link naar hoofdpagina

Tak van 1353 tot 1643 "oudste" tak.

 

Het wapen wordt in later eeuwen door enkele families "hergebruikt" in een andere kleur wat de drie papagaaien betreft.

Zelfs de gemeente Maasdriel is de herkomst van de papegaaien die zij in hun gemeentewapen gebruiken niet duidelijk.

Rossum wordt evenals Alem regelmatig als woonplaats van de familie Hack genoemd.

 

 

 

 

Vertaling wapenbeschrijving


Die wapen van Hack zijn
drei papegayen met roy croen opt hoof
roy beckskens ende roy voetkens ende een
papegay op de hellem drye papagayken
staen in een goude velt off schilgt ende dye hellem
heeft twe fluegels die enen groen ende
dy ander goudt ende het hoof (stuk/bestanddeel?)
van de hellem is bleeck groen ende goudt.

 


De nazaten van de hieronder vermelde en in 1353 overleden Boudewin Hack zouden deels

in de lage landen blijven en deels naar Frankrijk vertrekken.

Die splitsing geschiedde al tijdens de 3e  generatie.

 

In 1588 werd met behulp van, een intensieve briefwisseling geprobeerd contact met elkaar te zoeken.

Dat contact had tot doel, de familielijn in beeld te brengen.

 

Generatie 1

Boudewin Hack (Baude Hac)
Boudewin Heer tot Alem, X NN

Hij is de stamvader van de familie Hack en + 1353 op zijn huis (met grachten en torens)

of kasteel nabij het kerkhof te Alem.


Op de afbeelding hieronder het aan Odrada gewijde kerkje uit de 14e eeuw te Alem.
Helaas is het kerkje door een overstroming weggespoeld en in 1719 verder landinwaarts herbouwd van deels oud materiaal.
De gelijkenis en de grootte zijn hetzelfde gebleven.
Momenteel fungeert het als dakpannenmuseum en is het zeker de moeite van het bezoeken waard.

 

Helaas mistte het nogal.

 

 

In 1588 werd vermeld dat de naam Hac al 300 jaar bestaat.

Hac(k) is een Germaanse naam, hetgeen betekent dat de herkomst van Hac(k)

 gezocht moet worden in een Germaans (Duits) taalgebied rond de 2e helft van de 13e eeuw.

 

Alem was tot de 14e eeuw een centrumplaats (kapittel) voor de abdij in St. Truiden (België)

en beheerde al haar goederen en inkomsten in Noord Brabant bezuiden de Maas.

Vanwege (onder andere) bovenstaande reden is Alem ook ouder dan 's-Hertogenbosch!

 


Generatie 2

Kind van Boudewin Hack X NN (zie 1)

2.1 Jacob Hack (Jacques Hac) Heer tot Alem X NN van der Sloet.

Jacob werd in 1391 of 1392 vermeld als Jacop Hacken te Alem in verband met een te betalen schoutsrekening.

 


Generatie 3
 

Deze generatie verliet het gebied rond hun bakermat Alem, vanwege de oorlogen tussen de Hertogen van Brabant en Gelre.

Van deze generatie kwam waarschijnlijk alleen Marcelis Hack (3.8) "op zijn dagen" terug.

Dankzij Marcelis tiert de familie Hak/Hack in Nederland nog welig verder.
Ook het aangrenzende Rossum wordt regelmatig als woonplaats genoemd.


Kinderen van Jacob Hack X NN van der Sloet (zie 2.1)

3.1 Boudewin Hack (Boude Hac) X NN

Hij + rond 1455 en werd begraven in kerk St. Josse te Parijs.

 

Hij lag onder een grote grafsteen waarop hij languit was afgebeeld in een lange mantel vastgebonden met een brede ceintuur,

 heel laag over de mantel en een kap over de schouder.

Boven de graftombe staat geschreven:

Hier rust de weledele Baude Hac, (honorabele) burger van Parijs, geboren te Alem, Land van Brabant.

 

De in 1260 en in 1679 herbouwde kerk werd als gevolg van de revolutie in 1791 afgebroken en stond vlakbij het kerkhof Innocents

en dichtbij de Rue Tiquetonne en de kerk St Eustache.

 

3.2 Jan Hack.


3.3 Pieter Hack.

 

3.4 Andries Hack (André Hac) X NN


3.5 Gijsbert Hack (Sigibert/Sygisbert Hac)

Gijsbert vertrok naar Parijs en werd meermaals in één adem genoemd met zijn broer Boudewin (3.1).


3.6 Iewaen Hack.

Iewaen was kanunnik (geestelijke van een kerk) binnen den Bosch.

 

 

Bovenstaande afbeelding is een fragment uit het obituarium (dodenboek) van de St. Janskerk te 's-Hertogenbosch 1280-1435.

Er staat vermeld dat: iewanni hacke canunnik, overleden is (dus voor 1435).


3.7 Goosen Hack.


3.8 Marcelis Hack (Marselius/Marcelii Hac)
Marcelis * 1372, + 13-02-1479 te Alem op 106 jarige leeftijd (echt waar)

Marcelis X de veel jongere Elisabeth van Beest, wiens moeder was van Nuland.

Elisabeth + 04-03-1487 te Alem.

 

fragment uit het brevier van Alem.

"Obyt domicella Elizabet uxor M[ar]selij Hack anno LXXXVII 1487".

Overleden, jonkvrouwe Elizabet echtgenote van Marselij Hack.

 

 

Onderstaande afbeelding is afkomstig uit de jaarrekeningen van de lieve vrouwe broederschap te 's-Hertogenbosch.

Het betreft intredegeld van Marcelis en Elisabeth in het jaar 1446.

De tekst (zie 2e regel) luidt:

Mercelis Hack ende Lisbet sijn wijff in Alem.

 

 

 


Generatie 4

Kinderen van Boudewin Hack X NN (zie 3.1)

 

4.1 Jehanna Hac

 

4.2 Catherine Hac

 

4.3 Josse Hac, + 1488.

Hij was banketbakker te Parijs.

 

Alle drie begraven en afgebeeld op een tableau in de kerk Innocents te Parijs.

Innocents was een kerk met grote begraafplaats, daar waar nu het Centre Pompidou is.

De kerk stond vlakbij het kerkhof Innocents en was dichtbij de Rue Tiquetonne en de kerk St Eustache.

 

Kind(eren) van Marcelis Hack X Elisabeth van Beest (zie 3.8)

4.4 Gooswin Hack, + 14-01-1499 en werd in 1465 al vermeld.

Over zijn overlijdensdatum is wat onduidelijkheid, maar het Brevier van Alem is hier duidelijk in.

Gooswin X Agnes van Graft (incidenteel Gragt/Gracht genoemd).

Agnes * < 1472, + 1526 omdat in dat jaar haar goederen te Alem onder haar kinderen werden verdeeld.
De eerste vermelding Gooswin Hack was Goeswinus Hac.

 

fragment brevier van Alem.

"Obiit Goeswinus Hac, r[e]dituarius ville de Aelem a[nn]o d[omi]ni 1499 pontiam".

Overleden Gooswin Hac, ontvanger der belastingen in de regio Alem in het jaar des Heren 1499.

 


 

Gooswin was tijdens zijn leven hoogeschout (hoofd van regionale bestuurlijke macht) van den Bosch

en Grave. Tevens was hij redituaris (ontvanger van belastingen) in de regio ville de Aelem (Alem).

Ook in Brussel en Gent scheen hij bestuurlijke functies uitgeoefend te hebben.
Als woonplaats werd regelmatig Rossum genoemd, eveneens bezat hij in 1485 een woonhuis in Alem.

 

Onderstaande afbeelding is afkomstig uit de jaarrekeningen van de lieve vrouwe broederschap te 's-Hertogenbosch.

Het betrof een betaling door Agnes, van haar doodschuld in het jaar 1500 aan de broederschap.

Het was een soort verzekering, die ze betaalde (tijdens haar leven) kort na het overlijden van haar man Gooswin.

De letterlijke tekst (zie 4e regel) luidt: Jouffr. Agnes Goessens Hack uxor.

Jouffr. betekend niets minder dan Jonkvrouw en uxor echtgenoot.

 

 

4.5 Jacob Hack. (natuurlijke zoon)

* < 1464 en + 1523.

X Lijsbeth Zonmans d.v. Peter Jan Zonmans en Hillegart Peters.

De naam Zonmans wordt ook tegengekomen als Sommans en van Zonne.

Jacob werd in één akte samen met Gooswin (4.4) hierboven als natuurlijke zoon van Marcelis Jacopsz genoemd.

Natuurlijke zoon betekende in die tijd (1464) niets anders dan bastaardzoon en hij werd regelmatig vermeld.

 

In 1553 was wijlen Jacob het onderwerp van een onenigheid over een erfenis van goederen die hij in 1486 had gekocht.

Een neef geheten Jan Marcelisz Eckhart (zie 5.4) bemiddelde in 1553 in deze zaak.

 

Jacob en Lijsbeth krijgen tenminste 1 zoon, Marcelis genaamd.

Marcelis is voor 1465 geboren en wordt in 1553 nog vermeld.

Hij maakt gebruik van de achternaam van zijn natuurlijke vader en is genoemd naar zijn grootvader Marcelis Hack.

 

Onderstaande afbeelding is afkomstig uit de jaarrekeningen van de lieve vrouwe broederschap te 's-Hertogenbosch.

Het betrof het betalen van Jacob's achterstallige doodschuld in het jaar 1524 aan het broederschap.

De letterlijke tekst ( zie één na laatste regel) luidt: Jacop Hack tot Alem.

 

 

Aanvullingen betreffende Gooswin Hack (4.4)

 

1489/1490: Heer Henrick Henrix Hoernken (priester) droeg op aan een secretaris t.b.v. Goossen Marcelis Hack

7½ scaeren weijer in een uiterwaard “de Scaepsweert”. Belast met grondcijnsen aan de abt van St. Truiden en aan de hertog van Brabant.

 

Vanaf 1484 tot 1499 kwam Gooswin Hack regelmatig voor in de Bossche schepenbank.

Het betroffen voornamelijk zaken als: verseten geboden – ingeboden personen. Dit betekende in die tijd:

Een verseten gebod is het niet verschijnen voor de rechtbank na een dagvaarding. Op het niet verschijnen kon een boete opgelegd worden.

Ingeboden personen zijn dus personen die gedagvaard zijn om voor de Bosche schepenbank te verschijnen.

Indien partijen voor de  Bosche schepenbank een overeenkomst lieten registreren en één van de partijen bleef in gebreke,

dan kon deze voor de Bosche schepenbank ter verantwoording worden geroepen.

De betreffende werd dan ontboden en deze was dan verplicht voor deze schepenbank te verschijnen.

Indien betrokkene niet verscheen,   was deze strafbaar en kon een boete krijgen wegens het niet voldoen aan het " ingebod".

Dit was een reden, als men niet uit De Bosch kwam,  om toch aldaar overeenkomsten te laten registreren.

Hierdoor hadden de partijen een grote rechtszekerheid.

De Bosche schepenbank kon dus in die gevallen ook zijn rechtsmacht laten gelden over niet inwoners van Den Bosch.

 

Vanaf 1499 tot 1501 werd Gooswin na zijn overlijden door zijn vrouw vertegenwoordigd met als vermeldingen:

wed. Goessen Hack en als Jouffrouwe Agnees Hacken.

 

1499; Henrick Marselis Henrixsz. en Matheeus Claes Willems, pachters van de tienden uit het Alemsche Broek en in de groote waardt.

Verpachter was Agnes weduwe van Goossen Hack.

 

1499: Henrick Marselis Henrixz. en Matheeus Claes Willems, pachters van de tienden uit de Alemsche Broek
en in de groote waardt. Verpachter was Agnes weduwe van Goossen Hack.

 

1500: 7 augustus. Er werd een kamp (omheind stuk grond) land in de parochie van Maren (in die Goertten) overgedragen aan

vrouwe Agnes, weduwe van Goeswinus Hack.


Generatie 5

 

Kind van Josse Hac (zie 4.3)

 

5.1 André Hac.

* 1478 en + 20-9-1543 op 65 jarige leeftijd te Parijs.

André werd begraven in de kerk Innocents te Parijs, daar waar nu het Centre Pompidou is.

Hij was lakenhandelaar en koopman van beroep.

André X 12-1-1500 te Parijs, Catherine Danes * 1484 en + 20-1-1528 op 44 jarige leeftijd

en werd eveneens in de kerk Innocents begraven.

 Catherine was d.v. Nicolas Danes eveneens lakenhandelaar te Parijs.

 

 

Kinderen van Gooswin Hack X Agnes van Graft (zie 4.4)

 

5.2 Willem Hack (van Alem) lenen graven van Culemborg + 17-05-1559 te Alem.

Eerste naamsvermeldingen waren: Guihelmus en Guilielmi Hack.

Willem X Maria van der Sloot, ook bekend als Sloet en Sloyt, + 16-10-1531 te Alem,

d.v Goossen van der Sloot (drost te Buren) en Agnes van Hardenbroeck.

Willem hertrouwde na het overlijden van Maria, onbekend is met wie.

 

fragment brevier van Alem.

"Domicella Maria filia quondam Goswini de Sloot uxor Guilielmi Hack obijt a[nn]o XVc31"

Jonkvrouwe Maria, dochter van wijlen Goswini de Sloet echtgenote van Willem Hack overleden 1531.

 


 

Willem kreeg in 1526 na het overlijden van zijn moeder het huis/kasteel, hof en boomgaard te Alem toebedeelt.

Willem woonde als advocaat te Alem en is inwoner van 's-Hertogenbosch geweest.

 

Willem beweerde dat de pastoren (van de proostdij te Alem) altijd klaagden omdat de toelage van de abt niet groot genoeg was,

om in het onderhoud te kunnen voorzien en dat hij naar St. Truiden (abdij te st Truiden) af zou reizen om het één en ander recht te zetten.

Mede omdat deze situatie geen goed deed aan het geloofsonderricht ter plekke.

 

In Alem bezat de abdij van Sint Truiden zekere rechten over de parochiekerk en de tienden; de heerlijke rechten,

vervolgens een pachthoeve, huizen en landerijen en uiteindelijk ook cijnsplichtigen.

De erfcijnsen die de erfgenamen van Willem moesten betalen bedroegen in 1610:

Tot 's Hertogenbosch, per jaer 6 cronen, welke croon aen 24 stuiver te name van Willem.

