25 februari 2005

NEC - Heumen

 

'Jan kan niet komen, er zijn veel virussen op het werk.'

'O, wens hem dan maar beterschap.'

'Nee nee, geen virussen bij collega's, maar op de computers.'

 

De aanloop van de wedstrijd NEC - Heumen was een moderne variant op het populaire liedje 'Tien kleine negertjes'. Allemaal vielen ze af, om verschillende redenen. Erik probeerde zijn botten heel te houden in de Alpensneeuw, Patrick moest werken aan zijn dj-carrière (voorschot op een naderend afscheid?), Casper was geblesseerd geraakt tijdens het kroegzitten afgelopen woensdag, Gerard gaf de voorkeur aan een gezamenlijke dronkenschap met andere bibliotheekklerken. En Jan, toch al niet de meest fitte van het gezelschap, moest tot overmaat van ramp als virusdokter uitrukken op de Radboud Universiteit.

 

In tegenstelling tot de beroemde tien kleine negertjes zijn wij oorspronkelijk met z'n negenen. Trek daar vijf van af, blijven er vier over. Daar kun je niet mee voetballen, en al helemaal niet tegen de koploper. Nu was het al heel dubieus dat we op deze vrijdag waren ingeroosterd door onze onvolprezen KNVB, want afgelopen woensdag moesten we ook al opdraven. Twee keer voetballen in drie dagen, da's teveel van het goede. Zelfs voor ons. Maar welke verwensingen Sjoerd ook door de telefoon slingerde, de KNVB bleek onvermurwbaar. Afzeggen mocht wel, maar dat zou ons een boete kosten van 250 euro plus de kosten van de zaalhuur. Zelfs Jos van de Akker kon als lokale bondsbobo geen wig drijven in Neerlands grootste bureaucratische bastion. Ook de pogingen om invallers te regelen bleken heilloos. Spelers van NEC 2 en NEC 3 konden allemaal niet. Dat zijn allemaal verstokte seizoenkaarthouders en juist die avond speelde NEC thuis. Op vrijdag. Ook dat nog.

 

Met lood in de schoenen (en zonder verwarming) daalden we in René's busje dus toch maar af naar de verre, donkere uithoeken van het Land van Maas en Waal, waar je voortdurend op je hoede moet zijn voor loslopend vee en plotselinge dijkdoorbraken. Nadat Paul aan Sjoerd het verschil had uitgelegd tussen Overasselt en Nederasselt, kwamen we aan bij de plaatselijke voetbalzaal, waar verdacht veel paarden hun opwachting maakten. Hoewel we nog enige eigenwaarde konden putten uit een geringschatting van de plaatselijke dorpscultuur, bleek al snel dat het sportcomplex een eindje verder lag. Mooi, groot, modern, goed verzorgd. Weg vooroordeel. Zelfs PaulO's Passat stak schril af bij de zilveren bolides op de parkeerplaats.

 

De tegenstander, van wie de gemiddelde leeftijd zeker twintig jaar lager lag dan die van ons, bleek heel begrijpend en inschikkelijk. Op zo'n manier spelen was voor niemand leuk, dat snapten ze ook wel. We spraken af om van te voren een uitslag vast te stellen, en daarna gewoon voor de lol een leuk potje te ballen. Maar in ons euvele plan hadden we niet gerekend op het slechte humeur van de scheidsrechter, die onverbiddelijk beval dat we gewoon officieel moesten voetballen. Deze potsierlijke afgezant van de door ons inmiddels gehate KNVB bleek zelf ook niet helemaal op zijn gemak, want tussen het tienerpubliek hield zich een KNVB-waarnemer schuil die onze gangen nauwlettend in de gaten hield. Er was geen ontkomen aan. We moesten spelen.

 

En we speelden. Nou ja, zij speelden. Geen enkele eer aan te behalen. Voordat we voor de eerste keer de paal raakten, lagen er bij ons al zeven in, ondanks heldenwerk van Sjoerd. Gelukkig kregen onze tegenstanders medelijden en speelden de hele tweede helft ook met vier man. Zowaar kregen wij kansen, maar vermoeidheid verboog de richting van onze afstandsschoten en de paal stond nogmaals twee keer in de weg. Toch mochten PaulO en Paul nog het genoegen smaken van een goaltje, om daarmee nog een glimpje spelvreugde te peuren uit deze desastreuze avond. Met dank aan Heumen overigens, dat zich opmerkelijk sportief en mild toonde. Dat zouden andere tegenstanders heel anders doen... Kortom, de uitslag van 11-2 is nogal geflatteerd, en dat kun je op twee manieren uitleggen.

 

Zonder dijkdoorbraken en platgereden vee keerden we terug in de bewoonde wereld. Soms moet je door een zure appel heenbijten om het leven weer te waarderen. Maar niet te vaak.

 

Paul