Reisverslag Suriname 2006


Dag 1 | Arnhem, 13 juli

We zijn weg! De eerste aansluiting met de trein is gehaald. Grote koffers met grote gouden sterren erop versperren het gangpad.

sterrenkoffersGisterenavond hebben we nog een chocoladetaartje ter gelegenheid van mijn verjaardag. Paulien is de afgelopen week druk geweest met koffers inpakken. Toch nog heel wat aangeschaft aanzaklampjes, muskietenhoedjes, tekentang, sandalen, sythetische handdoeken, waterdichte zakken, coolsokken en een coole videocamera gekocht.

Heb net op 8 km hoogte een kadootje gekregen, want Paulien had nog twee boeken voor me gekocht. Nou hebben we leesvoer genoeg. Gelukkig bij het opstijgen geen last van mijn oor gehad. Hij zit al een paar weken dicht. Het vliegtuig zit vol Surinamers. Zo vol, dat we er een paar achter moesten laten geloof ik. Zelfs de stewardstoel tegenover mij is bezet door een grote donkere man met veel goud in de mond.

Er is een hele stoelendans aan de gang geweest en nog zit niet iedereen waar hij wil zitten. Ik ben ook nogal aan het schuiven geweest. Gisterenochtend om 6.15 uur via het internet-inchecken. Lijkt zo leuk, zelf je stoel uitkiezen, maar het bleek niet gemakkelijk. Het hele vliegtuig hadden stoelen al bezet, er was nog een plaatsje bij de nooduitgang met een paar stoelen voor Pol en de kinderen erachter. Maar toen ik Paulien moest ‘inchecken’drukte ik per ongeluk op een verkeerde button en zat ze helemaal achterin het toestel.Toen toch maar de kinderen voor mij gezet, zodat ze in elk geval bij een raam zitten…. Gelukkig kon ik een paar uur later telefonisch Paulien weer op de rij voor de kinderen zetten. En nu in het vliegtuig heeft Paulien kunnen ruilen waardoor ze naast de kinderen zit. Pfffffft…..Een echt verjaardagsfeest wordt het niet meer. De reis is ook best vermoeiend, met het tijdsverschil. Paulien merkt op dat ik nog nooit zo lang jarig ben geweest; 29 uur!

De kust van Suriname komt in beeld! Langzaam zakt het vliegtuig door de wolken. We zien heel plaatselijke ‘wolkbreuken’ boven de bossen. Vlak boven het vliegtuig slaat de regen tegen het raam. De motoren gieren en we maken weer vaart, we stijgen weer op! De co-piloot laat weten dat het zicht te slecht is om te landen en we een rondje gaan vliegen tot het zicht beter is. Een paar mensen zitten strak in hun stoel, maar het rondje boven het oerwoud cirkelen levert mooie vergezichten op. Bergen in de verte, een rode weg onder ons en overal bos. Als we na een half uur cirkelen eindelijk landen klinkt er applaus. We stappen via een trap de warme avond in. ‘Wow' zeggen Merel en Els, is de motor van het vliegtuig nog aan? Nee het is hier altijd zo warm!

VliegveldWe moeten langs de paspoortcontrole, zonder problemen. Op de transportband glimmen onze gouden sterren op onze koffers ons tegemoet. Alles compleet, op naar buiten. Daar staat iemand van Blue Frog ons op te wachten. De bus zit van binnen onder de rode stof. Het is een uur rijden naar Paramaribo. Het regent af en toe. De chauffeur stuurt rechts langs andere auto’s met z’n mobieltje tegen zijn oor. Het vliegveld Zanderij is in de tweede wereldoorlog aangelegd in de buurt van de Bauxietmijn, zodat men met zwaar transport deze grondstof voor aluminium snel kon vervoeren. De kinderen vallen op de achterbank in slaap, het is in Suriname 20.00 uur, maar volgens hun bio-klokje is het half 1 ’s nachts!

We komen in Albergo Alberga aan midden in het historisch centrum. Een straatje vol houten huisjes uit 1870. De kamers hebben geen airco, maar een fan. De kinderen zijn snel in slaap onder hun klamboe. Ik drink mij eerste Parbo-biertje en ga ook in bed. Het is heet en ons bioritme is van slag, toch slaap ik goed.


Dag 2 | Paramaribo 14 juli
Fort ZeelandiaDe kinderen zijn om 5.00 uur wakker, wat nog meevalt, want in Nederland is het nu 10.000 uur. Ze lezen nog wat en spelen UNO tot 7.00 uur. Ik neem een koude douche. Het is nog te vroeg om te ontbijten dus gaan we een wandeling maken. We lopen naar “de Waterkant”, een soort boulevard langs de Surinamerivier. We lopen langs historische oude houten huizen en komen een fort met oude kanonnen; Fort Zeelandia. De vogels fluiten in de bomen. Het is een prachtige plek, zeker nu de zon zo laag staat. Er lopen veel mensen te vegen en te harken. Een stukje verderop wandelen we door de “Palmentuin”. Zoals het woord al doet vermoeden staat die vol met metershoge palmbomen. “Grietjebie” roept de gelijknamige vogel vanuit de toppen. De kinderen spelen wat in een aftandse speeltuin. Het is tijd voor ontbijt.

Terug in het pension bestellen we vier maal een ‘zoet’ontbijt: witte (hele witte) boterhammen met pindakaas, jam, pastachoca. Een gezelschap donkere jongens vult de kleine lounge. Hun aanvoeder, een kale kapper, rekent af met veel bombarie. Merel komt er tot haar schrik achter dat ze haar Teva’s is vergeten in te pakken. Dat wordt dan de eerste boodschap straks! We lopen de stad in, pinnen wat geld en proberen de hitte te ontwijken door zo veel mogelijk in de schaduw te lopen. In de eerste winkel hebben ze geen sandalen die Merel lekker vindt zitten. Gelukkig hebben ze in de ‘Suri-shop’ wel iets van haar gading.

Het is best druk in de Domineestraat. Iedereen kijkt ons toch wel nieuwsgierig aan, er lopen niet zoveel blonde meiden rond (en een vent van 2 meter) In het Krasnapolsky informeren we naar het zwembad. Dat is op de derde etage. Het ziet er verrukkelijk verleidelijk uit, al is het niet groot. Misschien een idee voor morgen. In een snoepwinkel kopen we wat lekkers en vier ballonnen voor Hanna, die morgen 9 wordt. Door de centrale markt lopen we terug naar de waterkant. De markt is overdekt, het is er vrij schemerig. Er wordt van alles verkocht, fruit, groenten vlees, vis. We kopen wat kleine banaantjes in de hoop dat ze net zo lekker zijn als in Costa Rica. Dat valt tegen, ze zijn hard en melig. Aan de achterkant van de markt wordt vis verkocht. Els wil naar de de marktzangvogeltjes kijken maar de stank is met geen pen te beschrijven. Paulien wil weg. Els loopt met het T-shirt over haar mond. De mensen kijken haar lachend aan. Het is denk ik nog te vroeg in de vakantie om hier rond te lopen. We moeten eerst zelf nog wat meer stinken om hier gewoon rond te kunnen lopen. Dus naar de Waterkant. Onderweg lokt een soort Grand Café ons naar binnen. Er draaien grote fans aan het plafond, er staan lekkere stoelen en tafels. We bestellen koffie en wat fris. De eigenaar komt een praatje maken. Hij blijkt tours te organiseren en heft gehoord van de mislukte expeditie van Heleen en Ronald naar Matapica. Hij organiseert die zelf ook en naar hij zegt beter. Maar het lukt hem niet ons om te praten en om te boeken. Ons reisschema ligt voorlopig vast. De kinderen schrijven wat in hun dagboek. Als we trek krijgen zoeken we ’n restaurantje dat wordt aangeraden. Aan het eind van de kade vragen we ernaar. Het blijkt de plek te zijn waar we net vandaan komen! Omdat we niet helemaal terug willen lopen besluiten we bij een eettentje op de boulevard wat te eten. Heerlijk! Bakabana en cassave met pindasaus en kouseband en een geroosterd kippetje. Een tafeltje naast ons zitten een paar donkere mannen rond een grote fles Parbobier te lachen. Er draait reggae-muziek waarop een donkere man begint te dansen. Het is erg gezellig. Paulien ziet een kom kippensoep langs vliegen en besteld er ook één. Hij komt met extensies: ketjap, madame jeanettes en witte rijst erbij. De kinderen proeven er ook van en zijn meteen verkocht.

Saouto-soepVanuit de verte zien we een regenbui aankomen. We mogen in de muziektent schuilen. Het is er aangenaam koel door het windje dat er doorheen blaast dus we blijven er even plakken. De kinderen met hun stripverhaal en ik met mijn dagboek. Er komt een meisje langs met een bosje groene ronde vruchten. We mogen proeven. ‘Knippa’heten ze. Je maakt met je nagel of tanden halverwege de vrucht een inkeping en haalt de schil eraf. Er komt een bleke lichtoranje soort lychee tevoorschijn. De smaak is tropisch; wee-zoet met een vleugje citrus. Merel en Els vinden het heerlijk. We kopen een trosje. Aan de voet van de muziektent komt een goed verzorgde rasta te zitten. Hij heeft een paar devilsticks bij zich, zo te zien zelf gemaakt. Hij kan er al aardig wat trucs mee. Merel en Els, onze circuskinderen, mogen het ook proberen. De goedlachse rasta heeft ook een paar eigengemaakte puzzels bij zich. “Als je het op kan lossen mag je ze houden” zegt hij in het engels. Het zijn puzzels van draadijzer, in elkaar gehaakte handen en sterren. Ze uit elkaar zien te krijgen is de truc. Paulien gaat meteen aan de slag. Zo is de hele familie de hele middag druk. Er komen meer ‘friends’ bij kijken en we drinken nog wat. Op het terras naast ons wordt ook heel wat gedronken. De mannen lopen regelmatig naar de waterkant om hun blaas in het gras langs de oever te legen. De wind blaast regelmatig een enorme pislucht door de muziektent. Nu weten we waarom het de Waterkant heet!

Ellen smst ons dat ze om ongeveer 20.00 uur in het Alberga zullen zijn. Met een paar gekochte devilsticks (flowersticks) en draadpuzzels vertrekken we naar ons guesthouse voor een opfrisbeurt. Een koude douche kan heel lekker zijn! Zelfs Els geniet ervan. “Nu weet ik waarom iedereen zo cool blijft” zegt ze “ze staan gewoon iedere dag onder de koude douche!”.

Er is een zwembad in aanleg in de achtertuin. Een ronde kuip wordt in de achterplaats ingegraven. Misschien over een week klaar?

BrokiOm half 7 lopen we naar Broki, een restaurant naast het Waag-gebouw aan de waterkant. Er hangen hangmatten tussen de kamerplanten. De steiger bied een prachtig uitzicht over de dreigende regenwolken boven de Surinamerivier. Het eten blijkt minder spectaculair. De friet is te bleek, de kipsate is te droog, daar kon een plens jus niets aan verhelpen, de garnalen niet lekker, de rookworst(!) te zout. Maar ja, wie gat er dan ook rookworst aan de Surinamerivier zitten eten…..Merel.

Na het eten komen Heleen, Ronald en de kinderen langs. Ze komen van de Marratakkarivier-expeditie terug en hebben het geweldig gevonden. Ze hebben een hoop te vertellen, leuk om te horen. Maar ik wil eigenlijk ook niet teveel horen, wij willen het zelf ook nog beleven. Gelukkig voldoet de reis aan Ronald zijn verwachtingen, want die waren hoog gespannen. Alleen de Matapica was op een mislukking uitgelopen. We lopen met z’n allen terug en gaan om 22.00 uur in bed.


Dag 3 | Paramaribo 15 juli
Vandaag is Hanna jarig. We hebben ballonnen gekocht en maken van knutselballonnen een kleurige muts. Om half 8 houden onze meiden het niet meer en kloppen bij Hanna aan. Ze zit al met een grote glimlach op bed. Zingen! En het cadeautje van opa en oma dat wij op schiphol hebben gekocht; een roze T-shirt met “Holland”erop. Merel en Els hebben een sleutelhangertje uitgezocht. We ontbijten, de zaal zit meteen vol als de van der Vliezen aanschuiven. Zij gaan na het ontbijten de stad in, wij lopen langs de Waterkant naar Torarica Hotel. We komen onderweg langs een boom vol gele bloemen en kolibries er in. Els ziet een colonne parasolmieren langs komen. We volgen de mars route terug en zien de boom waar de mieren druk de blaadjes aan het uitknippen zijn. Els helemaal trots. Het Torarica is een sjieke plek. Enorme lobby, gewoon koud van de airco. Mooi zwembad, grote tuin. We lopen naar de steiger met een rood overkapt einde. parasolmierIn het water zwemmen koetai’s, 4-oog vissen. Met witte oogjes kijken ze ons argwanend aan. Kees heeft dolfijnen in deze rivier gezien, maar wij zien verder alleen reigers. We lopen terug naar het Blue Frog kantoor waar we om 11.00 uur een afspraak met Stefan hebben. Hij is jarig en heeft taart meegenomen! Cake met een soort zoete room erover en erin. De meisjes gaan weer in de schommelstoelen. Stefan legt wat uit over de tripnaar het Kaysergebergte morgen. Het klinkt allemaal erg leuk, het begint nu te kriebelen.

Ik kom er achter dat ik de veldfles op de pier heb laten staan en we lopen dus even terug, kunnen we onderweg gelijk een broodje halen voor de lunch. Ik heb weinig trek en neem een tosti. De van der Vliesjes storten zich op en broodje steak. Het smaakt ons prima. Ron en ik lopen terug naar de pier waar de veldfles nog gewoon op de pier staat! Wat een land denk ik. Maar dan belt Paulien me mobiel om te zeggen dat Ellen van haartasje is beroofd, shit. We lopen snel naar het onafhankelijkheidsplein, waar inmiddels diverse politiemannen om de aangeslagen meisjes staan. Een klassieke bromfiets-tasjesdief. Zoals ze het vaak in de grote steden doen. Maar ontzettend balen voor Ellen. Ze is haar mobieltje kwijt….. haar life-line met Maarten. Verder zat er gelukkig niet veel in. Heleen is met Kees in een aangehouden auto achter de dief aangereden, Ronald gaat met Ellen mee naar het politiebureau, wij nemen de rest mee naar het Albergo. De stemming is in de mineur dus we gaan een potje UNO spelen. Ik win. De rest komt terug en doet verhaal. Aanvankelijk zouden we naar het zwembad in het Krasnapolsky gaan, maar daar lijkt niemand meer zin in te hebben. Enorm teleurgestelde gezichten bij de kleintjes doen ons besluiten toch maar te gaan. Buiten begint het te regenen….. We gaan gauw schuilen in de muziektent. Weer de muziektent! Daar willen we niet weer de hele dag in blijven hangen. Dus lopen we naar Broki, maar die is gesloten. Dan maar door naar het Kras. We doen net alsof we hotelgasten zijn en lopen geroutineerd door naar het zwembad. Het ligt er wat verlaten bij, er zitten alleen mensen langs het zwembad. De kinderen springen er gelijk in en vermaken zich de hele middag in het water. We drinken wat en kletsen wat bij.

KrasnapolskyOm half 6 sluipen we het hotel uit zonder te betalen voor het geplons.”het Blanesgevoel” noemen Paulien en Heleen dat. Denkend aan hun jeugdvakanties in Spanje.

Na een frisse douche in het Alberga lopen we met z’n allen naar restaurant Suriani, waar Heleen en Ronald heel goede ervaring hebben. Men kent ze er al! We eten er heerlijk! Ik tenminste en de kinderen ook, maar Paulien krijgt nauwelijks een hap door haar keel. De straatroof heeft haar meer aangegrepen dan ze dacht. Ze moest vanmiddag ook Ellen tot bedaren brengen, die het liefst linea recta naar huis was vertrokken. Maar ja, dat kan dus niet. Dus gaat de nasi goreng van Paulien bijna onaangeroerd terug. Els eet roti kip en Merel saoto-soep (een soort kippensoep/soto). Hanna krijgt als verrassing een ijs-coupe met 9 kaarsjes er op. Om half 10 lopen we terug naar het hotel. Verstandig dat we vanmiddag alle bagage voor de trip van morgen hebben uitgezocht, kunnen we met een gerust hart gaan slapen.Alberga


Dag 4 | Paramaribo 16 juli
Maar van slapen komt niet veel. Paulien ligt te woelen en ik doe ook geen oog dicht. Piekeren over de vlucht van morgen en of mijn oor niet gaat ontsteken, balen! Paulien ziet die brommer nog enkele keren voorbij scheuren. De beroerdste nacht die we in lange tijd hebben gehad.

De kinderen daarentegen slapen als roosjes! We moeten ze om half 8 wekken. Het is enorm druk in de ontbijtkamer. Iedereen wil vroeg eten. Maar het lukt de dikke dame om iedereen om 9 uur van eten te voorzien.

Er is nog wat verwarring of de taxi nu wel of niet gebeld is, maar om 9.15 zijn we onderweg naar Zorg en Hoop, het vliegveld voor binnenlandse vluchten.