Noch aen d'erfven van Wyllem Hack uit verscheidene erfven alle jaer 6½ cronen.

Totaal 12½ croon en 24 stuivers.

 

Beusichem.

Willem Hack kreeg via zijn vrouw Maria van der Sloot (Sloyt) onroerend goed in Beusichem.

 

Een hofstede gelegen op de Maasakker noordelijk grenzend aan Gemene straat. Dit goed

kwam vervolgens zijn zoon Gozewijn Hack (6.9 in 1551 nog onmondig) toe, die het vervolgens (nog tijdens zijn leven)

zijn zus Agnes Hack (6.8) gehuwd met Johan van Herwijnen doet toekomen.

In 1593 komt dit goed uiteindelijk in handen van haar dochter Maria van Herwijnen gehuwd met Walraven van Hemert.

 

Een perceel de Monickkampen genaamd.

Dit goed kwam eveneens zijn zoon Gozewijn Hack (6.9) toe en heeft nadien waarschijnlijk een ander weg gevolgd als bovenstaand goed.

 

Verder nog een onbekend perceel, ten noorden van het Zuete zand (waar de nu kerk staat) dat in 1593 in het bezit was van de erven van Willem Hack (6.8 t/m 6.14).

 

Bekend is dat die erven (zijn dochters) eveneens een perceel hadden geërfd aan de Achterstraat in Beusichem (zie aanvullingen 6.8 t/m 6.14).

 

5.3 Walraven Hack x weduwe NN

5.4 Jan (Johannis) Hack, + < 1526.

Jan X te s'Hertogenbosch, Agatha van den Eckart d.v. Marcelis van den Eckart en NN van Schuren.

Agatha xx Adriean van Maren, waaruit een zoon genaamd Joerden van Maren.
 

Jan was al overleden in 1526 toen de verdeling van de nalatenschap (het goed van zijn moeder) plaatsvond (zie ook Willem 5.2)
Het goed van Jan en Agatha werd onder Jans kinderen verdeeld in 1558 nadat Agatha gehuwd was met Adriaen van Maren.

Agatha overleed dus kort voor 20 januari 1558.

Agatha woonde in 1535 aan de Hinthamerstraat te 's-Hertogenbosch.

De locatie was:

Naast het erf en huis van onze lieve vrouwe broederschap (Zwanenbroedershuis) en het erf van Jan Naets.


5.5 Goosen Hack + > 1526 zonder kinderen na te laten.

Goosen X 1516 Agnes van Beesd.
Agnes XX Goossen van der Sloot die drost (rechter) te Buren was en eerder X (1491) met Agnes van Hardenbroeck.

Agnes huwde de schoonvader van Willem Hack !!!! (zie 5.2).

 

5.6 Gerardt Hack * < 1467, + 26-08-1544 en werd begraven in de St. Jan te den Bosch.

Gerardt werd ook wel Geraet, Gheert, Gherit etc genoemd.

Hij vestigde zich in ’s-Hertogenbosch en X Catharina Raessen * rond 1510, + 18-10-1558

en zij werd eveneens in de St, Jan te den Bosch begraven.

Catharina was d.v. de Bossche schepen Rasonis Raessen en Sophia Vuchts.

 

Het gezin behoorde tot de rijkste inwoners van de stad en behoorde in de belastinglijsten van het midden van de 16e eeuw tot de 3% hoogst aangeslagenen.

 

In 1482 bezat Gerardt een huis bij het veer te Alem en is waarschijnlijk aldaar geboren.

 

Hij ging in 1516 studeren in Leuven en behaalde de titel van: meester in de vrije kunsten.

Voorlopers van "onze" wetenschappen werden 'vrij' genoemd omdat ze deel uitmaakten van de intellectuele vorming van vrije of vrijgestelde mannen.

Als gevolg droeg hij de titel Mr, wat staat voor magister. In zijn geval meester in de rechten.

 

Gerardt werd in 1529 lid van het illustre Lieve Vrouwen Broederschap te 's-Hertogenbosch, om in 1539 of 1540 

gezworen broeder (zwanenbroeder) van het Broederschap te worden.

Het broederschap had als verblijfsplaats het Zwanenbroedershuis te s’Hertogenbosch.

 

Onderstaande afbeelding betreft van het wapen van Gerardt Hack, zoals dat voorkomt in wapenboek I van het broederschap.

Het linkse wapen betreft een vooralsnog onbekende Arnoldus Hack die het zelfde wapen voerde en

eveneens de titel Mr. draagt. Ik vermeld het wapen omdat het zeker een familielid is.

Deze Arnoldus werd gezworen broeder in 1468 of 1469.

 

 

Onderstaande afbeeldingen betreffen het register van 1537-1545 en de daar in opgenomen vermelding:

Mr Gerart Hack geswoeren brueder.

 

 

 

Onderstaande afbeelding is de grafzerk van Gerardt Hack en zijn vrouw Catharina Raessen.

De zerk is in de st Jan te den Bosch te bewonderen.

De tekst op het randschrift van de zerk beginnende van boven en volgen in de richting van de wijzers van de klok:

hier ligt begraven

Meester Gherit Hack goessensz van Alem

gestorven1544

26 augustus en juffroue Catelijn

in het middenkader (bovenaan)

Raessen zijn huisvrouw

gestorven 1558 18 october

 

5.7 Mr Marcelis Hack te Rossum + 1559.

Marcelis X te Rossum Hilleke van Maren (Maern), weduwe van NN * te Tiel, + < 3-03-1546.
Hilleke was d.v. Gijsbert van Maren.

 

Marcelis heeft gestudeerd te Aken en in de omgeving ook van Brugge gewoond.

Tevens was Marcelis lakenhandelaar want hij besprak in 1479 (op dat moment poorter van den Bosch)

een standplaats te den Bosch voor zeven jaar.

Maar hem schijnt het niet zo voorspoedig te zijn gegaan want in de vijf volgende jaren blijken er achtereenvolgens twee andere

Bossche lakenkooplui op zijn plaats te hebben gestaan. Het is juist in die tijd (in de loop van de vijftiende eeuw) dat

in 's-Hertogenbosch de draperie tot ontwikkeling begint te komen.

De drapeniers zijn de eigenlijke ondernemers in de lakenindustrie, zij houden het oog speciaal gericht op

de verre handel en we treffen hen dan ook op tal van jaarmarkten aan zoals te Bergen op Zoom.


5.8 Elisabeth Hack .

Ze + 31-01-1564 en werd in de St. Jan te den Bosch begraven.

Volgens enkele bronnen overleed Elisabeth op 31 januari 1563 hetgeen ook op haar grafsteen staat,

die vermelding is in paasstijl en moet 1564 zijn.

Elisabeth X te s'-Hertogenbosch Jan Pijnappel * rond 1495, + 21-11-1570

en werd eveneens in de St. Jan te den Bosch begraven.

Hij is een z.v. Jan Boudewijn Pijnappel en Woltera Vuchts.

 Elisabeth en Jan laten tien zonen en twee dochters na.

Jan Pijnappel was schepen en vanaf 1536 drie decennia stadhouder van den Bosch.

 

Wapen Pijnappel.

 

Onderstaande afbeelding is de grafzerk van de familie Pijnappel die in de st Jan te den Bosch te bewonderen is.

Daarop staan onder andere Jan Pijnappel en Elisabeth Hack.

Rechts boven en in het middenveld het familiewapen Hack.

De beschrijving betreffende Jan en Elisabeth is te lezen in het randschrift beginnende onder het wapen Hack.

Vervolgens het kader volgen in de richting van de wijzers van de klok.

Jan Pijnappel overleden 1570 21 november

en Elijzabet

zijn huisvrouw gestorven 1563 31 januari.

 

5.9 Anna Hack.

Anna was in 1515 meerderjarig en + > 1526 ongehuwd.

Zij werd evenals haar moeder in 1515 jonkvrouw genoemd tijdens haar intrede

in het lieve vrouwe broederschap te s'-Hertogenbosch.

 

5.10 Catharina Hack.

Catharina werd in 1498 nog vermeldt.

Het betrof haar intrede in het lieve vrouwe broederschap te s 'Hertogenbosch.

 

Hieronder enkele vermeldingen van de hierboven beschreven kinderen van Gooswin Hack en Agnes van Gragt:

 

1514: Op paasmaandag droegen Joffr. Marij en Wilhem Hack, haar man alle goederen en erfenissen, die zij in’t gericht van Heessel hebben

over aan Arien van Tuijl. Dit zijn Willem en zijn vrouw Maria van der Sloot.

 

1526: De gebroeders Willem, Goosen, Gerardt treaden op voor hun afwezige broer Marcelis voor het schepengericht van Den Bosch i.v.m.

de nalatenschap van hun moeder die overleden was, eerder in 1526.

Er vond later in hetzelfde een verdeling van goederen plaats (Magescheid/erfenis) onder de kinderen van Gooswin Hack en Maria van der Sloot.

 

1535 (±) Willem verkocht een stuk grond te Maren aan Hendric de Keyser.

 

1535: Agatha, weduwe van Jan Hack, kreeg samen met haar 2e man Adriaan van Maaren het vruchtgebruik toebedeeld uit een huis

in Rosmalen (aan de Heze), dat was van Mercelis van Eckart de vader van Agatha.

Ook kregen ze pachten toebedeeld afkomstig van grond in Alem in de parochie van Maren.

Deze zaken werden per direct overgedragen aan de kinderen uit het 1e huwelijk van Agatha met wijlen Jan (Johannis) Hack.

Vervolgens maakte ze haar testament op omdat ze “in den lichame sieck zijnde” nochtans haer sinnen ende verstand oock al wel machtig zijnde.

Na haar dood zou het altaar (in de kapel) van onze lieve vrouwe broederschap in de  St. Jan’s kerk te Den Bosch een

geldbedrag toegekend krijgen.

Na haar overlijden zou een erfrente verkocht worden uit een stenen huis gelegen aan de Hinthamerstraat,  bij den draaiboom staande.

Verder werd er nog vruchtgebruik toegekend aan o.a. haar man en kinderen afkomstig van: een hoeve in der parochie van Rosmalen in der Heeze

bij die cappelle gelegen, die Jan Hack van zijn schoonvader als huwelijkgeschenk had gekregen.

Opbrengst van land gelegen bij der Cruyskercke” in Rosmalen.

Weiland buiten de St Anthonispoort te Den Bosch.

Goed gelegen in de Sint Jacopsstraat te Den Bosch.

Een huis geheten “in den Hamer” gelegen aan de Hinthamerstraat te Den Bosch.

 

1539: Willem maakte aanspraak op goederen die zijn overleden broer Marcelis in 1526 uit dezelfde nalatenschap als zijn broers (zie 1526) verkregen heeft.

 

1542: Willem Hack moest als buitenpoorters van Den Bosch afkomstig uit, of gegoed te Maren meebetalen aan de kosten van een sluis in Maren.

 

1553: Catharina Raessen weduwe van Gerardt Hack koopt cijns (pachtopbrengsten) van Jonker Walram Draeck betreffende huis en erf, o

mgraven met grachten, en een hof en een boomgaard, aan elkaar gelegen in Helvoirt.


Informatie met betrekking tot het kasteel te Alem.

De afbeelding hieronder is een fragment van een gravure die het beleg van Bommel (Zaltbommel) voorstelde in 1599 door de Spanjaarden,

aangevoerd door Mendoza. Bommel werd verdedigd door Maurits (Nassau) van Oranje.
In de Bommelwaard hebben minstens 11 kastelen gestaan, die allen vernield zijn door oorlog enerzijds en door overstromingen anderzijds.
Het gebied heeft altijd te kampen gehad met oorlogen tussen Holland en de hertogen van Brabant en Gelderland.
Wel moet gezegd worden dat de familie Hack in die tijd niet Oranje gezind was. Misschien nu wel. (weet ik eigenlijk niet)
Op het fragment is het kasteel(tje) onder de M van Alem te zien dat door Goosen Hack (zie 6.8) Willems zoon (zie 5.2)  het laatst bezeten is.
Kerken werden altijd groot getekend.
De huidige ligging van de Maas komt niet meer overeen met die van toen.
Op de totale gravure staan o.a. alle kastelen in de Bommelerwaard en gezien de huidige kastelen en plattegronden vrij nauwkeurig afgebeeld.

 


Hieronder een stuk afkomstig uit het familiearchief van de heren van Rhemen.

Jammer genoeg is Hack als Haeck geschreven.

Desondanks zijn het bekende personen.

Rechts onderin 6 kinderen (zie generatie 6) van Willem Hack 5.2 hierboven (dwars geschreven)

 


generatie 6

 

Kinderen van André Hac X Catherine Danes (zie 5.1)

 

6.1 Nicolas Hac

Werd * rond 1510 te Parijs en + 2.10.1579. Hij werd op 12 oktober begraven in de St. Eustache kerk te Parijs.

Nicolas was lakenhandelaar, inwoner van Parijs en wethouder van 1 van de 6 kwartieren van Parijs.

In 1562 was hij kerkmeester van de Saint Eustache kerk.

Hij trouwde x met Anne Boué (Boea/Bové) + april 1564.


Afbeelding van het grafdicht van Nicolas Hac geschreven op perkament.


 

 

Ter vrome nagedachtenis van de vermaarde en zeer godvruchtige overledene, Nicolas Hac.

Burger van Parijs – lid van de “ 16 mannen (*1) “ – magistraat / wethouder (*2) van het stadsbestuur,

Deken van de kooplieden, bewaker (hoeder, beschermheer) van deze kerk.

In dit graf is Nicolas Hac begraven

Wegens zijn geloofsovertuiging en zijn vroomheid geacht door de burgers van Parijs.

Twee keer door de 16 (*1) als hun vertegenwoordiger gekozen.

Eén keer tot magistraat / wethouder gekozen, tot één van de vier (*2).

Vervolgens bleef hij in de gemeenteraad voor de rest van zijn leven.

Hij was koster/kerkbewaarder (*3) van deze kerk gedurende 4 jaar-

Respectvol het woord Gods volgend, hoeder van de ?????

Anna Boea is 26 jaar zijn echtgenote geweest en heeft hem uit deze verbintenis

vol genegenheid 17 kinderen geschonken.

??????? ???????????????

