17 maart 2006

NEC - Beuningse Boys 2

 

De Wet van het Winnende Balverlies

 

‘Sorry jongens, de brug stond open.’

‘Ik dacht dat we om half tien moesten spelen.’

‘Ik moest bij Trianon nog even poepen.’

 

Excusen, smoezen, uitvluchten. Een collectieve angst voor onze Beuningse Buren, de nummers 2 van onze poule? Stress hing als een verstikkende walm in de auto en hitste de gemoederen op. (Wat is storender: dingen waar je je aan ergert, of mensen die zich ergeren?) Anneke van Ginkel stond al een half uur nerveus op de tribune toe te kijken hoe manlief zich warmspeelde met zoon Jari. Reden genoeg tot bezorgdheid. Onze tegenstanders waren gemiddeld bijna twintig jaar jonger. Frisser, energieker, gretiger, technischer, meer conditie. Toen René na vijf minuten koud het veld inkwam en drie ballen van zijn voet liet rollen, lachten ze in hun vuistje. Die ouwetjes van NEC, zouden ze daar bang voor moeten zijn?

 

Maar gelukkig hielden ze geen rekening met de Wet van het Winnende Balverlies.

 

De Wet van het Winnende Balverlies leert ons, dat het in veel gevallen beter is om de bal vrijwillig aan de tegenstander over te dragen. Paradoxaal genoeg vergroot dat de eigen winstkansen. Wat blijkt namelijk? Statistieken wijzen uit dat in het zaalvoetbal het vaakst wordt gescoord uit een counter. Als je zelf een aanval moet opzetten en de tegenstander heeft zijn defensie reeds gegroepeerd, neemt de kans op een treffer drastisch af. Ergo: bij balbezit zou je dus het best kunnen spelen op de counter, en als dat niet meer kan, moet je de bal eenvoudigweg aan de tegenstander geven.

 

Hoewel de Wet van het Winnende Balverlies bij sommigen van ons al vele jaren bekend is, hebben wij daar nooit gebruik van gemaakt. Deze avond liep het allemaal anders. We moesten wel. De gretige jeugd van Beuningen zette ons vast. Het opzetten van een fatsoenlijke aanval bleek een onmogelijke opgave. Als we er al uit kwamen, smoorde onze aanvalsopzet in goede bedoelingen. Noodgedwongen vielen we terug op een veel sterker wapen, de counter. Casper kopte een snelle uitworp van Sjoerd door en verraste de keeper daarmee totaal. Wat kon Beuningen daar tegenover stellen? Nog meer vastzetten, nog meer druk naar voren. Toegegeven, Sjoerd keepte de beste wedstrijd van het seizoen en keerde de moeilijkste ballen met achteloos gemak. Maar wij hadden de Wet aan onze zijde. Onze counters waren dodelijk. En als uitbreken onmogelijk was, gaven we onder zware druk de bal een simpele ros naar voren. Misschien wat flauw, maar heel effectief. Sjoerd vervolmaakte zijn dodelijke uitworp en stichtte onophoudelijk gevaar in de vijandelijke gelederen, onder andere via een mooie doorkopbal van René. Casper ontpopte zich als matchwinner, hij scoorde driemaal en had ook in de overige drie treffers een belangrijk aandeel door Erik (2x) en Patrick met flitsend countervoetbal in stelling te brengen. Paul en Jan hielden ondertussen achterin de deur stijf dicht, maar konden niet voorkomen dat onze hongerige tegenstanders vier maal doel troffen. Uiteindelijk bereikte Beuningse Boys een balbezit van 80%, maar verloren ze wel met 4-6, en erger nog, ze verloren daarmee ook hun gedeelde koppositie in de competitie. Terwijl onze tegenstanders in de tot skihut omgebouwde sportkantine het dubbele verlies verdrongen met een potje kaarten, keerden onze spelers terug naar Trianon voor een drankoffer aan de ijzeren voetbalwetten. En geen brug hield ons meer tegen.

 

Paul