3 november 2009

NEC – SCE 5  7-0

 

Herfst

 

Eindeloos gutst de regen op een tot voetbalhal omgebouwde loods. Gelukkig spelen we binnen, grappen we nog voor de wedstrijd. Maar zelfs daar zijn we niet veilig. Druppels water dringen binnen in de loods, kruipen langs de muur omlaag en ballen zich samen tot een natte gladde plek. Een poetsdame komt binnen en ontfermt zich met een enorme stofzuiger over de plas. Lawaai dat pas opvalt als het verstomt. Het is herfst, en dat zullen we weten ook. De Mexicaanse griep waart rond in Oekraïne, Obama’s glans begint te verbleken en het voetbal in Nederland verkeert in een crisis. Dat is ook in onze poule merkbaar: het niveau is duidelijk gedaald. En daar profiteren wij van, want wij zijn in alles trager, dus ook in trends. Ziedaar, het is jaren geleden dat wij zo hoog stonden: gedeeld tweede, met een aantal relatief makkelijke wedstrijden voor de boeg. Maar wat is makkelijk als je met een blauw oog rondloopt door een vijandelijke elleboog in het weekend? Of als het tijdens het warmlopen bij de eerste pass weer in je bovenbeen schiet en niet eens genoeg hebt gezweet voor een douche? Gelukkig kunnen we bouwen op een flink aantal ingeslepen gewoontes – tactiek is ons vreemd – en soms zelfs op een zekere mate van onverzettelijkheid. Dan stoomt Gerard ondanks zijn steeds robuustere omvang naar voren, kapt Jeroen fit en sierlijk om zijn as en drijft onvermoeibare Erik met zijn puntertjes de keeper tot waanzin. Zelfs Patrick speelt de bal af en toe terug, de verdedigers mogen scoren en Sjoerd houdt schijnbaar moeiteloos zijn doel schoon: 7-0. (Onwetend van deze collectieve oprisping zit Jan jarig te wezen in een eetcafeetje in de druilerigere binnenstad, zich geen raad wetend met het alsmaar uitdijende verleden.)

 

Hoe goed zijn we eigenlijk? Alles is een kwestie van perspectief: een topper uit de derde klasse keldert in de tweede klasse al snel tot schlemiel van de competitie. Het is net als in het echte leven: soms kom je er achter dat je je eigen buurman bent ontstegen, omdat je verder bent in de ontwikkeling. Maar soms ook raast de wereld aan je voorbij, zonder dat je bij machte bent om aan te klampen. Dan weet je na drie keer uitleg nog steeds niet het verschil tussen hyves en twitteren, voel je na afloop van de wedstrijd allerlei pijntjes die je normaal nooit had en zie je in het café allerlei mensen met wie je ooit wel iets had gewild, als je het allemaal over zou mogen doen. Maar je raakt nu eenmaal steeds meer bekneld in je eigen wereld. Vaker dan je lief is, wordt saaiheid aangezien als bescheidenheid, en besluiteloos als verstandig.

 

Maar het ergste van alles is de druilende donker wordende tastbare herfst, en het besef dat er weer een zwoelvolle zomer als zand door je vingers is geglipt.

 

Paul