 

(*1): De 16. Vanaf 1562 zijn er 16 wijken in Parijs die oorspronkelijk een stadsschutterij hebben, elk aangevoerd door een kapitein (aanvoerder),

die vaak notabelen waren, vaak kooplieden of juristen. Meestal was deze kapitein één van de 16. Het zijn deze aanvoerders die de lijst met protestanten opstelden

en hen tussen 1567 en 1572 gevangen lieten zetten. Zij zagen zich als de soldaten van Christus.

Zij verbranden de protestantse boeken/geschriften en het merendeel van hen maakte deel uit van de moordenaars van de Bartholomeus-nacht (24.8.1572 ).

Deze 16 waren zeer fanatieke katholieken, die lid waren van “La Ligue de Paris” met Henri Duc de Guise als hun hoofd (Zij waren tegen Koning Henri III).

Tijdens de 8e oorlog in 1586 werden zij strijders in de religieoorlogen (in Frankrijk) aan de kant van de Hertog  (Henri) de Guise, en verjoegen de koning en zijn mannen uit Parijs. 

Het was de tijd van hevige godsdienststrijd in Frankrijk, dus (Frankrijk was toen een heel sterk gecentraliseerd land) ook in Parijs.

De strijd  speelde zich tussen Parijs en de rest van het land af. En in het geval van Koning Henri III

(die niet zuiver op de graat was wat betreft het katholieke geloof en waarvan men aannam dat hij sympathie koesterde voor de protestanten)

vond er een meedogenloze machtstrijd plaats tussen de “ conseil de 16 “ met Henri Hertog de Guise aan de ene kant en Koning Henri III aan de andere kant.    

Vandaag de dag zou je zeggen een radicale extremist.

 

(*2): In Parijs stond er boven het bestuur van de 16 wijken een burgemeester met 4 wethouders. Met de 4 worden de 4 wethouders bedoeld. Dus een zeer hoge functie.

 

(*3): Koster / kerkbewaarder. Hiermee wordt veel meer bedoeld dan vandaag. Dit is degene die voor alle niet – religieuze zaken van de kerk verantwoordelijk is,

waaronder het bijeenbrengen van het geld voor onderhoud ed. van de kerk. “Deze rechterhand” van de bisschop was een leek. De hoogste leek van die kerk.

 

6.2 Pierre Hac.

Hij was laken koopman en inwoner van Parijs, + 1551.

Pierre X 4-08-1535 Anne Chevallier, inwoonster van Parijs en + > 1551.

 Ze was d.v. van de notaris Richard Chevallier en Anne Mesnaiger.

Hij woonde aan de rue de la Plastrière, op het schild (waarschijnlijk boven de deur) drie Croissans.

Hij bezat ⅓  van een woning aan de rue de la Ferronerye en een ¼ van een woning aan de rue de la Fromagerye.

Ook bezat hij een huis en landgoed in de omgeving van het dorp Champigny.

 

6.3 Catherine Hac.

Zij was non in het klooster Longchamp, gelegen in het Bois de Boulogne bij Parijs.

 

6.4 André Hac.

Hij was lakenhandelaar en inwoner van Parijs en X Anne Huré.

Hij woonde in 1562 aan de St-Denis la Roze Rouge.

Hun dochter Anne Hac was getrouwd met Jehan Poullain ontvanger van belastingen.

Hun zoon Pierre Poullain werd vermeld als wethouder in 1569.

Ze trouwde voor de 2e maal met Nicolas Le Comte.

 

6.5  Jeanne Hac.

Jeanne + rond 1579 en X Vincent Lefevre, + 1562.

In het overlijdensjaar van Vincent Lefevre waren hun zonen Gilles 19 en Nicolas Lefevre 18 jr.

In hetzelfde jaar werd Pierre de Caen (hun oom zie 6.6) voogd.

 

6.6 Michele Hac.

Michele X Claude Hubert.

Ze XX op 24.07.1558 met de in Parijs wonende koopman Pierre de Caen, weduwnaar van Marie Patoillat.

 

6.7 Estienne Hac.

Hij + < 1551 en studeerde in 1543 theologie aan de universiteit van Parijs en

deed van 28-01-1547 t/m 3-02-1547 met goed gevolg examen voor bachelor theologie.

Estienne liet een huis na aan de kinderen van Pierre Hac (6.2), gelegen aan de rue Vieille Courrairienne.

 

 

Kinderen van Willem Hack X Maria van der Sloot (Sloet/Sloyt) (zie 5.2))
Allen hebben van Alem als toevoeging op Hack.


6.8 Agnes Hack.

Agnes + 10-09-1586 te Zaltbommel.

 Ze X 1563 te Alem in de heilige St. Odrada kerk Johan van Herwijnen, Hr van Draeckenborch,

Alden Avesaeth (Kapel Avezaath) en was lid van het ridderschap Nijmegen.

Hij was z.v. Willem van Herwijnen en Wilhelmina Willink.
Johan, in 1544 nog onmondig, + in 1605 en werd naar alle waarschijnlijk bijgezet in de heilige Odrada kerk te Alem.

 

Johan erfde eveneens de Seegerskinderen hoeve met 4 morgen te Herwijnen.
 

Agnes en Johan kregen een dochter, Maria van Herwijnen,ook wel vrouwe van Drackenborch

genoemd omdat ze na het overlijden van haar vader op 17-09-1605 het goed in leen kreeg.

Maria X met Walraven van Hemert en kreeg via haar Draeckenborch (Drakenburg) in leen.

Bekende nakomelingen zijn: Anna, Otto en Eustaes van Hemert.

 

Overzicht geslachten betreffende de vier leengoederen te Herwijnen.

Bij Drakenburg staat Johan van Herwijnen die huwde met Agnes Hack van Alem.

Walraven van Hemert kreeg het goed in leen via het huwelijk met Maria van Herwijnen dochter van Johan van Herwijnen en Agnes Hack.

 

 

De Drakenburg, ook wel Blauwe Toren genoemd.

 

 6.9 Goosen Hack.

Ook bekend als Gozewijn Hack en was onmondig in 1551.

Hij werd * 1527/1528, + in 1586 op zijn huis te Alem zonder (wettige) kinderen na te laten.

Goosen X Amalia van Oerdt + > 1610, d.v. Dirck Loeff van Oerdt.

Hij was de laatste Hack die het kasteeltje (inmiddels ruïne) bezeten heeft.
Amalia XX NN van Moelre, waaruit tenminste één zoon: Adriaen van Moelre.

 

Wel moet vermeld worden dat er in 1588 een ongehuwde (nog onbekende) zuster

van Willem Hack (5.2) in het ouderlijk huis woonde van ± 70 jaar oud.

 

Hieronder een fragment betreffende Goosen afkomstig van een brief uit 1588 van

Jan Pijnappel gericht aan Walraven Hack generatie 7.

De hele transcriptie van de brief is te lezen via een link bij Walraven Hack (zie 7.16).

 

 

Vertaling fragment.

Christi Anno 608                  Bijna die heerlijkheid van

Alem heeft eertijds een heerlijke structure van een huis

gestaan, daar altijd dat Hack geslacht op heeft gewoond

en alsnog tegenwoordig op woont. Een dochter van

Willem Hack Goessensz omtrent van 70 jaren, maar

is nooit getrouwd geweest, en heeft een broer bij haar

gehad, die gehuwd was, genoemd Goessen Hack

die overleden is nu omtrent 2 jaar, maar heeft geen

kinderen achtergelaten, welk voornoemde huis is bij de oorlog

tussen de Hertog van Brabant en de Hertog van

Gelre zeer vermeld is geweest en nu voort van de....

 

6.10 Catharina Hack.

Ze werd * in 1531, + ongehuwd > 1610 en is het langstlevende kind.
In1610 deed ze afstand van alle goederen die haar via haar vader, moeder,

broer Goosen en zusters Odrada en Agaetha aanbestorven waren.
Dit alles is vrij eigen erf (er rust geen schuld op)
Dit doet ze ten gunste van: Jonkheer Roelof van den Oever haar neef,

juffrouwe Maria van den Oever haar waarschijnlijke nicht en

Anna van de Velde (haar nicht) vrouwe van Jonkheer Dirck Pieck van Thienhoven Hr van Zuilichem.
Allen nakomelingen van haar zuster Cornelia (zie 6.11)
Ook liet Catharina 5 hont land na aan de achterstraat te Beusichem aan Amalia van Oerdt,

weduwe van haar broer Goosen (zie 6.9)

 

In 1606 legde ze voor het kondschappenboek der gerichtsbank van Zuylichem de volgende bijzondere verklaring af:

 

Verclaert ende deposeert die erentricher ende duechsame joffer Catharina Hacken genampt Voess, oudt als zij seede,

ongefeerlich 75 jaeren ter instantie ende versoeck van Daniell Merten ende Dierck Jan Vogels, scepenen tot Alem,

vanwege de gemeyne inwoonderen van Alem bij haer der waerheyt sulex zij oeck altiit op wijder versoeck belooft mit eede te bevestigen,

als dat sij van haere vader Wilhelm Hack zaliger ende haere voersaeten duck ende menichmal wael gehoort ende verstaen heeft,

dat die pastoor tot Alem altiit geseth ende gestelt is geweest van wegen mijn heere den Abt van St Truiden

oft den proost aldaer als collator derpasrorije etc etc.

 

6.11 Cornelia Hack.

Ze werd * rond 1545 en + 1593.

Cornelia X Joos(t) van de Velde (gegoed te Gameren) + < 1568z.v. NN van de Velde en NN Greve.

Deze Joost van de Velde had een broer, Heer Jacob (dus een priester) die in 1568 voogd was van de

dochter van Joost en Cornelia, genaamd Anna.

Cornelia Hack XX Bayen (Boudewijn) van den Oever (Ouvre) * rond 1545, + in 1593.

 

De genoemde Anna van der Velde X met Jr. Dirck Pieck van Tienhoven, Heer van Zuilichem.
Dirck Pieck was eerder X met Wilhelmina van Herwijnen, hetgeen een kinderloos huwelijk was.
Dirck was z.v. Otto Pieck Hr van Thienhoven en Christina van Auwrijn d.v. Dirk van Auwrijn en Dirkje van Beesd.

 

Een vermelding uit een kroniek van 's-Hertogenbosch, betreffende een reliek uit de kerk te Alem.

De vrouwe van Thienhoven hieronder is Anna van de Velde.

 

De zilveren arm vanaf de ellenboog tot aan den vingers was een geschenk van vrouwe van Thienhoven,

(klein) dochter van den advocaat Hack (Willem zie 5.2) die te Alem woonde;

deze vrouwe huwde den edelman Pieck, uit welk huwelijk Gisbert Pieck voortsproot die later

de hervorming omhelsde en het geschenk van zijns moeders terugeischte.

 

6.12 Odrada Hack.
Odrada + ongehuwd  > 1600 en < 23 juli 1610.


6.13 Anna Hack.

Ze werd * < 1538.

Anna deed in 1538 in het bijzijn van haar vader Wijlhelm Hack

geloftesignaten  te Ammerszoden.

 

Een geloftensignaat is een belofte van overeenkomst in een aantekenboek van de plaatselijke schepenbank.


6.14 Agnetha Hack (de jongste).

Ze + > 29-07-1588 en < 23 juli 1610.

 

Hieronder enkele vermeldingen van de hierboven beschreven kinderen van Willem Hack en Maria van der Sloot.

 

1575: Er werd bij opbod een stuk grond verkocht omdat Willem Jans van der Laer niet aan zijn verplichtingen kon voldoen.

Het betrof een jaarlijkse betaling van 7 carolus gulden aan Johan van Herwijnen wettig man en momber van zijn vrouw Agnes Hack beschreven als volgt:

stuck ackerlants genoempt “Scopbeemden” anderhalve morgen oft daaromtrent groot sijnde, gelegen in de parochie van Aelhem (Alem) tussen erfenisse des

Abts van Truyen aan d’ een sijde, ende tussen erfenisse Jans Robben aan dander sijde, streckende vanaf eijser genaempts Marenseveld totten Maesdijck,

onvermidt gebreck van betalinge eens jaerlijcksen ende erfelijcken chijns van seven florijenen Carolus guldens.

Het gebeuren speelde zich af in de openbare herberge den ??? genoempt situerende binnen dezer stadt (den Bosch) aen de gemeijne Merckt.

 

1585: Er werd door de beide ongehuwde zusters Agneta en Catharina Hack een testament opgemaakt betreffende onroerende goederen te Heesselt.

Men maakte elkaar en hun eveneens ongehuwde zuster Odrada erfgenaam mocht één van hun komen te overlijden.

Eén van de zusters wordt nadrukkelijk Agneta de jongste genoemd omdat er een oudere gehuwde zuster is met een gelijkluidende naam,

die eigenlijk Agnes heet maar op de akten ook Agneta werd genoemd.

Vervolgens werden de vervolg erfgenamen genoemd omdat de gezusters al op leeftijd waren en geen natuurlijke erfgenamen hadden.

Die vervolg erfgenamen waren: hun broer Goessen Hack van Alem en de met de (overleden) Johan van Herwijnen gehuwde Agneta Hack de oudste.

Roelof van Oever (2e huwelijk wijlen zus Cornelia Hack), dochter Maria van Oever en Anna van den Velde.

(dochter uit het 1e huwelijk van wijlen zus Cornelia Hack).

 

1588: De in 1588 nog levende zusters (Agnetha, Catharina en Odrada) van Goosen konden al acht jaar lang niet op hun bezit te Alem terugkeren.

De zusters woonden op dat moment aan de andere kant van de Maas/Waal.

Alem viel op dat moment onder prinselijke jurisdictie (Willem van Oranje) en het hele rivierengebied

is zoals bekend de grensstreek tijdens de 80 jarige oorlog.

Waarschijnlijk woonde men te Heesselt omdat de drie gezusters daar goederen hadden.

 

1597: In dit jaar werd bevestigd dat Jonker Jan van Herwijnen weduwnaar van Agnes Hack van Alem pacht toekwam afkomstig

van een stuk grond genoemd “de Wyld’ uitstrekkende van de gemene straat tot aan de Kleine Maas.

 

1610 (23 juli) Beusichem: Amalia van Oerdt weduwe van Jonker Goosen Hack van Alem kocht een stuk grond van

Joffrauwe Catharina Hack van Alem die Catharina geërfd heeft door het verlijden van joffrauwe Odrada haere suster.

