6 november 2007

NEC - Spero 1: 7-6

 

IJdelheid

 

Eén van de mooiste songtekstregels is geschreven door Carly Simon: "You're so vain, you probably think this song is about you." IJdelheid is dan wel niet des duivels oorkussen, die plek is weggelegd voor ledigheid, maar wel een menselijke hoofdzonde. En aangezien niets menselijks ons vreemd is (Homo sum, humani nihil a me alienum puto), zoals Cicero ons leerde, zou het mij niet verbazen als ieder van ons al eens zijn eigen naam heeft gegoogled. Ik wel: "Gerard Schaafsma" geeft 136 hits. En ik dan?, zal je vragen. Komt-ie:

"Jan Franssen": 45.400

"Paul van der Heijden": 15.700

"Erik van Ginkel": 3190

"Wim van Gelderen": 606

"Jeroen Reijders": 102

"Patrick Spierts": 39

"Casper Konijnenbelt": 2 ("Casper Konijnenbelt": 4)

"Sjoerd Soeteman": 1

Dit zegt natuurlijk niks over onze eigen populariteit, beroemdheid of belangrijkheid. Meer over het aantal personen dat dezelfde naam heeft als de onze. Sjoerd lijkt behoorlijk uniek, maar dat wisten we natuurlijk allang. Wie kent er nòg een kalende, vloekende keeper met een Duits shirt, die aan Lingo mee gaat doen? Paul is aan het uitzoeken hoeveel verschillende Paul van der Heijdens er zijn en komt op een subtotaal van 34. Eentje heeft er zelfs een website: www.paulvanderheijden.nl en de beroemdste een lemma in Wikipedia: Prof. mr. dr. Paulus Franciscus (Paul) van der Heijden (Utrecht 18 september 1949) is hoogleraar en rector magnificus van de Universiteit Leiden sinds 8 februari 2007.

 

Het was echter onze enige echte Paul van der Heijden die ons behoedde voor puntverlies tegen Sperti. Niet dat hij in de laatste minuut redding bracht op de lijn, of de winnende treffer scoorde, maar omdat hij geblesseerd was uitgevallen (de linkerhamstring dit keer) en de speeltijd bijhield. Toen Erik's horlogestopwatch op 20:25 stond, floot Paul bij de stand 5-5 gedecideerd af door hard "tijd!" te roepen. Verbazing alom, want voor ieders gevoel hadden we nog geen 25 minuten gespeeld in de tweede helft en aangezien het gevoel ons nooit bedriegt, speelden we nog een kleine vijf minuten door. Vooral Sperti was niet tevreden met een remise, maar kwam in de "verlenging" wel voor het eerst op achterstand, toen Patrick zijn vierde van de avond maakte (6-5). De gelijkmaker viel een minuut later, zoals we steeds maar kort konden genieten van onze goals. In de resterende tijd ontstond een discussie over een al dan niet terechte keeperbal, waarna een verhitte Spertiaan enkele pittige overtredingen maakte en uiteindelijk boos bijna in eigen doel schoot. Voor het eerst was een wedstrijd zonder officiële scheids niet helemaal een succes. Patrick maakte van de verwarring gebruik door de overigens voortreffelijke doelman te verschalken met een zacht laag schot in het midden van de goal, waar Gerard hinderlijk in de weg liep. 7-6 en nu was het wel onmiddellijk en terecht "tijd!".

