14 november 2003

Juliana '31 -NEC 2-9

 

Waren wij nou zo goed of zij zo beroerd?

 

Ik sommeerde Sjoerd recht te komen uit z’n konijnenhouding, z’n broek op te hijsen, op te houden met klagen over pijn in z’n reet en weer in te stappen. Twee minuten romantiek is meer dan genoeg, zo dacht ik, m’n gulp dichtritsend. Al die onzin. We moesten weg uit dit bos, en snel ook.

Maar hoe we ook draaiden en keerden, geen spoor van leven te bekennen. Geen mensenleven althans. Wel zagen we een kudde rendieren over uitgestrekte toendra’s razen. Toen we even daarna ook nog de Aurora Borealis waarnamen werd het ons langzaam duidelijk: we waren verdwaald.

Dat was niet zo mooi.

Nee, dat was helemaal niet zo mooi.

Dat was zelfs een domper te noemen op deze tot dusver prachtige avond.

Want hoe vaak spelen we met NEC1 tegenwoordig nog een tegenstander zoek? Hoe vaak snijden we nog als een mes door de boter?

Misschien waren we hiervan zo van slag dat we de verkeerde afslag namen. Nog zwijmelend bij de gedachte aan die aalgladde counters, aan al die goals, aan Sjoerd die de luidspreker uit het plafond ramde, waarna deze in duizend stukken uiteen klapte, aan de fameuze redding op de vrije trap van 5 meter die hij achteloos ving, aan het ‘dooie’ verdedigen van ons, waar de aanvallers zich totaal geen raad mee wisten. De toeschouwers zagen bovendien een co-doelpunt van Erik en Paulo, iets wat zelfs in het internationale topvoetbal zelden waarneembaar is. Toen de scheidsrechter afblies keken we elkaar dan ook ietwat verbouwereerd aan: waren wij nou zo goed, of zij zo beroerd?

Hoe dan ook, pas na uren dwalen langs naaldwouden, ijsmeren en gletsjers, zagen we een iglo.

We belden aan, en dat valt niet mee bij een iglo. De eskimo die naar buiten kwam was verre familie van Frank Kramer, zo vertelde hij ons. We legden hem uit wat er gebeurd was. ‘Wåt een berøerde situåtie' zei hij ‘jullie zitten in Mølenhoek, wåt een nårigheid, jøngens.’ Na dit goede gesprek en een lekker stukje rauwe zeehond, kwamen we weder op de juiste weg naar Nijmegen. Maar niet nadat we uitgebreid geneusd hadden, en de vrouw van eskimoFrank onze schoenen en tenen had warmgekauwd.

Iets wat haar bij Sjoerd zwaar viel, want even later trok ze groen weg. Zelf zei ze, uit beleefdheid, dat het de maaltijdvis van de dag ervoor betrof, die ze vergeten was in de koelkast te leggen.

Enige tijd later waren we blij dat we de skyline van Nijmegen weer zagen opdoemen. Zo blij dat Sjoerd uit vreugde nog wat oude stukken pizza uit de vuilnisbak opat, en ondergetekende zomaar twee Palm weghakte in het Trianon. Hetzelfde Trianon waar Paul enige troost zocht, vanwege zijn aanstaande ontslag, bij de halve liters Grolsch. Hopelijk heeft hij nog enige troost gevonden en heeft de spetterende overwinning van NEC in ieder geval als pleister op de wonde kunnen dienen.

Zo eindigde een vreemde, doch reeds historische avond.

 

Jeel