11 januari 2008

NEC - Beuningse Boys 3:  5-6

 

In het vorige verslag had ik natuurlijk nooit moeten beginnen over sportblessures. En zeker niet over de blessures waar wij zelf het meest aan lijden: spierblessures aan kuit, bovenbenen en hamstrings. Dan roep je het over jezelf af. Al voor de wedstrijd tegen Beuningse Boys bleken zelfs drie van ons te kampen met kuitproblemen: Jan en ik konden nog wel spelen - met de nodige medische hulpmiddelen als spierzalf en zooltjes in de schoenen - maar Jeroen moest verstek laten gaan. En omdat Gerards rug nog niet de vertrouwde souplesse had herwonnen en Wim de laatste zakjes chemo door zijn aderen kreeg rondgepompt, begonnen we met z'n zessen. Zonder scheids, maar met redelijk wat publiek op de tribune, waaronder de halve familie Van Ginkel die op loopafstand van de sporthal woont. De twee gekwetste kuiten hielden het wonderwel goed en ons afwachtende spel betaalde zich uit in een redelijk veldoverwicht. Alleen hardnekkig falen in de afronding - zelfs voor open doel - voorkwam dat we na tien minuten niet met 4-0 voor stonden, maar slechts met 1-0. Door een lullig afgeketste bal werd het 1-1, waarmee ons vertrouwen in een goede afloop een deukje kreeg. Zeer tegen onze zin ging de wedstrijd hierna gelijk op, waarbij we meestal tegen een kleine achterstand aankeken en daardoor gedwongen waren om achter de feiten aan te lopen.

 

In de tweede helft bleven we volharden in het missen van opgelegde kansen, terwijl kleine foutjes in onze verdediging werden omlijst door steeds luider gevloek van Sjoerd, die als in zijn eerst jaren bij NEC weinig onderscheid maakte tussen de begrippen 'coachen' en 'emotioneel ontladen'. Tot overmaat van ramp viel Casper uit met een hamstringblessure (!), speelde de kuit van Jan weer op en kon zelfs Erik het allemaal niet meer belopen. Ons conditiewonder wilde zich uiteraard bewijzen voor zijn vrouw en net-niet-bij-NEC-aangenomen zoon Jari, maar klaagde over zware benen. Onze frustratie richtte zich dan maar op de scheidsrechter, die er dus niet was, waardoor her en der wat beschuldigingen van onsportiviteit de kop op staken. Dat gebeurde vooral twee minuten voor tijd toen Jan tegen de grond werd gewerkt, overigens nadat hij al op goal had geschoten terwijl hij had moeten afspelen op de vrijstaande Patrick. In plaats van een bijna zekere gelijkmaker ontstond er een tijdrovende discussie die de kans op een betere uitslag de grond in boorde. Het bleef bij 5-6.

 

Na afloop bleven de gemoederen verhit, althans bij Sjoerd die een tegenstander zelfs uitmaakte voor mongool. In het profvoetbal zou je daarmee een aantal wedstrijden worden geschorst, maar je hebt natuurlijk wel iets meer recht van spreken als je zelf een Down-kindje hebt. Terwijl Jan in de kleedkamer - tot grote verbazing van Jari - zich ontfermde over een boterham met koude visstick moesten Sjoerd en ik in de zaal nog een oplossing verzinnen voor de afwezigheid van onze voetbalpasjes. Erik trok een sprintje naar huis om te kijken of de voetbalmap naast de wasmachine was blijven liggen, maar de map bleek onvindbaar en Sjoerd kende te weinig KNVB-nummers uit zijn hoofd om het wedstrijdformulier geloofwaardig en reglementair in te vullen. Gelukkig vond hij nog een verdwaald oud formulier in zijn tas, zodat we deze keer goed wegkwamen. Als er een scheidsrechter was geweest, hadden we met terugwerkende kracht niet eens kunnen spelen...

 

Tijdens de nazit in de nep-Tiroolse kantine van Tinnegieter vergastte Casper ons op de fraaiste oneliner van de avond: Wie het boetekleed past, trekke het aan, een ietwat verward-messiaanse uitspraak die aangeeft dat wij niet hebben verloren door onsportiviteit van de tegenstander, maar door eigen falen. Althans, dat is mijn eigen interpretatie. Gelukkig ging het al snel over echt serieuze zaken, zoals een aanvulling op de toch al indrukwekkende lijst met rare blessures uit onze zaalvoetbalgeschiedenis: bilnaadletsel. En Erik heeft de voetbalquiz van de Volkskrant gewonnen, niet zozeer door zijn sublieme voetbalkennis als wel door handigheid met opzoeken op internet. Tot zijn grote blijdschap won hij daarmee geen hoofdprijs - kaartjes voor een vriendschappelijke wedstrijd van het Nederlands elftal, daar wordt je niet vrolijk van - maar een boek met honderd voetbalverhalen. Toen de lokale bevolking van Beuningen zich in het aanpalende zaaltje opmaakte voor een avondje gezellige line-dancing was het hoogste tijd om ons te verplaatsen naar Trianon, alwaar Gerard zich bij het uitgedunde gezelschap voegde voor een stevig gesprek over de gnostische achtergrond van Jezus, het gebrek aan mimiek van EO-presentatoren en het onuitroeibare succes van Elly en Rikkert. Ondertussen doolde Jan met de auto door Nijmegen, op zoek naar onze voetbalmap. Uiteindelijk vond hij de map terug in de OC Huismanhal, waar we hem vorige week kennelijk hadden laten liggen. Euforisch van dit succes dronk Jan aldaar nog een paar welverdiende bieren en maakte enkele vrienden voor het leven.

 

Komt het toch allemaal weer goed.

 

Paul

 

Mooi verslag Paul,

Wil wel laten optekenen dat ik naderhand nog even de kleedkamer van de tegenstander heb opgezocht om mijn verontschuldigingen aan te bieden.  Deze werden goed ontvangen, ook door de speler die ik mongool heb genoemd.

Heb thuis wel zitten balen van deze uitspraak. Bij deze beloof ik plechtig (ook aan Fien, die nu weliswaar niet thuis is maar bij Styntje Buys), dat ik voortaan de tegenstander uitscheld voor andere dingen.

Sjoerd