 

Het had er lang niet naar uit gezien dat we met drie punten de hal weer zouden verlaten. Zonder de geblesseerde Jan en Cas en al snel ook Paul, en met Gerard van (hart)slag en Wim die begrijpelijk ook andere zaken aan zijn hoofd heeft, liepen we steeds achter de feiten en een achterstand aan. Gelukkig was Erik weer goed op dreef en scoorde Patrick als vanouds. Zijn eerste goal was meteen de mooiste. Middels een driedubbele 1-2 (een onvervalste 3-6) met Wim werd de hele Spertidefensie ontrafeld, bekroond met een gedecideerd intikkertje. Naast de vijf van Patrick waren ook Erik en Wim eenmaal succesvol. Het was trouwens toch een goede en aantrekkelijke pot futsal, of is deze conclusie te ijdel? Duidelijk is wel dat we een betere seizoenstart hebben dan vorig jaar, sportief gezien. In medisch opzicht is er nogal wat te klagen,met Wim's diagnose als dieptepunt. Maar als we op dit vlak net zo positief blijven als afgelopen dinsdag, zullen we nog vele overwinningen boeken. En daar mogen we trots op zijn. En een beetje ijdel.

 

Gerard

 

Uw verslaggever ging niet mee naar Trianon. Paul wel en hij tekende het volgende op:

 

Minstens zo interessant was de afterparty in het café. Wim hield zich keurig aan de maximale vier consumpties die de nieuwe medicijnen hem oplegden, maar kon niet verhinderen dat hij een pets in het gezicht kreeg van een plots opduikende ex. Ook Patrick kreeg het als mede-ex even benauwd, maar ontsprong de dans door zich te vermommen als kroegmeubilair. Erik wist verder te melden dat zoon Jari niet meteen is aangenomen bij de voetbalschool van NEC, maar wel een tweede kans krijgt. Jari heeft er overigens niet zoveel zin meer in, dat hele NEC-gedoe. Net z'n vader: ook een goede speler en heel gedreven, maar niet ten koste van alles. Te slim voor het echte topvoetbal. En waarom zou je ook? Goed kunnen voetballen en toch plezier hebben, dat is de kunst. Patrick is met zijn dochter Lena naar NEC-Groningen geweest (5-1), ook bij haar zijn de toch al ruim aanwezige voetbalgenen nu geactiveerd. De familie Spierts staat onverwacht voor een moeilijke clubkeuze: kies je voor dichtbij (Trekvogels) of voor een ons-soort-mensen-club zoals Orion? André Overbeek en Marcel Rözer - wat later aangeschoven - weten het wel: hun zoons zitten allebei bij Orion. Maar André's dochter Maud zit weer bij Trekvogels, dat maakt de zaak weer nodeloos gecompliceerd. 

(Onze keeper Jos van UniVV, zelf ook leider van een F-team bij Orion, meldde onlangs dat één van de leiders tijdens een bijeenkomst allemaal rare opmerkingen maakte, een Belg.... Pardon, een Belg? Rare opmerkingen? Is dat niet...? Jawel, het is hem echt: Koen Claes is weer opgedoken in voetballand, een spoor van verbazing, verwarring, woede en frustratie achterlatend. Tja, dat pleit dan weer niet voor Orion. Ik stel mij het al voor: elk jaar komt het bestuur van Orion samen: gaan we door? En zo ja, met of zonder Koen?)

 

Gevangen tussen oude en nieuwe voetbalcarrières ruimde iedereen het veld, om plaats te maken voor Frank Boeijen die bij André en mij aanschoof voor een pilsje en een sjekkie (Samson). Frank blijkt al flink ingeburgerd bij de familie Overbeek en schijnt het bijzonder goed te kunnen vinden met Dianne - een soort huisvriend dus. Ook mij kende hij nog, maar wist meer niet waarvan - het is hem kennelijk ontschoten dat ik hem pakweg zes jaar geleden heb geïnterviewd voor De Blik. Dat kan ik hem natuurlijk niet kwalijk nemen. Wat je ook van hem denkt, het is een sympathieke gast die zijn uiterste best doet om een beetje normaal door het leven te gaan. En je zou zeker niet zeggen dat hij al 50 is - een soort Jan dus, maar dan eentje die niet kan voetballen. 

 

Misschien kan hij een keer een liedje over ons maken. Over heroïsche wedstrijden, zoete voetbalherinneringen, hardnekkige blessures, duizend dronken derde helften en plotseling opduikende voetbalfantomen zoals Koen.

 

Paul