31 maart 2006

NEC - Olympic

 

Tonny en Anton

 

Als je aan iemand een hekel zou kunnen hebben, qua voetballer, dan is het Tonny Schakenraad. Op een goede tweede plaats komt Anton Siedenburg. Ik heb met beiden gevoetbald en ik moet zeggen, ’t was inderdaad geen pretje. Buiten het veld aardige jongens, maar in het veld een ramp. Ze hadden altijd ruzie, Anton en Tonny. Laatste man en voorstopper, altijd aan het vitten op elkaar. Ik weet niet meer precies welk jaar het was, we begonnen een nieuw team op zaterdag, NEC 2. We wonnen iedere wedstrijd met grote cijfers, maar elke keer was er ruzie. Niet met de tegenstanders, maar onderling. Dramatisch. Het rampzalige seizoen kreeg tijdens de uitwedstrijd bij Blauw-Wit een dieptepunt. Na de zoveelste onenigheid liep Anton Siedenburg het veld af. Bekijk het maar.

 

Hoe kwamen we daar op? Toen we vrijdagavond ijlings naar Wijchen reden, pakten we de binnendoorweg langs de nieuwe, geknikte kantoorkolos van Philips (dat trouwens van twee kanten opzichtig de weg lijkt te blokkeren). Jan mijmerde over zijn kortstondige arbeidsverleden bij deze multinational tijdens zijn net zo vluchtige carrière in de logistiek. Het enige voordeel – toevallig ook logistiek van aard – was dat hij op vrijdagmiddag slechts de weg hoefde over te steken om in de Massinkhal te zaalvoetballen tegen de Schaakvereniging. Want dat deden we vaak, op vrijdagmiddag om vijf uur. Tegen Tegen kwam dan opdraven in steeds wisselende samenstellingen. Ze hadden zowaar een systeem, de jongens van de Schaak. Meevoetballende keeper, positiespel, altijd iemand bij de tweede paal. En Tonny met het wipje. Tonny was de grote regisseur. Tenminste, dat dacht hij. Het moest allemaal zoals hij het wilde. En als zijn medespelers dat niet deden, kregen ze de wind van voren. Eén seizoen deed Jelle mee bij de Schaak. Arme Jelle. Je moet bij Jelle niet aankomen met systemen. Jelle is een sierlijke rasvoetballer, een opportunist. Tonny’s toorn was dan ook groot, vooral die ene keer toen hij, nog nabriesend in de kleedkamer, Jelle’s voetbalverstand vergeleek met dat van een nijlpaard.

 

Anton en Tonny hebben al meerdere teams versleten. Overal zijn ze uitgezet. Onze eigen Casper weet nog al te goed dat Tonny de sfeer bij UniZVV 1 structureel verziekte. Daarna doken ze op in Jeroen’s team. Groot was dan ook onze verbazing toen we Anton bij onze tegenstanders van Olympic zagen warmlopen. Waren ze helemaal gek geworden in Wijchen? Wisten ze wel wie ze in huis hadden gehaald? En was dit niet een geweldig voordeel voor ons? Zou hij niet binnen vijf minuten zijn medespelers in de gordijnen hebben gejaagd?

 

Helaas liep het anders. Anton maakte geen ruzie, liep het veld niet af, speelde sober en degelijk, waardoor de tafelvoetbalfutsallers van Olympic de kans kregen om ons dol te spelen. We hadden weinig verweer, want de bruuske confrontatie met deze zwarte bladzijden van ons voetbalverleden bracht ons helemaal van slag. Goals van Paul (2x) en Casper (2x) konden de grootste nederlaag van het seizoen niet voorkomen: een troosteloze 9-4.

 

Achteraf bleek dat Anton geen vaste kracht is in het team, maar een soort oproepkracht bij de club. Als hij van te voren had geweten dat wij de tegenstanders waren, had hij niet meegespeeld. Kwamen die woorden uit een verlate opwelling van zelfkennis of waren ze bedoeld als misplaatst compliment? Hoe dan ook, respect zullen we bij Anton niet meer afdwingen. De loden last van het verliezen werd nog ondraaglijker, toen bleek dat Anton was ingevallen voor een vaste kracht van het team: Tonny Schakenraad. Nee toch? Ja echt. Tonny en Anton zijn beiden opgedoken in Wijchen.

 

Na het futsallen togen Gerard en ik naar Lent voor een tenniswedstrijd tegen Etienne Waterval, ook al zo’n UniZVV-er met littekens uit het tijdperk van Tonny en Anton. We wonnen dan ook makkelijk en plaatsten ons voor de halve finale. Een dag erna, op zaterdagmiddag, gingen we per auto op weg naar het tennispark om de finale te halen. In Lent zagen we iemand lopen met korte, blonde, wat grijzende haren en een iets te rood hoofd. Hij liet zijn hond uit. Geloof het of niet, het was Tonny Schakenraad.

 

Die halve finale verloren we natuurlijk.

 

Paul