We moeten allemaal op één grote weegschaal staan, die 510 kg aangeeft. Daarna wordt alle bagage gewogen. Het blijkt dat we met z’n allen in een 10-persoons vliegtuigje mogen. Gelukkig. De kok en gids gaan met een Cesna’tje, die ook als eerste opstijgt.

naar KayserHet opstijgen as altijd spectaculair en zeker in zo’n klein vliegtuigje. Ellen zit naast de piloot, een jonge vent met stekelhaartjes en ‘Randy’ op z’n koptelefoon geschilderd. We maken snel hoogte en zien de huisjes van Paramaribo snel kleiner worden. Het gaar hoger dan ik had gedacht, boven de eerste wolkenlaag. Al gauw zien we daaronder alleen nog bos. Hier en daar slingert een riviertje. De piloot maakt een gezellig praatje met Ellen. Voor ons niet te volgen, want het kabaal in het vliegtuigje is enorm. We vliegen af en toe door een stapelwolk, dan worden we door elkaar geschud. Voor ons doemt het Cesna’tje op met de kok en gids. Ze lijken stil te hangen in de lucht. We vliegen ze onderlangs voorbij, spectaculair!

De meiden vinden het maar wat spannend. Kees vooral, die zegt de hele reis niet veel. Na een tijdje zakken we wat om te kijken of we het duivelsei kunnen vinden, een eivormig rotsblok op een puntige basaltberg. We scheren er spectaculair naartoe, maar helaas is het ei in de wolken gehuld. Het laag vliegen geeft wel een paar prachtige vergezichten over het oerwoud. Opvallend zijn de knalgele bloeiende kruinen van de ijzerkern-boom.

Dan zien we de airstrip van Kayser opdoemen. We scheren een keer over de landingsbaan om te kijken of ie vrij is. De houten Bruynzeelhuisjes zijn goed te zien, ook de tractor die staat te wachten, wat verderop de rivier. Ne een lus zetten we de landing in. Heel mooi gedaan! Een rustige landing.

KayserWe stappen uit in een paradijsje. Meneer Winter en meneer Deel verwelkomen ons, twee creoolse mannen die hier wonen. De bagage en de kinderen gaan op de tractor en ze rijden onder gejoel naar de houten huisjes. Ook de Cesna land veilig.

De houten huisjes zijn op palen gebouwd en staan strak in de verf. In het grootste huis staan 8 bedden maar we vinden het leuk om bij elkaar te slapen dus worden er uit het andere huisje 2 bedden naar het grootste gehaald. Wij slapen met zijn viertjes in 1 kamer. Het uitzicht op de airstrip en het oerwoud is adembenemend. Huejel (spreek uit als Jewel) gaat meteen een lunch koken. Wij gaan met z’n allen op de waranda zitten om van het uitzicht te genieten. Het regent zachtjes.
Polygrus MarmoratusIn een dun struikje zit een soort hagedis. Volgens Ronald een Polygrus Marmoratus, ook wel een Surinaamse kameleon genoemd. Hij laat zich makkelijk vangen, hoewel, hij klimt langs Ronalds arm en hand en houd zich stevig vast aan diens shirt. We nemen ‘m mee onder het huisje om ‘m droog te bekijken. Van alle opwinding is het beestje groen geworden! Els krijgt er geen genoeg van en wil ‘m steeds vasthouden.

lunch op KayserOm 2 uur is de lunch klaar; rijst met rookworst, gerookte kip en gerookte vis en spek. Kouseband en komkommer. We laten het ons goed smaken. Vanmiddag gaan we een wandeling maken om apen te zoeken. We vertrekken om 14:45 ondanks ene dreigende wolkenlucht. Meneer Winter gaat voorop, hij kent de weg hier als zijn broekzak. Het eerste stuk gaat over een breed pad, langs de kant staat papegaaiebek, een fel oranje bloem op een steeltje. Dan gaan we het bod in. Langs het smalle pad zien we meteen een felblauwe Morfo-vlinder zitten met de vleugels wijd. Het begint langzaam te regenen. Eerst zachtjes, maar het bladerdak is snel verzadigd en het drupt harder naar beneden. Poncho’s aan (Pol en ik) en parapluutjes op (de kinderen). Onderweg laat meneer Winter en Onze gids Sjafiet diverse boomsoorten zien (en proeven). Met de houwer slaan ze soms stukjes van de bast waaruit latex drupt. Of een heel bittere bast tegen Malaria. Ronald en Kees duiken af en toe de berm in om een kikker te pakken. Helaas zijn de apen niet te zien. Vinden het zeker te nat. We zijn na twee uur lopen weer terug.

Jewel gaat weer koken, en wij gaan een paar overvliegende ara’s achterna. Ze gaan luid krijsend in een paar bomen achter ons kamp zitten. Blauw-gele ara’s. Het wordt snel donker. We zitten op de waranda naar brulapen te luisteren, alsof het plaatselijk enorm begint te stormen. Het eten is klaar! We eten onder het huisje aan een lange tafel. Steak (met gember en een Braziliaanse rum) met rijst (alweer, Merel) en komkommer (heel pittig gekruid). Shaffiet neemt het programma van morgen met ons door. Daarna is het kikkerjacht. Op het toilet, in de regenpijp, bij de hangmatten, overal duiken de soorten op. Kees en Ronald, maar ook Els en Merel duiken erop. Van dikke padden tot elegante glaskikkertjes.

brynzeelhuisMeneer Winter heeft een kampvuurtje ontstoken waar we bij gaan zitten. Kees en Ronald zoeken de grote pad die we steeds horen ‘drilboren’ op de airstrip, tevergeefs.

We gaan om half 10 naar bed.


Dag 4 | Kayser 17 juli
Ik slaap slecht in het te kleine bed met kogelronde kussens. Om 6 uur ga ik buiten op de waranda zitten. Het is niet koud. Er staat geen wind en er hangt een dikke mist over de airstrip. Ik zie dus niks, maar hoor hoe het geluid van de kikkertjes langzaam over gaat in het gezang van vogels en het gebrul van apen. Tegen zevenen komt ook Heleen buiten zitten. Het wordt al licht. Af en toe komt er een zware kever op z’n brommer voorbij. Ara’s vliegen krijsend door de langzaam oplossende mist. De zon komt op op een plek waar er hem niet verwachtten. Langzaam komt ieder uit het huis op het balkon zitten.

We ontbijten uitgebreid met cornedbeef en doperwtjes, salami, kaas en avocado. Daarna maakt iedereen zich klaar voor vertrek. Ronald en ik lopen de airstrip af, de rest gaat op de tractor naar de rivier. Wat een hommels komen er op de rugzakken af!
els in bootWe stappen gauw in de twee bootjes en scheuren de Zuidrivier af. Meneer Deel heeft er zin in, maar zo zien we niet veel, dus ik vraag of het iets zachter kan. Zo zien we allerlei ijsvogels en zwaluwen over het water scheren. Na ruim een uur varen komen we bij het begin van een 60 jaar oud pad dat ons naar een ‘notenbos’ zal leiden. Het pad is dus al zo oud als de aanleg van de airstrip door de ‘luchtvaartmaatschappij’ zoals meneer Winter het zo mooi kan zeggen.

droge oversteekHet pad is al een paar maanden niet gebruikt dus moet er flink gehakt worden. Het is gelukkig droog en we kunnen genieten van de bomen en planten om ons heen. We komen bij een cola-bruine kreek die overgestoken moet worden. De kinderen mogen bij de gidsen op de rug, de groten mogen zelf. Schoenen uit en lekker fris het water in.

Na een uurtje komen we bij een paar enorme bomen met grote noten eronder, zo groot als een kleine kokosnoot. Met een paar rake houwen met z’n mes hakt Winter er een doppie af en schudt er 13 paranoten uit. Normaal kan alleen een agouti dat. We nemen er een aantal mee voor “thuis”. Terug bij de boten varen we een stukkie door naar een rotseiland in de rivier. De mannen gaan meteen een vuurtje maken voor de lunch, wel wat verlaat, want het loopt al tegen vieren. Terwijl de rookworst-kip-spek prut staat op te warmen neemt meneer Winter Merel en Paula mee het water in. Het is aandoenlijk om te zien hoe die zwarte man onze twee witte frêle meisjes langs rotsen door het water leid.”Pak die boom”. oerwoudrivierEven later durven ze gewoon zelf het water in. Ik neem Els en Hanna mee, het water is heerlijk. Je moet even kijken waar je je voeten zet. De lunch smaakt verrukkelijk. De plek doet zeker mee. Midden in de rivier, in de zon, omzoomd door bos, overvliegende ara’s……..Mmmmmm

Kees en Ronald gaan vissen. Ze hebben kippevelletjes als aas. De hengel van Kees rolt bijna van de rots als hij beet heeft. Met een snoekduik is hij er net op tijd bij en haalt een enorme blauwe pirhanja binnen! Ze hebben nog nooit zo’n grote gezien. Winter slaat met een klap van zijn mes het beest half door. blauwe pirhanjaToch blijven de kaken zich sluiten, Best gevaarlijk. Heel voorzichtig halen ze het haakje eruit. De meiden gillen het uit! Wat een beest! Iets groters wordt er niet meer gevangen vandaag. Tegen vijven breken we het kampje weer op en gaan terug stroomopwaarts. We achtervolgen nog een paar prachtige witte reigers met een botergele borst, twee witte pluimen aan een zwart hoedje. Telkens als we een bocht omkomen zien we ze opgeschrikt verder vliegen. Pol en Heleen zien met hun poot een paar groene ibissen. Met schemering leggen we weer aan. Onderweg op de oplegger lachen we om het vreemde gezicht dat het moet zijn; een kar vol kinderen en volwassenen achter een slome tractor op de landingsbaan. Goede landing!

Jewel heeft het eten snel klaar; soep van chinese taillerblad, rookworst en kip. Omdat het vrij laat is wordt het avondprogramma verzet. We keuvelen nog wat op de waranda, genieten van de vuurvliegjes, achtervolgen nog een pad zo groot als een cocosnoot die later volgens Ronald toch een kikker is en gaan met de kinderen tegelijkertijd naar bed om half 10. Het regent en onweert verschrikkelijk. Bij elke flits is de landingsbaan verlicht.


Dag 5 | Kayser 18 juli
Heerlijk geslapen en om half 7 weer op. De rest komt er ook uit, want we zouden om half 8 ontbijten. Dat lukt. Paulien ontdekt een teek op haar been. Ze moeten haar ook altijd hebben. Maar Hanna blijkt er drie te hebben, ik heb er ook een. Er volgt een uitgebreide tekeninspectie. We smeren een lunchpakket voor vanmiddag. Er is keuze voor beleg genoeg. Jewel heeft eiersalade gemaakt, tonijnsalade, er is kaas, salami en smeerworst. Fijn dat er ook gewoon bruin brood is. We smeren een hoop, halen wat softdrinks uit de koelkast en gaan om half 9 op pad. Volgens planning! En dat in Suriname…..

schoenen voor oversteekHet eerste stuk is enorm drassig. Er is vannacht 28 mm regen gevallen. Al snel komen we bij een snel stromend riviertje. Hier gaan we drie aan drie met een uitgeholde boomstam overheen. Ook dit pad is al lang niet gebruikt. Het is de bedoeling dat we in 2 uur naar de kikkerberg lopen. Maar met kinderen , zegt Winter, 4 uur. Het water is overal, het staat in poeltjes of stroomt door riviertjes. We moeten na een half uurtje een riviertje oversteken, waar weliswaar een boomstam overheen ligt, maar hij ligt half in het water. Merel en Els willen perse lopen. Knap hoor! Iedereen komt veilig aan de overkant. Het is best een pittige wandeling. Het pad is vaak niet te zien door omgevallen bomen en Winter moet er flink op los kappen. Ook de modder maakt het lopen zwaar. Toch doen de meiden het goed. Af en toe zien we een aap, maar verder is het opvallend rustig in het woud. Dat valt de gidsen ook op. Ze weten niet hoe het komt. Ronald kijkt vooral uit naar de Dendrobatis Tinctorius of zoals de Surinamers ‘m noemen, de okko-pipi. Hij komt in dit bos in een paar varianten voor, waarschijnlijk vooral op de berg. Paulien voelt een prik in har nek, alsof ze opnieuw d’r gele koorts en hepatitus krijgt. Ze is gestoken door bijen, die hun nest onder een palmblad hebben hangen. Waarschijnlijk heeft ons passeren ze verstoord.

Na een paar uur lopen gaan we nog steeds niks omhoog. Volgens Winter zijn we nog niet op de helft! Dat wordt dus niks, de kinderen klagen over vermoeide benen. Af en toe een boterham-pauze veranderd daar niks aan.
Tinctorius!Dan roept meneer Deel dat ie een okko-pipi heeft gevonden! We rennen nar de holle boomstam waar onderin een zwart kikkertje zit met een gele v op zijn kop. Over zo’n mooi kikkertje raakt iedereen wel enthousiast. Hij wordt op alle manieren en standen gefotografeerd en gefilmd voordat we ‘m vangen. Zullen we nog verder wandelen? Net als we besluiten verder te wandelen vindt meneer Winter, die het pad aan het zoeken was, nog een kikker. De andere variant, met een gelere streep op zijn rug. Deze gaat ook in het netje. Omdat ik ‘m heb gevangen moet ik even goed de handen wassen, het zij n tenslotte pijlgifkikkers. We besluiten terug te gaan, de kinderen moeten het wel leuk blijven vinden. Op de terugweg komen we nog een Epibates Trivitatis tegen met de larven op z’n rug! Indrukwekkend mooi, Ronald heeft ‘m op die manier nog slechts 1x in z’n leven gezien. Deze wandeling kan niet meer stuk. De terugweg lopen we in een kleine twee uur. En we waren nog niet op de helft! Dat hadden volwassenen niet veel sneller gedaan. Conclusie: deze tocht is niet in 4 uur te doen. We zien op de terugweg nog meer padden en kikkers, maar we staan er niet veel meer bij stil.okko pippi

Terug in het huis nemen we een lekkere douche (koud) en wassen wat kleren. Alles zit onder de modder en zweet. Ronald en ik nemen een koud biertje, onvoorstelbaar dat dit kan in de ‘wildernis’! Er staat een uitgeholde ananas klaar met ananas en appelmoes. Heerlijk koud. Deze kok weet waar je zin in hebt als je uit het bos komt. De zon zakt prachtig achter het woud weg. De laatste zonnestralen schijnen laag over het bladerdak, waardoor de verscheidenheid aan boomsoorten nog beter uitkomt. Kees heeft op de airstrip een vlinderpoel ontdekt vol gele, groene en witte vlinders. We kunnen weer aan tafel! Jewel heeft een buffet gemaakt van twee kleuren rijst, bami, boontjes kip en eigen geplukte paranoten en pindasaus. We scheppen onze bordjes vol en gaan onder het huisje zitten, uitzicht op de strip en het woud.

waranda KayserHet avondprogramma is weer uitgesteld tot morgen. We maken een kampvuurtje. Achter ga ik met Hanna en Els de nachtzwaluw zoeken. Met de zaklamp op de kop zie je twee oranje ogen in het gras. We kunnen hem tot twee meter naderen voordat hij wegvliegt. Er schijnen nog meer oogjes in de zaklamp. Padden en kikkertjes. We gaan even bij het kampvuur zitten, er zijn enorme schalen popcorn gebakken. De sterke verhalen komen niet los, om half 10 gaan we weer naar bed.


Dag 6 | Kayser 19 juli
De wekker gaat om 6:10 af. We staan snel op en eten een boterhammetje, want we willen om 7:00 uur met de boot de Zuid-rivier op. Dus weer met de hele familie op de trekker naar de boten. Het licht is schitterend, net opgekomen zon belicht de bosrand waarin de mist optrekt. Ik zit met Els, Hanna en Shaffiet in de boot. Ben zeker niet erg populair. Ellen is thuisgebleven, de rest zit in de andere boot. We beginnen al snel met een paar toekans, ook een kleinere soort (aracaries). Verder allerlei apen, (tamarind-; doodshoofd-, brul) de groene ibissen weer, dit keer 6, een paar gieren. Helaas geen Gonini (apenarend of harpijarend) wel een ‘Guan’ een dikke hoen met een kleine kop. Na ruim 2 uur zetten Winter en Deel de motor af en gaan de hengels uit. De enorme pyranja van gisteren wordt in stukken gesneden en dient als aas. Ik mag met Ronald’s hengel vissen die ik meteen vast laat lopen op de bodem….. We vangen niks dus veranderen we van stek.
Merel en PaulaMeer stroomopwaarts weet meneer Winter nog een plek. Ik krijg nu een hengel van Kayser. Er wordt aan de haak getrokken dus ik haal binnen; aas eraf gegeten. Nog een keer proberen. Weet bot. Ik heb nu al de naam van vissenvoerder. Tot vier keer toe vreten de vissen het aas van de enorme haak. Ik kap ermee. Ronald vangt nog een katvis (mooie elegante vis met enorme snorharen), Winter nog een pyranja. Het is warm in het zonnetje midden op de rivier. Merel en Paula delen een pluutje Hanna en Els ook. De enorme hommels zijn er weer en zoemen om onze hoofden. Het lijkt wet een TT-race. Els heeft met Hanna een paddenparadijsje gemaakt in de boot. Ze hebben vanaf de afmeerplaats twee kleine padjes meegesmokkeld en spelen ermee of het Polly’s zijn. Heerlijk toch. Shaffiet verbaasd zich erover; ‘de meeste meisjes van die leeftijd zijn bang voor padden’. Na een half uur niet veel te hebben gevangen besluiten we ons terug te laten drijven. Zo kunnen we de geluiden van het woud goed horen, maar die zijn niet zo luid en ook minder dan we verwacht hadden. Na een uurtje gaan we toch maar op de motor verder.

