spannend uitheems, een heel Spaans gedicht in een enkel woord. Mo-ra-do. Eigenlijk hebben mooie woorden geen betekenis nodig, maar je komt er meestal toch niet onderuit. Morado betekent paars en de Spaanse kolonisten in Zuid-Amerika hebben er ook een boom naar vernoemd. De boom staat in andere landen bekend als Bolivian rosewood, zapatero (niet te verwarren met de premier van Spanje), koroborelli, tananeo, nazareno, roxhino, pau violeta, quicava, of op z’n Nederlands: purperhart (ook al zo mooi). Het hout van de morado varieert van geel-bruin tot roodachtig paars en is vooral geliefd bij de makers van gitaren.

 

Morado is ook een studentenzaalvoetbalvereniging. Een hele jonge, want ze zijn dit seizoen pas gestart, met vier mannen- en een vrouwenteam en kennelijk ook een taalminnend bestuur. Voluit heten ze Morado CF, waarbij CF heel stoer staat voor Club de Futsal, keurig consequent in het Spaans. Alleen jammer dat er in Nederland geen futsal meer wordt gespeeld. Juist sinds dit seizoen heet ons spelletje weer gewoon zaalvoetbal. Maar goed, Morado voetbalt en is tegelijk ook een soort gezelligheidsvereniging. Ze vinden studentenzaalvoetbalvereniging UniZVV te onpersoonlijk, een verzameling eilandjes, dat willen ze bij Morado anders doen. De sociale integratie gaat hier dwars door alle teamverbanden heen. Dat klinkt goed. Maar als je afstudeert en geen student meer bent, mag je geen lid meer zijn. Gezelligheid kent zijn grens.

 

(Ook NEC is geen gezelligheidsvereniging. Ik denk dat onze spelers geen idee hebben of NEC nog andere zaalvoetbalteams heeft.)

 

Van een Spaanse furie bij Morado is op het veld weinig te merken. Wel dragen de spelers paars, zij het dan alleen qua kousen, want de rest van het tenue is blekerig blauw. De gezelligheid namen ze - in de vorm van twee studentes - mee naar de reservebank, dus dat zit wel goed. Ook voetballen deden ze wel aardig, maar wat ze missen, is ervaring. Hun jeugdige enthousiasme liep vast op ons positiespel, stugge verdediging en vlijmscherpe counters. Ons nieuwe wapen heet geduld, daar konden zij weinig tegenover stellen. Individueel aardige voetballers, maar tactisch nog niet slim genoeg. We mochten de bal rond blijven tikken, en dat doen we tegenwoordig niet alleen beter dan de meeste tegenstanders, maar ook beter dan een paar jaar geleden. Gevolg is dat we tegenstanders soms helemaal van de mat spelen, zoals de legendarische wedstrijd tegen SCE 7 (16-1). Ook Morado had uiteindelijk geen schijn van kans (6-1). Hoogtepunt van de wedstrijd was trouwens een aanval van Morado, waarbij een speler de bal op de hak nam en in een sierlijk boogje over zijn man krulde, waarna hij de bal weer oppikte en meteen op goal schoot. Die actie oogstte ook bij ons spontaan applaus. Jammer voor hem lag Sjoerd voor de zoveelste keer een doelpunt in de weg.

 

De mannen van Morado dropen af, maar konden zich gelukkig de rest van de avond amuseren met hun dames – misschien wel tijdens een van hun beruchte Proud to be Purple feestjes. Wij doen het al jaren met een beschaafde afzak in Trianon, waar weer flink wat oude en nieuwe thema’s opborrelden. Bijvoorbeeld deze: moeten Nederlandse bondscoaches contractueel worden verplicht om in oefenwedstrijden zoveel mogelijk spektakel te bieden? Al jaren zijn oefenwedstrijden teleurstellend slap en bieden niet de kwaliteit die je van het Nederlands elftal zou mogen verwachten. Van de andere kant: de bondscoach kan er toch ook niets aan doen dat er rond elke wedstrijd een mediahype wordt gecreëerd en de commerciële belangen tot elke vierkante centimeter van het beeldscherm uitgebuit? In het heetst van de discussie kwam Paul Depla het café binnen, volgens Erik de mogelijke nieuwe voorzitter van de KNVB. Wij wilden hem deze kwestie daarom wel eens voorleggen, maar onze wethouder Ruimtelijke Ordening keek veel te somber om te worden aangesproken. Hij zat bedrukt en nerveus bellend aan een tafeltje met zijn coladrinkende secretaresse, tikte drie Leffes achterover en verdween geruisloos in de nacht. Pas later begreep ik dat diezelfde avond het stadsbestuur na een urenlange crisisvergadering was opgestapt. Depla was de dupe geworden van een machtspolitieke manoeuvre van zijn eigen partij, de PvdA, die heulde met de oppositiepartijen in de gemeenteraad. In de steek gelaten door partijgenoten, nog alleen bijgestaan door zijn trouwe secretaresse, dronk hij eenzaam en verbitterd in Trianon zijn roemloze afscheid van Nijmegen weg.

 

De Spanjaarden zouden zeggen: acabado, afgelopen, over en uit. Ook weer zo'n prachtig woord, krachtig en melodieus tegelijk, rigoreus maar ook hoopgevend. Dat moet voor Depla toch weer een hele troost zijn.

 

Paul