9 november 2006

NEC - Spero

 

Ik heb mijn jeugd doorgebracht in Venlo. Als spelertje van de Venlose Boys kwam ik er natuurlijk niet onderuit om een fan te zijn van FC VVV. Roemrijke dagen waren het, toen het team met Stefan Kurçinak en Mikan Jovanovic promoveerde naar de Eredivisie. Helden. Maar mijn herinnering is vooral gekleurd door staantribunes, verkleumde tenen, mopperende huisvaders in grauwe regenjassen en het mooiste stadion van Nederland: de Koel (Limburgs voor 'kuil'), het enige stadion in Nederland  dat niet is opgebouwd, maar ingegraven. Als je over de toegangsweg liep, kon je het niet zien liggen. Pas op het laatste moment ontvouwde de Koel zich als een ultieme vorm van landschapsarchitectuur.

 

De club heeft nog veel meer om trots op te zijn. Op een steenworp afstand ligt het eerste stadion van VVV, de Kraal. Hier werd de eerste wedstrijd in het betaalde voetbal gespeeld, in 1953 als ik het wel heb. Een generatie later ging Jantje Franssen hier naar toe, samen met zijn vader, om vervolgens zijn vader kwijt te raken en te worden omgeroepen tijdens de wedstrijd. Een hele eer. De Kraal ligt er nog altijd, het veld is redelijk ongeschonden maar de tribunes zijn prachtig overwoekerd. De bomen groeien door het beton heen en hullen het in een woud van voetbalromantiek.

 

Om verwarring met de Vereniging Voor Vreemdelingenverkeer te vermijden, had de voetbalclub zich gewapend met het voorvoegsel 'FC'. Heel stoer, dat wel, maar ik heb mij altijd verbaasd over de onvermijdelijk tautologie in de naam: Football Club Venlose Voetbal Vereniging. Venlose onnozelheid of mijn eigen muggenzifterij? (Overigens is de naam recentelijk omgedoopt tot 'VVV-Venlo', minstens zo knullig en net zo overbodig. Waar komt die drang toch vandaan om de naam van de club te bezoedelen met de naam van de stad?)

 

De tijden zijn veranderd, VVV betekent inmiddels iets heel anders: Voelen, Volgen en Vasthouden, althans volgens Vitesse-trainer Aad de Mos. Wat hij er mee bedoelt, is nog altijd een punt van discussie, maar onze zojuist gememoreerde Jan Franssen zal van al onze spelers het idee het dichts benaderen. Tijdens de wedstrijd tegen Spero deze avond heeft hij het meest gevoeld, het meest gevolgd en het meest vastgehouden.

 

De avond begon vreemd: Gerard en ik troffen elkaar als eerste in Trianon. Bijna verontschuldigend legde Gerard een oorzakelijk verband tussen zijn vroege komst en het gegeven dat Pauline op stap was. (Wat ogenblikkelijk inhoudt dat het gebruikelijke telaatkomen van Gerard voortkomt uit het thuisblijven van Pauline. De details hoeven we niet te horen.) Daarentegen had ik aangegeven vanwege een sluimerend buikgriepje rechtstreeks naar Elst te gaan, zodat mijn verschijning in Trianon net zo onverwacht was. Maar het inwendige ongemak viel mee en mijn belofte om uit gezondheidsredenen die avond alleen maar Paulaner te drinken, stemde alle partijen tevreden.

 

Onze tegenstander die avond, Spero uit Elst, was nog ongeslagen. Om een of andere reden hebben we het dit seizoen steeds te maken met teams die bovenaan of bijna bovenaan staan. Nu zijn wij voor geen kleintje vervaard en kunnen op papier iedereen aan. Maar we moeten wel ernstig rekening houden met de Wet van Sjoerd: als je tegen de koploper speelt en wint, wordt er een ander team koploper. Dat gaat net zolang door totdat je zelf koploper bent. Op dat moment ga je tegen jezelf spelen.

 

Erik openbaarde in de kleedkamer dat de twee jaar geleden zoekgeraakte pasjes (de Vreemd Verdwenen Voetbalpasjes) weer terecht waren. De pasjes lagen in tas van een dochter van een collega van Erik, in haar turnpakje. Logisch dat Erik dit thuis niet heeft verteld. Is het verhaal nu te om absurd om waar te zijn, of te ongeloofwaardig om gelogen te zijn? De verwarring was zo groot dat we binnen vijf minuten tegen een 2-0 achterstand aankeken. Pas toen Jan en ik, als Vaak Verletste Veertigers, op de bank moesten plaatsnamen, ging het beter. Vooral dankzij Patrick werd de achterstand omgebogen in een 5-3 voorsprong - wat geflatteerd, maar ach - en Jan ontpopte zich als de tragische held, niet wetend welke blessure het meest parten speelde: de rug, de knie of de enkel. ("Paul, ik heb last van mijn knieholte, maar wat zit daar eigenlijk?". "Niets, het is een holte." "O, dan heb ik eigenlijk nergens last van." En prompt rende Jan het veld weer in.)

 

Op dat moment, het einde in zicht, de voorsprong in het verschiet, kwam de Vrije Trap. Een argeloze armbeweging van Patrick, meer was het niet, maar het fluitsignaal was duidelijk. De arbiter wees gedecideerd in de richting van onze goal, de Vrije Trap was onbetwistbaar voor Spero. Maar onze mannen hadden een geheel andere kijk op het leven en stonden bovendien met de rug naar de scheids. Spero nam snel de vrije trap en scoorde de 4-5. Een beginnersfout, dat mag natuurlijk niet voorkomen in het Volwaardige Veteranen Voetbal. Nadat we ook de 5-5 moesten incasseren, was het hek van de dam. Het gemopper over de Vrije Trap duurde nog voort tot onder de douche, en zelfs tot in Trianon.

 

Vreemd hoe die dingen werken. Als je met 5-3 voor hebt gestaan, is 5-5 een teleurstelling. Maar andersom voelt 5-5 als een overwinning als je van een achterstand terugkomt. Terwijl het voor de uitslag niets uitmaakt. Sterker zelfs, gezien het spelbeeld van deze avond is de uitslag heel terecht.

 

Vijf Vloeibare Versnaperingen en een Vuist Vol Vette hap verder was de Vrij Trap weer vergeten en ging het ouderwets over Verplichtingen, Verwachtingen en Verkiezingen. En Jan? Die lag inmiddels thuis op de bank, moe van het Voelen, Volgen en Vasthouden. Aad de Mos kan trots op hem zijn.

 

Paul