 “van de rechte halffscheydinge van een acker, groot omtrent tien hont lants”. Deze halve akker is “vrij eygen erff”, en gelegen onder Beusichem.

De andere helft bleek al in het bezit van Amelia te zijn. De andere helft van de akker had Amelia al geërfd, mogelijk bij dezelfde boedelscheiding.

Tevens in dezelfde acte (schepenacte). Catharina stond weduwe van Goossen Hack, Amalia van Oerdt bij betreffende:

de helft van 10 hont land te Beusichem  aan de Achterstraat, boven Claes Jans en Hendrik Willems ernaast,

beneden Jan Claessen en strekkende van het erf van de graaf van Buren tot door de Achterstraat toe.

De richter (schepen) van de dorpen Beusichem en Zoelmond was Johan van Oerdt, ongetwijfeld verwant aan Amalia van Oerdt.

Vervolgakte:

Jvr Catharina Hack van Alem met haar gekozen momber (bloedverwant) en voogd Hubert Ram deed vrijwillig afstand na rijp beraad van al haar erfgoed,

waarbij inbegrepen "alle landerijen die haer van haer vader en moeder oeck aenbestorven sijn" en ook afkomstig van haar broer Goessen Hacke,

Odrada Hacke en Juffr Agneta Hacken de jongste.

Jvr Catharina Hack van Alem laat dit familie-erfgoed in zijn geheel zonder dat het in vreemde handen mag komen na aan:

Jr Roeloff van Oever: Catharina’s zwager.

Jvr Maria van Oever: dochter van Catharina’s zus Cornelia.

Anna van den Velde vrouw van Jr Dirck Pieck van Thienhoven: eveneens een dochter van Catharina’s zus Cornelia.

 

Aanvulling t.o.v. deze oude tak t.o.v. de jonge tak 1643 tot heden (zie link hoofdpagina)
Dit afstand doen van Catharina (6.10) in 1610 van het familie-erfgoed speelt zich voornamelijk in Beusichem af.
De beschreven tak van 1643 tot heden vindt zijn 1e  generatie ook in Beusichem.
Op de akte in die tak (zie 2.1) van 1643 werd namelijk 5 hont land nagelaten aan de achterstraat te Beusichem,

terwijl Catharina ook o.a. 5 hont land nalaat aan de achterstraat te Beusichem.
Dit deed ze ten gunste van Amalia van Oerdt weduwe van haar broer Goosen Hack (zie 6.3)
Ook de naam van Oerdt komt weer terug in de tak van 1643 tot heden

n.l. de dochter van Jasper Aelbertse Hak (zie 3.3) was getrouwd met Casper van Oerdt.
Jasper Hack (zie 2.1) liet na zijn dood ook 5 hont land na aan de achterstraat te Beusichem.

 

 

Kinderen van Jan Hack X Agatha van den Eckart (zie 5.4)

 

6.15 Pieter Hack.
Pieter in 1535 mondig, + 10-12-1556 te Heyl (Hedel waar hij lang gewoond heeft) tussen Bommel en den Bosch.

Pieter X Elisabeth van der Elst d.v. Walraven van der Elst.
Elisabeth + 18-09-1602 te den Bosch.

 

Tegen Pieter, zijn moeder Agatha en Joerden van Maren wordt rond 1555 een proces aangespannen door Godevaert van der Elst.

(Joerden halfbroer van Pieter zie generatie 5.4)

Zij waren uit Brabant vertrokken en hielden zich ergens schuil. Pieter had kennelijk op onrechtmatige wijze een erfenis verkregen.

Ook had Pieter uit het klooster van de Windmolenberg te Den Bosch een trisoir met inhoud,

die aan Van der Elst toebehoorde over laten brengen naar zijn huis in Hedel, dus in Gelre.

Hij had de kloosterlingen wijs gemaakt dat hij in opdracht van Van der Elst handelde.

 

Jan Bouden en Jaques de Keyser verklaarden op 21 mei 1577, op verzoek van Elisabeth van de Elst (weduwe van Pieter Hack)

dat zij buren waren van Elisabeth (wed van Pieter) die bij haar zoon woonde en dat zij door de Spanjaarden gevangen was genomen.

De reden hiervoor is mij vooralsnog onduidelijk.

 

6.16 Catharina Hack.

Catharina * rond 1515, + < 14-12-1557 als begijn te 's-Hertogenbosch.

 

Onderstaande afbeelding is afkomstig uit het rekeningenboek van het lieve vrouwe broederschap te 's-Hertogenbosch.

Het betrof het betalen door Catharina, van haar doodschuld in het jaar 1519 aan het broederschap.

Het was in dit geval een soort verzekering, die ze betaald had tijdens haar leven.

De letterlijke tekst luidt:

Katharina Jan Hacken dochter opten grooten begynhof.

 

 

Begijn is een vrouw die leeft als alleenstaande of deel uitmaakt van een soort vrije lekengemeenschap.

In tegenstelling tot een lid van een kloosterorde leggen de begijnen geen eeuwige geloften af.

De Parade te 's-Hertogenbosch als locatie van het Groot Begijnhof.
Het Groot Begijnhof werd waarschijnlijk kort voor 1274 gesticht, door de Hertog van Brabant op diens eigen grond. In 1274 werden de Begijnen

voor het eerst in een testament begunstigd en in hetzelfde jaar kregen ze het recht om een eigen kerk, kerkhof en priester te hebben.

Dit organisatorisch los van de St. Jan en fysiek daarvan gescheiden. De nieuwe kerk werd in 1304 gewijd.

Na de inname van de stad door de protestantse Republiek in 1629 mochten de Begijnen in het Begijnhof blijven wonen

tot het uitsterven van de laatste Begijn in 1675. Nadat de gebouwen voor diverse andere tijdelijke functies waren gebruikt en

gedeeltelijk in verval waren geraakt, werden alle overgebleven gebouwen in 1749 gesloopt en werd het grootste gedeelte van het terrein

bestraat en bestemd tot exercitieterrein ("parade") voor het garnizoen.
 

De nog onmondige Catharina kreeg in 1535 via haar broer Pieter als haar "mondige" voogd, een huis en erfgoed

van haar moeder Agatha toe gegezen. Het huis bevond zich te Rosmalen (aan de Heze) en de grond te Maren en Alem.

 

6.17 Anna Hack.

Ook wel Hack van Hoogerheide genoemd.

Anna was mondig op 25-03-1535, + 18-06-1604 en werd begraven in de St. Jan te den Bosch.

Ze X Jacob Bax (Bacx) * 1517, + 31-03-1591 en werd eveneens in de St. Jan te den Bosch begraven.

Hij was een z.v. Jan Bax,  + 22-07-1552 te den Bosch en Heylwigh Wolters van den Hove, + 28-04-1555 te den Bosch.

 

Onderstaande afbeelding is de grafzerk van de familie Bacx

die in de st Jan te den Bosch te bewonderen is.

Daarop staan onder andere Jacob Bacx en juffrouw Anna Hack.

In het middenkader boven staat te lezen:

En Jacob zijn zoon

Rentmeester van de drie

Staten van Brabant gestorven de

Laatste maart 1591en

Juffrouw Anna Hack zijn

Huisvrouw gestorven de 18 juni

1604.

 

 

Jacob en Anna lieten een testament opmaken ten gunste van de langstlevende.

Hoewel Jacob en Anna het katholieke geloof trouw bleven dachten hun kinderen er anders over

en steunden daadwerkelijk de zaak van de opstand (reformatie en dus de Oranjes).

Jacob Bacx was rentmeester van de drie staten van Brabant ook wel de Hertogelijke domeinen genoemd.

In 1560 werd hij aangesteld als kapitein van een der vier stedelijke weerkorpsen,

ook was Jacob als Jacobus Bacx lid van het al eerder vermelde illustre lieve vrouwe broederschap.

 

Zo'n rentmeester was de domaniale ambtenaar bij uitstek.

Hij hield zich bezig met het ophalen en innen van de inkomsten der domeinen, het uitbetalen van de wedden voor het personeel en het onderhoud.

Vooral op het platteland, waar hij op de jaarlijkse betaaldag der grondcijnzen zitting hield was de rentmeester

de verpersoonlijking van de ook in economisch opzicht zo machtige hertog. In de Meierij werd hij dan ook aangeduid als de hoogrentmeester.

 

Wapen Bax van Herenthals

 

Anna Hack werd na de dood van haar man met zoveel procedures geplaagd dat er in 1601 aan

getwijfeld moest worden, of zij wel vermogend genoeg is om alle tegenslagen op te vangen.

 

Die procedures hadden betrekking op schulden die haar man Jacob als rentmeester gemaakt had om in 1568 de Spaanse hertog Alva af te kopen

ten gunste van de stad en inwoners van den Bosch. Op die manier bleef hij wel zijn eigen inkomsten uit verpachte bezittingen houden.

Uiteindelijk kwam Jacob vanwege de keuzes die hij moest maken (Staats of Spaans/katholiek) zover in de financiële problemen dat zijn zoons op strooptocht gingen.

De strooptochten van de Bacxen strekten zich uit tot onder de muren van de stad, zoals Vucht, waar Jan Bacx er, tot overmaat van de bossche poorters,

erin slaagde de uitgezonden stadscompagnieën van kapitein Pauwels Wynants en Herman Colen ook nog een nederlaag te bezorgen.

Anderzijds raakte Marcelis Bacx in 1581, het jaar daarop, tijdens een strooptocht naar Sint Oedenrode in gevangenschap.

Onnodig te zeggen, dat de rentmeester, die in de stad de laatste penningen van de uitgeschudde Meierijenaars en poorters,

wier goederen niets meer opbrachten, had te ontvangen, allengs met een scheel oog werd aangekeken.

 

Wel had Anna het recht van tocht op onder andere:

een hoeve de Heze onder Rosmalen, hooiland te Maren, de Marenshoeve genoemd naar Joerden van Maren en

nog een andere hoeve te Maren. Dit waren goederen die haar via de Hackken aangekomen waren.

Verder een huis binnen de stad 's-Hertogenbosch, de hoeve de Hazenest onder Tilburg,

de Nonnenweerd  (een uiterwaard onder Lith), de Horkkamp onder Gewanden en

in de parochie van Empel de “Neerste Camp” vier morgen lands of daaromtrent groot.

 

Klein behuisd is Anna in elk geval niet geweest.

Dat ziet men aan de meubilaire goederen die zij in 1604 heeft nagelaten.

De inboedel van het woonhuis binnen de stad was op de 8ste juli 1605 door de afslager Gerard Hagens in het openbaar verkocht.

Het aantal zaken dat onder de hamer kwam is te groot om hier te vermelden.

Om een indruk te geven van wat er zoal uit het sterfhuis te voorschijn kwam, enkele voorbeelden:

Henriksken Donck koopt "een groot horologie".

Een brouwer koopt er "eenen grooten brouwketel".

Omdat het personeel van de rentmeester bij hem inwoonde, zoals bijvoorbeeld zijn agent jonker Alard van der Schout, was

ook de aanwezigheid van drie biertonnen niet overdadig.

Meer bevreemding moeten "twee preeckstoelen" geven. Een "looten intpot" en "een cantoorken" herinnerden nog aan de dagen van Jacob Bacx.

Op enkele goederen van het sterfhuis was het hoogste bod uitgebracht door "den rentmeester Fierlants".

Meester Merten Fierlants was dan

"Raet ende Rentmeester generael van Hunne Hoocheden demeynen in Brabant in 't quartier van Shartogenbossche"

en echtgenoot van joffrouw Catharina van Eyck, een kleindochter van de overledene.

Met name bracht hij vier gulden op tafel voor "een scilderije met twee doorkens", een drieluik.

Dat was een groot bedrag, want slechts tien stuiver bracht een "scilderij van ons lieve vrouw" op en

voor een luttel bedrag in stuivers ging een soldaat lopen met "een scilderije van Hester" en een ander met "een scilderij van 't avontmael".

 

Anna en Jacob hebben zeker gewoond in de Strijdhoeven onder Udenhout en men bezat woningen in den Bosch.

Een woning aan de Verwerstraat genaamd: “De Kroon”, alwaar men woonde van 1550 tot 1574.

Tijdens de koop van de Strijdhoeve woonde men in een woning genaamd  “De Munt” in de Postelstraat.

Als weduwe is Anna Hack vermoedelijk in het  huis in de Postelstraat blijven wonen.

 

Een stukje tekst ten opzichte van de woning in de Postelstraat.

9 september 1577: de soldaten van het garnizoen van den Bosch, ten huyse van den rentmeester Bacx in de Postelstraet

de deure van den huyse hebben opgelopen ende het geweer uyt den huyse gehaelt ende meer andere dinghen uyt den huyse voors medegenomen.

 

De ingang van "de Munt" te den Bosch.

 


De Strijdhoeven te Udenhout.

De naam Strijdhoeven is veel ouder dan het 18e eeuwse kasteel zou doen vermoeden.

De legende wil dat het huidige kasteel gebouwd werd op fundamenten van een middeleeuws kasteel.

Maar van een kasteel was toen in Udenhout geen sprake, wel van een oud Brabants leengoed, De Strijdhoeven genaamd,

waarop aanvankelijk vier, later twee (vermoedelijk versterkte hoeven) stonden.

De naam Strijdhoeven komt voor het eerst voor in 1380. Er is sprake van: de erfenissen genoemd de Strijthoeven.

In een 15e eeuws leenregister werd het goed omschreven als: vier hoeven lants een beempte geheyten die Strijthoeven,

comende mitten twee seyden aen des heren straten ende mitten andere syde aan d’erve Jan van Haren.

De Strijdhoeven vormden een Brabants leengoed ter waarde van twee volle lenen.

Het ging hier aanvankelijk om vier hoeven, die weer onder verdeeld werden in de Grote en de Kleine Strijdhoeve.

De grote Strijdhoeve bestond uit des Heerdenshoeve en des Riddershoeve (in 1433 aen die Scoerstraat) en de kleine Strijdhoeve bestond

uit Scerpenbroecshoeve en de Loyartshoeve (aldernaest der Cruussrate).

Tot 1620 was dat nog één bezit, maar toen raakte dat uit elkaar om uiteindelijk in 1770 toch weer één geheel te gaan vormen.

Waar de Grote Strijdhoeve lag werd later het kasteel gebouwd.

 De oudste bezitter van het goed is Roelof Taye, wiens weduwe hertrouwde met Jan Happert.

