28 november 2006

NEC - Sporting Metima

 

Verpulverde borrelnootjes

 

‘Kom je nou nog?’ vraagt Inez en ze trekt haastig haar laarsjes aan. ‘Als we weg willen moeten we het nú doen. Wie weet hoe snel mama terug is van haar bereikbaarheidsdienst.’

Max zucht. No way dat die snel terug is. Als mama wordt gebeld is er meestal iets heftigs aan de hand. Een of andere neergestoken Aspergerpatiënt of zo, of een blinde allochtoon zonder darkroom. Uren is ze daar mee bezig.

‘Straks komt papa eerder thuis,’ zeurt Inez. ‘Schiet nou oh-hop!’

Ggggg. Papa die na het zaalvoetbal eerder thuiskomt. Dacht het niet. Max trekt zijn jas aan en volgt Inez naar buiten.

‘Waar gaan we eigenlijk heen?’ vraagt hij.

‘Naar Trianon,’ zegt Inez beslist. ‘Kijken wat daar nou helemaal zo leuk aan is.’

 

Het valt niet mee om urenlang in elkaar gedoken onder de cafétafeltjes te zitten. De vloer is stoffig en er liggen verpulverde borrelnootjes tussen de kieren. Maar dat is nog niet eens het ergste. Nee, de schoenen van die gasten! Man, wat een schuiten. En als ze nou nog es stilzaten, maar ze schuifelen, staan op en gaan verzitten.

‘Moet je horen,’ proest Inez. ‘Ze hebben met 9 – 0 verloren!’

Nu hoort Max het ook, al weet hij niet wie wat zegt want iedereen praat door elkaar. Jan Franssen had gekeept, zoveel is duidelijk, en hij had het op zich niet beroerd gedaan maar had er zeker zes tegen kunnen houden.

‘Jammer dat Sjoerd er niet was.’

‘Ja, waarom was hij er eigenlijk niet?’

‘Er ging een vriend trouwen.’

‘Heeft Sjoerd vrienden dan? Wat een lulsmoes.’

‘Is er al bier besteld?’

De voeten van de ober komen dreigend dichtbij.

‘Vijf koninkjes, twee Amsterdammertjes und ein grosses Feriëngefühl.’

‘Ik heb dorst!’ fluistert Inez. Max knikt. Hij ook.

 

Sporting Metina waar ze tegen gevoetbald hebben blijkt een totaal foute voetbalclub te zijn. Iets met zwartjes.

‘Wat waren het nou? Indische jongens?’

‘Proost!’

‘Ik weet alleen dat zij met 9 – 0 gewonnen hebben en dat Geert Wilders 9 zetels heeft gehaald. Moet ik nog meer zeggen?

Sporting Metina lijkt mij juist wel leuk,’ zegt Inez zachtjes. ‘Het klinkt als een ijsje met spikkels.’

Max knikt. Ja, of als felgekleurde limonade die sissend naar buiten spuit als je de dop van het flesje draait.

 

Er is geen moer aan in Trianon en Max snapt niet wat zijn vader hier altijd te zoeken heeft. Het is rokerig en iedereen kletst maar wat. Over film bijvoorbeeld. Babel of zo. Een prachtige, heftige film waarin drie verhaallijnen en drie locaties met elkaar verweven zijn. Dûh…

‘Ah, Wim, doe niet zo flauw, nog één biertje, dat kan toch wel?’

‘Nee, nee, nee, ik moet nog werken vanavond.’

Hoe dan ook, de voeten van de ober komen voor de zoveelste keer voorbij en Wim drinkt gewoon nog een biertje. Max schudt zijn hoofd. Tegen hem zeggen volwassenen altijd ‘nee is nee’. Ggggg.

 

Inez peutert een pinda uit een vloerspleet en eet hem op.

‘Gatver!’ zegt Max.

Ze legt haar vinger tegen haar mond. ‘Sssst! Ze hebben het over Frans Bauer.’

‘Kom op Gerard, dat moet je gewoon accepteren man. In Nederland krijgen we ook een schlagercultuur.’

‘Ja, maar die muziek van Jan Smit en Frans Bauer die is absoluut niet verrassend, die speelt alleen maar in op gevoel.’

‘Nou en? Het spreekt tot de verbeelding.’

‘Was Frans Bauer eigenlijk verzekerd tegen poliepen op zijn stembanden?’

Er wordt gelachen en hard gepraat. Max kan het niet meer volgen, maar hoort wel een nieuw woord: doorslikhomo.

 

‘Bij ons in het dorp is er wel eens iemand naar beneden gestort tijdens het bungeejumpen.’

‘Heb je dat gezien?’

‘Nee, hebben ze later verteld. Het touw knapte. Ja, daar ga je dan.’

‘Man, zo’n beeld krijg je toch nooit meer van je netvlies?’

‘Nee, dat vergeet je nooit.’

Max stopt zijn vingers in zijn oren. Na na na na na…. Hij wil het niet horen. Ineens ziet hij allemaal akelige beelden voorbij komen. Jan Franssen die allemaal ballen doorlaat. Wim die maar bier blijft drinken. Frans Bauer in een operatiehemd. Indische doorslikhomo’s.

‘Het schijnt wel te wennen. Ik bedoel, in oorlogssituaties zien mensen zoveel erge dingen, dat er een soort verzadiging of hoe heet het, gewenning optreedt.’

‘In oorlogssituaties ja. Maar als je niks gewend bent heb je mooi een trauma.’

‘Kun je nagaan hoe erg het is om met 9 – 0 te verliezen. Daar reken je niet op.’

 

De deur van Trianon zwaait open en Inez grijpt de arm van Max.

‘Wegwezen,’ sist ze. ‘We moeten eerder thuis zijn dan papa en hij heeft net z’n laatste Feriëngefühl besteld.’

Terwijl Frank Boeijen binnenkomt, glippen Max en Inez naar buiten en ze rennen hand in hand de Van Nispenstraat in.

Het is een lenteachtige avond in november en er staan sterren aan de hemel. Het is best een eind naar huis maar dat geeft niet. Inez neuriet en doet haar best om de lijnen van de stoeptegels te vermijden. Max heeft nog steeds dorst. Hij zou wel van alles willen drinken, maakt niet uit wat. Zelfs een Sporting Metina zou er wel in gaan.

 

Pauline van der Lans

30 november 2006