28 oktober 2005

NEC - Juliana

 

De weg kwijt

 

Frank Boeijen schreeuwt het uit in zijn klassieker Kronenburg Park: ‘Want iedereen is de weg kwijt!’. Dat is zeker van toepassing op Jan’s Golf, die met vier chauffeurs aan boord eerst door alle buitenwijken van Nijmegen wordt geleid om vervolgens in het buitenland terecht te komen. Maar omweg in afstand is gelukkig niet evenredig aan omweg in tijd, dus kwamen we ruim op tijd aan bij het omgebouwde zwembad van Malden. Daar moest onze blijdschap over de opkomst (zes man) duelleren met de ongerustheid over onze fysieke toestand: Jeroen herstellende van een kuitkwaal, Jan liep rond een zere knie, Paul nog niet helemaal aangesterkt van zijn achillespeesoperatie, René al drie weken kwakkelend en Casper eigenlijk ziek. Een kneuzenteam. Desondanks begonnen we sterk. We speelden geroutineerd, kregen veel kansen, maar helaas schortte het aan trefzekerheid. Vooral debet daaraan was hun keeper, die als een soort staande zitzak de helft van het goaloppervlak afdekte. De schoten van Jeroen ploften vrijwel allemaal dood neer op zijn amorfe lichaam. Toch werd het 1-0 door een heerlijke steekpass van Paul, koel afgerond door Casper. Een slordigheidje in de verdediging lag aan de basis voor de gelijkmaker. Met 1-1 in de rust was de energie eigenlijk al op. Helaas had onze tegenstander dat goed in de gaten, want ze pepten elkaar op: ‘Ze zitten er doorheen’. Welnu, dat was ook zo. Blauw Wit veranderde van tactiek, ze begonnen druk te zetten en wij kwamen er niet meer uit. Het rondtikken smoorde in een gebrek aan beweging. Vaak verspeelden we de bal of rosten hem, in het nauw gebracht, naar voren in het luchtledige. Een beetje uit het niets scoorde Paul de 2-1, na een handige beweging en een vlammend schot in de linkerhoek. Maar het noodlot hing al bijna voelbaar in de lucht: we hadden niet de kracht meer om een vuist te maken en moesten lijdzaam twee tegentreffers incasseren. Zelfs een overtalsituatie kon de score niet meer gladstrijken. Hoewel ons team duidelijk meer kwaliteiten heeft, was de nederlaag onvermijdelijk. Hoe is het toch mogelijk dat we voor de zoveelste keer op het laatste moment verliezen? Dat we in zes wedstrijden slechts twee punten hebben bijeengeschraapt? Dat we - op één overtuigende nederlaag na – steeds met miniem verschil verliezen? Zijn we de weg kwijt?

 

Bij het aanzetten van onze mobieltjes, na het douchen, kreeg Jan een vreselijk bericht: zijn zwager was plotseling overleden aan een hartstilstand. Verdwaasd spoedde hij zich huiswaarts. Al even verdwaasd stuurde Jeroen zijn auto met een fikse omweg naar Trianon. Jeroen moest zijn zieke gezinsleden verzorgen, Sjoerd zijn zoontje ophalen bij de oppas, zodat we uiteindelijk met z’n drieën de zwaarte van de avond het café indroegen. Paul zette uiteen hoe hij, als zelfstandig ondernemer, zich verdedigde tegen faxterreur, René legde uit hoe hij de dakgoot van Casper had gerepareerd en Casper begon spontaan te citeren uit het evangelie van Johannes. Patrick, inmiddels binnengekomen, predikte dat voetbal toch echt meer dan twee doelen heeft. Maar als er meerdere doelen bestaan, zijn er ook meerdere wegen die daarheen leiden. En hoe moeten we uit al die mogelijkheden dan de juiste route vinden? Wordt het gevaar niet groot dat we de weg juist kwijtraken?

 

Nadat Frank Boeijen het café binnenkwam, was de maat vol. Voordat hij zijn Kronenburg Park kon aanheffen, vertrok ik naar huis. Zijn we de weg kwijt? Welnee. Hoogstens maken we een ommetje.

 

Paul