23 februari 2007

NEC - Tinnegieter

 

Regels

 

Laatst heeft Jan in zijn ouderlijk huis boeken en schriften uit zijn middelbare schooltijd opgeruimd. Wat opruimen in zijn beleving precies betekent weet ik niet, maar doorgaans hoort daar ook nostalgisch bladeren en mijmeren bij. Plus de vaststelling, dat je eigenlijk weinig meer weet van het leermateriaal uit die tijd. En dat we blijkbaar ook heel goed zonder veel van die stof kunnen. De een weet er natuurlijk nog meer van dan de ander: Paul kan alle Romeinse keizers moeiteloos in de juiste volgorde opnoemen,  het rijtje durch für ohne um entlang bis gegen wider (+ vierde naamval) zit nog in mijn brein en Sjoerd weet nog veel van wiskunde. "De wortel uit -1 is R of een andere letter," zei hij vol zelfvertrouwen. "Is dat niet de straal van een cirkel?", vroegen wij in koor? Erik twijfelde openlijk aan Sjoerds uitspraak en wedde om een biertje.

 

Regels in de wiskunde heten wetten, zijn wetenschappelijk bewezen en staan onomstotelijk vast. De onomstredenheid van regels wordt langzaam minder via de natuurkunde, rechten, sociologie en Rita Verdonk tot de filosofie, waar in het filosofisch café, zoals we weten, tot Sint Juttemis over iedere uitspraak wordt gediscussieerd. Er volgt een hele tijd niets en dan komen de sportregels en helemaal onderaan de futsalregels. Wisselen binnen een strookje zijlijn van een paar meter. Als de bal nog een fractie boven de zijlijn hangt, is deze niet uit. En vooral ook: de bal moet bij een intrap precies op de lijn liggen en de punt van de voet van het standbeen mag de lijn niet toucheren. Bij de NEC-intrappen werd die laatste regel door de scheids in de pot tegen Tinnegieter strikt gehanteerd. Hij leek wel een wiskundige, maar had verder niets van Pythagoras, Euclides of Pascal. Eerder van Murphy, bekend van zijn wet: "Als er meer dan één manier is om een taak te doen en één van die manieren in een ramp zal resulteren, dan zal iemand het zo doen". Wij lieten die ramp wel als een tsunami over ons heen komen. Bij weer een onbegrijpelijk fluitsignaal stonden we als niet door Paul geïnstrueerde F-jes tegen dat leeghoofd te fulmineren, zonder op de tegenstanders te letten. Die namen de intrap, met de voet op de lijn, liepen zonder levende obstakels of spreekwoordelijke strobreden met de bal richting Sjoerd en scoorden, in totaal zeven keer. Wij stelden daar slechts vier goals tegenover, waarvan alleen de eerste de moeite van het noemen waard is. One-touchvoetbal via Wim, Gerard en het bekeken doelpunt van Erik. Nou, vooruit dan: Wim scoorde met een ouderwetse schuiver midden in het doel (een loodlijn vanaf de achterlijn) en een schot naast (-2 op de X-as), die door de keeper tot doelpunt werd gepromoveerd. En Jan had zijn intikkertje-met-links-tegen-topploeg, na voorbereidend werk van Paul.

 

Met zeven man hadden we dit matige ploegje makkelijk opgerold, maar Casper zat in Sri Lanka zwaar te tafelen, Jeroen hield een kroegentocht in het mooie Gent en Patrick zat machteloos op de tribune met een verbrijzelde pols na een ski-ongeluk (uitgegleden op weg naar een restaurant). Waaruit maar weer eens blijkt dat al dat gezuip niet bijdraagt aan onze futsalprestaties. Daarom was de nazit waarschijnlijk slecht bezocht en wat tam. Misschien een volgende keer, want Sjoerd claimt een biertje van Erik, hoewel het bewijs voor het bestaan van de wortel uit een negatief getal erg mager is. Ik citeer uit een citaat van onze goalie uit Wiskunde voor het hoger onderwijs. Analyse en numerieke wiskunde, deel 2. "Er is behoefte aan ‘nieuwe’ getallen waarvan het kwadraat negatief is. Zo’n denkbeeldig of imaginair getal heet i. Er geldt: i x i (i²) = - 1, per afspraak. Ook geldt: i + i = 2i en 2i x 2i = - 4. (...) Het werken met het wortelsymbool vereist een grondigere studie van complexe getallen. Dat wordt niet besproken in dit boek."

 

Hier hadden wat extra regels niet misstaan.

 

Gerard