6 januari 2008

NEC – ESA 2,  2-5

 

Beschaving

 

Eén van de meest irritante trends in de hedendaagse samenleving is het toenemende gebruik van het woord ‘biertje’. Als mensen een ‘biertje’ bestellen aan de bar, geeft dat niet alleen blijk van een ernstige mate van taalvervuiling, maar ook van geestelijke armoede. Laten we even goed kijken wat er eigenlijk wordt gezegd: ‘biertje’ is de verkleinvorm van ‘bier’, de overkoepelende benaming van talloze biersoorten, waarvan ‘pils’ er slechts één is. De barman of barvrouw heeft dus taalkundig het volste recht om de besteller een glas bokbier, Weizen, Kölsch, ale, trappist of geuze voor te zetten. Maar nee, onder aanvoering van Neerlands platte pilscultuur, met de afschrikwekkende massaconsumptieve instelling van Heineken voorop, kopiëren we klakkeloos de zielloze lolligheid van de reclame en noemen we het vorstelijk gerstenat een ‘biertje’. Dat is niet alleen een aanklacht tegen de drank zelf, maar ook tegen onze eigen beschaving.

 

Alsof je in een restaurant komt en zegt: ‘Doe mij maar een vleesje’.

 

Bier was een heikel thema in de mailwisseling voorafgaand aan de wedstrijd. Gerard zou een rondje geven vanwege zijn verjaardag, maar bij nader inzien voelde hij zich ziek genoeg om die plicht te kunnen ontduiken. In die mailwisseling dook het woord ‘biertje’ op. Als de cultuurverarming ook al bij ons zover is doorgedrongen, moeten we toch ernstige vragen stellen bij onze eigen intellectuele vermogens.

 

Behalve Gerard had ook Jan zich afgemeld, waarbij hij werd gefeliciteerd dat hij toch weer een stukje lichaam had weten te ontdekken dat nog niet geblesseerd is geweest. Jeroen was weggeroepen voor een filmklus, dus we speelden met z’n zevenen. Bijna ging het nog mis, want Patrick kwam te laat omdat hij konijnenvoer moest kopen en Remco stond bij de verkeerde zaal te wachten, in Weurt. Gelukkig was ook onze tegenstander te laat, waardoor we onze wedstrijd voltallig konden beginnen. (In de OC Huismanhal bleek dat twee wedstrijden vóór ons iemand van Union door een tegenstander buiten westen was geslagen. Politie erbij, ellende alom. De neergeslagen voetballer was Anton Siedenburg. Je kunt van Anton denken wat je wilt, maar dit gun je niemand. Graag zou ik het wat breder willen trekken: is hier de neerwaartse spiraal merkbaar in onze door ‘biertjes’-cultuur gekwelde beschaving?)

 

De omstandigheden hadden geen invloed op ons spel. We voetbalden goed, misschien wel een van de beste wedstrijden van ons seizoen. Helaas valt dat niet af te lezen aan de uitslag. We stonden nog wel met 2-1 voor (goals van Wim en Remco), maar dat werd door goed spel van ESA omgebogen tot 2-5. Casper bracht nog wat hoop door 3-5 te scoren, maar daar bleef het dan ook bij. De stand had een wat beter aanzien kunnen krijgen als we wat scherper waren geweest in de afronding: maar liefst vijfmaal raakten we paal en lat. Desondanks mogen we tevreden zijn tegen deze jongens: vorige keer werden we met 9-1 van de mat gespeeld.

 

In Trianon schoven we met z’n zessen aan. Godzijdank bestelde niemand een ‘biertje’, maar werden alleen edele biersoorten gedronken: Koninck, Paulaner, Palm en Affligem blond. Na het gebruikelijke geouwehoer ging ieder weer huiswaarts: Erik om zijn schaatsen te slijpen voor een natuurijstocht in Giethoorn, de dag erna, Cas om datumprikker te activeren om nu eindelijk een rondje kroamschudden te regelen, Patrick om de konijnen te voeren en Wim om een les seksuele voorlichting voor te bereiden. Remco was al eerder afgehaakt, om met de routeplanner te puzzelen hoe hij de volgende wedstrijd in de goede hal terecht kan komen. Alleen Sjoerd en ik bleven achter. Prompt stormde een invasie van sjiek uitgaansvolk binnen. Het bleken Hennie Vrienten, Henk Hofstede en Frank Boeijen te zijn, die zojuist hadden opgetreden, met hun gevolg dat overwegend bestond uit goed uitgedoste vrouwen. Sjoerd biechtte op dat hij vroeger een fan was van Doe Maar en buttons droeg van Henny Vrienten. Henny was echter niet geďnteresseerd in ons, maar wel in biertjes en vooral in een knappe Nijmeegse dame die ik nog vaag ken van vroeger. We gingen daarom maar naar huis.

 

Later hoorde ik van André dat Henny Vrienten in de loop van de avond plotseling was vertrokken. Met de Nijmeegse dame.

 

Misschien schrijft hij er ooit nog een liedje over.

 

Paul