We worden verwelkomt door Ellen en Jewel, goed getimed! Ronald maakt zijn pirhanja schoon in de rivier, een aquarium aan kleine visjes duikt op het afval. Guppies, bijlzalmen…… Terug in het huis heeft Jewel de lunch klaar. Rijst met kip in pindasaus, pompoen en tigerleaves. Hij heeft zelfs nog een fruittoetje van watermeloen, papaja en ananas. Daarna gaat iedereen uitbuiken in de hangmat. Het is behoorlijk heet aan het worden. De kinderen beginnen een watergevecht. Als iedereen goed nat is gaan ze in de zilveren schalen uit de keuken paddenparadijzen bouwen. Prachtige eilandjes met boompjes en palmpjes, bloemen en slakkenhuizen als kastelen. Ze zijn er uren zoet mee.
paddenparadijzenRonald en ik gaan om half 5 het kwatta-pad nog een keer lopen (maar nu droog). Het is wel apart het pad door het oerwoud alleen te lopen. Er gaat een soort ingehouden dreiging uit van zo’n bos. We hoeven het pad niet ver te lopen of we zien al ’n Tinctorius (gifkikker) en ’n skink. Dan ziet Ronald iets bewegen in de bomen. Een stuk of drie slingerapen (kwatta’s) bewegen in de bomen. We zien er één heel duidelijk aan z’n armen en staart  van een tak afhangen terwijl hij ons aankijkt. Ronald maakt aap-geluiden, maar ze vinden ons niet interessant genoeg en trekken verder. Wij lopen weer terug over het nu felverlichte pad naar het huis. Een bell-bird roept over het bos. In een paar bananenbomen zitten ‘Bananabekkies’ een soort ortopendola en een groene ortopendola. Ze maken waterachtige klokgeluiden en doen een soort paringsdansje. De andere lijken hun jongen te voeren. In het watertje vóór het huis zoeken we nog even naar die lawaai-kikker, maar dat blijkt lastig.

We eten ‘s avonds kip met pindasaus en snijboontjes. Na het eten gaan we in de schemering met de tractor naar de rivier. Kees en Ellen blijven thuis omdat we met z’n allen in 1 boot moeten. Dat kon echter makkelijk. We gaan varen in het donker met twee schijnwerpers. Shaffiet zit voorin en schijnt koortsachtig met de lamp over de woudrand, op zoek naar reflecterende oogjes. De accu is echter al snel leeg waardoor hij op zijn zaklampje door moest gaan. Even denkt Winter een boomboa te zien, maar hij kan niet goed dichterbij komen met de boot.. Shaffiet verlicht voorbijschietende vleermuizen. Overal om ons heen flitsen vuurvliegjes met hun lichtjes. Heleen heeft er na een half uurtje genoeg van en vraagt of we teruggaan. Iedereen stemt er mee in. Winter zegt’Het gaat regenen’en inderdaad begint het na 10 minuten te spetteren. Dit is niet leuk. We hebben geen paraplu of poncho’s bij ons. Zelfs de reddingsvesten zijn we vergeten. Stom! De kinderen beginnen zachtjes te klagen, maar hier is geen ontwijken aan. Overal om ons heen is water. Het klettert in het schijnsel van de zaklantaarns op het water.”Moeten we niet hozen?” vraagt Merel. Gelukkig houdt het na 10 minuten op. 's nachts op de trekkerEn een prachtige sterrenhemel is er boven ons te zien. 100 meter voordat we bij de aanlegsteiger zijn zien we een helemaal witte uil in en boom zitten. Ernaast een reiger. Toch nog iets gezien. Terug op de trekker zingen we een lied om de moed erin te houden. De lamp van Winter doet het weer en Shaffiet schijnt ermee over het veld. Duizenden vuurvliegjes seinen terug. In de schijnwerpers verzamelen zich ook enorme wolken insecten. Monden dicht, anders hoef je niet meer te eten! Terug in het huis heeft Jewel weer een lekker maal klaar. Rijst met gefrituurde aubergines en een soort stoofschotel van rook-rund-vlees. Het valt niet bij iedereen in de smaak. Het is al laat. We stoken het kampvuurtje nog even op, maar de meeste gaan al naar bed. We spelen nog wat met de schijnwerper; in het bos aan de overkant schijnt een oranje oog terug maar we zien niet wat het is. Ik ga om half elf slapen.


Dag 7 | Kayser 20 juli
Het heeft vanaf vijf uur aan een stuk door geregend. Als er maar niet meer dan 28 mm want dan mag er geen vliegtuig meer landen! We zouden om 7.00 uur gaan wandelen, maar het is net droog. We wachten dus maar even tot het bos uitgedrupt is en gaan eerst ontbijten. Er zijn gebakken knakworstje met vis, tonijn, salami, kaas en scrumbled eggs! Tegen half 9 gaan we het bos in. Dit keer gaat alleen Shaffiet mee. We kunnen moeilijk verdwalen. Aan het begin van het pad vliegt een groep ara’s over. Rood-blauwe en ‘écht rode’ te herkennen aan een a-symetrische staart. We lopen het pad heel langzaam. Zo kunnen we goed kijken.
KwattapadElke rotte boom wordt opengemaakt op zoek naar koraalslangen, maar we vinden vooral schorpioenen. De kwatta’s laten zich niet zien helaas. Wel hoog in de boom zit een caracara te schreeuwen. Even later vergezeld een ara hem. Hij zit recht boven ons. We kunnen hem goed zien. Doordat ik met Kees en Shaffiet wat achterblijf ontstaat er een gat in de groep. Normaal niet zo erg op zo’n duidelijk pad, maar als het begint te regenen realiseer ik me dat ik de poncho’s in de rugzak heb. Je kunt in het oerwoud de regen goed horen aankomen. Ik loop snel naar de rest van de groep die onder twee paraplu’s staan. Alleen Ellen wil geen bescherming. Ze staat stil te kijken met een regendruppel onder haar neus. We gooien gauw twee poncho’s boven de twee meiden en wachten tot het ergste voorbij is. Dat duurt gelukkig niet lang. We lopen het pad verder uit, alleen een Tinctorius houd ons nog op.

TinctoriusTerug in het huis is het erg warm geworden. De zon schijnt volop. Het is tijd om in te pakken. De laatste lunch van Jewel bestaat hompen kip met kerrie, pompoenen met maanzaad, aubergines en kool. We geven Shaffiet een kikkerboekje, hij is er erg in geïnteresseerd en pikt het snel \op. Hij vindt het een eer; er zijn  immers maar 6 exemplaren van. Dan wachten we op het vliegtuig.

Het eerste vliegtuig is een Cesna. De voorzitter van 'vrienden van Kayser' met een vriend komen aan. Ze komen om te vissen en ‘hun oude botten uit te laten rusten’. Daar is dit een goede plek voor. Winter en zijn vrouw vliegen samen met Shaffiet terug naar Paramaribo. Winter was daar voor het laatst een half jaar geleden. Hij woont al 6 jaar op Kayser. Wat een omschakeling moet dat zijn om dan ineens weer in de grote stad te komen! Kees wenst hem een goede reis. ”Honderd!” antwoord hij met een witte lach. Leuke vent. Ons vliegtuig landt om 4 uur. Het is een ander type dan op de heenweg, een echt ‘jungle’exemplaar. Alle banken zijn er uit om plaats te maken voor zakken bouwzakken motoronderdelen. We zijn even bang op de grond te moeten zitten, maar de banken liggen gelukkig achterin. Het is even proppen,maar we passen er met z’n tienen in. Dit keer mag Kees voorin. Als we opstijgen hebben we een prachtig uitzicht over het kwattabosKwatta-bos, de huisjes en het oerwoud. De zon schijnt laag over de bomen, hier en daar een wolkje. Het wordt een schitterende vlucht. We vliegen recht op het duivelsei af, links in de verte ligt de Wilhelminatop. Het Duivelsei is kleiner dan ik dacht, we scheren er vlak langs.Als een grap van een reus ligt het enorme granieten blok op het puntje van een andere top. Dit vliegtuig kan niet zo hard en hoog vliegen als het eerste, wat ons goed uitkomt. Boven de Tafelberg kunnen we de watervallen zien die langs de rand naar beneden storten. Het goudzoekersterrein is kaal, vervuild en vies. Dan komen er steeds meer huizen en kostgrondjes in beeld en langzaam veranderen de dorpjes in een stad. Met een scherpe duik boven het FC Suriname-die aan het trainen is- landen we op Zorg en Hoop. Daar staan weer drie taxi’s (al een uur) op ons te wachten om ons naar het Alberga Albergo te brengen.

Alsof er niks gebeurd is, in de huiskamer van het Alberga. Oh wel, het zwembad in de achtertuin is bijna af! Er staat al wel water in, maar we mogen er nog niet in zwemmen, helaas. We krijgen weer kamer 2 en 3 op de begane grond. Het is hier plakkerig warm in vergelijking met Kayser, maar dat lag ook 300 meter hoger. We nemen op het kantoor van Bleu Frog (om de hoek) afscheid van Shaffiet.Hij verteld hoe Winter zijn tocht met Ronald Naar vanuit de lucht kon zien en hoe mevrouw Winter maar hohoho bleef roepen bij turbulentie.

Na een koude douche gaan we eten bij ’t Vat. Merel friet met frikadel, Els een hamburger, Pol en ik kipsaté met friet.Effe geen rijst! We drinken op de leuke tocht en de prachtige vlucht en gaan om 10 uur naar bed.


Dag 8 | Paramaribo 21 juli
Het is wennen aan de plakkerige warmte. De fan op de kamer helpt er niet veel tegen. We hebben de was afgegeven en gaan om 8.00 uur ontbijten. 2x zoet en 2x zout. Heleen en Ronald gaan de stad in om souvenirs te kopen. Wij zoeken nog naar een T-shirt met lange mouwen voor Paulien. Best lastig, en een bikini voor Merel, makkelijker. In een boekwinkel kopen we een boekje over vruchten van Suriname, een kinderboekje over een kikker voor Ronald en een Moksi-tijdschrift. Dan nemen we een taxi naar het Residence Inn, om een nacht eerder te boeken, want we vertrekken toch morgen vanaf hier naar Galibi. Dat lukt. We gaan hier vanmiddag ook zwemmen, hoewel er direct een stortbui losbreekt. De kinderen vinden het lekker om in de regen te zwemmen.

Residence InnWe lunchen met ‘bitterballen’-aardappel kroketjes - een tosti ham kaas –waar ze de ham waren vergeten - en tonijnsalade. Heleen, Ronald en de kinderen komen ook langs. Onze kinderen hebben inmiddels groene haren van het chloor (hoewel het water naar stopverf ruikt). Het is inmiddels droog en het zonnetje gaat schijnen. Ik doe met Merel salto in het water. Ronald probeert nog een kolibrie in de vlucht te fotograferen.Om 6 uur wordt het zwembad klaargemaakt vor een cocktailparty en gaan wij weg. We gaan eten bij de koreaan, door diverse gidsen aangeboden. Het is er nog erg rustig. We bestellen sushi, bami, knoflookkip, zoetzure vis en beef. Het is allemaal erg smakelijk, hoewel wat eentonig door de ketjap en oestersaus. Om half 8 nemen we de taxi naar het Alberga, want we moeten nog ompakken, morgen checken we uit.


Dag 9 | Paramaribo 22 juli
We staan om 7 uur op voor een vroeg ontbijt. Heleen en Ronald staan ook op om ons gedag te zeggen. Zij gaan vandaag naar huis. Wij stappen om half 8 in de taxi met 4 koffers en een ortliebtas vol spullen die we op de Galibi/tour gaan gebruiken. Het vertrekpunt van die tour is het Residence Inn. We zetten onze koffers in het loket van de bussiness club. Er gaan nog 5 andere mensen met de tour mee. Onze gids heet Remi en verteld ons onderweg veel over de districten, de decembermoorden en de binnenlandse oorlog. Hij is zelf Caribe-indiaan en staat duidelijk niet aan de kant van Bouterse.

tussenstopDe weg is nu in redelijke staat, voor een groot deel betaald door de Bauxietmijnen. Tijdens de binnenlandse oorlog is de weg verwoest, bruggen opgeblazen en een dorp uitgemoord. We ontbijten (nog een keer) in een tentje voor de Comowijnenrivier, gerund door een Poolsemet een camouflage shirt die Nederlands spreekt. Er is keus uit broodjes kaas, salami, kip en bakeljauw/zoute vis. We krijgen ook een broodje mee. We wandelen de brug over. Aan de andere kant zijn diverse kraampjes met fruit. Een handelaar heeft een baby brulaap te koop , het arme beestje brult een beetje zielig! Te koop voor $100,-. Paulien wil ´m bijna kopen en weer vrij laten, maar dat heeft geen kans. Remi laat ons Moengo nog even zien, van oudsher een bauxietdorp mer mooie huizen, Ronnie Brunswijk heeft er ook een huis.

Om 12 uur zijn we in Albina. In de verte, aan de overkant van de Marowijne ligt Frans Guyana. Wij stappen in een brede houten boot, bestuurd door een indiaan voorop en een indiaan achterop en varen langs de mangrove de rivier af, richting de Atlantische Oceaan. Het is een dik half uur varen. We zien onderweg opvallend weinig. Geen vogels, geen apen, geen insecten. Wel veel afval. We meren aan in het dorpje Cristiaancondreé. Hier is een lodge gebouwd genoemd naar de myrysji palm, die voor het onderkomen staan. Achter het gebouw staan mangobomen, het fruit ligt er onder voor het oprapen. Heerlijk! We hebben een 4 persoons kamer met bedden en klamboes en uitzicht op zee. Op de waranda gaan we lunchen. De onvermijdelijke rijst met kip, snijbonen en komkommer en tomaat. De kinderen hebben zin om in de zee te zwemmen die best warm is. Er zwemmen ook kinderen uit het dorp in. Omdat ze gewoon Nederlands verstaan maken ze snel contact met onze kinderen. Ze spelen leuk samen. De sfeer is heerlijk ontspannen, heel relaxt. Cristiaancondreé

Om 5 uur maken we een dorpswandeling. Remi laat ons diverse fruitbomen , katoen en cashewnoten zien die de indianen gebruiken of verkopen in Frans Guyana. Ze krijgen er daar 3x zoveel geld voor als in Paramaribo. Vandaar dat iedereen er hier zo verzorgd bij loopt! Merel loopt met een kokosnoot te sjouwen. In een vrouwencentrum worden kralensierraden verkocht. We kopen er diverse. Een oude indiaan heeft tasjes van riet gevlochten. `Als ik er niet meer ben, is de kunst weg`zegt hij. We kopen een tasje van hem voor SRD 30 (nog geen tientje) waar hij 2 dagen aan heeft gewerkt. Dan maakt een motregen met een dreiging naar meer water een eind aan de wandeling. We eten onder de waranda een kippensoep met wat fruit (mandarijnen: heerlijk) en gaan met de kinderen tegelijkertijd naar bed. De rest blijft hangen, maar we moeten er om 3 uur uit voor de speurtocht naar schildpadden.


Dag 10 | Galibi 23 juli
Ik word wakker van een enorme hoosbui. Balen, denk ik, dat wordt straks in de regen lopen. Maar na een half uur wordt het gelukkig minder. Heb geen idee hoe laat het is. Even denk ik dat Paulien begint te snurken, maar het zwelt aan tot enorme kracht. Er lijkt iemand het regenwoud van Suriname plat te zagen! Nieuwsgierig ga ik kijken en ook wel geïrriteerd. Het een grappig gezicht; in een hangmat onder de waranda ligt een enorme indiaan met een geweer op z’n veten buik te schudden van het snurken. Onze wacht! Nu voel ik mij een stuk veiliger! Ik vraag hem een paar keer of het zachter kan, maar hij reageert nergens op. Terug in bed kijk ik hoe laat het is. 0.39 uur. We hebben dus nog even. Uiteindelijk val ik nog in slaap.

