29 september 2009

NEC – UniZVV 3  3-2

 

Veteranen

 

Twee weken geleden wierp ik een balletje op door te suggereren dat de sleutel tot het pure sportplezier te vinden is bij het vrouwenvoetbal. Ik kreeg aardige reacties (Patrick: ‘Mijn vrouw gaat ook niet voor het spel, maar voor de knikkers’), maar geen ultiem antwoord. Deze keer wil ik het vraagstuk nog wat verdiepen: is het ook een kwestie van leeftijd?

 

Afgelopen weekend deden Gerard en ik mee aan het veteranentennistoernooi van Rapiditas. Het heerlijke nazomerweer kleurde de sfeer in vrolijke pasteltinten. Tijdens zo’n toernooi kom je van allerhande spelers tegen, zoals een anesthesist van de Radboud en de directeur van bibliotheek De Mariënburg. De laatste wedstrijd van het Rapiditastoernooi stonden we op de baan tegen een taai koppel grijsaards dat werkelijk rende op elke bal. Onze zaalvoetbalconditie gaf uiteindelijk de doorslag en leidde ons naar de overwinning, niet alleen van de partij maar ook van het toernooi. De sportiviteit en het spelplezier van onze tegenstanders gaf maar weer eens te meer aan hoe leuk sport kan zijn, ook als je wat ouder bent. Eén van de twee tegenstanders, Theo Vermeulen, was 71 jaar en sportte nog een paar keer per week. Eind jaren vijftig speelde hij in het eerste van NEC, bij de profs, tot hij op zijn 21e van een ladder viel en een ruggenwervel brak.

 

Benieuwd naar details van het verhaal, heb ik thuis gezocht naar gegevens over hem in de twee standaardwerken over NEC, De Historie van NEC en Hillemuil NECS. Theo is geboren op 17 juli 1938 (mijn verjaardag! – even rekenen: 26 jaar ouder), en speelde van november 1956 tot januari 1960 bij NEC. Het waren de eerste, roerige jaren van de profcompetitie in Nederland, waarbij niet iedereen meteen een contract kreeg. De eerste jaren speelde Theo als amateur, samen met toen al beroemde profs als keeper Theo Janssen en spits Rein Bosch, met wie wij veel later nog vele genoeglijke momenten hebben meegemaakt aan de bar van de NEC-kantine. Theo kreeg in het seizoen 1959-1960 een profcontract, maar keerde door zijn ongeluk niet meer terug op het hoogste niveau. Zijn contract werd niet verlengd. In totaal speelde Theo 9 wedstrijden voor NEC en maakte 1 goal.

 

Theo Vermeulen

Na zijn NEC-avontuur ging Theo Vermeulen spelen bij SCH. Hier een foto uit het seizoen 1960-1961, met linksonder Theo Vermeulen. Naast hem Benny Werts, die later ook bij NEC zou spelen.

 

 

Hoe groot was het contrast met de wedstrijd tegen UniZVV, afgelopen dinsdag. De tegenstanders waren niet 25 jaar ouder, maar 25 jaar jonger. In die leeftijd is het plezier in de sport misschien wel aanwezig, maar ligt nog verstopt onder een dikke laag onzekerheid en groeistuipen. Een van de belangrijke voorwaarden voor plezier in de sport is zelfbewustzijn. En dat bewustzijn groeit met de jaren. Tenminste, bij sommigen.

 

Degene die in ieder geval weinig zelfbewustzijn heeft, is de aanvoerder van UniZVV. Weliswaar hun beste speler, en ook de minst jonge, maar daar houdt het ook mee op. Van te voren mopperde hij al toen er geen scheidsrechter was – en wij als thuisspelende ploeg ook niet van plan waren om daarvoor een speler op te offeren. Gevolg is wel dat wij 10 minuten te laat begonnen. In een gelijkopgaande strijd kwam UniZVV voor met 1-0, maar al snel maakten we gelijk, dankzij een uitstekende steekpass van Erik op Patrick. Door een mooie combinatie nam onze tegenstander vervolgens weer de leiding, en enkele malen wist onze gelegenheidskeeper Wim een nog grotere achterstand te verhinderen. UniZVV verschuilde zich in een Kratjes- verdediging, in een soort handbalopstelling, waar we maar moeilijk doorheen kwamen. In de tweede helft lag de strijd wat opener, waardoor aan beide zijden meer kansen ontstonden. Na een goal uit een strakke hoekschop van Patrick op Remco (2-2) werd de strijd feller. De aanvoerder wierp daarbij enkele keren zijn hele gewicht in de schaal, wat uiteraard tot verontwaardiging en discussies leidde. Ook hun keeper was niet helemaal bezig met het eerbiedigen van de zaalvoetbalregels toen hij tot twee keer toe buiten zijn strafschopgebied een uitbraak onderschepte met een sliding. En er was geen scheidsrechter om hem daarvoor twee minuten het veld uit te sturen. Dat wij in de laatste minuut de winnende 3-2 maakten, na een prachtige kaats van Remco op Erik, was daarom pure gerechtigheid.

 

Na afloop mopperde de aanvoerder naar iedereen die het horen wilde: ‘Elke keer dat we tegen jullie spelen, is er geen scheidsrechter. En elke keer is er gedonder.’ Tja, hoe zou dat nu komen? De jaren des onderscheids nog niet bereikt? Nog niet het verschil ontdekt tussen zaal- en veldvoetbal? Nog niet de verantwoordelijkheid kunnen dragen over de gevolgen van het eigen gedrag?

 

Nee, dan is het veel fijner om veteraan te zijn.

 

Paul