19 december 2006

NEC - SCE

 

Gemis

 

De hardnekkige blessure van Erik begint zijn tol te eisen, allereerst natuurlijk bij hemzelf. Kon Erik vorige week nog een helftje tegen Quick aanzien, dit keer liet hij in Weurt, gemeente Beuningen, de pot tegen SCE volledig aan zich voorbij gaan. Meer verbijten en tandenknarsen zat er even niet in, straks heeft hij nog een kunstgebit nodig.

 

Maar ons team plukt inmiddels ook de wrange vruchten van zijn afwezigheid. We liepen door de hal als spreekwoordelijke kippen zonder figuurlijke kop. Áls we al liepen, want daar ontbrak het in hoge mate aan. De NEC-er in balbezit stond stil, maar ook de aan te spelen ploeggenoot. Dat we toch nog vier keer scoorden was een klein wonder, zo vlak voor de Kerst. Natuurlijk, Wim wilde tegen zijn wiskundige collega weer winnen en schoot hem gewiekst de bal tussen de lange benen. Maar toen had hij zijn kruit verschoten. Patrick maakte er uiteindelijk eentje, maar de loopacties die hij maakte waren voornamelijk achter de feiten aan. Te lang sprookjes voorgelezen aan zijn dochters, of te lange sprookjes voorgelezen, of sprookjes voorgelezen aan zijn te lange dochters en daardoor te laat van de driezitsbank en te laat op de reservebank. Casper kon zijn letterlijke draai nog steeds niet vinden en Jeroens gevreesde schot stuitte steeds op schenen en kuiten. Gerard kwam niet in zijn (hart)ritme, Jan dichtte geen gaten, maar knieholtes en zelfs Sjoerd deelde in de malaise door ballen in de korte -, lange -, en zelfs middelste hoek te laten gaan. Alleen Paul haalde zijn gebruikelijke niveau door vasthoudend en manmoedig te verdedigen en bovendien uit te groeien tot de gevaarlijkste en doeltreffendste aanvaller.

 

Hij kon echter, zoals de meeste mensen, niet op twee plaatsen tegelijk zijn, en daar doet het gemis van Erik zich gelden. Erik bezit die eigenschap wel. Door zijn verbluffende conditie, ijzeren discipline en onovertroffen dadendrang kan hij een bal van de eigen doellijn halen en in dezelfde seconde van de door hem opgezette aanval als al dan niet falende afmaker fungeren. Met zijn "sagenhaftes Laufpensum" heeft hij het vermogen het team beter te laten lopen, letterlijk en figuurlijk en misschien ook wel spreekwoordelijk. Het nadeel is wel dat Erik na de wedstrijd geen lucht meer heeft om naar huis te fietsen, altijd met de blauwe pausmobiel naar Trianon afzakt en geen noemenswaardige inbreng heeft in het afpilsgebeuren. Twee Koninckjes hooguit en een cola-light of icetea, verstandig maar ongezellig. Hij lijkt Jan wel, hoewel.

 

Onze oudste telg presteerde het om meteen na de 7-4 naar huis te gaan, maar, hoewel aangekondigd, onverwacht na een halfuurtje in de nazit te participeren. Nog opmerkelijker is dat hij als laatste daar bleef zuipen (met Paul natuurlijk) en zonder kleerscheuren diep in de nacht zijn huis weer wist te vinden. Dit in tegenstelling tot Sjoerd, die eerlijk opbiechtte, zonder de gladheid de schuld te geven, dat hij onderweg tegen een stoeprand was geknald en daar in de berm lag, ik citeer, "als een uitgeprocedeerde asielzoeker in hongerstaking". Volgens Jan was Sjoerd in de war van, ik citeer opnieuw, "al die vrouwenverhalen over tongen en neptieten". Sjoerd had echter een andere verklaring: "Gevaarlijk bier, dat Paulaner (had het kunnen weten, de naam spreekt voor zich)".

 

Gerard