Om 3 uur wordt er op de deur geklopt, opstaan! We schieten in de klaargelegde kleren. Zaklampjes op de hoofden. Paulien heeft nog lichtgevende armbanden meegenomen voor de meiden. Zo kunnen we goed zien waar we zijn. Met zwemvesten aan stappen we in het donker de boot in. Boven ons een heldere sterrenhemel, het weer zit mee! Na zo’n 20 minuten varen landen we op de kust van Frans Guyana. Na 200 meter moeten we de lampen uit, er is een lederschildpad op het strand! Remi controleert het zand, of ze al eieren heeft gelegd. Hij denk dat ze al begonnen is met haar afleidingsmanoeuvre. Er komt ook een groepje Ganezen bij staan, ze zijn erg druk aan het praten. Maar de schildpad lat zich niet van de wijs brengen en begint met de ‘flappers’zand in het rond te gooien. Wat een enorm beest! De meiden zijn onder de indruk. Ze zucht en steunt. schildpad op het strandNu gaat ze met de achterflappers, die ze als een soort scheppen omkrult, een diepe kuil graven. We kunnen het allemaal van heel dichtbij zien. Geweldig!Na een half uurtje vindt ze de kuil diep genoeg en begint ze met eieren leggen. Remi doet een flapper opzij, zodat we het beter kunnen zien. Roomkleurige pingpong ballen vullen het gat. Merel fluistert; ”Dit heb ik nou altijd een keer willen zien”. En ze staat er met de neus bovenop. Er zijn nu vel mensen die foto’s willen maken, dat mag, mits zonder flits. We wachten tot ze weer begint met het toedekken van de eieren, voordat we verder het strand aflopen. Maar er zijn verder geen schildpadden meer. We hebben enorm geluk gehad! We vinden nog wel de schillen van uitgekomen of opgegeten eieren. Het begint een beetje licht te worden, in de verte kraait een haan. We lopen terug naar de jonge schildpadmoeder die nu op het strand de sporen aan het uitwissen is. Daarna sleept ze zich slingerend naar het strand. Puffend hijst ze zichzelf de branding in, dan is ze weg. Wat een ervaring!

in de boot terugIn de boot op de terugweg liggen de meiden bijna weer te slapen. In de lodge doen we nog een tukkie. Remi gaan intussen in Frans Guyana stokbrood halen voor het ontbijt.

We eten de stokbroden, heel apart, met roerbak-ei, sardientjes met ui, kaas of gewoon pindakaas. Helaas kan er niet gezwommen worden, het is eb en dan is er gevaar voor stekelroggen. We gaan een wandeling over de kostgrondjes maken. Daar verbouwen de indianen cassave, ananas (met mooie vogelspinnen erin), katoen en diverse fruitbomen. Het is enorm heet! Er waait geen windje, de zon schijnt volop. In het vrouwencentrum-souvenirs-shopje koopt Merel nog een kraalpoppetje. Ik ben een kalebas aan het uithollen die de kinderen hebben gevonden onder een boompje. Als die gedroogd zijn is het een leuk eigengemaakt souvenir. Het uitlepelen van het witte vruchtpulp gaat best eenvoudig. We lopen het dorp Langeman Condré nog even in, langs de basisschool. Het is zondag, dus verlaten. De lokalen zien er eigenlijk net zo uit als bij ons. Na de basisschool moeten de kinderen naar het voortgezet onderwijs in Paramaribo, in een internaat.

packed lunchOp het strand ligt onze boot te wachten. De terugtocht ondergaan we routineus. Merel en Els een stripboek, ik ben bijna klaar met de kalabassen. In Albina leggen we weer aan bij het parkje om onze ‘packed lunch’ op te eten. Keurige bakjes met dunne mie, kouseband en de onvermijdelijke kip. Het is wel erg pittig. Voor de kinderen eigenlijk niet te eten, al doen ze hun best. Het is druk in het park met mensen die hun zondagse middag besteden met zwemmen in de rivier. Voor ons zitten vier Hindoestaanse mannen in het water met een fles wisky dobberent in het midden. De fles word beurtelings uit het water gepakt voor een slok. Als hij leeg is laten ze ‘m door de stroming meevoeren. Vandaar als die troep in het water…

De bus wordt gereden door ‘onze chauffeur’ Michael, een lange Marron met pet die ‘ons veilig naar Paramaribo zal rijden’, aldus Remi.cocosnoot Michael weet van gas geven en de hobbelen en bobbelen over de Oost West verbinding. Al snel ligt de hele bus te slapen, alleen Merel en ik zijn nog wakker. We lezen een boek en luisteren muziek. Je merkt direct wanneer we door het bos rijden; een klamme vochtige lucht vult de bus. We stoppen weer bij de struise Poolse voor een saniatire stop en nemen een cocosnoot. Die heeft ze in de koeling liggen en worden met een houwer opengeslagen. Twee rietjes er in en drinken maar, heerlijk.

Na een uurtje zijn we weer in Paramaribo, de enorm hoge brug over. We checken in bij het Residence Inn. Er is verwarring over de kamerprijs, maar daar komen we morgen wel op terug. De kinderen gaan direct het zwembad in. We eten een hamburger met friet en gaan om 9 uur naar bed.


Dag 11 | Paramaribo 24 juli
De slaapkamer is door de airco op 27 graden gebracht, dus we slapen heerlijk uit tot 9 uur. Dan gaan we ontbijten; bij het zwembad is een ontbijtbuffet. Men zegt het beste ontbijt van Paramaribo. Het ziet er inderdaad fantastisch uit! Er is vers fruit, yogurth, eieren in alle vormen, brood, gebak, pannekoeken… te veel! We eten heerlijk en worden vriendelijk bediend. Na het eten gaan we nog even in discussie over de kamerprijs. Maar we worden doorverwezen naar de ‘manager’ die er even niet is.

De meiden willen zwemmen, maar we moeten eerst nog wat beenruimte regelen op de terugvlucht bij het KLM kantoor. We wandelen terug het centrum in en kopen kaarten die we in een ‘Grand Café’ gaan zitten schrijven. Voorlopig 16 stuks. Helaas is het postkantoor dicht, maar de security is zo vriendelijk ze voor ons in de brievenbus ‘Nederland’ te gooien. Op de hoek met de Domineestraat staat een mooi beschilderde kar met schaafijs. De felgekleurde flessen omringen een enorm blok bevroren water. Het geschaaf van het ijs gaat je door merg en been. Uit de gekleurde flessen komt de siroop die het waterijs een smaakje geeft. Ik neem zuurzak, Paulien cola, de meisjes Marcousa (passievrucht). Bij een roti-shop in de Wageningenstraat eten we wat broodjes vlees, weer erg pittig. Maar zo scharrelen we de lunch bij elkaar.

WageningenstraatIn deze straat staan nog erg oude bomen, die ook staan op de oude foto’s en prenten van vroeger. Toen zag alles er nog verzorgt en wit gekalkt uit. Nu zijn de meeste huizen helaas er vervallen, sommige compleet ingestort. Als ik een foto van zo’n ingestort huis maak, gaat er tot onze verbazing een man naar binnen met een boodschappentas. De bouwval is nog gewoon bewoond!

We wandelen richting hotel. Nou goed, het laatste stukje met de taxi want daar ontbreekt een trottior. De auto’s scheuren anders de haren van je kuiten. De kinderen willen eindelijk gaan zwemmen maar het begint te stortregenen! Het hindert ze niet, in hun badpak lopen ze lachend door de tropische bui naar de pool.

Wij gaan de spullen voor de volgende trip klaarleggen. Ik heb gisteren de was gebracht, die is klaar. De prijs voor het wassen is in dit hotel iets hoger; waar ik in het Alberga 1 was voor kon laten doen, rekenen ze hier voor 1 Tshirt! Maar het is dan ook wel echt schoon geworden. We hebben nu 2 kamers tegen over elkaar in het hoofdgebouw, minder leuk dan de appartementen in de tuin, maar het is maar voor een nacht. Tegen vijven gaan wij ook aan de zwembadrand zitten met een kleine Djogo (biertje) en een koffie. De meiden maken handstanden onder water met een donker meisje. Om 6 uur begint het te schemeren. We eten in het restaurant bij het zwembad, pakken de spullen voor de trip in en gaan weer vroeg naar bed.


Dag 12 | Paramaribo 25 juli
We zijn de eersten voor het ontbijtbuffet. Er is weer een overdaad aan lekkere dingen, alleen de warme gerechten pittig gekruid. Na half acht worden we door Roberto opgehaald in een bus voor 26 personen! We zullen er 4 uur over rijden naar Nieuw Nickerie, helemaal langs de kust naar het westen, over een mooi geasfalteerde weg. Roberto ziet er heel anders uit dan voorgesteld. Blanke bakra, maar door de zon getaande huid. Grijze krullen, kalend. Loopt tegen de vijftig? Heel anders dan de dandy reisleiders die we tot nu toe vaak hadden.

huisje in CoronieHet district Coronie staat bekend om z’n relaxte sfeer. De huisjes langs de weg hebben een charmante staat van onttakeling. Ooit prachtige huisjes met luikjes en soms een waranda, nu ongeschilderd en verweerd. Prachtige tuintjes. We passeren enorme rijstvelden, ook vervallen. Roberto verteld dat dit ooit hét productie- en ontwikkelingsterrein was voor (rijst)productie. Zijn vader was verantwoordelijk voor de irrigatiespuit die je nu in de hele wereld op de velden ziet; hier ontwikkeld! Patent ligt nu bij een bedrijf in Brisbane, Australië, zonder dat de familie Plomp er wijzer van werd.

Aan de linkerkant zien we nu prachtig aangelegde rijstvelden, aangelegd door het bedrijf dat de ontwikkelingsterreinen destijds overnam. We stoppen in Nieuw Nickerie om even over de markt te lopen, schaafijs te eten (nu met cocosmelk, heel apart) en wat bananenchips te kopen. We zijn de enige toeristen hier.
Warung SolomRoberto wil nog even langs de Zeedijk rijden maar het begint enorm te regenen dus stoppen we er niet lang. We rijden voor de lunch naar Warung Solom, gerund door mevrouw ‘Albatros’. Haar man, meneer Kasidi zal on naar Bigi Pan gidsen. De lunch is weer erg pittig, kip, bami, boontjes, paksoi. We praten wat over Nederland, het leven van Roberto, hoe hij in Suriname terecht is gekomen en zijn leven hier. De regen klettert op het golfplaten dak, gelukkig is het droog als we klaar zijn.

Als we het bootje inladen ziet Merel een zwarte slang in het gras. Roberto pakt het beeste resoluut bij de staart, maar hij ontsnapt weer. Jammer, maar we zien vast nog meer slangen met zulke gidsen!

Het bootje is 6 meter lang en heeft zitbankjes. We hebben weer ruime zitplaatsen! Eerst zakken we de Nickerie-rivier een stukje af en nemen dan een zijtak naar een kanaal. De boot moet een sleephelling over om in het hoger gelegen kanaal te komen. Daarna is het 8 km. rechtuit naar het grote meer (Bigi Pan). Rechts en links mangrove en dode bomen. Roberto vertelde al dat het binnenland snel aan het verzilten is, soms trekt de zee op met 20 meter in 2 maanden! We zien veel reigers opvliegen, visarenden, zwarte arenden, zwarte Mina’s.

boot op Bigi PanNa een uurtje komen we uit op een meer met een aantal vissershutten op palen in het midden. De zon staat al laag. Het is heerlijk weer. We nemen een ongeschilderde hut met een golfplaten dak. De hangmatten worden op een rij gehangen, de bagage uitgepakt. Meneer Kasidi heeft duidelijk Indonesisch bloed en een grappig accent. Hij noemt mij steeds meneerrr Errik. Hij (of liever gezegd, zijn vrouw) heeft allerlei lekker dingen meegenomen. Cake, grote limoenen, frisdrank, water. Op het water komen al snel enkele gekko’s af. Els en Merel gaan ze vangen. Meneer Kasidi stelt voor even te gaan zwemmen. Goed idee. We kleden ons alvast om (Els ziet de onderbroek van meneer Kasidi en maakt een rake opmerking dat hij wel van tijgerprintjes moet houden) en stappen weer in de boot. Eerst varen we het meer over, naar het ondiepe deel met dode bomen. De grote zilverreigers vliegen af en aan. In de bomen zitten ‘Kwaks’. Dat roepen deze reigers inderdaad voor ze opvliegen. Voor de boot uit springen vissen hoog op uit het water.

We varen tussen de dode bomen door. Kale witte stammen rijzen hoog uit het water op. Door de hoge waterstand en het zilte water is dit bos afgestorven. In een open stuk roept meneer Kasidi ‘we gaan zwemmen!’, trekt zijn shirt uit en springt overboord. Hij zwemt een stukje langs de boot met onze 2 stomverbaasde meisjes en zegt ‘het is hier niet diep hoor’ en gaat staan! Het water komt tot aan zijn middel! Nou, als het hier zo ondiep is…
meneer KasidiWe springen er allemaal in en staan tot ver over onze enkels in de dikke blubber Jakkes wat een vies gevoel! Maar het water is heerlijk warm en we zwemmen ene paar rondjes om de boot. Meneer Kasidi maakt grapjes met de meiden. De zon gaat nu bijna onder, dus gaan we terug. In het huisje knabbelen we wat snacks terwijl meneer Kasidi het eten opwarmt. Het is reuze gezellig zo met z’n allen in het huisje midden op het meer. We zien de zon prachtig ondergaan, terwijl aan de andere kant van het meer de hemel paars oplicht door het naderde onweer. Merel en Pol vinden het spannend en dat is het natuurlijk ook. Het huisje staat midden op het water. De wind blaast door de spijlen die de wanden vormen. Om 9 uur gaan ze slapen terwijl ik met meneer Kasidi nog wat napraat op de ‘waranda’.


Dag 13 | Bigi Pan 26 juli
overnachting op Bigi PanWat een nacht voor het eerst in een hangmat! Ik voel me een gestopte worst. Geen ruimte om te draaien en op je zij liggen is al even onmogelijk. Het water klotste om de boot, de muggen zoemen om je kop. Geen oog dicht gedaan. De meisjes hebben ook niet best geslapen. Bij zonsopgang moest Els plassen. Ik loop met haar mee de steiger op naar het kleine huisje waar een WC pot op het houten vlonder is geplaatst.

We ontbijten met brood en kaas en banaantjes. Meneer Kasidi wil wel een vis voor ons bakken, maar we bedanken vriendelijk. Hij gaat een grote vis kopen bij de vissers ‘aan de overkant’. Dan varen we weer een stukje om te zwemmen. De vissen springen weer langs de boeg.Als ik mijn tas open doe om mijn camera te pakken, springt er een vis bijna in de tas! We lachen allemaal,maar dan springt er een grote Harder in de boot tegen Merel aan! Hij ligt te spartelen op de bodem en Merel moet even bijkomen van de klap tegen haar ribben. Dat is even schrikken! ‘Goed meneer Erik’ roept Kasidi en springt naar voren om de vis te pakken. Hij is zo lang als mijn rugzak en spartelt hard. 'U brengt geluk meneer Erik’ roept Kasidi. ‘U gaat vandaag vast nog mooie dingen zien!’

kasidi vangt visEven verderop gaan we zwemmen, nu iets voorzichtiger nu we weten wat er rondzwemt. We varen nog een rondje voor de vogels en gaan dan inpakken. Meneer Kasidi vaart ons in een uur terug over het kanaal. Het is weer een mooie tocht met veel vogels, o.a. een zwarte arend die op 2 meter afstand te benaderen is. Dit keer moeten we zelf de boot de sleephelling optrekken. Hard werken. Bij het restaurant van mevrouw Kasidi wachten we op Roberto. Die heeft net de laatste boodschappen gedaan voor onze trip, onderweg kopen we alleen bij een stalletje nog wat Knepa’s, sinasappelen een een soort komkommers.

In en uur rijden we naar Wageningen om in een restaurantje wat te eten. Heerlijk, eindelijk niet zo pittig, rijst/nasi met bakabana en omelet, bami en kouseband met kip. Het zijn erg vriendelijk mensen die van alles over Nederland willen weten. We kunnen naar de boot lopen, hij ligt in de Nickerie-rivier. We worden door een indianenfamilie opgewacht. Vader, zoon, neef en dochter van de chief gaan mee. Het is een enorme boot, 2 meter breed en 12 meter lang. Er is gepakt voor een hele expeditie! Kratten vol met spullen! Daar steken wij met z’n viertjes mager bij af.

de Maratakka opPaplun stuurt ons de rivier op, wij zitten voorin, de kinderen daarvoor, dan Roberto. We gaan 90 km de rivier op, een stuk van bijna 7 uur varen! Het is vrij stil op de rivier, we komen alleen langs een indianendorpje Cupido, daarna is de rivier voor ons. Een enkele ijsvogel, een paar ara’s verder veel verschillende soorten bomen en een dode anaconda. Het pad dat we na twee uur varen zouden lopen om de bene te strekken is helaas te nat. Roberto heeft het water nog nooit zo hoog zien staan. Er komt een regenbui aan. We zien hem in de verte al het gladde wateroppervlak verrimpelen. We zijn door Heleen gewaarschuwd voor de snelle afkoeling en doen snel de poncho’s aan en trekken een dekzeil over ons heen. We blijven zo lekker droog, het heeft wel iets gezelligs met z’n viertjes op de bank. De bui is snel over en laat een donkere lucht, een laagstaande zon en een prachtige regenboog achter.

