28 mei 2000

SCE-toernooi

 

In het leven bestaan vele onwaarheden, en maar weinig dingen zijn zeker.

 

Een ding wat wel waar is, en waar niemand aan hoeft te twijfelen, is dat een goede zaalvoetbalkeeper punten voor je pakt en kampioenschappen voor je wint.

 

Na vele jaren van zenuwachtig lopen verdedigen omdat je weet dat er een houten Klaas achter je het doel moet zien schoon te houden, was het waarlijk een voorrecht en eengroot genoegen om eens met een balvast en alert reagerende doelman te mogen zaalvoetballen. Aanvallen van de tegenstander die in de competitie steevast uitliepen in een tegendoelpunt, werden nu voor de verandering eens gesmoord door de keeper. Terugspeelballen vlogen niet door benen heen, hoekschoppen werden niet in eigen goal gestompt, rollertjes verdwenen niet onder maat 46 door het netje in, en werden ook niet, zoals in het beste geval nog wel eens gebeurde als een raket de tribune in gejaagd. Nee, niets van dit al. Deze keeper raapte ballen op, had ze klem, peerde ze weg waar nodig en alleen in uiterste gevallen, dook naar de goede hoek (voor ons veldspelers net zo zeldzaam om te zien als een kat op klompen), paste in op maat, gooide uit op maat, en reageerde zich niet af via een heel arsenaal aan verachtelijke scheldwoorden, deze enkel en alleen bezigend om het eigen falen te verdoezelen.

 

Ook na de wedstrijd was deze keeper (Martijn is zijn naam) een welbespraakt heerschap waarmee diepgaande en fijnzinnige gesprekken konden worden gevoerd, van allerlei aard. Eindelijk ging het eens niet over Kutjebef, in iemands reet kotsen, tepelknijpen of tietspuiten.

 

Wel, ik noem verder geen namen, maar als iemand denkt dat ie zijn biezen moet pakken naar aanleiding van bovenstaande, dat hij het niet late.

 

Korfbal schijnt ook een leuke sport te zijn. Duivenmelken is trouwens tegenwoordig ook populair.

 

           

 

Groeten, Jelle 'de Buffel' Vanhijfte