BIJLAGE

 

7 december 2003

Estepona FS - Nerja FS

 

Het is inmiddels alweer mijn 4e officiële optreden in het eerste team van Nerja Club de Futbol Sala. Nou ja optreden, het zou een relatief korte vertoning worden. Niet dat dit als een verassing kwam. De trainer, Felix Roca, in het verleden Spaans kampioen met het Andalusisch team, had mij tijdens de training van de donderdag daarvoor namelijk bij zich geroepen en in voor hem zeer duidelijk en voor mij nauwelijks te begrijpen Spaans uitgelegd waarom hij mij nog niet veel speelminuten kon geven. Ondanks dat hij (en een aantal lokale notabelen die steeds rond het team hangen) tevreden waren over mijn prestaties, was de taal toch op veel punten een belemmering.

 

Dat had ik natuurlijk al lang gemerkt. Nerja maakt tijdens het voetbalspelletje gebruik van allerlei codes en termen die bepaalde acties inhouden. Daarnaast wordt er gewoon ontzettend veel geluld over van alles en nog wat. Zowel voor, na en tijdens de wedstrijd. De enige in het team echter die een paar woorden Engels spreekt is de Malageense aanvoerder Ettore, die de vorige twee seizoenen in Italië speelde en voor dit seizoen (samen met nog 3 andere spelers uit Malaga) gecontracteerd is. Tijdens rustige momenten informeer ik steeds bij hem naar de belangrijkste feiten uit deze woordenwaterval maar steeds is het antwoord “nottieng iemportant, just diefense in the center ent pleej mucho fuerte”. Als ik even doorvraag blijkt het merendeel te gaan over praktische futiliteiten zoals de kleur van de clubkleding waarin we voorafgaand aan de wedstrijd moeten verschijnen (rood of geel poloshirt onder het trainingspak), of iemand nu echt geblesseerd is of doet alsof, de verdeling van de premies, of er genoeg spuitbussen en crèmetubes aanwezig zijn (een aantal jongens scheert zijn benen…), het niet opvolgen van instructies van Felix en vooral de provocaties van en naar de tegenstander.

 

Wat dat laatste betreft: de schwalbe lijkt hier uitgevonden. Dat komt vooral door een regel die wij niet kennen: bij 5 overtredingen gaat een bordje omhoog en dat betekent dat vanaf dat moment elke nieuwe overtreding een doble penalty  (een penalty van iets grotere afstand) is. Het uitlokken van overtredingen is dus erg de moeite waard en dat hebben Spaanse jugadores goed begrepen. De twee scheidsrechters hebben het dan ook tijdens wedstrijden erg druk met ‘overleg’ met iedereen. Het valt op dat, terwijl de scheidsrechters het zo druk hebben, de spelers elkáár met rust laten. Sterker nog, elkaar soms uitgebreid knuffelen (erg apart om als nuchtere Hollander na  afloop ineens omhelst te worden door naar haarlak en midalgan ruikende tegenstanders…).

 

En dan is er de wedstrijd. Estepona ligt zo’n 130 kilometer van Nerja en dus moeten we zondagochtend al om 8.30 uur (!!) verzamelen. Van daaruit vertrekken we met twee busjes. Onderweg doe ik mijn best om sociaal te zijn, maar ook hier belemmert niet alleen de taal maar ook de nogal ongeïnteresseerde houding van de meeste spelers. Nogal frustrerend aangezien de reis bijna twee uur duurt en de Spanjaarden tegen elkaar bijna onophoudelijk converseren. In Estepona aangekomen ben ik dan ook al vrij vermoeid. De aftrap is om 12 uur dus duiken we eerst met z’n allen een restaurantje in, drinken koffie en eten geroosterd brood met boter. Daar ontmoeten we ook de spelers en trainer uit Malaga en samen vertrekken we richting sporthal waar we zaal en kleedkamers inspecteren. Dan verzoekt de trainer ons te gaan omkleden.

 

In ons ‘warming-up tenue’ spreekt de trainer ons toe. Hoewel hij mij regelmatig aankijkt, doe ik eigenlijk geen moeite hem te volgen. Ik weet immers wel wat ‘the most important’ is in zijn toespraak. Even denk ik een aantal zinnen te herkennen uit vorige speeches. Als aan het eind van zijn betoog één van de spelers Javi al richting veld wil lopen wordt hij echter fel toegesproken door de trainer. Javi heeft namelijk over zijn warming-up shirt, zijn warming-up sweater aangetrokken, en dat kan natuurlijk niet. Het moet er bij Felix namelijk als één team uitzien, en als één persoon een sweater aanheeft dan is dat geen gezicht, zo is de ‘uitleg’. Dan volgt weer een woordenwisseling van 5 minuten (en dat is lang als je het niet kunt volgen). Als buitenstaander zou je denken dat men flinke ruzie heeft, gezien het woordtempo en volume, maar inmiddels weet ik dat er zo dadelijk een knuffel volgt. En so be it, nu kunnen we met een goed gevoel naar binnen. Even de haartjes nat maken en dan kan niemand ons meer iets maken….