Merel op de boegMerel en Els mogen afwisselend op de boeg zitten. Het lijkt dan of je vliegt; het water is zo strak en spiegelend dat je de overgang van water naar bos niet ziet. Het wordt nu snel donker. Roberto deelt zaklampen uit, deels om de rivier te verlichten, deels om te zoeken naar beesten. Enorme vuurvliegen schijnen hun groene licht in de bomen. Op een overhangende tak zit een enorme vogel met grote, oranje oplichtende ogen. Een enorme nachtzwaluw, hier de Jorka Forwo (spookvogel) genoemd. Dan zijn we bij het kamp. Het is donker, dus zien we niet meer dan de zaklampen ons toelaten. Een recht, verzand pad van 50 meter leid het bos in naar een kampje van 3 grote hutten, met palmbladeren daken. In een tempo wordt de boot uitgeladen, thee gezet, hangmatten met klamboes opgehangen. We eten wat brood met sardines of pindakaas of leverpastei. Roberto laat ons het toilet zien; een gat in de grond met twee planken erover en een balk om tegen te leunen. Van wat de familie van der Vlies heeft achtergelaten, 2 weken geleden, is niets meer te zien. Helemaal opgeruimd door het bos. We gaan maar vroeg naar bed, na een slapeloze nacht op Bigi Pan en een Maratakke-eind varen zijn we moe.


kamp MaratakkaDag 14 | Maratakka 27 juli
Gelukkig is de klamboe iets groter dan op Bigi Pan, maar echt comfortabel slaapt het nog niet. Paulien en Merel hebben ook niet veel geslapen. We moeten nog erg wennen aan de geluiden van het oerwoud. In de verte hebben we brulapen gehoord, dichterbij kikkers en een mechanisch ‘gameboy-geluid’ van een vogel die dus ‘woei-woei-tak-taktaktak’ doet. Nu het licht is, zie we het kampje eigenlijk pas goed. De drie hutten zijn ongeveer 6 bij 12 meter en 4 meter hoog. Het is aan alle kanten omsloten door oerwoud. De ‘keukenhut’ is efficiënt ingericht en van de meeste gemakken voorzien. Vuurtjes verspreiden hun rook en maken het huiselijk.

We ontbijten met een omeletje, brood met pindakaas of ananasjam, thee en koffie. De badkamer is de rivier. Op het pad ernaar toe ligt schuim. Roberto verteld dat de indianen bang zijn voor dat schuim omdat je bij aanraking de weg kwijt kan raken. Niet helemaal bijgeloof; het heeft een hallucinerende werking.

zwemmenRenato, de jongste, is zich al aan het wassen. We hebben volgens hem net de reuzenotters gemist, jammer. Els en ik gaan er via de boot in, het water is wel koud maar verfrissend. We gaan wat wandelen in het bos achter het kamp. Paplun voorop met een houwer, hoewel hier 2 weken geleden de van der Vliezen hebben gelopen. We gaan door een paar savanne-achtige stukken, dan komen we op een breed pad. Ooit heeft hier een tractor bomen uit het bos gesleept.

Langs een moeras blijven we staan omdat Roberto iets wil uitleggen. Ik hoor in de bomen links van ons geruis. Het zijn slingerapen! Kwatta’s, goed te zien. Ze jagen een Toekan van een tak en kijken ons brutaal en nieuwsgierig aan. Roberto maakt oehoe-geluiden waar ze op reageren door aan takken de schudden en dingen naar beneden te gooien. Het is een leuk gezicht, ze slingeren echt van tak naar tak, gebruik makend van de dikke zwarte staart. We lopen verder. Roberto wijst op een zwarte fungus uit een stam, die wit slijmerig begint te ‘bloeden’ als je er met een houwer een stuk uit slaat. En stinken doet ie ook!

Wandelen met RobertoIets verderop zingt (of liever; schreeuwt) de Piha zijn karakteristieke lied ‘wieeee-aah’! Aan de andere kant van het moeras gekomen lopen we weer terug. Na drie uur wandelen komen we weer in het kampje terug. Ik ga zwemmen met Els. Merel zit er even helemaal door. Ze is bang voor het bos, het water, voor alles. Paulien troost haar, ze vind het zelf ook spannend. Misschien komt het deels door de verhalen van Roberto over giftige spinnen en snelle slangen. We vragen of hij die iets wil matigen, hoe interessant ook.

We lunchen heerlijk wokkel-pasta met tonijn. Merel leeft weer op, het is haar lievelingskostje. Na het eten gaan gaan we weer een stukje de rivier op en leggen aan bij een grassig stukje. Het is Roberto’s plan hier het pad te verkennen om morgenavond te lopen als we kikkers gaan zoeken. De eerste poel, vlak aan de rivier ligt er stil bij. We volgen een tractor-spoor naar de tweede poel. Hier horen we de ‘hoi-kikker’, een Pipa-pad die in koor ‘hoi…hoi…hoi’ roept. Maar als we dichterbij komen zijn ze opeens stil. Paplun vind er toch een, maar Roberto vangt ‘m net niet. Langs de oever van de derde poel ligt schuim, waar padden eieren in leggen. Verder is het rustig.

Terug in het kamp gaan we nog zwemmen, lekker fris. Er vliegen ara’s schreeuwend over. Het is een idyllische plek. Els heeft van 2 sari’s een privé-toiletje gemaakt tussen de hangmatten. Haar WC is een afsluitbare emmer, het closet een halve fles met water. Zelfs aan een lampje is gedacht, haar zaklamp hangt aan een wasknijper.

Merel en HelgaHelga heeft heerlijk gekookt, onder toeziend oog van Merel. Rijst met kip, tajerblad (een soort spinazie), verrukkelijk. Om 9 uur, het is helemaal donker, stappen we nog een keer in de boot om een alligator te zoeken. Roberto zit op de boeg met een zaklamp en schijnt over het water en in de bomen. Els vind dat maar raar; een alligator kan toch niet klimmen! Het is heel stil in de bosrand, geen oogje licht op. Omdat het water zo hoog staat is de oever heel breed, tot in het bos, waar we met de boot niet kunnen komen. Er laat zich geen alligator of slang zien, ook geen vogel of insect. Zelfs de vuurvliegen zijn uit. Na ruim een uur zoeken varen we terug het kampje in. De indianen zijn meteen het hangmat in. Merel en Paulien schuiven hun hangmatten iets dichter tegen elkaar zodat ze elkaar kunnen voelen vannacht. Zo voelt Paulien dat Merel schokkend in slaap valt.


Dag 15 | Maratakka 28 juli
Gelukkig hebben we al beter geslapen. De techniek van het hangmatliggen hebben we al beter door. Ronaldo slaapt uit, wij gaan ontbijten. Ronaldo is de broer van Helga. Heeft een kledingmerk op zijn rug getatoeëerd. En één klein vlechtje in zijn korte haar. We ontbijten weer met (bruin)brood en omelet. Dan een uurtje de rivier op om een pad naar de savanne te verkennen.

Bos-markoesaHet is een erg drassig pad, we houden de Palladiums niet droog. Langs de kant staan enorme Heliconia-bloemen en er vliegen libellen en vlinders over het pad. Voor een prachtig rode passiebloem blijven we even staan. Omdat het straks heet wordt, steken we de savanne nog niet over, de kunnen  we warmte van de grond nu al voelen. Het is tijd om te zwemmen! Aan de waterkant kleden we ons om, vlakbij een boom met een enorm bijennest en citroenen (lemmetjes) aan de stam. Het is heerlijk in de jungle-rivier, zelfs Merel en Paulien gaan zwemmen. Je voelt het colabruine water langs je benen stromen. Er is een boomstam onder water waar we op kunnen staan. Het is leuk met je hoofd onder water te zakken; de anderen zien ‘m helemaal bruin worden. zwemmen in de Maratakka

Tegen twaalven gaan we weer terug voor de lunch. Kip met kouseband en rijst. Daarna hebben de meiden alweer zin in zwemmen, dus ga ik met ze de rivier in. Een prachtig gezicht, die blonde koppies tussen de tropenbomen in het heldere bruine water. We doen het rustig aan deze middag.

Tegen vieren stappen we weer in de boot om de wandeltocht van deze ochtend over de savanne af te maken. Helga is nu ook mee. Ze heeft een theedoek om haar hoofd geknoopt tegen de muggen. Merel heeft daartegen ook een systeem bedacht met haar hoofddoekje en zonnebril. Het eerste stuk tussen de Heliciona’s gaat snel. Dan komen we in het open stuk met struiken, de savanne. De bodem is hier nog schraler dan in het oerwoud. Er zijn kale, zanderige stukken, afgewisseld met lang gras en struikjes. Het is er nog erg warm en er zijn veel vliegjes om je hoofd. We proberen de voeten droog te houden waardoor we soms door struiken heen moeten. Het is er ook stil. Roberto verteld dat hier vroeger vluchten vinken over de savanne vlogen, maar nu allemaal zijn weggevangen. Als we weer in het bos komen moeten we een kreek oversteken.
kreekje overstekenDe meiden willen graag met de schoenen door het water, wij houden ze niet meer tegen. Onder luid gejoel stappen ze tot aan de knieen het water in. “Heerlijk koel!”. Bij een poeltje horen we weer de ‘hoi-kikker’, maar vinden hem niet. Wel een enorme sprinkhaan. Els wil ‘m vasthouden en ontdekt dat ie flink kan bijten!

Op de terugweg door de savanne vind Paplun een rode schildpad. Een vrouwtje van ongeveer 5 jaar. Merel en Els zijn meteen alle inspannigen en vliegjes vergeten en huppelen achter Helga aan, die ‘m op de schouder houd. Even zijn we bang dat ze haar willen gaan opeten, maar ze is te jong dus neemt Roberto haar als huisdier. We kijken nog even naar een Jacamara, een soort toekan met een dunne snavel, maar daar hebben de meisjes geen oog meer voor.

Weer een schildpad! Dit keer een mannetje (heeft een holle uitsparing aan z’n onderkant) met maar drie poten. Er is er kennelijk eentje afgegeten door een Ocelot waar we de sporen van in de klei vonden. De meiden rennen achter de schildpad aan die nog best snel loopt op z’n drie poten. We laten ‘m achter. Op de terugtocht in de boot ervaart de schildpad voor het eerst van zijn leven de kracht van hoge snelheid! Hij komt ervoor uit z’n huisje en kijkt met grote ogen in het rond. Om beurten bij Merel en Els op schoot natuurlijk.

jonge onderzoekersTerug in het kamp is Els niet meer bij het beest weg te slaan! Eindelijk een huisdier. Roberto en Helga gaan koken, rijst met schapenvlees (lekkere karbonade, hè kinderen?), komkommer in lemmetjes (citroenen die we vanmiddag hadden geplukt), kouseband en Sopropo, een soort bultige komkommer die enorm bitter smaakt. Sorry Roberto, maar zelfs met suiker en gember niet te eten zo bitter. De koks zelf zijn echter erg tevreden over… “Jam jam, kaptein”.

Roberto geeft lesHet is begonnen met regenen en onweren. We zijn even bang dat onze kikkerexcursie in het water gaat vallen. Maar na het eten en een paar potjes Uno is het droog en gaan we gelukkig toch nog. Het is inmiddels na negenen en pikkedonker. Altijd spannend in het donker op de rivier. Al na 10 minuten zijn we bij de plek die we al eerder hebben verkend. De schoenen waren al doornat, dus stappen we nu zó de boot uit, het moeras in. Het is een enorm gekwaak bij de eerste poel, waar het gisteren zo stil was. Met zaklampen speuren we naar kikkertjes. Paplun heeft de eerste gespot; hij zit op een blad vlak voor ons, als bevroren in het licht van de zaklamp, met de kwaakblaas nog vol lucht. Hij is zo groot als mijn duimkootje, mosterdgeel met beige vlekken en de karakteristieke boomkikker-zuignapjes. Roberto achter een ander geluid aan en komt met druipende broekspijpen uit de kreek terug met een enorm pakket in z’n hand. Het blijkt zijn Tshirt te zijn waarin een enorme pad (Bufo Marinus) verpakt zit. Hij kijkt ons nors aan als ie is uitgepakt. De meiden roepen ‘oh’ en ‘ah’. Wat een groot beest! Als een kleine voetbal.

Giant Monkey FrogWe lopen in een kwartiertje naar de tweede poel. Hier is het een stuk rustiger, Roberto wijt het aan de gevallen regen. Normaal schijnt het hier te wemelen van kikkers in alle kleuren, nu vinden we één klein geel kikkertje (ik fotografeer zijn kont, maar als ik zijn kop probeer te kieken springt ie onvindbaar weg). Dus gaan de weer naar de eerste poel terug. De meisjes beginnen ook moe te worden. Roberto gaat achter een grote zware ‘kwaaak’ aan en vind de grote ‘apekikker’. Een enorme boomkikker! We moeten er wel flink voor door het water, maar hij laat zich gemakkelijk vangen. Even later loopt ie over de armen van Merel en Els. Wat een prachtig beest! Zeker 30 cm. Met enorm uitgestrekte benen en armen loopt ie over onze shirts en staart met z’n bolle ogen in het rond. De beloning van een beetje ontbering, zoals Paulien opmerkt.

Op de terugweg in de boot spot Paplun ook nog een kaaiman in het water. We zien de rode ogen weerschijnen in onze zaklampen. Hij springt weg als Roberto ‘m nadert. Het is weer mooi geweest voor vandaag.


Dag 16 | Maratakka 29 juli
Ik word vroeg wakker van alle vogelgeluiden. Het lijkt nu sterker dan de afgelopen dagen. Samen met Els gaan we ‘baden’. Els wil natuurlijk vooral naar Sofietje, de schildpad die we in de boot hebben laten overnachten. Ze ligt er nog goed bij. Boven ons hoofd is de ‘Boswachter’aan het tetteren en daar komen nog een vijftal rode Ara’s bij. Nu zijn hun rode verenpakjes op hun mooist met de opkomende zon. Ik ren naar het kampje om m’n videocamera te halen en als ik terug kom is de batterij leeg! Jammer, maar gelukkig was dat gisteravond niet gebeurt. We laten onder het ontbijt de foto’s en de film van de enorme boomkikker van gisteravond aan Helga en Renato zien. Zij waren niet mee. Ze kijken er naar met een mengeling van verbazing en afgrijzen. Hoewel Helga de dochter van een indianenkapitein is, komt ze weinig in het bos.

Het kamp wordt geroutineerd opgebroken. De keuken gaat in grote curver-boxen, de hangmatten opgevouwen. Alles op een speciaal uit Nederland geïmporteerd steekkarretje naar de boot. Tegen tienen kunnen we vertrekken. Roberto doet de laatste kampinspectie en roept onze namen om het bos te laten weten dat we allemaal vertrekken. Bij de boot vraagt hij ‘Is iedereen mee, niemand blijft achter?’. ‘Nee, niemand blijft achter’ zegt Helga, misschien toch iets (bij)gelovig.

Els zit het grootste deel van de reis achter de bagagestapel, bij de schildpad. Merel leest wat en luistert muziek. Paulien dommelt een beetje. Het is heet in de zon, ondanks het windje. Rolando stopt de motor, Paplun wijst in het water; hij heeft en slang gezien! We zien inderdaad iets kronkelen in het water, maar als we dichterbij komen blijft het stilMerel met slanghagedis liggen. Met een snelle greep pakt Roberto de slang uit het water. Durfal. Het is een wormhagedis, een hagedis zonder poten. Je zou zweren dat het een slang was. Hij is ongeveer 30 cm. lang, zwart met blauwgrijze vlekken. Nu wil Merel ‘m meteen vasthouden, slangen zijn haar afdeling. Ze merkt dat het beestje sterk is en zich loskronkelt uit haar hand. We zetten er de mokkenteil onder. Nu heeft Merel ook haar ‘huisdier’. Zo zijn de meiden allebei druk deze bootreis. Maar Merel moet na een uurtje de hagedis weer vrijlaten omdat het water te brak wordt.

Roberto smeert lunchTijd voor de snack waar de kinderen zo nieuwsgierig naar waren. Roberto heeft vanmorgen broodballen staan frituren, een soort oliebollen van brooddeeg. Hij snijd ze nu doormidden en belegt ze met omelet of haring in tomatensaus. Een lekkere vette hap, smakelijk tijdens de bootreis. We tappen zelf onze stroop uit de kraan. Ongelofelijk hoe we deze hele trip nog koud hebben kunnen drinken! De sinasappels gaan op, net als de knippa’s en de mango’s. De pompelmoes breken we niet aan. Ik vind de enorme grapefruit-achtige vrucht wel lekker maar Pol en de meiden niet.

We stoppen onderweg voor Ara’s, Capucijneraapjes, een Anaconda (die helaas onderduikt) en een kleine Toekan. Roberto weet over van alles iets te vertellen. Hij heeft onze kinderen ook op een leuke manier kennis laten maken met het bos en de zwaarte van het programma goed aangepast aan ons tempo. Om drie uur zijn we weer in Wageningen. Richard staat al te wachten met het busje. We nemen afscheid van het indianenteam. Heel gek als je zo intensief met elkaar bent opgetrokken om dan weer afscheid te nemen. De schildpad brengen we naar het huis van Roberto. Daar mag ze het gras in de achtertuin kort houden.

TotnessDan volgt een lange busreis over een soms zeer hobbelige weg. De huisjes van Totness zijn wel weer allerschattigst. In Saramacca zien we mannen en vrouwen in de (vieze) sloot naast de weg hun avondmaaltje bij elkaar vissen. Om zeven uur zijn we weer bij ons hotel. We nemen afscheid van Roberto en checken in. We willen de vuile was van 5 dagen oerwoud afgeven en komen er achter dat we die in een aparte tas op de boot hebben achtergelaten. Stom stom! Roberto gebeld. Hij probeert iets te regelen. De meiden duiken het zwembad in. We eten hamburger met friet.


