11 december 2007

NEC - UniZVV 3: 4-6

 

Roem

 

'Spaan geeft punten' is een van de leukste krantenrubrieken over voetbal. In die rubriek becommentarieert Henk Spaan kort en snedig drie mensen binnen de voetbalwereld die positief of negatief zijn opgevallen. Vorige week zaterdag gaf Spaan de ruimste score ooit: een 9,5. Die eer viel ten deel aan het Ajax-talent Jan-Arie van der Heijden. Als zuivere naamgenoot kan ik een gevoel van lichte trots niet helemaal onderdrukken. Zo wordt mijn eigen roemloosheid toch wat ingekleurd, al is dat natuurlijk behoorlijk gekunsteld. Het zou anders worden als Jan-Arie familie blijkt te zijn, maar dat heb ik nog niet kunnen achterhalen. (Maar zo ben ik er wel achter gekomen dat zijn jongere broer Willem-Paul heet, en ik meen dat hij nog een zus heeft met de naam Petra-Corinne. Leuk die dubbele namen, lijkt het alsof je zes kinderen hebt in plaats van drie.)

 

Roem is een raar fenomeen in de voetballerij. Iedereen vindt het prettig en velen raken er zelfs door geobsedeerd. Maar roem heb je zelf niet in de hand, roem is eigendom van het publiek. Het ontstaat door verbazing en bewondering, door Spaan die punten geeft, door televisiemakers en voetbalcommentatoren die vallen in lovende herhalingen. Roem hangt aan de lippen en zet zich vast in de harten, maar is ook vluchtig en vergankelijk. De grootste vijand van roem is vergetelheid. Daarom doet de voetbalindustrie moeite om de roem vast te leggen, zodat hij voor altijd beklijft. Daarom worden er voetbaldocumentaires gemaakt en dikke boeken geschreven over en door beroemde voetballers. Dat gebeurt tegenwoordig zelfs op zo'n grote schaal, dat we in een heuse biografie-inflatie zijn beland. Profileringsdrang uit zich steeds vaker in omvang (met als triest dieptepunt het pas uitgekomen boek over Willem van Hanegem, meer dan 500 pagina's dik).

 

Er zijn ook andere manieren om voetbalroem te vereeuwigen: het vernoemen van straten. Maar in ons land worden straten in principe niet vernoemd naar levende personen. En aangezien de meeste beroemde (ex-)voetballers nog leven, zul je ze ook niet terugvinden in het stratenboek. (Wat overigens ook kan betekenen dat overleden voetballers niet beroemd zijn geweest, of hun roem alweer zijn kwijtgeraakt). De enige uitzondering op deze ethische regel is een laan in Groningen die vernoemd is naar Piet Fransen, een - mij onbekende, daar heb je het weer - plaatselijke beroemdheid die kennelijk nog in leven is. Voor de rest hebben we in Nederland maar een handjevol beroemde-voetballer-straten: de Rinus Michelslaan en Bep Bakhuysstraat in Amsterdam, de Aad Mansveldstraat in Den Haag en de Tonny van Leeuwenstraat in Groningen. Levende ex-voetballers moeten genoegen nemen met minderwaardige vormen van infrastructuur, zoals bruggetjes in het park waar vroeger De Meer stond. Die bruggetjes zijn vernoemd naar spelers uit het sterrenteam van Ajax uit het begin van de jaren '70: Sjakie Swart, Gerrie Muhren, Johan Neeskens, Ruud Krol, Barry Hulshoff, Wim Suurbier, Arie Haan, Horst Blankenburg, Piet Keizer, Heinz Stuy, Johan Cruijff en Velibor Vasoviš. (Alleen Vasoviš zou een straatnaam mogen krijgen, want die is als enige overleden.)

 

Het zal dus nog wel een tijdje duren voordat Jan-Arie van der Heijden een eigen straatnaam krijgt: eerst beroemd worden en - minstens zo belangrijk - daarna doodgaan. Gelukkig voor hem komt de naam Van der Heijden al flink wat voor op de Nederlandse straatnaamborden, 27 keer om precies te zijn. De meeste van die straten zijn vernoemd naar de uitvinder/schilder Jan van der Heijden, maar er zijn ook die verwijzen naar een generaal (Karel), een burgemeester, een baron, ene Fons, een pastoor en een professor (nota bene bij mij om de hoek). Toeval of niet, er ligt ook een Van der Heijdenstraat in de woonplaats van Jan-Arie, Schoonhoven. Dat zal hem goed doen.

 

Meeliften op de beroemdheid van naamgenoten: het is niet helemaal zuiver, maar het geeft wel een fijn gevoel. Wat dat betreft ben ik van ons team veruit het meest gefortuneerd. Jeroen (Reijnders) heeft 'slechts' 12 straten van naamgenoten, waar onder een Albert, Jac, Wouter (in Lent!), Dr. F.H., Fr.J.M en twee burgemeesters (in Rolde en Stadskanaal). Erik moet het doen met acht Ginkelse straten, waarvan er twee ook echt Van Ginkellaan en Van Ginkelstraat heten (in Woudenberg en Oost-Souburg). Sjoerd zal in een virutele rondreis door Nederland slechts twee keer kunnen opveren: bij de Soetemanstraat in Beverwijk en de Soetemanweg in Pernis/Rotterdam. Voor Patrick wordt de spoeling heel erg dun, ik kon voor hem slechts ÚÚn referentie vinden: de Pastoor Spiertsstraat in Kerkrade. Schaafsma, Gelderen en Konijnenbelt komen in het straatnamenregister niet voor.

 

Alleen Jan Franssen boft. Tussen de acht 'Franssen'-straten zit - geloof het of niet - een heuse Jan Franssenstraat, te vinden in het Limburgse Blitterswijck. Jan is daarom ook de enige van ons die zich echt beroemd mag voelen.

 

Paul

 

PS: O ja, we hebben met 6-4 verloren.

 

Spaan

 

Naschrift:

Leuk verslag! Nou ja, verslag, leuke analyse.

In mijn voordeel wil ik wel vermelden dat er in Nijmegen een Gerardsweg is en bijvoorbeeld in Zaandam een Gerardweg, in Etter(!)beek (Be) een Gerardstraat, in Roermond, Mook en Lobith een Graaf Gerardstraat, in Groesbeek een Kardinaal Gerardstraat en in Antwerpen een Maarschalk Gerardstraat. En in Roermond een Grote Gerardstraat!

Gerard

 

Zolang ik een wielrenfiets heb (al ongeveer 26 jaar) fiets ik minstens ÚÚn keer per jaar van Nijmegen naar Blerick, waar mijn ouders wonen. De mooiste route (die neem ik altijd) loopt via het plaatsje Blitterswijck, en dan kom je vanzelf door de Jan Franssen straat. Even terugschakelen naar de kleinste versnelling om optimaal te genieten van mijn eigen straatje.

Jan