Het bleef in deze familie totdat in 1550 de vier hoeven werden aangekocht door Henric Gerrits van Deventer.

Via Dirck Aertssen (gehuwd met Raaske Hack zie 6.19) kwam het goed in 1577 in het bezit van Jacob Bacx.

Jacob was vanaf 1577 leenvolger van de Strijdhoeff te Udenhout, het betrof totaal 80 bunder die Jacob onder verschillende personen verpacht had.

De hoeven in Udenhout waren verpacht, maar het werden uiteindelijk vervelende kwesties, waarbij de “deurweerder ende soldaten gehaelt” werden.

Pas in 1619 volgde een verdeling van de erfenis. Genoemde opvolgers van het leengoed tot 1619 waren 2 kleinkinderen van Jacob en Anna Hack genaamd: Jacop en Jan.

Dan is er sprake van “de Groote Hoeve oft Strythoeve, met huysinghen, erven, hoven, bogaert, vyver, ackerlanden, beemden, weylanden, heylanden, alsmeede vyf beemdem daerby geleegen”.

Jacob Bacx verkocht aan jonkheer Peter van Broekhoven de Grote Strijdhoeve, die door hem werd verheven.

 

In 1619 werd het huis nog omschreven als boerderij. In 1685 was er sprake van het 'hooghuis,' dat vernieuwd of hersteld moest worden.

In1792 had men het over drie gebouwen binnen de gracht.

Nog voor 1845 werd het hoofdgebouw uitgebreid met twee zijvleugels, een poort en een tuinhuisje.

 

 

Hieronder enkele vermeldingen en aanvullingen van de hierboven beschreven kinderen van Jan Hack en Agatha van den Eckart:

 

1542: Pieter Hack moest als buitenpoorter van Den Bosch afkomstig uit, of gegoed te Maren moeten meebetalen aan de kosten van een sluis in Maren.

 

1556: Pieter Hack heeft onenigheid met zijn zwager Adam van der Elst, die een voorlopige voorziening (provisie) vroeg omdat hij over een onroerend goed cijns (rente)

moest betalen aan Pieter Hack, terwijl v.d. Elst van mening was dat het goed zijn eigendom is.

 

1557: Jacob Bax verzocht (als man van Anna Hack) aan de schepenen van den Bosch om de pachten, cijnsen, goederen etc afkomstig

van zijn overleden zwager Pieter Hack te verdelen onder zijn vrouw Anna en de kinderen van de overleden Pieter Hack.

Het betrof voornamelijk goederen in de buurt van Alem, Maren en Lith die nagelaten zijn door

Gooswin Hack en Agnes van Graft (4.4) die Pieter Hack ten deel waren gevallen.

Ook maakte Jacob Bax aanspraak op een erfenis van de overleden Byna van Graft die een zuster is van Agnes van Graft.

Byna had blijkbaar het één en ander toebedeeld gekregen van haar zus Agnes wat van Gooswin Hack afkomstig was.

Tevens vond Jacob Bax dat de erfenis van de overleden Catharina Hack (zijn ongehuwde schoonzus) verdeeld moest worden.

Op dat moment was Jacob’s vrouw Anna het enigst overgebleven kind.

 

1558: Jacob Bax verzocht voor de schepenen van Den Bosch als vertegenwoordiger van zijn vrouw Anna, zijn schoonzus Elisabeth van der Elst

en de halfbroer van zijn vrouw Anna, genaamd Joerden van Maren (zoon uit het 2e huwelijk van Agatha van den Eckart zie 5.4)

om de goederen van hun moeder (Agatha van den Eckhart) te verdelen.

Wel schenen er nog schulden open te staan want namens het hof traden Jan Andriessen en Leonis Hermans op als crediteuren van Pieter Hack.

Het betroffen voornamelijk goederen, huizen, pachtinkomsten etc in de omgeving van Rosmalen en Den Bosch.

 

1561: Jordan van Maren (zie 5.4) werd genoemd als borg voor cijnsen die Elisabeth van der Elst aan Hendrik van Liebergen achterstallig was.

 

1597: Er vond een erfdeling plaats naar aanleiding van het overlijden van Sijmon Bacx zoon van Jonkvrouwe Anna Hack weduwe van Jacob Bacx

en Jonkvrouwe Maria Raessen eerder huisvrouw en later weduwe van Sijmon Bacx.

 

1598: Anna Hack weduwe van Jacob Bacx droeg wettelijk en erfelijk over aan haar kleindochter Juffrouwe Cataharina van Eijck dochter van

Goyaert van Eijck en Heilwich Bacx een kamp weiland genoemd de “Neerste Camp” groot vier morgen lands of daaromtrent

in de parochie van Empel alsnog een andere kamp weiland, gemeenlijk genoemd de “Nonnenweerd” groot, vijf morgen land of daaromtrent

gelegen in de parochie van Groot Lith in 1577 door Jacob Bacx gekocht.

 

Catharina van Eyck.

Catharina had een bijzondere plaats in het hart van haar grootmoeder Anna Hack. Zij was het enig kind van haar enige dochter.

Omdat zij in de nabijheid van haar grootmoeder werd opgevoed, was ze ook het enige kleinkind dat in een rooms-katholieke omgeving opgroeide.

Het was dan ook misschien het afgrijzen voor de levensloop van haar zoons (die steunden daadwerkelijk de zaak van de opstand reformatie en dus de Oranjes)

dan genegenheid voor haar lijfelijk en geestelijke nazaat, welke Anna Hack in 1598 deed besluiten Catharina van Eyck

tot haar universele erfgename te maken.

Tot de nalatenschap behoorden veel kwade kansen, en de erfenis werd door Catharina van Eyck en haar man dan ook eerst aanvaard

toen in de Raad van Brabant het voorrecht van boedelbeschrijving was verkregen.

Een van de eerste bezigheden van de erfgename was vervolgens het voortzetten van een geding

waarmee alle dagen van de weduwe van Jacob Bacx belast zijn geweest

en waarvan noch Anna Hack, noch haar tegenpartij het einde hadden beleefd.

 

1619: Er vondt een erfdeling/boedelscheiding plaats van de al enige tijd overleden Jacob Bacx, rentmeester van Den Bosch en Anna Hack zijn huisvrouw.

Een greep uit wat er zoal verdeeld/verkocht werd:

Udenhout: De Strijdhoeve in Oisterwijk. een leen van het Hof van Brabant, bestaande uit onder meer

 "huysingen", landerijen, een "bogart" en een "vijver" en 5 beemden. Uit deze goederen werd jaarlijks 210 caroli gulden vergolden.

De kleine Strijthoeve, eveneens een Brabants leen, dat Adriaan Cornelis Adriaens in gebruik had.  

Maren: grond gehuurd door Jan Adriaens Peter Vloets. Zeven hond grond in Maren gehuurd door Wouter van Well.

De Paeleren, een kamp van vier mergen land in de parochie Maren en een kamp van twee mergen aldaar in de Beemden.

Berlicum: Een erfpacht van een malder rogge, op Lichtmis te betalen uit onderpanden in de Braecvenne onder Berlicum.

Lith: anderhalf hond land op de Westerakker, welke Cornelis Diericxssoen had gehuurd. De helft in tien hond land in de Westerbeemden onder Lith

en twee mergen in de Leege Hoeven onder Lith, bezwaard met het onderhoud van "ontrent twee voeten maesdijcx" bijden Otter te Lith.

Ook deze gronden waren verpacht.

Twee-en-eenhalve mergen land in de kamp Laeren onder de parochie Lith.

Acht-en-eenhalve hond land in de Reinder-Kijnderhoeve aldaar welke Cornelis Diericxssoen heeft gehuurd,

en vijf scharen wei en een klaverschaar op den Lithsen Ham. Onder Lith vier-en-eenhalf hond land in de Wortelen en een mergen op de Houtrecht.

Craandonk: een rente uit de heerlijkheid en goederen van Craandonk

Den Bosch: een kleine woning in de Sint Jacobsstraat.

Middelbeerse: een rente van zes gulden en vijf stuiver welke "'t dorp van Middelberse" jaarlijks op de 13de december moest opbrengen.

Tilburg: een hoeve, het Hasenest, in de Ruijbraecken onder Tilburg.

Antwerpen: een hof buiten de stad Antwerpen "in de marcgrave lije".

Gewande: een vogelkooi bij de Blauwe Sluis in gebruik bij Cornelis Reijnders de Visscher met de daarbij gelegen Horrekampen,

een stuk land van negen mergen, renten, pachten en nog vier mergen land, genoemd den Neepsten Kamp,

welke Cornelis Reinders de Visscher als hooibeemd in huur had.

Rosmalen (parochie van): de hoeve welke van de kant van de Hacks is aangekomen en is gelegen "onder de prochie van Roosmalen,

ter plaetse genoempt Heze opte Cruysstraet", in gebruik bij Bouwe Anthonis.

Oerle: Jaarlijks op Kerstmis in geld te ontvangen pacht van een mud rogge, welke gaat uit onderpanden te Oerle (ter plaatse de Vlut onder Oerle).

Belangrijk waren de dijklasten te Maren: het onderhoud van het vierendeel van drie vadem Maasdijk en het vierendeel van twee vadem en het vierendeel van dertien voet Maasdijk onder Alem,

en ook het vierendeel van een voet te Lith "in 't gemeyn lant" en anderhalve roede dijk op de Lithergrave.

De omvang der lasten is moeilijk te schatten, omdat de vadem in het eerste geval gerekend werd op zeven voet en een duim,

en in het tweede geval, in de maat van Maren, acht voet groot is. Al deze landerijen waren verpacht.

 

 

Kinderen van Gerardt Hack X Catharina Raessen (zie 5.6)

6.18 Goossen Hack

 Hij + op 14 jarige leeftijd.

Hij schreef zich in 1556 in aan de Leuvense universiteit en was waarschijnlijk kort daarop gestorven.

Goossen was dus in 1541/42 geboren en overleden in 1556/57.

 

6.19 Raaske Hack

Ze + < 19-05-1617.

Ze werd onder allerlei namen, als Rasa, Rusona, Raaesken etc vermeld.

Raaske X in 1559 onder huwelijksvoorwaarden met Theodoricus (Dirck) Arntsz Aertssen

 weduwnaar van Judith van Elmpt z.v. Dirck Arntsz.

Akte van huwelijksvoorwaarden 7-01-1559.

Dirck + op 6-03-1597.

Hun woonplaats was s'-Hertogenbosch en men bezat een huis in de Postelstraet, alsook grond te Alem, Maren en Empel.

 

Op  14 augustus 1593 is Raaske meter bij de doop van de te Bommel geboren Aert van Driel.

In 1599 woonde Raaske (als weduwe) in Zaltbommel en in het zelfde jaar moest zij de schulden

 die wijlen haar echtgenoot had aan Pieter van Antwerpen en Jacob Frans Beyharts betalen.

 

De naam van Theodoricus Aertssen ligt wat moeilijk om de volgende redenen:

Theodoricus betekent hetzelfde als Dirck.

Arnts wordt ook wel vermeld als Aerts.

Aertssen op Aerts is een logisch vervolg.

Een dochter wordt Aleydis Artsen genoemd.

 

Dirck Aertssen Dircxz werd in 1564 schepen van s’Hertogenbosch,

Ook was hij onder de naam van Theodoricus Aerdtssz lid van het illustre Lieve Vrouwe Broederschap,

waarvan hij later onder de naam van Dierick Aertz zwanenbroeder zou worden

waar ook zijn schoonvader Gerardt Hack (zie 5.6) lid van geweest is.

Dirck hield den zijde van den Prins van Oranje, werd in 1578 president schepen,

bevond zich in maart 1579 te Antwerpen in verband met de daar gevoerde vredesonderhandelingen,

maar zag zich genoodzaakt 's-Hertogenbosch metterwoon te verlaten en zich naar Holland te begeven.

 

Ook was Dirck leenheer van (het latere kasteel) de Strijdhoeve (zie 6.17) die hij in 1577 aan zijn goede vriend Jacob Bacx verkocht.

Eerder (1567) verkocht Dirck in 1567 aan Jacob Bacx de Horrekampen, in Gewande gelegen bij de blauwe sluis, een stuk land van negen mergen.

Jacob was gehuwd met Dircks nicht Anna Hack (zie 6.17)

 

Een nu leuke vermelding is:

Jonkheer Mr. Gerard Hack, getrouwd met Catharina Raess: Kinderen: 1: Raesken: getrouwd met Dirck Arnts van Driel,

een van de weinige " overlopers" naar de Hervorming en naar de Oranjes.

 

6.20 Agnes Hack.

Agnes deed in 1558 haar intrede in het lieve Vrouwe Broederschap te 's-Hertogenbosch en

kwam in 1559 (vrij kort na haar intrede) te overlijden.

Zij sleet haar leven als begijn, evenals haar nichtje Catharina Hack (6.16).

 

Aanvullingen Dirck (Theodoricus) Aertssen.

 

schepenzegel Dirck Aertssen.

 

Dirk Aertssen te den Bosch periode 1576 – 1579.

 

Dirk Aertssen gehuwd met Rasa (Rusona) Hack d.v. Gerardt Hack en Catharina van Raessen. (zie 6.19  hierboven)

 

Dirk Aertssen was de hoofdfiguur voor de calvinisten en de staatsen binnen den Bosch tussen 1576 en 1579 (tijdens de 80 jarige oorlog).

Hij had duidelijk de bedoeling om den Bosch in de handen te spelen van de Staatsen (Oranjes) en richtte in 1577 samen met o.a. Simon Bacx een

keurkorps op dat het schermersgilde zou gaan heten en bestond uit voornamelijk uit jonge mannen die vanwege het geloof uitgeweken waren en

zich onder het vaandel van Oranje hadden geschaard en over niet geringe militaire vaardigheid en ervaring beschikten.

Dirck die schepen was streefde naar een machtspositie in het defensieapparaat en legde beslag op de sleutels van het stedelijk kruitmagazijn.

Het stadsbestuur wist hem tot teruggave daarvan te dwingen, maar al bij al bleef het een verdachte manoeuvre die

wel aangeeft wat hij enzijn geestverwanten in hun schild voerden.

Dirk Aertssen onderhield contacten met Nicolaes Bruyninck, secretaris van de prins en diens raadsman.