Dag 17 | Paramaribo 30 juli
Redelijk geslapen, weer heerlijk in een echt bed. De airco niet te laag gezet, anders wen je er snel aan. Paulien heeft gisteravond nog een handwas gedaan, die ligt nu verspreid over de kamer te drogen, als een ontplofte koffer. De meiden willen meteen zwemmen, maar we gaan eerst naar het beste ontbijtbuffet van Paramaribo. Pannekoekjes, fruit, bacon en ei, yoghurt, heerlijk allemaal. Roberto belt dat Helga gisteravond onze waszak een snelle beurt heeft gegeven en Paplun op de fiets naar Nickerie is gereden om de zak op de bus naar Paramaribo te zetten. We kunnen vanmiddag al onze was hebben! Wat een lieve mensen! Ik ga  met de taxi naar Ali’s Drugstore, een van de weinige winkels die nog open is op zondag, voor nog 20 ansichtkaarten. De chauffeur neemt een heel slechte weg en ik hoor al snel door het open raampje de linkervoorband leeglopen. We redden het net tot aan de winkel, maar dan is ie ook plat. Ik koop kaarten (er zijn geen postzegels) en wat snoep en bananenchips. De band is intussen gewisseld en we gaan terug naar het hotel. Merel en Els liggen constant in het water. Tuin Residance InnWe schrijven 20 kaarten, geen sinecure! Ik schrijf mijn dagboek verder en heb daarna schrijfkramp. Tegen schemering kleden we ons om en lopen we een stukje de weg af naar het chinees restaurant. Een enorme tent met af en aan rijdende mensen die komen afhalen. In het restaurant boven staat de afwas hoog op de bas opgestapeld en een vechtfilm op wide-screen. Leuke tent! De zender gaat op ons verzoek op een uitzending van de wereldomroep. Crisis in het Midden-Oosten, what’s new? Het eten –kip met ananas, zoet-zure vis en garnalen- is matig. Ik heb de MAratakka-plee 5 dagen niet hoeven gebruiken, maar daar brengt deze Chinees verandering in! We lopen door het donker terug en gaan airco-slapen.


Dag 18 | Paramaribo 31 juli
kantoor Blue FrogHet begint een ritueel te worden. Half zeven op, tassen voor de trip al gepakt, ontbijt -uitgebreid met fruit en pannekoeken- en weer op stap! Stipt acht uur zijn we op het kantoor van Blue Frog (taxi 5 SRD, het wordt steeds goedkoper). We zijn de eersten. Stefan ontvangt ons met een witte lach maar is gehaast onze boodschappen aan het verdelen met Betty, onze kok. Het kantoor ligt vol zakken rijst, kammen bananen, watermeloenen, kartonnen dozen tajerblad en kouseband. De rest van het gezelschap druppeld binnen; nog een gezin met een Surinaams/Hollandse man Feisal, z’n vrouw Paula, en twee zoons wiens namen zo origineel zijn dat ik ze nog niet weet (Tirza en Kadeem). Ze hebben ongeveer de leeftijd van onze meiden en zijn op slag verliefd. Als laatste komt de groningse Virry binnen. We kunnen! Er is weer plek zat in het busje. Het wordt een pittige tocht van vier uur naar Brownsberg. De weg is vreselijk slecht, rood stof komt door de ramen naar binnen. Vrachtwagens vol bauxiet rijden af en aan. We worden in de bus door elkaar geschud. Het laatste stukje, 13 km. de berg op doen we in drie kwartier. Diepe plassen moeten we door, afgronden aan de rechterkant. Één troost, er staan veel bomen die een val zullen breken.

Geradbraakt komen we boven op de berg, 550 meter hoog. Her en der staan houten barakken op het terrein. Een soort scouting gevoel. We kunnen lunchen in het restaurantje. Een soort lopend buffet. Enorme spinnen kijken vanonder het golfplaten dak toe.

Hut BrownsbergEr is een misverstand over de overnachting. Er zijn vier hangmatten, vijf van ons moeten in een nog op te zetten tent. Maar dat willen we geen van allen. Betty gaat iets ‘ritselen’. Ze koopt vijf hangmatten ‘onderaan de berg’. Die tenten blijken er trouwens toch niet te zijn. We gaan met z’n allen in een huisje. Maar eerst wandelen. Er zijn op de berg makkelijke paden aangelegd. Onze gids, Rabin, zit al 8 maanden ‘op de berg’. Hij is parkopzichter/politie van beroep en gids als ie ‘met verlof is’. We lopen heel rustig naar een plateau waarvan we een mooi uitzicht hebben op zowel het dorp Brownsberg als op het Brokopondomeer. In 1964 aangelegd door Suralco (Surinaamse Aluminium Cooperatie) om stroom op te wekken voor deze industrie. We kunnen door de verrekijker zien dat het meer vol dode bomen staat. Rabin weet een hoop te vertellen over de geschiedenis van het meer en het park. Het mooist is wel ‘de ark van Noach’. Voordat de dam gebouwd werd en het meer zou ontstaan in de vallei, ving men van alle voorkomende dieren een paartje. Die werden vervolgens uitgezet, vooral op Brownsberg.

Er loopt een wandelende tak over Faisel, die in paniek reageert. OK, het is een flinke tak, maar Faisel blijkt bang voor alles wat kruipt en vliegt in het bos. Hij loopt nu al muggenolie te smeren en gebied zijn zoons vooral niet van het pad te wijken. Merel en Els moeten er een beetje om lachen. Ze vinden het eigenlijk geen oerwoud, met van die aangelegde paden. Tja, deze meiden zijn al aardig gehard de afgelopen weken.

Leo-valDe wandeling leidt verder naar de Leo-val, een prachtige waterval, zeker 15 meter hoog. De zwemkleding gaat aan en we nemen een ijskoude douche. Rabin heeft verhalen over gifslangen in het park die regelmatig worden gedood. Nu is de nieuwsgierigheid onder de kinderen goed gewekt, ze willen een slang zien! We speuren op de weg terug maar vinden vooral vogels (Trogon en Kolibri) en Els vindt een Atelopus Spurmania (Pebas Stubfoot Toad), een bruin padje met dunne pootjes en mooie gele lijntjes op z’n vel. Ook lopen we onderweg nog de zwemjuf van Els samen met haar gezin tegen het lijf. We wisten dat ze ook in Suriname was want we hadden haar ook al in het consulaat voor de visumaanvraahg gezien, maar het is toch weer toeval.

Terug in het basiskamp moeten we aan de slag met de hangmatten. Ze zijn nieuw en moeten dus ook nog van touwtjes worden voorzien. Maar er is touw te kort. Ook missen er nog twee klamboes. Én de ruimte in het huisje is voor ons gezelschap te krap. Er moeten er drie buiten in het portaal onder het afdakje slapen. Ik heb daar geen problemen mee, Virry ook niet en Els de dappere vind het ook wel stoer. Faisel blij, hij zorgt dat z’n gezin diep achterin het huisje een slaapplek heeft.

eten aan BrokopondomeerWachtend op touw gaan we eerst maar eten.De tafel is zo op het grasveld gezet dat we een mooi uitzicht hebben op het meer. We zien prachtige wolkenluchten door de ondergaande zon. Betty heeft rijst met kip en kouseband, tomaat en komkommer gekookt. Na het eten is het donker geworden en gaan we de slaapplaatsen verder inrichten. Er wordt heel wat geknoopt en geïmproviseerd, maar het lukt uiteindelijk. Betty heeft haar hangmat in de keuken gehangen. Rabin wil voor 20 euro nog wel een avondwandeling organiseren. Omdat er naast onze plek een bonte avond wordt georganiseerd door een stel Surinaamse scholieren (met muziek) lijkt ons dat een goed idee. Merel wil echt niet mee, de familie van Faisel (uiteraard) ook niet. Dus gaan Paulien, Els, Virry en ik om half negen met Rabin op stap. Eerst gaan we even langs zijn kantoortje waar het vol staat met flessen en potten met dieren op sterk water. Els roept ‘oh’ en ‘ah’ bij het zien van al die kruip- en kriebelbeesten. Rabin heeft speciaal zijn ‘slangen-outfit’ aangetrokken. Een stel plastic kappen over z’n onderbenen. Hij heeft 2 sterke koplampen om ‘oogjes’ te zoeken.

vette padWe lopen over het brede bospad, de harde muziek uit het basiskamp neemt gelukkig af. De eerste rode oogjes zijn volgens Rabin van het boskonijn, de Agouti. Hij zit echt diep verscholen in het bos. Daarna vinden we de ene kikker na de andere. Els wil ze allemaal vasthouden en ze zijn allemaal even ‘liiieeef’. Rabin moet wel lachen om dit blonde meisje met lange vlechten. Het zijn geen grote afstanden die we lopen en zien padden,  boomkikkers, een gekko en misschien een slang (we zien wel ogen, maar hij zit te ver weg om het vast te stellen). In de poel waar soms kleine kaaimannen zitten, zit alleen een dikke pad. Heel langzaam lopen we weer terug. Soms met de ‘koplampen’ helemaal uit, waardoor we kunnen genieten van de sterrenhemel. Rond één boom dansen vele vuurvliegjes, heel mysterieus. Terug in het kamp dansen de scholieren nog steeds, heel irritant. Merel is blij ons te zien. kleine boomkikkerZe is erg verdrietig geweest en gaat de volgende keer toch maar mee. De Faisel-familie ligt al in de hangmat, wij gaan er ook het beste van maken. Els ligt samen met mij en Virry buiten onder het afdak. Zodra we ons in de hangmat gevouwen hebben strijkt er een koude wind over onze rug. Het gaat een frisse nacht worden! De muziek bij de buren is opgehouden, maar er komt gegil voor in de plaats. Ik kan zo de slaap niet vatten. De surinaamse hormonen spatten over het terrein. Het duurt tot 3 uur! Daarna verplaatst de herrie zich naar het hoofdgebouw. Wat een kermis hier op de berg. Dat noemt zich een natuurpark… Uiteindelijk val ik wel in slaap…


Dag 19 | Brownsberg 1 augustus
Om me heen wordt toch wel gesnurkt, maar ik heb toch niet meer dan een uur geslapen. Voordeel is wel dat ik het licht zie worden boven het Brokopondomeer. En de Brulapen hoor, precies zoals ik me het had voorgesteld. Els is ook al wakker. Merel is bij Paulien in de hangmat gekropen, ze liggen daardoor wel met de kont op de grond. Ik sta met Els van het uitzicht te genieten als we heel dichtbij de Brulapen horen in de bosrand. We lopen erop af, maar ze zijn niet te zien! Het geluid is heel angstaanjagend, diep huilend gegrom met een soort echo, alsof er een wind door de boomtoppen huilt. We zijn zo dichtbij dat we ze kunnen horen ademhalen, maar toch zien we ze niet.

betty en polHet ontbijt is weer mét uitzicht. Daarna lopen we een uitgezette rondwandeling over het plateau. Voor het restaurant lopen al twee agouti’s rond. Ze lijken wel tam, maar als de kinderen er op af lopen rennen ze het bos in. Over dit stuk van het pad vliegen steeds veel Morpho-vlinders, prachtig blauwe weerschijnvlinders die nooit stil lijken te zitten. Maar we hebben geluk, er gaat er één voor ons op het pad zitten. Dan zijn de vleugels gevouwen en is ie helemaal bruin, toch doet ie af en toe z’n vleugels open om iets van die prachtige harde blauwe kleur te  laten zien. Els probeert ‘m te pakken en dat lukt bovenwel ook nog! Alleen is z’n vleugel glad (volgens Els) en glipt ie tot 2x toe uit haar hand. We lopen de wandeling heel rustig, goed rondkijkend naar slangetjes, want we willen er toch graag één zien. Verderop het pad lopen twee vogels, als kalkoenen zo groot: Kami-Kami’s. Ook zij laten zich rustig bekijken. Er staan enorme bomen met lianen langs het pad, sommige met plankwortels, andere met lianen tot uit de kruin. Er hangt ergens een liaan zó dik dat je er in kunt klimmen. Het lukt de kinderen een klein stukje, Rabin gaat veel hoger. ‘Net een apie’ zegt hij zelf lachend. Een toffe gids. Her en der liggen zaaddozenvan de Ambraza, een wurgboom. Grote, als een sinasappel open gesneden vruchten. Af en toe ruiken we de zoete geur van een orchidee. brownsbergHoog in de bomen zit een groepje Wannakoe-apen. Het mannetje zwart, dikke pluimstaart en een wit gezicht. Het vrouwtje is bruin. Ze zitten in een boom vruchtjes te eten. Als het mannetje door de bomen het pad overspringt, volgen de vrouwtjes één voor één. Dat vinden de kinderen natuurlijk prachtig. De rest van ons gezelschap loopt door, ik talm nog even en zie hoe het mannetje terug springt en naar beneden begint te klimmen. Ik fluit Paulien terug en we kunnen de aap nu op 10 meter afstand nu goed zien.

wannakoeOnderweg zien we nog een hagedis met oranje staart, zwarte hagedis met gele strepen en felblauwe staart, en een soort witte cicade. Virry en ik lopen langzamer door dan de rest, die ons aanwijzingen geeft door pijlen op kruisingen te leggen of een flesje water achter te laten bij een afslag. Het laatste stukje moeten we ons nog haasten, we zijn om 12 uur terug terwijl de bus om 11 uur had willen vertrekken. Gauw worden er een paar papaya’s met meloen gegeten en de bus ingeladen. We vertrekken om half 1, de lunch gaat erbij inschieten. We hebben alleen nog wat cassave- en bananenchips voor onderweg. De afdaling duurt net zo lang als de beklimming, 3 kwartier. Wat een hopeloze weg. Maar de weg naar Pokigron is niet veel beter. Enorme modderkuilen doen de bus soms in de remmen duiken, Betty kan de remschijven ruiken….

hobbels!Soms vliegen er wolken vlinders boven de weg. Maar vaker rode wolken stof. Ramen dicht! Ramen weer open. Af en toe moet er een vrachtwagen worden ingehaald, stof happen. De busdienst hier heeft voor het lokaal vervoer een soort veewagens met banken die stampvol lijken te zitten. We passeren enkele dorpjes met rieten hutten, heel Afrikaans aandoend. De chauffeur rijdt flink door, tegen 4 uur zijn we in Atjoni. Het einde van de ‘verharde’ weg. Vanaf hier gaat alles per boot verder Suriname in. Het is daar een enorme drukte. Busjes worden uitgeladen, bootjes worden volgeladen. Betty rent nog een winkeltje binnen om pindakaas te kopen (er was alleen HOT mee). De boot wordt ingeladen en we kunnen vertrekken. Alle boten hebben hier als basis een holle boomstam, betimmerd met planken en bankjes. We zitten laag in de boot. Het oerwoud aan de rand van de Surinamerivier heeft een paar hoge kapokbomen. AtjoniWe scheuren langs dorpjes waar druk gewassen en gezwommen wordt. Aan het afval in de struiken langs de oever kunnen we zien hoe hoog het water heeft gestaan tijdens de overstromingen van een paar maanden geleden.

Al na een half uurtje zijn we bij een eilandje in de rivier aangekomen. Er hangt een welkomstbord: Isadou, vakantie-eiland. Ontstaan door het samenvoegen van enkele kostgrondjes van gepensioneerden uit het tegenover gelegen dorpje Jaw-Jaw. Het eilandje is tijdens het hoogwater bijna helemaal leeggespoeld. Trots laat de beheerder ons zien hoe het in korte tijd weer is opgebouwd. Er staan weer 10 huisjes en een toiletgroep. Één van de keukens is gespaard gebleven. Er is weer een nieuwe keuken in aanbouw. Het eiland meet 50 x 100 meter en straalt een enorme verzorgdheid en rust uit.

De huisjes zijn heel sfeervol. Ons huisje heeft 2 tweepersoonsbedden met klamboe. We gaan eerst baden! De meiden hebben snel de pakjes aan. Het water staat hoog genoeg om overal in te springen. Vanaf het strandje wordt het snel diep. Het water is heerlijk koel en redelijk helder, wel iets anders na het colawater van de Maratakka. We laten ons in de stroomversnellingen meevoeren. Op het strandje staat een forse dame met een douchemuts op te vissen. Ze gebruikt Maripa als aas. In hoog tempo haalt ze de vissen eruit. Ik vraag of ze een lijntje voor me heeft, ik heb haakjes van Ronald gekregen. Ze wil wel ruilen. Ik geef haar een haakje, morgen een lijntje? Ja, goed, maar ze snapt het geloof ik niet helemaal.dayen en merel

We kunnen eten. Er is rijst, aardappel(!), rundvlees, tajerblad en komkommer. Betty kan goed koken. Na het eten drinken we nog wat koffie en thee en kletsen wat over de politiek in Suriname. Gebrek aan bekwame mensen. De kinderen gaan kikkers vangen en komen de een na de ander met de handen op elkaar een exemplaar laten zien. Om 9 uur gaan ze begeleid door lichtgevende staafjes naar bed.


