15 september 2009

NEC – Blauw Wit 4  2-9

 

Competitiestart

 

Eén van de mooiste voetbalmomenten in de afgelopen maanden was het bereiken van de halve finale tijdens het Europees Kampioenschap door het Nederlands vrouwenelftal. Een prestatie van formaat, als je bedenkt dat alleen Manon Melis full prof is, spelend bij Malmö in de Zweedse competitie. De rest is naast voetballer ook student, schooljuf of schoenenverkoopster. Met elkaar hebben ze het vrouwenvoetbal een enorme boost gegeven, dat was hard nodig. (In de VS is voetbal vrouwensport nummer 1, wat gelijk ook de reden waarom het bij de Amerikaanse mannen maar niet wil vlotten. A sport for sissies...). Maar dat is niet het enige bewonderenswaardige aan het afgelopen EK. Wat nog meer opviel: nauwelijks overtredingen, geen schwalbes, geen theatrale pijnkomedies, geen onsportiviteiten, geen tijdrekken, geen smerige trucjes, het was voetbal zoals voetbal is bedoeld.

 

Wat een verschil met het mannenvoetbal! Deze week is ook de Champions League begonnen, en toevallig zag ik de wedstrijd Zürich - Real Madrid met acht gele kaarten. Zelfs het voetbalminnende Real, dat zulke overtredingen niet nodig heeft… Het zijn deels dezelfde redenen waarom ik vanaf de start van deze competitie ben gestopt met veldvoetbal bij UniVV 2. Een fantastisch team met bijzondere mensen, maar aan het mannenvoetbal raak ik maar niet gewend. Ik ben er niet geschikt voor. Het geschreeuw, de getolereerde ruwheid, het gezanik om niks - er heerst altijd een opgefokte, soms dreigende sfeer op het veld. De gemeenschappelijke deler is niet het plezier in het spel, maar de allesbeheersende wil om te winnen, of in ieder geval niet te verliezen. Bij mij werkt dat niet prikkelend en motiverend, maar verlammend.

 

Het ligt natuurlijk ook en vooral aan mijzelf. Ik had moeite om een plaats te vinden in dit voetbalavontuur, gevoelig voor kritiek van teamgenoten. Als laatste man genoot ik wel enige status, maar de verantwoordelijkheid als sluitpost was een jas die mij niet paste. Elk foutje knaagde verder aan mijn zelfvertrouwen. Pas toen ik mij de laatste maanden vrijwillig als linksback liet opstellen, kwam ik eindelijk tot rust. Een man uitschakelen, dat kan ik wel, en dat werd ook beloond met een stroom aan complimenten. Maar om nu voortaan elke zaterdag een rechtsbuiten uit te schakelen, dat is nu niet bepaald mijn levensdoel. Daarnaast is zo’n voetbalwedstrijd ook veel te lang. Al na een half uur begon ik te smachten naar de rust, naar de thee, naar het ophouden van het doelloze gedraaf en geslenter op het veel te grote veld. De lengte van de wedstrijd en de grootte van het veld zijn toegesneden op de ledematen van jongemannen in de kracht van hun leven, niet op die van de stramme spieren van mannen in midlife crisis leeftijd. Eigenlijk zou er voor 40-plussers een competitie moeten zijn op halve velden, met 7 tegen 7. Twee keer een half uur, dat is te overzien. En aangezien zo’n voetbalvariant niet bestaat, werp ik mij hernieuwd en vol overgave op de sport die daar het dichtst in de buurt komt: zaalvoetbal.

 

Bij de competitiestart, afgelopen dinsdag, bleek maar weer eens hoe mooi deze sport kan zijn. Dat lag dit keer niet aan ons, maar aan de tegenstander. Na de twee makkelijke potjes tegen Orion-teams stuitten we op een tegenstander van formaat. Op elk front scoorde Blauw Wit beter: techniek, tactiek, samenspel, conditie, omschakeling, snelheid, schotkracht… Vanaf de eerste minuut liepen we achter de feiten aan. Ternauwernood konden we voorkomen dat op het scorebord dubbele cijfers verschenen: het werd 2-9. Maar wie maalt daar nu over bij zulk mooi spel?

 

Anderen hadden daar wat meer moeite mee, met het verliezen. Ze telden onze schaarse kansen bij elkaar op, trokken de onnodige tegengoals bij de tegenstanders eraf, en ziedaar, er was toch nog wel kans geweest op een gelijkspelletje?

 

Je kunt jezelf natuurlijk voor de gek houden, maar volgens mij werkt dat alleen maar verblindend voor een oprechte waardering van de sport. Leren verliezen, loslaten, ruimte maken voor genieten, doordringen naar de essentie van het voetbal, daar gaat het om. Of verlies je met de gedrevenheid juist ook alle natuurlijke, sportieve drijfveren?

 

Waarschijnlijk ligt het antwoord – zoals bijna alles in het leven – bij de vrouwen.

 

Paul