Samen broedden zij een plan uit om Den Bosch bij verrassing in handen te spelen van de radicale calvinistische clan daarbinnen.

Zo’n zes tot zevenhonderd 'geuzen' uit Antwerpen zouden dit plan uitvoeren en Prouninck van Deventer, lid van het college van policiemeesters

en Aertssens toegewijde trawant, zou wel zorgen dat op het juiste moment de stadspoort open stond (1578).

Zijn Schermersgilde hield in die nacht de wacht aan de Sint-Janspoort en zou zorgen dat deze bij aankomst van de vendels

omtrent het krieken van de dag geopend werd.

Eens te meer kwam hier weer de ware bedoeling aan het licht waarmee destijds Aertssen voor de oprichting van dit gilde had gepleit.

Maar een dergelijke omvangrijke onderneming kon nauwelijks ontsnappen aan de aandacht van de stedelijke overheid,

diverse boden hielden haar nauwkeurig op de hoogte van de vijandelijke bewegingen en de toeleg mislukte.

 

Dirck die inmiddels president schepen was verliet den Bosch voor vredesonderhandelingen te Antwerpen.

Eenmaal in Antwerpen opende hij een frequente en geheime briefwisseling (zie afbeeldingen hieronder) met de tweede man in het schepencollege,

zijn handlanger en vertrouwensman Gerard Prouninck van Deventer.

Hij spoorde deze aan de betrekkingen van zijn mede schepenen nauwlettend te volgen en hem daarvan verslag te doen,

vooral waar het ging om contacten met Bloeijmans of, erger nog, met de Waalse gewesten.

Onder de vermeende druk van Parma (een aanval op de stad die niet plaatsvond) verlieten de

Calvinisten uiteindelijk de stad en koos den Bosch voor Spaanse zijde.

Tenslotte verbleef in Antwerpen nog altijd Dirk Aertssen. Eigenlijk een tragische figuur, die in zijn heilige ijver het calvinisme

en de calvinisten in Den Bosch te doen zegevieren de verkeerde beslissing had genomen door zijn werkterrein naar Antwerpen te verleggen.

Nergens beter toch dan in Den Bosch zelf had hij de hervorming aldaar kunnen dienen, zeker gedurende de rumoerige en woelige laatste maanden.

Door zijn langdurige afwezigheid raakte hij vervreemd van het bestuurscollege waarvan hij president was.

Hij kon daaraan geen leiding meer geven en het bleek dan ook op den duur een vaste koers te ontberen.

We hebben hem al leren kennen als een rechtlijnige fanaticus, maar diplomatieke lenigheid was zijn deugd niet.

 

Hieronder een voorbeeld van zijn geheime briefwisseling.

De  afbeelding links is in code en op de afbeelding rechts is met een speld de vertaling op het document aangebracht.

 

 

Hieronder enkele vermeldingen van de hierboven beschreven kinderen van Gerardt Hack en Catharina Raessen.

 

1528: Theodoricus Aertssen moest betalen jaarlijkse en erfelijke cijns van 50 en een halve Karolusguldens ter waarde van 20 stuivers

of een andere goede waarde daartoe gerekend in Den Bosch.

Dit omdat hij cijnsen incasseerde afkomstig van goed dat Sophia Vuchts  (grootmoeder Raaske Hack) had gekocht (in 1525)

om haar lijftocht (oude dag voorziening) en de voorziening van haar kinderen veilig te stellen.

Inmiddels had ze het goed verkocht aan Nicolaes van der Stegen, die dus recht had op de cijns.

Het betrof een weideveld van 10 lopen goed onderhouden, gelegen in de parochie van Zeelst, alsmede grond van 3 lopen, wel beteeld,

gelegen in dezelfde parochie, tussen de weg genoemd den Broeckwech, eveneens uit een stuk akkerland van 10 lopen wel beteeld,

gelegen in die parochie, tussen de weg genoemd de Broeckwech.

En dit alles beschreven en geschied zijnde beloofde Theodoricus (Dirck) onder verband van al zijn goederen,

hebbende en verkrijgende iedereen schadeloos te houden.

 

Vervolgens deed Theodoricus hetzelfde met andere personen in de hoofdrol.

Het betrof dan een jaarlijkse en erfelijke cijns van 6 Karolusguldens ter waarde van 20 stuivers of een andere goede waarde daartoe gerekend,

te betalen met St. Mattheus Apostel in Den Bosch etc. uit twee hofsteden, grond en tuin en een boomgaard en moestuin

met zijn aanhorigheden en daarbij gelegen grond van van drie lopensaet wel beteeld,

gelegen in de Parochie van Venloon (Loon op Zand) bij het kerkhof.

Volgt er nog een stuk betreffende een cijns uit grond in Empel en Waalwijk.

 

1617: Raaske werd vermeldt met betrekking tot een ruil van een stuk tuin van haar zoon tegen onroerend goed.

Letterlijke tekst:

Peter Jansz Mutsaerts als geordineerde ende genomineerde directeur off werkelijck vader van de eerwaerdiche

Patres van de Capucinen binnen deser stadt ende henne goederen alhier, (gemachtigd) door

den Eerweerdiche heere ende  Pater Simon Aldenardensis, provinciael des ordens der Capucinen over de

provincie van Vlaenderen in Nederduitzlandt, ter eenre ende Guiliam (Willem) Aertsn, zoene wylen Diercx Aertsn

ende Rasa, dochter wylen  mr. Gherarts Hack, ter andere zijde hebben oipentlick beleden ende bekent, dat de voirs.

Eerweerdiche Patres van de Capucinen binnen deser stadt (den Bosch) mitten voirs. Guilliam Aertsn hebben gemaect ende aengegaen etc.

 

 

Kinderen van Marcelis Hack X Hilleke van Maren (Maern) (zie 5.7)

6.21 Goossen Hack.

Hij was tijdens het overlijden van zijn vader in 1559 onmondig en + 1580 te Rossum.

Goossen X Gijsbertken Egen Aerts Schram + 28-07-1619 d.v. Egen Aerts Schram en Lijsken Dircks Stout.
Gijsbertken XX Jacob Cornelisz Jan Saers z.v. Cornelis Jan Saers en Jenneke van Lith.
Jacob + 19-05-1593 na neergeslagen te zijn door Jan Geritz Pan.

 

Goossen was tijdens zijn leven schepen van Driel (Kerkdriel).

 

schepenzegel van Goossen.

wederom 3 vogels.

het wapen: In zilver, drie vogels van sinopel (groen) met snavel en poten van goud.

 

 

6.22 Lijske Hack.

Ze + < 1601 en woonde te Rossum.

6.23 Caerl Hack.

Hij + in 1594.

6.24 Catelijn Hack.

Ze + > 1620.

Catelijn maakte gebruik van de diensten van Peter Hendriks de Bye als

administrateur van haar goed.

6.25 Fenneke Hack.

6.26 Hilleke Hack.

Ze + in 1603

Hilleke X Mathijs Jacobsz van der Heijden

z.v. Jacob Roelofs van der Heijden en Margriet Peters Moliaert.
Mathijs + op 27-11-1588 te Bommel.


Generatie 7

 

Dit is de generatie die via een intensieve briefwisseling vanuit Frankrijk naar de lage landen (en retour) schriftelijk met elkaar in contact komen.

De betrokken personen zijn:

Nicolas Hac 7.3

André Hac 7.4

Een zoon van Jehanne Hac 7.6

Jehan Hac 7.7

Willem Hack 7.15

Walraven Hack 7.16

Elisabeth van der Elst 6.15

Wouter Pijnappel z.v. Elisabeth Hack 5.8

 

Kinderen van Nicolas Hac X Anna Boué (zie 6.1)

 

7.1 Anne Hac.

Ze woonde aan de rue Coquillière, parochie de St Eustache te Parijs en + < 1590.

 

7.2 Nicole Hac.

Ze woonde in 1590 te Parijs aan de rue Coquillière te Parijs.

Nicole werd in 1605 vermeld als een volwassene zonder relatie wonende te Parijs.

Ze woonde samen met haar zuster Anne (7.1) en woonde nog op hetzelfde adres na het overlijden van haar zus.

 

7.3 Nicolas Hac.

Hij werd * rond 1531 en + in 1591 op 60 jarige leeftijd te Parijs en aldaar begraven te ........

Nicolas X op 25.01.1558 Huguette de Paris, + > april 1614.

Ze was d.v. Claude de Paris, koopman te Parijs en Guillemette Passart.

Guillemette (in het Nederlands Willemijntje) was weduwe van Jacques Hotman kruidenier te Parijs.

 

Men woonde aan de Rue Tiquetonne dichtbij de kerk St. Eustache te Parijs.

Nicolas en Huguette kregen slechts 2 kinderen.

Een van naam onbekend dochtertje * < 1588

en een zoontje, Pierre * > 1588 en + in 1568, hij werd begraven in de kerk Innocents te Parijs.

 

Nicolas was op jonge leeftijd lakenhandelaar en van 1576 tot minst minstens 1588 was hij "raedt des konings en generaal der mùnte".

In het Frans "général en la cour des monnaies" en vrij vertaald "het hoofd van de Franse Bank".

 

Tevens was hij raadsheer van koning Hendrik III van Frankrijk en was een hoveling aan het Franse hof.

Generaal der mùnte betekende dat Nicolas tevens de hoogste baas was van de munt en geldaanmaak.

De mùnte is een instelling, ook de naam van het gebouw.
Nicolas beheerste de financiën op het niveau van de geldaanmaak (de muntslag), het voeren van een inflatiedempende of bevorderende politiek.
Beslissingen betreffende de onvermijdelijke geldontwaarding of de aantasting van de hardheid van de nationale munt

door externe ontwikkelingen waren als staatszaak zijn verantwoordelijkheid.
Tevens was zijn functie cruciaal voor het voeren van, in dit geval de Koninklijke geldpolitiek en de financiering van bv. oorlogen.
De Nederlandse munt was van oudsher gevestigd in Dordrecht. De Franse munt was uiteraard van onvergelijkbaar groter gewicht.

 

7.4 André Hac.

Hij + kort < 1614.

André  X in de kerk Saint Germain l'Auxerrois te Parijs met Michelle de Cocquerel d.v. Guillaume Cocquerel.

Michelle + op 11.11.1618 en en werd begraven in de kerk Saint Germain l'Auxerrois te Parijs.

André was hoofdgriffier aan het hof der mùnte, waar zijn broer Nicolas (7.3) de baas was.

Na zijn overlijden zou zijn vrouw Michelle huwen met Pierre de Naberat, die hoofdgriffier was aan het hof der mùnte.

Bizar genoeg huwde ze met de man die na het overlijden van André hoofdgriffier aan het hof der mùnte werd.

 

Hij was in 1571 en op zijn minst tot 1588 nog hoofdgriffier aan het hof der mùnte
Hij woonde aan het Hôtel de Munt dichtbij St.Germain l’Auxerrois te Parijs.

 

Na het overlijden van Michelle Cocquerel werd er een inventaris opgemaakt.

De herkenbare handtekeningen onder de inventaris (zie onderstaande afbeelding) zijn van:

Haar schoonzoon Laurent de Naberat zie 8.3.

Haar schoonzoon Pierre de Lespinayt zie 8.4.

Haar zoon Francois Hac zie 8.1.

Haar dochter Mathurine Hac zie 8.3.

Haar dochter Michelle Hac zie 8.4.

 

 

7.5 Marguerite Hac.

Ze + > 1572 en < 1575.

Marguerite X met Macé Bourlon, van beroep vishandelaar.

 

In 1572 leende Marguerite aan de in Parijs wonende vishandelaar André Delaporte 300 ecu, hetgeen werd vastgelegd bij een notaris.

Hij scheen niet in staat te zijn om de lening op gezette tijden, of helemaal niet terug te kunnen betalen en ze protesteerde bij de betreffende notaris.

 

7.6 Jehanne Hac.

Ze + > 1588.

Jehanne X < 1558 met Pierre Gallopin, hij was koopman in kaas en inwoner van Parijs.

Pierre was * rond 1520 en + >1570 en < 1583.

 

7.7 Jehan Hac.

Hij + > 1588 ongehuwd.

 

Jehan was tijdens zijn leven (zeker in 1588) schatmeester van de Heer van Crillon en als hij niet op reis was vertoefde hij in Rouen of Parijs.

In juni 1588 bivakkeerde Jehan al een jaar in Boulogne sur Mer met Meneer de Crillon (zijn baas) die ridder was in de orde van de Koning van Frankrijk.

Boulogne sur Mer was de legerplaats van het regiment van de gardes van de Crillon.

Jehan diende al voor 1580 in het leger onder de Heer van Crillon, ook was hij aanwezig tijdens een reis van de Franse Koning Hendrik III naar Polen.

Die reizen maakte de Koning onder begeleiding van de Heer van Crillon.

 

De Heer van Crillon (plaatsje in Picardië).

Zijn werkelijke naam was Balbes van Louis de Berton en hij was één van de beroemdste helden van de 16e eeuw.

Hij stond bekend als "de man zonder angst" en de dappere van de dappere" en werd  geboren in 1541 te Murs in de Provence.

Balbes van Louis de Berton  onderscheidde zich voor het eerst onder bevel van de Hertog Francis van Guise Lotharingen bij de belegering van Calais.

 Bij de ​​inname van Guines vertoonde hij zich zeldzame moed.

Hij onderdrukte de samenzwering van Amboise in 1560, vocht tegen de Hugenoten en heeft uitgeblonken in de gevechten van Dreux, St. Denis, Jarnac en Moncontour.
Na het Verdrag van St. Germain (1570), vocht hij als een ridder van Malta tegen de Turken, en opende de slag van Lepanto.

De verschrikkingen van de Bartholomeusnacht (bloedbruiloft), een massale moordpartij op de Franse protestanten, die plaatsvond in de nacht van 23 op 24 augustus 1572 keurde hij luid af,

 maar hij onderscheidde zich in 1573 bij de belegering van La Rochelle.
Hendrik III, Wie hij naar Polen had begeleid, benoemde hem tot gouverneur van Lyon.

etc.

 

Gallopin zoon van Jehanne Hac (7.6) kreeg van Jehan Hac 6 ecu om een door hem geschreven brief bij zijn verwanten af te geven.

Dit moest Gallopin doen via zijn oom die te Antwerpen woonde. Helaas heeft Jehan nooit meer iets van Gallopin vernomen.