Dag 20 | Isadou 2 augustus
Wat hebben we lekker geslapen. Aan één stuk door, lekker met  de deuren open. Er zijn geen muggen, maar toch maar onder de klamboe gelegen. We gaan meteen baden, er is immers geen douche. Om 9 uur kunnen we ontbijten. Het is een gezellige eetkeuken met uitzicht op de rivier rondom. Om 10 uur gaan we met een boot de rivier op naar Gunzi. Dit is ook een klein recreatieoord. We lopen van hier uit naar Laduani. Rabin laat zien hoe hier een boot gebouwd word. Eerst een holle boomstam maken, die boven een vuurtje verwarmen zodat ie breed gemaakt kan worden. Er ligt een enorme boot in de maak aan de kant, zeker 12 meter lang. Dichtbij staan cacaoboompjes, eronder vind ik een afgevallen vrucht. Merel laat Rabin ‘m openslaan zodat we van het witte friszure vruchtvlees kunnen proeven. Er blijft een bordeauxrode pit over die, eenmaal geroosterd, de basis voor chocola geeft.cacao

Het is een breed pad naar Laduani, we steken een paar kreekjes over. Els weer padjes zoeken natuurlijk… Rabin laat zien hoe je een ‘eendenlok’ geluid kunt maken met de bovenkant van een Heliconiabloem. Na een half uurtje lopen komen ons schoolkinderen tegemoet, nog in uniform. Er is een groepje meisjes dat grote belangstelling toont voor onze meiden. De lange vlechten van Els en het blonde haar van Merel. Ze lopen hand in hand naar het dorp. Leuk dat ze met elkaar kunnen praten. We lopen langs een kreek waar een viertal vrouwen zich staat te wassen, de afwas en de was doen. schoolkinderenAluminium pannen worden geboend tot ze weer glimmen als nieuw. In het dorpje delen we wat pennen en belleblaas uit aan de kinderen. De kinderen reageren verrast en blij, sommige beginnen spontaan te zingen of dansen. Zoals de dochters van de timmerman die nieuwsgierig naar ons komen kijken. Ze zingt een mooi lied in een soort verbasterd nederlands. De timmerman laat zien wat voor houtsnijwerk hij maakt. Krukken in de vorm van een vrouwenkont. Of een beeld naar gelijkenis van een blonde centerfold. Iedereen in het dorp is wel nieuwsgierig naar de toeristen. Het dorp zelf is een bijeenraapsel van bouwstijlen. De vrouwen zijn druk met wassen of koken. Een oude vrouw komt naar ons toe met kalebassen die ze heeft bewerkt tot kommen. Ik koop een mooie voor 6 SRD. Maar dan ben ik de groep kwijt en loop alleen door het dorp terwijl de Saramaccanen me steeds wijzen welke kant ik op moet lopen. Vooral de kinderen kijken steeds verwonderd op naar de ‘Bigiman’. twatwaDe groep is in een winkeltje visgaren kopen. Dat hebben ze niet, dus kopen we maar een biertje. We drinken de Djogo temidden van de vogelkooitjes. Er hangt ook een schoolbord, waarop de eigenares van de winkel ’s morgens rekenles geeft. Verderop kopen we in een andere ‘Winkel van Sinkel’ een rolletje visdraad. Er tegenover staat een man vishengels te verkopen, gemaakt van een buigzame houtsoort. Alle kinderen een hengeltje, we kunnen terug. Dit keer moeten we door een paar soela’s die het water hoog rond de boot doen opspatten, de kinderen joelen. Terug in het kamp eerst lunchen. Volgens mij de lekkerste tot nu toe. Koolsalade (koud!), een moot vis in een soort zoet-zure saus en rijst. Heerlijk.

Dan ga ik hengels maken. We binden de draad aan de twijgjes en maken aan het uiteinde één van de haakjes die ik van Ronald heb gehad. Het vinden van een rijpe Maripa voor het aas kost meer moeite, ik haal mijn handen bijna open aan zo’n tros palmvruchten. Betti heeft nog wel wat pompoen. De forse wasvrouw, Dayen, is ook aan de waterkant, ze heeft al zeker 12 van die gestreepte vissen gevangen! Dat moedigd de kinderen aan, maar helaas wordt er niks gevangen. Na een half uurtje staan alleen de vaders nog te vissen! De kinderen gaan lekker zwemmen. Dus wachten we beter tot een uur of 5. We worden nu door Dayen geholpen die rijpe Maripa’s heeft. Ze doet ze één voor één aan de kinderhengeltjes en gooit in. Al gauw worden de eerste vissen binnengehaald. Die vrouw weet precies op welk tijdstip van de dag je waar moet ingooien. merel vangt visZowel Merel als Els halen een visje binnen. Tot mijn verbazing wil Merel zelf de vis van de haak halen! Maar eerst gooit ze ‘m met een smak tegen de oever om ‘m dood te maken. Het lukt allemaal nog bijna ook. De vis van Els heeft tandjes een ziet er uit als een Piranha, maar dat is het volgens Dayen niet (als we thuis de foto’s aan Ronals laten zien, is het volgens hem een vegetarische “Pireng”). Ik doe erg mijn best, maar haal niet meer dan een krabbetje naar boven… ik ga maar zwemmen.

Betty is weer druk met de avondmaaltijd. Ze heeft een bonenprutje gemaakt met gezouten vlees en kip, dat we eten met rijst en bakabana. Rabin heeft Stephan gebeld dat we om 12 uur willen vertrekken uit Atjoni. Hij heeft gezegd het te zullen regelen, maar zeker is niks in Suriname. Om half negen gaan we nog een avondwandeling maken op het eilandje. We vinden twee enorme vogelspinnen, oogjes van een kaaiman(?), een rat en de staart van een boomboa over een tak kronkelen. Zodra we die zien haken de kinderen af en gaan een potje UNO spelen in de eetkeuken. Wij zoeken nog even door naar de slang, tevergeefs. vogelspinWel vind ik nog een enorme boomkikker op een steen in de soela, ik neem ‘m mee voor de kinderen. Die kijken hun ogen uit, de kikker doet af en toe of ie gaat slapen, en sluit z’n bolle ogen, een prachtig gezicht. Iedereen wil ‘m even vasthouden, maar hij springt er soms vandoor. In de nek van Paulien, in d’r haren, in mijn nek… Tijd om ‘m terug te zetten. Ik schrijf nog wat in m’n dagboek zolang het nog kan, de rest gaat naar bed. Morgen is het vroeg dag voor een wandeling en een pittige tocht terug. De vakantie gaat opeens heel snel.


Dag 21 | Isadou 3 augustus
RabinWe staan vroeg op, om 7 uur –het is al licht. Ik neem een douche, ik wist niet dat ze er waren, de kinderen duiken de soela in. Om half 8 ontbijten we weer in de keuken. Het personeel is al weer druk in de weer met koken en wassen. Om 8 uur nemen we de boot naar de andere kant van de rivier, een kreekje in. De boot loopt vast op een zandbank, maar we kunnen gelukkig blijven zitten. Het bos aan de andere kant van de rivier wordt vooral gebruikt om gebruiksvoorwerpen uit te halen: peddels, planken, bast om touw te maken, hele boten. We wandelen een stukje het pad af. Rabin heeft geen houwer mee, maar hij is dan ook van de Stinasu-politie, die vooral het bos beschermen. Laat staan dat hij een paar opdringerige boompjes of lianen kapt. We steken een paar kreekjes over door middel van boomstammen, die onze meiden routineus nemen. We horen en zien hoog in de boom een paar kleine toekans, maar verrekken onze nekken van het omhoog kijken. Al na een half uur klaagt Els over misselijkheid, ook Paula en Paulien zijn bang dat we te ver gaan lopen dus keren we na 3 kwartier terug en zitten we na een uurtje wandelen weer in de boot. Maar we zijn nog niet weg, want de motor wil niet starten. Pas als de bougie is ontvet kunnen we weer terug. Gejuich in de boot, want na 20 startpogingen dachten we terug te moeten peddelen. Terug op het eiland pakken we in want we willen om kwart over 11 vertrekken. Betty heeft Faisel bang gemaakt “dat het zeker 6 uur rijden is” van Atjoni naar Paramaribo en zij hebben om 8 uur een feestje bij familie. Bovendien lijkt het onverstandig de “bauxietweg” te rijden als het donker is. Dus staan we netjes om 11:15 onderaan de trap van het vakantieiland. Maar geen Rabin. Wel nog 3 andere gasten die mee willen varen. Marieke, die een co-schap loopt in Suriname, en haar ouders. We tellen het aantal zitplaatsen in de boot, 12, dus dat gaat nooit passen.

Rabin blijkt een Surinaams horloge te hebben, dat een kwartier achter loopt, dus om half 12 is hij present. paulien met meisjeMet wat schuiven en duwen passen we allemaal in de boot, inclusief de extra gids én een familielid van de bootsman met twee kleine kinderen. We vragen ons wel af of het veilig is. Bij een geringe verplaatsing helt de boot al over. Maar we bereiken Atjoni zonder problemen. De boot wordt tussen de tientallen andere boten gestoken en we laden uit. Er is nog geen chauffeur, wel een bus. Rabin zegt te hebben gebeld dat we om 12 uur willen vertrekken, maar de vraag is óf er een chauffeur zo vroeg hier kan zijn aangezien de eerste bussen uit Paramaribo pas om 14 uur aankomen.

vreet-die-potWe doden de tijd met wat lezen, de kinderen spelen ‘vreet-die-pot’ met een donkere Surinamer, die z’n gouden tand elke keer bloot lacht omdat ie steeds wint van onze blagen. Er is na een uur nog steeds geen bus aangekomen. Wel een tot personen bus omgebouwde aftandse vrachtwagen. Je staat er versteld van waar ze hier nog mee rijden. Inderdaad komt om 14 uur het eerste busje aan, echter zonder onze chauffeur. Pas om half 3 arriveert de man. Het is dezelfde als die ons hierheen heeft gebracht. Goede chauffeur. We vertrekken snel. De meiden gaan meteen lezen, hetgeen Merel moet bezuren. Ze wordt al na een kwartier rijden misselijk. Gelukkig heeft Veri een Primatourtje voor d’r. De weg is ook zo ongelofelijk hobbelig. Merel valt snel in slaap. Ze merkt niet dat we na 2,5 uur in Brownsweg afscheid nemen van Rabin, die terug gaat naar de berg. De weg wordt nu iets beter, maar het gaat vreselijk regenen. Het rode stof spoelt in stromen van de weg. We tellen de genummerde elektriciteitsmasten terug naar 0, dan zijn we er bijna. De elektriciteitsdraden boven Suralco zitten vol met duizenden zwaluwen! We droppen iedereen af, wij als laatsten. Ruim voor zonsondergang. De meiden springen meteen het zwembad in en komen er alleen uit voor ’n hamburger en Markoesasap.


Dag 22 | Paramaribo 4 augustus
ontbijtHeerlijk geslapen, heerlijk ontbijt. We eten een paar pannenkoekjes en vers fruit. Dan gaan we eens kijken of we fietsen kunnen huren bij Cardy, 400 meter lopen vanaf het hotel. De man heeft de achtertuin vol fietsen staan, we passen er ieder één. De meisjes hebben meer oog voor de Capucijneraap die in een kooi achterin de tuin staat. Met z’n kleine handjes vlooit hij de klitteband van de Teva’s van de meiden. Els krijgt een Fox(!) kinderfiets, Merel een kleine Batavus, Paulien ook, ik kies uiteindelijk voor een oma-fiets, lekker achterover zitten past wel in Suriname. Het naar het hotel fietsen is al spannend. Links fietsen met druk verkeer naast je. Ze toeteren ook bijna allemaal. In het hotel pakken we de spullen in de fietstassen terwijl de meisjes nog tot het laatst in het zwembad blijven. We wachten eerst de zware lucht af, maar regen blijft uit. Daardoor vertrekken we pas om 12 uur, het heetst van de dag. Het eerste stuk door de stad is zwaar. Constant goed opletten want de Surinamers houden totaal geen rekening met fietsers. We doen ons best met de fietsbellen, maar die komen niet boven het verkeerslawaai uit. stop Churchillweg
De ‘Rust en vrede weg’ is lang, zit vol gaten en bij stoplichten kunnen we niet naast de stilstaande auto’s langs. We stoppen bij een Warung om wat te eten. Paulien krijgt geen hap door haar keel en de meiden zitten met rode koppies te puffen. De uitbater laat me op de kaart een kortere weg zien, er is nog een andere brug over het Saramaccakanaal, die niet op onze kaart staat. Daarna links en we zitten op de Winston Churchillweg die we helemaal af moeten fietsen tot in Domburg. Het is heet, een voorbijganger zegt 41 graden! En de weg is lang. Na het industrieterrein wordt het gelukkig rustiger op de weg en kunnen we 2 aan 2 fietsen. Er staan hier kasten van huizen langs de weg met enorme, mooi aangelegde tuinen. Maar het is niet de ‘plantagebuurt’ die ik verwacht had. We stoppen maar weer bij een chinese supermarkt om wat water en markoesasap te kopen en te drinken. Ik vraag waar we zijn (op de kaart) maar de eigenares spreekt geen woord nederlands, en bekijkt de kaart of het een borduurpatroon is. Ik gok dat we snel over een bruggetje zullen gaan en dat we dan op de helft zijn. De meiden doen het geweldig en stappen weer op de fiets. Alleen Els zegt even ‘ik denk dat ik het niet haal’. Er is echter geen alternatief, we zullen deze weg móeten fietsen vóór het avond is. Gelukkig komt het bruggetje snel in zicht. We fietsen nu langs de Surinamerivier. De huizen hebben nu ook aanlegsteigers en boten. Dan komen we in Boxtel en kort daarna Domburg. De warungs aan de waterkant zijn nog niet open, dus iets te eten halen voor vanavond zit er niet in. Eindelijk eindelijk komt de Konigsweg in beeld en slaan we het zandpad in naar Waterland. waterlandAfgepeigerd en met zere billen fietsen we het terrein op. Mevrouw Huppeldepup (moeilijke naam) ontvangt ons. Het eerste huisje dat we hadden besproken is helaas bezet, we krijgen het derde huisje. De huisjes hebben een waranda, een huiskamertje, keuken, aanrecht, een slaapkamer en een badkamer. Het ziet er allemaal nog redelijk nieuw uit. Er zijn alleen maar twee klamboe’s en 1 fan. We vragen 2 klamboe’s extra, er zijn hier veel muggen. Het terrein is duidelijk nog deels in aanbouw, en ook op het perceel naast ons wordt gebouwd. We zitten dus tussen het geluid van de slijpers, zagers en timmeraars. Het is niet veel van wat ik me er van had voorgesteld, voor Paulien ook niet. We bestellen eten voor vanavond, graag om half zeven. Dan begint het flink te regenen. We kunnen het duidelijk aan zien komen vanaf de rivier. Als het droger is gaan we naar de diverse kooien en volières kijken die op het terrein staan. In de grootste zitten ganzen, kippen, een paar lokale loopvogels en… een aapje. Els en Merel zijn dus niet meer bij de kooi weg te slaan. De eigenares beloofd morgen om 9 uur het aapje even ‘uit te laten’.

Als het begint te schemeren kleden we ons om, smeren ons in met Deet en gaan op de waranda zitten. Helaas, te veel muggen. We zetten dus de stoelen en tafel maar binnen. Om half 8 is er nog geen eten. Els en ik gaan een ommetje maken. Bij de sloot barst het van het kikkergezang. Het duurt dan ook niet lang of we vinden op een groot blad een groene kikker die zit te tjirpen, de wangblazen vol lucht. We nemen ‘m mee naar binnen, hier worden we lekgestoken. Als we ‘m uitgerbeid hebben bekeken laten we ‘m weer vrij. Om half negen is het eten er eindelijk. Het is voor een weeshuis! 3 Porties cassave met gedroogde vissies in plaats van pindasaus, en een kwak pepertjes (“…is voor kinderen, dus niet te pittig graag!”). Een porti bami (heerlijk) met kip en 3 porties petjil (groente met pindasaus). We eten wat we kunnen en de rest gaat in de koelkast. We douchen lekker koud en installeren de bedden. Merel bovenin het stapelbed, de rest ieder in een apart bed.
De fans gaan aan, we kunnen gaan slapen. We horen de vleermuizen boven ons scharrelen, maar we zien er geen. Het enige nadeel is dat overal in het huisje een dunne laag zwarte vleermuizenpoep ligt. Maar die is zo op te vegen. Onze buurjongens, Jaap en Teun hebben de vleermuizen echt door de kamer vliegen! Hun moeder kwam vandaag met een klein vleermuisje dat al de hele dag half verdwaasd op hun bed lag. Wij kunnen rustig gaan slapen.


Dag 23 | Waterland 5 augustus
Om 6 uur staat Els naast haar bed, de haan heeft al gekraaid en ze wil zich niet verslapen om de afspraak met de aap om 9 uur te missen. Maar die haan is niet goed wijs, het is nog niet eens licht! Paulien heeft bijna niet geslapen, de fietstocht van gisteren was wat teveel. Ze wil graag naar huis, maar ja. We komen de dagen hier wel door, al is het iets anders dan we hadden voorgesteld. Ik bel met het Residence Inn of onze kamer de nacht voordat we terugkomen ook nog vrij is. Ze hebben alleen nog een appartement. Toch reserveer ik die maar, 5 nachten Waterland is echt te veel. We krijgen ons ontbijt van Anuradha. Acht in servetten verpakte witte broodjes met kaas en chocopasta op een bord met 4 geschilde sinasappels.

