4 april 2006

NEC - Spero

 

Ons collectieve voetbalverleden

 

In het vorige verslag verhaalde ik over de tijden van weleer, met Tonny en Anton als bad guys in een slecht geschreven voetbalsoap. Die verhalen maakten bij de lezers veel los. Niet alleen Tonny en Anton stonden onze voetbalcarrière in de weg, zo bleek tijdens de nazit afgelopen dinsdag, ook tal van andere illustere namen doken uit de vergetelheid op. Zo kregen keeper Sjoerd (nee Sjoerd, niet jij) en Dick al tijdens het allereerste jaar bij NEC 1 (veld) bezoek van Erik Peters, die namens het team een bad message kwam brengen. Sjoerd snapte wel dat hij te slecht was, maar Dick is nog steeds tot op het bot gegriefd. De kern van NEC 1 stond als een huis, maar met de aanvulling was het vaak behelpen. Dat is altijd zo gebleven. Ik herinner mij dat we ooit een nieuwe speler nodig hadden. Tijdens een training zouden twee spelers meedoen, op proef. Ze bleken allebei niet bijster geschikt, maar aanvoerder Gerard voerde in die jaren een sociaal beleid zodat er van een gedegen aannameprocedure niets terecht kwam. Bijgevolg mochten de jongens gewoon meedoen en haalden we het ongeluk in huis. Hun namen: Koen en Kai.

Koen had, naast andere hinderlijke eigenschappen, de structurele neiging om zijn eigen voetbaltalent te overschatten. Misschien wel het meest typerend was die keer dat hij de bal opeiste bij een vrije trap ter hoogte van de middellijn. Blind schoot hij de bal naar voren in een niemandsland, waarop hij verontwaardigd zijn medespelers toebeet: ‘Waarom staat daar ook niemand!?’ Koen groeide uit tot een heus fenomeen, een factor om rekening mee te houden. Elk jaar als het seizoen afliep, belegde het team een bijeenkomst om over drie hoofdzaken te stemmen: gaan we volgend jaar door, moeten we training verplicht stellen en gaan we door met Koen? Wonder boven wonder overleefde Koen deze jaarlijkse rechtspraak.

Na enkele jaren kwakkelen vertrok een deel van het oude NEC 1 naar Quick (onder andere met Stefan en André). De rest van NEC 1 fuseerde met NEC 2, dat zojuist kampioen was geworden (zie vorig verslag). Het nieuwe NEC 1 was een allegaartje, gelukkig zonder Tonny en Anton, maar helaas met teveel tweederangs voetballers. Als in een voetbalnachtmerrie zag ik mij als laatste man omringd door Koen op links, Kai op rechts en Paul Haaster in het doel.

Paul Haaster, nog zo’n begrip uit ons collectieve voetbalverleden. Tijdens onze allereerste wedstrijd met het fusieteam – thuis, met veel publiek – kreeg de tegenstander pas bij 3-0 in de gaten dat het niet zo’n lastige opgave was om onze keeper te kloppen. Elk schot was raak, de laatste zelfs klassiek door de benen, waarna we met 3-4 van het veld afdropen. De toon was gezet voor het hele seizoen. Dieptepunt was de 12-1 nederlaag uit tegen Velp, waarbij de Velpse jeugd zich honend verschanste achter het doel van de huilende Haaster. In Elden barstte de bom en vroeg hij tijdens de rust – wederom in tranen – wie hem het komende jaar nog zag zitten als keeper. Paul overleefde deze zelf uitgelokte stemming niet. Het jaar daarop viel het team uit elkaar. De kern ervan vertrok naar Kolping Dynamo, om daar nog enkele vreselijke jaren mee te maken (met Koen), alvorens bij Trekvogels te worden herenigd met de naar Quick gevluchte NEC’ers. Een laatste restje van dit team speelt nu bij UniVV.

 

Het is opvallend hoe ons veldvoetbalverleden is verweven met onze zaalvoetbalcarrière. Op Sjoerd na hebben we allemaal in het legendarische elftal van NEC 1 gespeeld; daarnaast ook onze ex-voetballers Jelle, André, Joppe, Pim, Stefan, Bas en Herman. Is dat puur toeval of een obligate vorm van inteelt? Hoe het ook zij, dat schept wel een band. Het verleden verenigt. Misschien dat het daarom zo klikt. Blijft natuurlijk de vraag waarom het soms iets meer klikt dan anders, in ons spel. Kennelijk ligt de ene tegenstander ons meer dan de ander. Maar ligt dat aan ons of aan de tegenstander? De vorige wedstrijd verloren we nog smadelijk met 9-4, afgelopen dinsdag revancheerden we ons door Spero met 10-4 op te rollen. Vooral Jeroen had het op zijn heupen, etaleerde zijn oude vorm en scoorde vier mooie goals. Ook Patrick (3), Casper (2) en Erik vonden het doel na enkele verbluffende combinaties en individuele acties.

 

Na gedane zaken is het in Trianon heerlijk graaien in die onuitputtelijke voorraadpot van het verleden, als in een oneindig grote zak met borrelnootjes. Hoe ouder je wordt, des te meer verleden je hebt. We raken er nooit over uitgepraat. En dat moeten we koesteren.

 

Tot slot: wat is er toch gebeurd met Koen en Paul? Koen schijnt een kind te hebben bij de zus van Kai en is daarna geschieden. Hij speelt nog altijd bij Kolping Dynamo. Paul Haaster is weg uit Nijmegen, vetrokken met de noorderzon. Verder no hard feelings naar de boys. Misschien vergalden ze ooit ons voetbalplezier, ze gaven het ongewild ook kleur. Daarvoor zijn we ze zelfs dankbaar, op avonden als deze.

 

Paul

 

Naschrift

Prachtig 'verslag', moet er wel een kanttekening bij plaatsen: 'Drie of vier keer, heb ik de eer gehad om het doel van het legendarische NECéénophetveld te mogen verdedigen'.

Sjoerd

Dus.

 

jaaaaaaaah! eerste typefout van Paultje: (2e regel laatste alinea)

nooit eerder vertoont

mooi verslag

Patrick