Later kwam Jehan per toeval in Chartres iemand tegen die heel veel weet (geleerde) en meester Jehan Hac heet,

heelmeester was en afkomstig uit het land van Brabant, zijn naam schreef met 3 letters (Hac) en die een zegelring droeg zoals hij die droeg.

 

7.8 Catherine Hac.

X Jehan Boursin. Ze + > 1588.

 

7.9 Marie Hac.

X Claude le Tessier. Ze + in 1585.

 

Aanvulling André Hac (zie 7.4)

 

In het historisch tijdschrift De Navorscher jaargang 1896 werd door iemand de volgende vraag gesteld:

Wie is zoo goed mij te zeggen waarop de volgende penning betrekking heeft?

Dunne koperen penning, voorzijde: Wapenschild waarop drie vogels (2, 1) om het schild lofwerk.

Omschrift: André hac greffier de la court des monoies”. zie volgende afbeeldingen.

 

Onderstaande afbeeldingen zijn jetons, met opschrift:

André Hac griffier aan het hof van de munt. (zie 5.2)

De jetons zijn in het bezit van de beheerder, en onderstaand jeton is waarschijnlijk enige exemplaar.

 

 

Beschrijving:

land: Frankrijk.

datum:1581.

metaal: messing.

diameter: 28,5 millimeter.

as van de hoek: 6.

rand: glad.

zeldzaamheid: R5 (R1 tot R5 is uniek, waarschijnlijk de enigste)

voorzijde: wapenschild van Andre Hack.

randschrift voorzijde: Andre Hac, greffier de la court des monnaies.

achterzijde:

vrouwelijke figuur met haar sluier in haar rechterhand, met aan haar voeten een leeuw en een griffioen.

randschrift achterzijde:  vt. virgo moneta.

opmerking:

De keerzijde is uniek. Er is alle reden om te geloven dat deze jeton in Frankrijk is gemaakt en niet in Neurenberg.

vermelding catalogus:

André Hac, griffier aan de Munt, getrouwd met Michelle de Cocquerel te Auxerrois.

 

 

Beschrijving:

land: Frankrijk.

datum: rond 1577.

metaal: rood koper.

diameter: 27 millimeter.

gewicht: 4.79 gram.

As van de hoek:12.

rand: glad.

zeldzaamheid: R1 (is zeldzaam R5 is uniek)

voorzijde: wapenschild van Andre Hack (goud) met 3 vogels.

randschrift voorzijde: Andre Hac,  greffier de la court des monnaies.

achterzijde

een vrouwelijke en mannelijke krijger schudden elkaar de hand, aan hun voeten een haan en een hond.

CK staat voor Chilianus Kochuus, waardoor de munt in Duitsland (Neurenberg) is gemaakt.

Een tak van lelies onder het koninklijke schild.

Randschrift achterzijde:  gallia fortit.

 

 

Kinderen van Pierre Hac X Anne Chevallier  (zie 6.2)

 

7.10 Denis Hac.

Hij werd * rond 1537 en + 1570.

Denis X  12.02.1565/66 met Anne Salvancy d.v. de Parijse marktkoopman Jehan Salvancy en Geneviève Huet.

Anne XX 21.01.1573 Anthoine le Secq, advocaat te Parijs.

Denis woonde in Parijs en was handelaar in laken, band en garen.

 

7.11 Charles Hac.

Hij werd * rond 1538, was minderjarig in 1551 en werd na 1568 niet meer vermeld.

 

7.12 Estienne Hac.

Hij werd * rond 1540.

Estienne diende rond1568 als boogschutter in het lijfwachten korps van de Koning onder burggraaf d'Auchy.

 

 

Kinderen van Pieter Hack X Elisabeth van der Elst (zie 6.15)

 

7.13 Jan Hack.

 Hij + jong of op zeer jonge leeftijd.

 

7.14 Elisabeth (Lysbeth) Hack.

Ze werd * in 1540 en + > 1611 en < 1620.
Elisabeth X Wouter van de Oever * 1540, en + 23-05-1607 wonende te Nieuwaal,

z.v. Adrian van de Oever en Agnes N.N.
Elisabeth XX 10-03-1611 Cornelis Philips (schipper van beroep), hetgeen voor Cornelis ook het 2e huwelijk was.
Cornelis zou zelfs nog een 3e keer trouwen.

 

Wouter van de Oever laat bij testament beschrijven, dat: mocht hij kinderloos komen te overlijden

zijn vrouw Elisabeth Hack de acht morgen land te Herwijnen geheten de "die Acht Mergen" zal erven in plaats van zijn broeders kinderen.


7.15 Willem Hack

Hij werd * in 1548, was in 1588 ongehuwd en + > 1604.
Willem trad regelmatig op als advocaat van Hoogerheide en woonde (in 1588) te Antwerpen.

Willem droeg de titel Mr hetgeen staat voor magister, in dit geval meester in de rechten.


7.16 Walraven Hack.

Hij was Heer van Hogerheijden en half Ossendrecht.

Walraven werd * 1-10-1543 en + 1-11-1630 te Antwerpen op 87 jarige leeftijd en werd aldaar begraven in de

Lieve Vrouwe kerk en bijgelegd in het graf van zijn schoonvader bij het St. Sebastiaans altaar midden in de buik van de kerk.

Walraven was tevens koopman te Antwerpen en woonde in1588 in de Gulden Keijser aan de Hoochstraate.
Walraven X 3-01-1585 Maria Betten, (weduwe van Christian/Sebastiaan Martens/Mertens)

d.v. Thomas Betten koopman in wijnen te Antwerpen en Barbara Janssens.

Thomas was z.v. Lonys (Louis) Betten in 1545 schepen te Gent.
Maria Betten werd * in 1557 en + 4-06-1643 te Bergen op Zoom op 85 jarige leeftijd en is aldaar begraven.

 

Walraven was lakenkoopman te Antwerpen.

De titel Hr van Hogerheijden en half Ossendrecht kreeg Walraven via zin schoonvader Thomas Betten.

Thomas had geen mannelijke nakomelingen en via zijn dochter Maria kwam de titel in de familie Hack terecht.

 

Begraaf rekening/bevestiging Maria Betten.

denselven dito (8 juni 1643) is begraven inde kerck weduwe

de vrouwe van hoogerheijden 4 uuren geluijt

 

 

 

Willem en Walraven woonden in in de Hoogstraat te Antwerpen, een huis genaamd

het Gouden schild, voorzien van een gouden schildje boven de deur.

Hieronder enkele vermeldingen van de hierboven beschreven kinderen van Pieter Hack en Elisabeth van der Elst.

1558: Willem, Walraven en Elisabeth kwamen in het verweer tegen Jacob Bacx die als man van hun tante Anna Hack (zie 6.17) 

 aanspraak maakte op de nalatenschap van hun overleden tante Catharina Hack (zie 6.16)

Zie ook vermeldingen en aanvullingen van de kinderen van Jan Hack en Agatha van den Eckart 1557 generatie 6.

 

1562: Stadsloterij 's-Hertogenbosch. De volgende Hacken waagden zich aan het avontuur:

 Walraven zoon van Peter Hack. Is Walraven hierboven.

Willem zoon van Peter Hacken. Is Willem hierboven.

Lysken weduwe Peter Hack. Is Elisabeth van der Elst (6.15)
Lysken dochter Peter Hack. Is Elisabeth hierboven.
Anna Hack, claris. Is Anna gehuwd met Bacx (6.17) Claris betekent vermaard/zeer bekend.

Goessen Hack (24 loten), is naar alle waarschijnlijkheid Goossen (6.21) z.v. Marcelis en Hilleke van Maren omdat de andere

Goossen Hack van Alem in generatie 6 in 1586 stierf en de Goossen in generatie 5 waarschijnlijk niet meer leefde gezien het jaartal 1562.

 

Een stadsloterij was slechts twee maal eerder gehouden in 1506 en 1522.

De redenen waren een lege stadskas door bijdragen/belastingen aan de landelijke bewindvoerders.

Het was geen plaatselijke actie want de loten werden verkocht aan ongeveer zestig steden in Brabant, Vlaanderen, Holland en Zeeland, tevens nog in Utrecht en Keulen.

Om animositeit tussen de Bossche gildebroeders te voorkomen werd ook dit keer de vervaardiging van de prijzen toevertrouwd aan enkele Antwerpse kunstenaars.

De afspraken tussen hen en de stad werden vastgelegd ten overstaan van een Antwerpse notaris,

terwijl de gehele organisatie van de loterij in handen werd gelegd van de Bossche edelsmid Erasmus van Houwelingen.

Geen van de vele prijzen is ons bewaard gebleven, evenmin als een exemplaar van de 1200 afbeeldingen van alle prijzen die de aankoop van loten moesten stimuleren.

 

1595: Elisabeth (Lijsken genoemd) bleek grondbezit in Bruchem “Beel Geemens Kampken” te hebben, alsook in Nieuwaal.

 

1597: Wouter van Oever tucht zijn vrouw Elisabeth (Elisabet Hacken genoemd) betreffende een stuk grond te Herwijnen, omschreven als volgt:

Acht mergen landts, geheiten die Acht mergen, streckende van den Hooftgrave tot den Broeckgrave.

Mocht zij komen te overlijden dan dient het hier omschreven onroerend goed toe te komen aan de kinderen van zijn overleden

broeder Huymans van Oever.

 

1599: Wilhelm van der Hagen, stadhouder van de markies van Bergen op zoom verklaarde dat Walraven Hack in leen had ontvangen:

de Heerlijkheid Hoogerheide, tienden van Woensdrecht, half Ossendrecht en twee gemeten schaarbos te Hoogerheide.

 

1612: Walraven schonk (tijdens de 80 jarige oorlog) in zijn hoedanigheid als Hr van Ossendrecht:

de kerk en de inkomsten uit kerkelijke goederen aan de protestanten waardoor de katholieken

gedwongen worden hun kerkelijke bijeenkomsten in een boerenschuur te houden.

 

1619 – 1622: Walraven trad veelvuldig uit hoofde van zijn functie als Hr van Hoogerheiden als requirant (soort officier van justitie)

te Bergen op Zoom, betreffende notariële en rechtszaken.

 

1621: Walraven schonk het goed de “vuijtersweerdt” gelegen nabij Driel aan zijn zoon Thomas Hack.

Walraven was het goed aangekomen via zijn moeder Elisabeth van der Elst door erfopvolging

omdat zijn broer Willem en zuster Elizabeth Hack overleden waren zonder kinderen na te laten.

In 1591 behoorde de “vuijtersweerdt” toe aan Anthonis Hack.

Deze Anthonis is een bekende betreffende de Driels tak. Helaas is er nog geen relatie ontdekt.

 

1620: Michiel Bachele verkocht een huis aan Peter en Cornelis de Schodt. Dezen transporteerden het aan Walraven Hack op last van

renten uit te betalen aan o.a. Pauwel van Halmale, Jan Brant, Lamoraal van den Berge, Willem Monnincx en Jan van Schooten.

Dit geschiedde te Antwerpen.

 

1640: Joris Eustaes van Hemert, gedeputeerde van Nijmegen broer Jonker Otto (v Hemert), rentmeester Marienwaerdt,

 inzake land te Alem, enzovoort, geërfd van Jonker Walraven Hack: aan Jonker Ghijsb. Peijck van Tienhoven ….. te Bommel.

Walraven Hack moet ook gegoed geweest zijn te Alem. Het goed, in dit geval land te Alem:

 is na Walraven Hack geweest van Walraven van Hemert gehuwd met Maria van Herwijnen d.v. Agnes Hack van Alem (zie 6.8)

en na de dood van Walraven van Hemert van diens broer Joris Eustaes van Hemert, die het goed weer overdroeg aan

jonker Ghijsb. Peijck van Tienhoven z.v. Anna van de Velde d.v. Cornelia Hack van Alem (zie 6.11). 

 

 1588:  Walraven ontving een brief van zijn neef Wouter Pijnappel, zoon van Elisabeth Hack gehuwd met Jan Pijnappel (zie 5.8).

 

Het adres op de envelop.

 

Er staat geschreven:

aen de eersamen en zeer

soirsinnegen coopman (doorgehaald)

Walraven Hack, coopman

in wollen laecken wonende

de hooechstrate, in den

Gulden Keijser (blijkt Gulden Schild te zijn) mijne besondere

waarde vriend tot

Antwerpen.

 

Via onderstaande link is de brief aan Walraven te lezen en kunt u even teruggaan in de tijd.

Enkele (van de vele) bijzonderheden zijn onderstreept.

 

aug. 1588


In 1588 vond er een schrijven plaats van Willem en Walraven (7.15 en 7.16) gericht aan: Nicolas Hac (zie 7.3)

De afbeelding hieronder is de envelop met adressering, er staat o.a op geschreven:

 

 

Aan Meneer Hac generaal van de Munt

wonende een 50 tal ??? (voetstappen?)

nabij de kerk St Eustace te Parijs. Bij diens

afwezigheid aan Meneer Hac, griffier van

het Hof van de Munt, vlakbij St Germain de Lancerooys.

Te bezorgen te Parijs.

 

NB. de griffier is André Hac (7.4) broer van Nicolas Hac (7.3) hierboven.

 

Voor een samenvatting van deze briefwisseling zie de hoofdpagina van deze Homepage.

 

 

Kinderen van Goossen Hack X Gijsbertken Egen Aerts Schram (zie 6.21)

7.17 Goossen (Gosewijn) Hack.

Goossen + in 1639 en X Judith Ot Ghijsbert Pijeck (Pieck).

7.18 Lijsken Hack.

Lijsken + in 1637 en X < 1619 Jan de Gaij + in 1627.

Hij was z.v. Peter de Gaij en Agnetha van Beusechem afkomstig van Zaltbommel.

 


In formatie voor de liefhebber.

Betreffende: de heerlijkheden Hoogerheide en half Ossendrecht (zie Walraven Hack 7.16).

 

Wat is half Ossendrecht?

De heerlijkheid Half-Ossendrecht kwam door testamentaire beschikking van Thomas Bette aan zijn dochter Maria,

wier kleindochter Maria Hack door haar huwelijk met Johan Baptista van Aerssen deze heerlijkheid evenals

die van Hoogerheide in de familie Van Aerssen bracht.

De helft van het dorp Ossendrecht viel onder het Markiezaat van Bergen op Zoom.