Om 9 uur staat Els voor de kooi van Winston, de jonge aap. Maar wat Lionel ook probeert, het beestje laat zich niet vangen. De rest van de dag spelen de meiden met de buurjongens Teun en Jaap. Kaartspelltjes en zwemmen. Paulien leest haar boek uit en ik knutsel een nieuwe hengel in elkaar. Ga vissen met gebakken cassave. Al na 5 minuten heb ik een katvis aan de haak! Snorrend komt ie uit het water zetten. Een mooie vis met grote tentakels uit z’n kop en een flinke rugvin. Ik haal ‘m met moeite van de haak –uitkijken voor de scherpe stekels in z’n rugvin-. Daarna duurt het wat langer voordat ik zo’n zebravis vang. Meer vang ik niet. Het zit wel lekker zo aan de rand van de Surinamerivier. Er varen wat kleine bootjes langs, af en toe een grote.

Winston is aan het einde van de dag gevangen, hij zit aan een halsband op de waranda van Lionel waar de kinderen ‘m mogen aaien. Lionel heeft nog meer gevangen: een mooi blauw vogeltje, een soort vink? Gevangen met een vogelnet! Ik vraag ‘m waarom ie ‘m niet vrijlaat, maar hij lacht alleen een beetje dommig en stopt ‘m in een kooitje waar al zeker 8 andere vogeltjes zitten. Eén ligt er al voor dood op de bodem. Wat voor een waardeloos eco-resort is dit?

De meisjes zitten nog tot diep in de avond met de aap te spelen (ze laten ‘m meekaarten) alleen onderbroken door het eten (hetzelfde als gisteren, nu koud). Voor ons doen laat naar bed, half 11. 


Dag 24 | Waterland 6 augustus
We dachten op zondagmorgen toch wel lekker uit te kunnen slapen, maar om 8 uur begint de beheerder het gras te maaien met een motormaaier! Gisteravond was er ook een beat-mis tegenover het resort, er is ons hier geen rust gegund. Het wordt Paulien te gek en ze vraagt de motor-maaier-meneer zijn vroege activiteiten te staken. Gelukkig is het daarna stil. Maar de buren zijn er ook weer om het perceel ernaast te bebouwen. Zelfs op zondag wordt er gewerkt. Het ontbijt is ’s zondags: witbrood met een omeletje. Els en Merel gaan nog voor een laatste keer zwemmen met Jaap en Teun, die vandaag weer terug fietsen naar Paramaribo. Dan nemen we afscheid van ze, want wij fietsen naar de familie Kuyper in Boxel die daar een botanische tuin heeft. eric kuyperOnze billen voelen nog wat beurs al we opstappen. Het is gelukkig niet zo heet als eergisteren en er is veel minder verkeer. Hierdoor kunnen we weer 2 aan 2 fietsen en iets meer om ons heen kijken. Na ruim een half uur en slechts 1x de weg vragen zijn we bij het huis van Eric  en Tina Kuyper. Ze zijn 10 jaar geleden begonnen op dit terrein. In de weekeinden, omdat ze beiden een volledige baan hebben. Het huis is zelf ontworpen en (deels) gebouwd. Na een heerlijk glas verse jus lopen we door de tuin met diverse soorten palmen, fruitbomen en struiken. Eric heeft overal wel een verhaal bij. Twee honden lopen ons heen en jagen de hagedissen op. In een kweekgedeelte krijgt Merel een blad van de Aloë Vera om op haar huid te smeren. Het is slijmerig, maar tot onze verbazing smeert Merel het gewoon op een ruw plekje op haar been. Eric heeft nog allerlei plannen met de tuin, die hij deels als pensioenvoorziening ziet. Terug in het huis hebben zijn vrouw en dochter een lunch voor ons gemaakt. Voor de meisjes patat met een kipsnitzel, voor ons rijst met een kippebout, petjil en een heerlijk frisse salade. We kletsen nog wat en vertrekken om 3 uur naar Waterland. Onderweg komen we nog over de waterkant van Domburg maar hebben eigenlijk geen zin in de drukte. Het lijkt of de hele buurt hier loopt te flaneren, te eten en te kletsen.

Langs de kant van de weg, bij een groentestalletje komt een doodshoofdaapje uit een boom geslopen om een banaan te jatten. Als wij stoppen vlucht ie weer de boom in. Op Waterland gaan Els en ik zwemmen. We hebben een lange bamboestok gevonden die we als boot kunnen gebruiken. Merel komt er ook bij, gezellig. Het gaat onweren dus drogen we ons af. Els wil weer met Winston spelen, maar Anuradha krijgt ‘m niet te pakken, ook al zit ie nu aan de ketting. Els mag het zelf proberen, kleine meid in een grote kooi, maar het lukt haar ook niet. Nu begint het echt te stortregenen. Gelukkig zitten we op de waranda droog. We spelen UNO en ezelen tot het droog is. En gaan weer wat zwemmen. Er ligt ook een Indiaase familie in de rivier. Ze hebben kennelijk een soort feestje of zijn gewoon een zondagmiddag uit. Op de mannen na zwemmen ze allemaal met kleren aan. De lucht kleurt prachtig oranje, blauw en paars nu de zon ondergaat. Als de muggen komen gaan we eten. Brood met haring in tomatensaus (dat moet elke vakantie toch wel een keer) of pindakaas met banaan. Na een frisse douche gaan we slapen. Merel vind nog een boomkikkertje in huis. Ik maak nog een late avondwandeling maar vind helemaal niks.surinamerivier


Dag 25 | Waterland 7 augustus

We staan weer om 8 uur op en een kwartiertje later komt Anuradha met het ontbijt. De gebruikelijke 8 broodjes kaas en 4 sinasappels. Waar Paulien handig 4 broodjes beter belegd met kaas van maakt. We lummelen de hele ochtend wat rond, lezen wat (en vallen in slaap in de hangmat). Spelen potjes ezelen en UNO. Ik fiets nog een stukje deze Bauxietweg af, waar meer percelen aan staan die mensen aan het ontwikkelen zijn. Het loopt dood op 2 hoge bomen.

merel op whitebeachNa de lunch lijkt het laagste waterpeil in de rivier voorbij en gaan we op de fiets naar ‘White Beach’. Het is misschien maar een kwartiertje fietsen, maar het is weer HEET! In de 3e bocht ligt de entree. Een stuk van de Surinamerivier is afgezet met netten, waardoor het water zeker gevrijwaard is van piranha’s, kaaimannen, sidderalen en ander eng spul (wat we na 3 weken zwemmen nog nergens zijn tegengekomen). Het strand heeft helder wit zand met parasols en rieten hutjes (verplicht 1 van de 2 te huren). Er zijn 2 barren en die zijn vandaag allebei dicht. Vandaar dat hele families bij elkaar zitten met enorme koelboxen waar van alles uit komt.
Maar wij komen vooral om te zwemmen. En dat doen we! Het water stijgt, de temperatuur daalt. Heerlijk. Die parasol is ook wel handig. Ook als het hard gaat regenen. Enorme loodgrijze wolken boven het zonverlichte strand, wel een mooi gezicht. De meisjes storen zich niet aan de regen. En als er weer een enorme boot voorbijkomt ‘Joepie, golven’. We fietsen tegen zessen terug via de supermarkt voor brood, want er was helaas ook niets te eten op White Beach. Op de waranda eten we mie-uit-een-pakje en haring in tomatensaus op witbrood. We werken de dagboeken bij, rekenen af met Anuradha (schrijven een kritisch stukje in haar gastenboek) en gaan bijtijds naar bed.


Dag 26 | Waterland 8 augustus
Al om 6 uur staan we op. Paulien wil persé voor de hitte op de fiets zitten, verstandig. Toen we gisteravond nog een kikkertje vrij wilden laten die we in de badkamer hadden gevonden, zagen we een donsbal met staart in een gemberblad zitten. Wat groter dan een tennisbal, blauwgrijs dons. Het zag er eigenlijk helemaal niet vogelachtig uit. Maar toen Els de donsbol wilde aaien vloog er plotseling, zonder enige waarschuwing, een vogeltje op. Het ging zó snel dat we niet konden zien wat voor soort.

We ontbijten op de waranda, boterham met pindakaas en een vruchtenyogurthje. Het inpakken gaat snel, dus we zitten al om 7 uur op de fiets. We voelen onze kont nog van de heenreis. Het heeft vannacht nog geregend, het is heerlijk koel. De palmen langs de kant van de weg geven schaduw. Er lopen en fietsen veel kinderen in uniform langs de kant van de weg. Het is hier nu de laatste schoolweek. We worden begroet, toegelachen en nagekeken, het is kennelijk een grappig gezicht, vier bakra’s op de fiets. De weg is nu bekend, dat scheelt wel. Op de heenweg dachten we steeds, misschien is het na de volgende bocht. Maar die wegen zijn steeds zo eindeloos recht en lang… Na een uurtje móet ik even afstappen, er stroomt geen bloed meer naar m’n benen. Paulien wil door, ze heeft gelijk, we moeten zolang het nog niet heet is zoveel mogelijk zien op te schieten. Dan is de grote brug van Paramaribo al in zicht. Els telt het aantal platgereden dieren op de weg: 4 padden, 3 slangen en 1 pony(!!?). Om 9 uur zijn we al in Paramaribo! Het is erg snel gegaan, de meiden hebben goed doorgetrapt.
We gaan wat drinken in een soort Grand Café op het kerkplein. Effe wachten tot de ochtendspits voorbij is. Ik koop met Merel een paar mooie postzegels op het aangrenzende postkantoor, dan fietsen we door naar het hotel. In plaats van een appartement krijgen we toch 2 kamers maar het voordeel is dat we morgen niet meer hoeven te verkassen. De rest van de middag komen de meiden het zwembad niet meer uit. Alleen voor de lunch fietsen we even bij de Combé Bazaar langs waar ze heerlijk belegde broodjes verkopen. Ook hebben ze heerlijke grapefruitsap dat mij zeer welkom is na al die zoete meuk die ze hier als fruitsap verkopen. En van al dat bier begint mijn buik ongewenste proporties aan te nemen…

Tegen zessen haal ik op de fiets eten bij Suriani, 2 kommen heerlijke saouto-soep en 2 roti-kip. Bij het zwembad in de tuin staan rieten hutten waar we kunnen eten. Als toetje hebben we nog een halve ananas die ik vanmiddag bij de Palmentuin gekocht heb.


Dag 27 | Paramaribo 9 augustus
Toch wel weer lekker, ontwaken in zo’n airco-kamer. Niet te koud zetten; 26 graden is ook al prima. Het uitmuntende ontbijtbuffet gaat nog niet vervelen. De bediening gaat alvast pannekoekjes bakken als ze ons zien. Alleen de koffie is eigenlijk nog steeds niet te zuipen, maar alles went.

draaimolen in de palmentuinTja, wat zullen we vandaag eens doen? Het is ‘de dag van de Inheemsen’, een nog niet officiële feestdag maar iedereen is vrij en de winkels zijn gesloten. Souvenirs kopen heeft dus nog geen zin. Nadat de meiden weer een stukje hebben gezwommen fietsen we naar de Palmentuin waar van alles te doen is. Nou ja, als je van eten houd, dan. Want feestvieren is in Suriname vooral lekker eten. Tussen de hoge palmen hangt om 10 uur al een rookgordijn van de tientallen houtskoolvuurtjes waarboven saté en kip geroosterd wordt. Verder zijn er diverse kraampjes met indianenkleding, aardewerk en andere handenarbeid. Iedereen heeft zich op z’n paasbest aangekleed, vooral de kleur rood is goed aanwezig. Vrouwen met haarbanden met pompoentjes erop, mannen met felgekleurde blousen met adelaars en indianentooien, soms met een verenband op het hoofd. Op het grote podium wordt muziek gedraaid; het programma begint daar later op de middag. Aan een draaimolen wordt nog druk getimmerd. We gaan eerst nog maar eens naar de Waterkant. snacken in de palmentuinMaar daar is niet echt een programma. Dus drinken we gewoon wat bij het barretje waar onze vakantie ooit begon, het lijkt wel een eeuwigheid geleden… We laten de vakantie nog eens de revue passeren. Wat hebben we eigenlijk veel gezien en gedaan. Na een uurtje mensen kijken fietsen we door de Palmentuin terug naar het hotel. De meiden het zwembad in, wij beginnen allebei aan een nieuw boek. Om kwart voor 2 worden we door de bediening uit het water gehaald: ‘Party Vos, uw taxi voor het vliegveld is er!’. We schrikken even, we vetrekken toch morgen pas? Gelukkig heeft de chauffeur zich een dag vergist. Hij is te vroeg! Lachen met die Surinamers.

palmentuinTegen drieën gaan we terug de Palmentuin in om iets te eten. Er is keuze genoeg. Bij een klein stalletje proberen we een porti mie met een loempiaatje (kouseband met kip), een kroket (ook kip). We zoeken een plaatsje op een bankje tussen een aantal bejaarde heren, die in smetteloos witte pakken een liter Parbo delen. Het eten smaakt heerlijk, we gaan nog een porti halen.

Het is nu veel drukker dan vanmorgen. Op het grote podium wordt een demonstratie Capuera gegeven. Bij een indianenkraam kopen we een paar papegaairenveren en een kopje mooie rood/zwarte zaden. Ze heeft ook ‘boskaars’, een soort hars in kalabas, maar we weten niet wie we daarmee plezieren. Als we naar het vervolgprogramma op het grote podium kijken begint het te regenen. Iedereen vlucht onder een afdakje, wij komen onder een partytent terecht…. met de zwemjuf van Els! Wat een toeval weer. Merel en Els nemen een paraplu en zoeken de ruimte op. Als het droog is nemen we een schaafijs bij één van de vele, mooi beschilderde karren. Heerlijk koud.

surianiWe zijn verzadigd van het indianenspul en gaan de fietsen terugbrengen. Els moet het aapje weer even gedag zeggen. Als we terug lopen naar het hotel worden we bijna van onze sokken gereden! Wat een klote-chauffeurs heb je hier. ’s Avonds gaan we met de taxi naar Suriani voor een laatste Surinaamse maaltijd. Vanwege de feestdag is er live-muziek. Aandoenlijke nummers.


Dag 28 | Paramaribo 10 augustus
Toch wel weer spannend, zo’n vliegtuigdag. Het ontbijt is weer prima, ze bakken al vier pannekoekjes als ze ons aan zien komen lopen. Daarna gaan onze meiden weer het zwembad in en gaan Paulien en ik de stad in voor wat laatste souvenirs. We nemen de taxi naar Blue Frog om afscheid te nemen van Stephan en informeren naar de vertrektijd van de bus. Dan rijden we door naar de apotheek in de Watermolenstraat voor likdoornpleisters voor Merel en Primatour. Ze hebben er geen van beiden. De chauffeur heeft buiten gewacht (met kans op een bon) en brengt ons naar de Saramaccastraat. Er zijn hier een aantal winkels met hangmatten, potten, pannen, bijlen en meer ‘binnenlandspul’. Allemaal leuk, maar niet als souvenir. We zoeken Twatwa-kooitjes.
twa twa kooitjeDie vinden we uiteindelijk op de markt. We vergelijken een paar exemplaren en kopen er 2, ook één voor Marieke, die een maand op onze tuin heeft gepast. Verder willen we nog wat fruit meenemen als souvenir. Buiten proeven we knippa’s bij een forse negerin. Ze wil 5 SRD voor een bosje hebben. Als ik zeg dat dat teveel is, begint ze een scheldkannonade die we niet kunnen verstaan, maar wel begrijpen. Ik wil wel 3 SRD betalen zeg ik nog, maar dat maakt het alleen maar erger. Dus gaan we binnen op zoek. Bij een aardiger mevrouw en heer kopen we mandarijnen (heel groot en heel lelijk), sterappels (paarse ronde appels met wit vruchtvlees, als partjes er in). En knippa’s. Buiten kopen we de laatste bos Markoesa van Paramaribo, het seizoen is afgelopen. We nemen weer een taxi terug, via de broodjeszaak in de Combéstraat voor lunch. zwembadAlweer om half 12 zijn we terug en treffen de meisjes aan langs het zwembad, UNO spelend. Het is tijd om de koffers te pakken. De kooitjes proppen we vol met vuile was, dan kunnen ze in de koffers. De schoenen passen dan niet meer, daarvoor nemen we toch maar een extra tas. We kunnen de koffers gelukkig op de kamer laten staan, inafwachting van het vertrek. Maar dat vertrek is uitgesteld. Een man in het zwembad verteld over een poging tot aanslagen in de vluchthaven van Londen die al het internationale vliegverkeer een paar uur lam legde. Inderdaad, de balie laat weten dat de taxi ons pas om 16:45 komt halen, drie uur later dan gepland. We moeten ons dus nog even bij het zwembad zien te vermaken… Broodjes eten, markoesa drinken. Ondertussen checken we uit, de bagage verslepen. Boek lezen. Uit. Nu willen we toch wel naar huis. De taxi komt, een airco-bus! Luxe hoor. Maar goed, na een uurtje rijden zijn we dus 4 uur te vroeg op het vliegveld. Daar krijgen we bonnen voor een maaltijd (kipburgers met friet) en doden we de tijd met het bekijken van de tax-free shops. Eindelijk, om kwart voor 11 gaan we richting huis. De kinderen vallen in het vliegtuig onmiddellijk in slaap…