 

Na de nodige kruistekens, ringkusjes en begroetingen naar het publiek begint de wedstrijd vrij chaotisch. Al snel staan we voor met 0-2, wat op een uitbundige manier gevierd wordt. Daar waar een doelpunt naar Hollands gebruik gevierd wordt met een stoïcijnse run naar de eigen helft, onderweg misschien een enkele voorzichtige handklap uitdelend, volgt hier een rollebollend, dansend en provocerend tafereel (‘as seen on tv’). Maar dan slaat de vreugde om in provocatie. Beide teams staan namelijk al snel op 5 overtredingen. Ik hoor Felix tijdens de time-out (jawel, dat kennen ze ook nog eens, alsof er niet genoeg geluld wordt) roepen dat alle ballen op Dioni moeten ‘por provocate un poco’. Dioni is de andere gecontracteerde international, vroeger speelde hij in diverse Spaanse jeugdselecties. Hij moet daar vooral met zichzelf gespeeld hebben, want behalve zijn tattoes en lange haardos, gevangen gehouden in een prachtige blauwe (clubkleur!) haarband, lijkt Dioni zich van niemand iets aan te trekken. Ik geloof dat ik hem totaal 3 ballen heb zien afgeven aan een medespeler. Maar dat garandeert natuurlijk wel overtredingen… Helaas, er komt er geen ‘doble penalty’, de eerste helft zit erop en dat betekent dat de overtredingenteller weer op nul gaat. We zijn inmiddels wel zo’n drie kwartier verder (een helft bevat 20 minuten zuivere speeltijd, de rest is theater). Ik heb, samen met Juanjo en Manolo, nog steeds niet gespeeld. De overige bankzitters, Sergio, Fabio en Davo moeten het met slechts een enkele minuut doen.

 

In de kleedkamer wordt het woordtempo opgevoerd en het enige dat ik nog kan herkennen zijn ‘puta’, ‘coño’, en ‘muerte’’ (vertaling is overbodig). Het lijkt alsof men met elkaar op de vuist gaat, maar ook deze keer is het loos alarm. Als sommige spelers de tas met spuitbus en crème in het vizier krijgen, lijkt alles opgelost. Soms denk ik midden in een toneelstuk te zitten.   

 

De tweede helft is nog chaotischer maar het geluk is aan onze zijde. Na een paar haarscherp uitgespeelde counters eindigend in een mislukte Dioni-solo-actie, is de maat vol voor Felix. Nu is het de beurt aan Patri, el holandès. Begon het tijdens trainingen eindelijk een beetje te lopen wat  de communicatie betreft, nu is het tempo twee maal zo hoog en door het schreeuwend en op grote trommels slaand publiek versta ik niemand meer. Ofschoon er uit counters wel twee maal gescoord wordt kan ik na een aantal minuten weer op de bank plaatsnemen. Het zal wel pech zijn, ik ben immers ook mijn kruistekens vergeten bij het betreden van het veld. Wat volgt is een serie snelle wissels (nu worden alle 10 spelers om de beurt ingezet), een tegen de muur opvliegende coach, een paar gele kaarten, opstootjes en 4 tegendoelpunten. Het is 4-4 en aan deze stand komt geen einde meer. In de kleedkamer wordt weer stoom uitgeblazen. Ik niet, ik heb te kort gespeeld om opgefokt te zijn. Bovendien ben ik een Hollander.

 

Het is half drie als we weer in ons busje plaatsnemen. De fysieke vermoeidheid lijkt geen enkele invloed te hebben op het spraakvermogen van mijn medereizigers. Het gaat weer aan één stuk door. Af en toe doe ik mee als ik denk iets te begrijpen van de conversatie. Op het moment dat ik, rijdend op de rondweg van Malaga, bedenk wat ik vandaag nog allemaal kan gaan doen, gaat het busje ineens van de snelweg af en rijdt Malaga binnen. Navraag leert dat we iets gaan eten...

Tien minuten later zitten we in een enorme eetschuur aan het strand. Tientallen Spaanse families zitten aan lange tafels met plastic borden. Blijkbaar zijn voor ons ook een aantal tafels gereserveerd, zelfs de notabelen van de tegenpartij hebben zich verzameld. Spelers aan de ene kant, bobo’s aan de andere. In dit ‘restaurant’ kent men geen menukaart. Er lopen tientallen camarero’s rond met elk een paar borden met één bepaald gerecht. De naam van het gerecht wordt door de tent geschreeuwd en als het je wat lijkt wordt je geacht minstens zo hard terug te schreeuwen. Ik kijk als ingetogen Hollander de spreekwoordelijke kat uit de boom en laat dit ritueel aan mijn medespelers over. Pas als ik ‘paella’ hoor langskomen knik ik bescheiden, waarna de ober het bord op de tafel neerzet. Hetzelfde tafereel herhaalt zich met de wijn en het bier. Die worden in literkannen op tafel gezet. Een uur later staat de spelerstafel vol met zo’n 18 lege borden, glazen en kannen. Dan komt de grote baas voorbij voor de cuenta. Hij telt alle borden en kannen en schrijft het totaalbedrag op het laatste schone stukje papieren tafelkleed. Wij vertrekken richting busje, el presidente de Nerja Club de Futbol Sala rekent af.

 

Om 17.30 arriveren we in Nerja. Daar staan een aantal jonge supporters te wachten en informeren naar de uitslag. De sfeer is inmiddels uitgelaten. Ik heb het helemaal gehad en loop het laatste stukje naar huis, mij onderweg afvragend hoe lang ik dit nog vol ga houden.

‘s-Avonds word ik tijdens het tv-kijken geconfronteerd met een ander uiterste als ik in een commercial ineens Johan Neeskens zie verschijnen. In nuchter Hollands Spaans en met zijn bekende donkere stem, adviseert hij de kijker een bepaald Spaans bier te drinken. Een zekere chauvinistische trots kan ik niet onderdrukken. Je zou er bijna heimwee van krijgen. Toch besluit ik dinsdag maar weer te gaan trainen.

 

Patrick Spierts