22/29 januari 2008

NEC - SCE 2:  1-8

NEC - UniZVV 2:  6-3

 

Communicatie

 

Onlangs is gebleken dat mannen vrouwen minder goed begrijpen doordat mannen moeite hebben met de toonhoogte waarop vrouwen communiceren. Inderdaad kan ik dat als ervaringsdeskundige onderschrijven, maar dan alleen na tien bier en in drukke, lawaaierige kroegen. Bij sommige van zulke nachtelijke gesprekken weet ik echt niet waar mijn gesprekspartner het over heeft, omdat de hoge tonen zich bijna organisch vermengen met de schelle, opdringerige klanken van de euforie. (Waardoor het effect juist tegengesteld is, want het gevoel van gebrek aan communicatie breekt het humeur sneller af dan de euforie kan opbouwen. Maar dat terzijde.) Natuurlijk zijn er ook grote verschillen tussen mannen en vrouwen, dat moet je erkennen en respecteren. Het is echter een interessante vraag of mannen vrouwen beter begrijpen dan dat vrouwen mannen begrijpen. Volgens mij doen vrouwen beter hun best om de indruk te wekken dat ze mannen begrijpen. Mannen zijn daarin soms wat nalatig, wat door de andere sekse meteen wordt geïnterpreteerd als bot, gevoelloos en - erger nog - liefdeloos.

 

Ook het zaalvoetbal zelf helpt niet mee. Het is een mannenwereld. Of eigenlijk niet, want er zijn ook zat vrouwenteams, maar mannen spelen tegen mannen en vrouwen spelen tegen vrouwen, daar is niks grensverleggends aan. Bovendien is het een behoorlijk anonieme sport. Doorgaans spelen we zonder publiek, zonder voetbalvrouwen en dus ook zonder externe aanmoediging en reflectie. We moeten het met onszelf doen, in voor- en tegenspoed. In goede tijden deel je de euforie, in slechte tijden ben je veroordeeld tot elkaar. We hebben geen coach, geen trainer, geen spelverdeler, zelfs geen vaste aanvoerder. We zijn het ultieme voorbeeld van het poldermodel, en tegelijk verafschuwen we dat. In het team is niemand een leider. Ja, tijdens een wedstrijd wordt heel wat geroepen en geschreeuwd, maar niemand trekt zich daar wat van aan.

 

Tegen SCE ging het ook weer zo. Er werd van alles geroepen en geschreeuwd, maar er werd weinig geluisterd. We coachten elkaar de verkeerde kant op, de een wilde op eigen helft verdedigen, de ander wilde vastzetten. Aanvallers tierden dat verdedigers de bal sneller moesten rondspelen, verdedigers klaagden dat aanvallers meer moesten bewegen en vrijlopen. En Sjoerd bulderde over alles wat in zijn gezichtsveld kwam. De nederlaag van 1-8 was zo onthutsend dat niemand zin had in de derde helft, voor het eerst in tien jaar. (Al werkte het extreem late tijdstip ook niet motiverend.)

 

De vraag dringt zich op: is het roepen en schreeuwen een (positieve) vorm van communicatie? Degene die dat het beste weet en daar in het dagelijkse leven ook trainingen in geeft, is Jeroen. Tijdens de volgende wedstrijd, tegen UniZVV 2, was Jeroen tijdens de wedstrijd net als iedereen nogal luidruchtig aan het communiceren. Voor mijn gevoel had dat weinig effect. Integendeel. Jeroen communiceerde zichzelf uit de wedstrijd - of zou hij juist zoveel roepen omdat hij een mindere dag had? Zelfs Sjoerd, onze ongekroonde foeterkampioen, vond dat Jeroen heel negatief was.

Dat vraagt om een verklaring. Mijn theorie: Jeroen speelde slecht en probeerde - bewust of onbewust - door negatieve coaching zijn teamgenoten nog slechter te laten spelen, zodat zijn eigen slechte spel minder op zou vallen. Maar tegen UniZVV ging het stukken beter dan tegen SCE. Juist het omgekeerde was waar: omdat we goed speelden, viel zijn slechtere spel minder op. Als je verliest, zoek je oorzaken. Maar als je wint, zie je veel door de vingers.

 

(Ook tijdens deze wedstrijd ontbrak een coach. Gelegenheidsaanvoerder Gerard nam zijn tijdelijke verantwoordelijkheid bijzonder serieus en maakte een opmerking over een foutje van de strak leidende scheids. De scheids snauwde Gerard meteen af. Gerard besefte dat hij zijn gebrek aan charisma op een of andere manier moest compenseren, wees naar zijn linkerarm en sprak de historische woorden: 'Ja maar, ik ben aanvoerder.')

 

Waarom het coachloos tegen UniZVV wél lukte, is een raadsel. Misschien is er een coach nodig die dat kan analyseren. Maar het voelt wel weer goed, zo'n relatief eenvoudige, degelijke, zuivere 6-3 overwinning. Het lijkt alsof we elkaar voetballend nu plotseling wél begrijpen.

 

Als we het onderwerp communicatie aansnijden in Trianon is het café halfleeg en het geluidsvolume op goed verstaanbaarheidsniveau. Volgens de theorie hadden vrouwen dus makkelijk mee kunnen communiceren. Maar we zijn met mannen onder elkaar en begrijpen elkaar dus zonder dat te hoeven veinzen. We denken er dus even niet aan dat ons onderlinge mannelijke begrip de kloof tussen man en vrouw eigenlijk alleen maar bevestigt. En dat communicatie - of juist het gebrek daaraan - misschien wel ons hele leven beheerst. Nee, daar denken we nu even niet aan. Verleden en toekomst zijn monddood gemaakt, er is alleen hier en nu. En dat is meer dan genoeg.

 

Paul