De andere helft, de half-heerlijkheid Ossendrecht was onafhankelijk van Bergen op Zoom.

Het totaal gebeuren viel weer onder de Republiek Staats-Brabant.

De half-heerlijkheid Ossendrecht heeft bestaan van 1573 tot 1761.

De heren en vrouwen van half Ossendrecht waren:

Thomas Betten van 1573 tot 1596 (schoonvader van Walraven Hack generatie 7)

Walraven Hack gehuwd met Maria Betten van 1597 tot 1634.

Pieter Hack (generatie 8) van 1634 tot 1658/59 (zoon van Walraven Hack)

Vanaf 1659 Maria Hack weduwe Johan Baptist van Aerssen (generatie 9), dochter van Pieter Hack.

Vervolgens de nakomelingen van Maria Hack, de van Aerssens tot uiteindelijk:

Cornelis baron van Aerssen Voshol de heerlijk in 1671 verkocht voor fl 72.250,- aan de Markies van Bergen op Zoom.

Deze Cornelis was een achter-achterkleinzoon van de hierboven genoemde Walraven Hack.

 

Staatskundige situering 1795: Republiek Staats-Brabant vallend onder het Markiezaat van Bergen op Zoom.
Status 1795: Dorp in het Markiezaaat van Bergen op Zoom.

Tot 1761 was de helft een dorp in het Markiezaat van Bergen op Zoom, de andere helft de half-heerlijkheid Ossendrecht, leen van Bergen op Zoom.

 

Bestuur en rechtspraak:

Schepenbank: bestaande uit 7 schepenen. Tot 1761 werden 4 schepenen benoemd door de markies en 3 door de halfheer.

Rechtsgebied: Ossendrecht.

Rechtspraak: hoge, middelbare en lage justitie.

Officier: drossaard van het zuid en west kwartier en (tot 1761) een schout van de halfheer van Ossendrecht.

Beroepshof: leenhof van Bergen op Zoom.

Bestuur: drossaard van de markies en (tot 1671) schout van de halfheer, schepenen en gemeentemannen.

 

De heerlijkheid Hoogerheide

Deze heerlijkheid behoorde aan de heren van Bergen op Zoom,

daarna aan de familie 't Seraerts, 't Serarnts of Seraedts, gezegd Heenkensschoot (1523).

Door deze familie werd zij verkocht aan Thomas Bette. Later kwam door erfopvolging de heerlijkheid uit de

familie Betten in de familie Hack, tot zij door het huwelijk van Maria Hack met Johan Baptista van Aerssen in de familie Van Aerssen kwam.

 

Voor de echte liefhebber

Welke banden bestonden er tussen de families Betten, Hack en Van Aerssen.

 Hoe kwamen zij in het bezit van de heerlijkheid Hoogerheide en Half-Ossendrecht?

De totale geschiedenis van de heerlijkheden Hoogerheide en half Ossendrecht

via onderstaande link.

 

link

 


Generatie 8

 

Kinderen van André Hac X Michelle de Cocquerel (zie 7.4)

 

8.1 Francois Hac.

Hij werd * in 1583 en + op 10-09-1624 op 41 jarige leeftijd.

Francois X 5.10.1609 met Magdelaine de Romey  weduwe van Jehan de Ferse (met kind) secretaris van de Koning.

Magdelaine + op 12-05-1629.

Francois werd op 22-09-1607 benoemd als directeur aan de Koninklijke munt en was mede om die reden raadsheer van de Koning.

Tevens was heer van Romainville en woonde hij aan de rue Mauconseil St-Eustache te Parijs.

Na het overlijden van Francois werd zijn broer Nicolas (8.2) voogd van zijn nog jonge kinderen.

 

8.2 Nicolas Hac.

Hij + in 1658 ongehuwd.

Tijdens zijn leven was hij advocaat in het parlement.

Hij kocht op 24-04-1640 een deel van een woning in het dorp Leutouville.

 

8.3  Mathurine Hac.

Ook wel Catherine genoemd.

Ze X in 1602 met Laurent de Naberat, stalmeester van de Koningin.

 

Op onderstaande afbeelding (akte 1602) zijn duidelijk de namen De Naberat en Mathurine Hac te onderscheiden.

 

 

8.4 Michelle Hac.

Ze X op 13-04-1614 met Pierre de Lespinay, in 1618 secretaris in het parlement van de Koning.

Michelle + 1659.

Haar tante Huguette de Paris en op dat moment weduwe van Nicolas Hac (zie 7.3)

was getuige bij het huwelijk van Michelle en Pierre.

 

8.5 Jean (Jehan) Hac.

Hij werd * in 1584 Paris, St-Germain l'Auxerrois en + ongehuwd > 08-06-1661.

 

 Jehan werd voorgedragen voor het ridderschap in de orde van Malta.

Op 14 juni 1601 werd goedkeuring verleend en kort daarop zal hij Ridder zijn geworden.

Hij werd uiteindelijk commandeur van de Maltezer orde en Heer van Villefort.

 

Titelblad en fragment van akte,

betreffende voordracht tot Maltezer ridder.

 

 

Onderstaand fragment is afkomstig uit het familiearchief van Rhemen en betreft hoogstwaarschijnlijk dezelfde Jehan Hac.

Frère Jean de Hac, Parisien greffier, prieur de Saint Jean de L’Isle proche Corbeil.

Dit betekent : Broeder Jean Hac, Parijse burger griffier,

overste van het klooster Saint Jean de L’Isle, dicht bij Corbeil Essonnes.

NB. Een broeder mocht niet trouwen, dit betekent dat Jean ongehuwd was.

 

 

Het was tijdens de 12e eeuw dat de ridders Sint Jan van Jeruzalem (later Orde van Malta)

een paar hectare kregen in/bij Corbeil Essonnes waar ze hun priorij st Jean bouwden.



Kinderen van Walraven Hack X Maria Betten (zie 7.16)

8.6 Tomas Hack * 1-10-1586, +  > juli 1588 op jonge leeftijd.

8.7 Pieter Hack.

Hr van Hoogerheide en half Ossendrecht.
Pieter werd * op 1-01-1589 en + op 22-01-1661 te Hoogerheide op 72 jarige leeftijd.
Pieter X 8-03-1617 Judica Pierlingh (Pierlinck) d.v. Gerlach Pielingh en Erica van Loefs (alias van Goor).

Ze werd in * 1596 te Grave en + 25-04-1672 te Bergen op Zoom op een leeftijd van 75 jaar en 8 maanden en is aldaar begraven.

 

Judica had samen met haar broer jonker Johan Pierlingh die schout was van de stad Grave, land en rente in het ampt van Maas en Waal.

De Pierlinghs zijn een oud adellijk geslacht afkomstig uit de omgeving van Worms (Duitsland)

en werden ook wel Pierlingh van Duddesteijn genoemd.

 

 

Afbeelding hieronder:

Zegel Pieter Hack in 1649 gebruikt.

Bovenaan de letters P & H.

Daaronder het wapen met de papegaaien.

 

 

Pieter trad in de periode van 1618 - 1661 veelvuldig uit hoofde van zijn functie op als

Hr van Hoogerheide te Bergen op Zoom, betreffende notariële en rechtszaken.

Wel moet aangemerkt worden dat Pieter na de dood van zijn vader in 1630 officieel leenheer in 1636 werd. (zie afbeelding hieronder)

Zijn vader Walraven had het veel te druk als koopman te Antwerpen waardoor Pieter zijn vader (schijnbaar vol overgave)

al in een vroeg stadium vertegenwoordigde. Daarnaast hield Pieter zich van 1623 tot 1658 bezig met

civiele procedures voor de Raad van Brabant om rente op kredieten, recht op pacht, polderlasten etc. te verkrijgen.

Dit veelvuldig procederen zou zijn dochter Maria (9.10) overnemen na 1658 als zij de titel heeft gekregen van haar vader die enkele jaren later overleed.

Haar man Johan van Aerssen was inmiddels al overleden.

 

 

Copie autent. Den 27 november 1636.

verheff van Jonker Pieter Hack van

de halve heerlijckheijt van Ossendregt.

No. 18, 1. onkosten 42-6-0

des selfs vader en moeder waeren

Walraven Hack, en Maria Betten.

van oude en aansienlijcke familie.

 

8.8 Willem Hack.

Hij werd * > 1588 (waarschijnlijk 1590) en + ongehuwd.


8.9 Walraven Hack.

Hij werd * op 4-03-1591 en + 29-10-1622 ongehuwd te Antwerpen.

8.10 Jacob Hack.

Hij werd geboren en overleden op 27-03-1594.

8.11 Tomas Hack.

 Hij werd * op 27-06-1596 en + in mei 1629 ongehuwd op bijna 33 jarige leeftijd.

 

In 1622 kwam Thomas voor als assistent van zijn vader Walraven Hack uit hoofde van zijn functie 

als Hr van Hoogerheiden te Bergen op Zoom, betreffende notariële en rechtszaken.

 

Thomas bezat via zijn grootmoeder Elizabeth van der Elst en vader Walraven Hack de Vuijterweerdt in het gericht van Driel.

De Vuijterweerd was gelegen:

In het gericht van Driel, ter stede genaemt “Den Rooijen” tussen “Eselswerdt” ten oosten, ende “Hillens werdt”

ten westen, streckende van den Hoogen Maesdijck ten zuiïen de Maesstroom toe.

Hij verkocht het goed in 1623 voor 600 gulden aan Henrick van Casteren die de aangrenzende Eselsweerdt bezat.

 

De tekst op onderstaande afbeelding:

Transport bij Signeur

Thomas Hack

gedaen van 1/3 ….

weerdt tot Driel

aen den Roden,

met notitie ende quitantie dien coop aengaende.

 

 

Wat vooraf ging:

Jan van Malborch schreef aan zijn neef (Henrick van Casteren) dat hij voor 600 gulden (van neef Gerardt Kuijsten te Bommel)

zou zorgen en die zo spoedig mogelijk aan Signeur Hack zal overmaken,

omdat die (Thomas Hack) noodzakelijker wijze aanstaande zondag in Brussel diende te zijn.

Ook zou hij 2 pistoletten (gouden munten) meenemen voor de transactiekosten en de belasting.

Het spoedige van de transactie had te maken met de verdubbeling van de belasting zoals op plakaten in Bommel was aangegeven.

Ook vroeg de schrijver of de transportbrief (verkoopakte) is opgesteld door Bart Guertsen van Heel en mee genomen kon worden,

hij weet overigens niet of voornoemde wel gemachtigd was.

Hij schreef ook dat Signeur Hack de geadresseerde (Henrick van Casteren) de groeten deed alsook zijn vader, moeder en schoonouders.

Onder de ondertekening van de brief (door Jan van Malburch), stond als naschrift dat

Signeur Hack iedereen de groeten doet en de weert voor 100 gulden minder heeft verkocht dan hij van anderen had kunnen krijgen.

 

Hieronder enkele vermeldingen van de hierboven beschreven kinderen van Walraven Hack en Maria Betten.

 

1621: Walraven Hack de jonge met proces te Hogerheiden in mergenzaal van Bergen op Zoom erfenis van erfenis van Elisabeth Hack aan broer Thomas.

 

1622: Te Bommel (Zaltbommel) Thomas Hack en broer Walraven inzake goed van Elisabeth van de Elst (6.15) en Mr Willem Hack (7.15).

 

1624: Johan Pierlinck (zwager van Pieter Hack) als eiser in een proces tegen Peter van Raey (verweerder) betreffende hem toekomende pachtrente

van grond dat in eigendom is van Peter Hack, omschreven als Peter Hacq.

 

1624: Jonkheer Johan Pierlinck als eiser in een proces tegen Mr Geurt van Wijck die advocaat was van de erven van wijlen Hans Cranen

die 15 gulden per jaar moesten betalen die hij vader schuldig was uit een huis. (hypotheekschuld)

Het betreft een periode van 1595 tot 1621 en er moet uiteindelijk 324 gulden op tafel komen waarvan Peter Hacq recht heeft op de helft.

 

1624: Thomas bleek grondbezit te hebben in Bruchem “Beel Geemens Kampken” en Nieuwaal. Hij had dit geërfd van zijn tante Elisabeth (zie 7.14)

 

1625: Er werd ene Thomas Hack in Antwerpen veroordeeld wegens oplichting.

De uitspraak is “bannisement ten eeuwigen daege op pene van met de koorde gestraft te worden”. Is dit soms dezelfde Thomas?

 

1630: Peter Hack, hr van Hoogerheide, contra Huibrecht Schalk, timmerman in Bergen op Zoom:

Hypotheekrest op door Hak gekochte hoeve.

Met andere woorden: Huibrecht moet zijn hypotheek verplichtingen nakomen t.o.v. een hoeve die (nog) van Pieter Hack was.

 

1635: Pieter Hack had een hoeve te Hoogerheide gekocht van Mathijs Jacobssen.

Na de koop werd het eigendomsrecht van Mathijs Jacobssen betwist door Dirk Cuijpers (schipper te Antwerpen) en

Cornelis Gabrielsen van Loenhout wonende in het land van Goes.

 

1635: Er werd tegen Pieter Hack en zijn zwager, Jan Pierlingh (kapitein van Grave) een proces aangespannen

omdat Pieter en Jan, aan Engelbrecht Slott (wijnkoper te s’Gravenhage) een som geld wegens verblijfkosten

tijdens het voeren van een proces in 1597 schuldig zouden zijn.

 

1637: Pieter Hack is doopgetuige van Pieter Jonathan Wielant in Bergen op Zoom.

 

1638: Het huis waarvan een hypotheekschuld (zie 1624) komt weer ter sprake.

Vanaf 1627 moest er door de inmiddels andere bewoners een hypotheek betaald worden van jaarlijks 12 gulden.

 

1640: Albert, graaf van den Berg, markies van Bergen op Zoom start een procedure tegen Pieter Hack

betreffende de heerlijkheid Ossendrecht.

Mocht Pieter de heerlijkheid Ossendrecht verkopen wil de markies wil het recht hebben

om als 1e in aanmerking te komen om de heerlijkheid kopen voor de oorspronkelijk koopsom.

 

1640: Cornelis de Peters, drossaard en rentmeester van Wouw, betwist Pieter Hack hr van Hoogerheide en Ossendrecht 

het recht van de wind in Hoogerheide. Recht van de wind is een soort molenaarsbelasting.

 

1641: Peter Hack, hr van Hoogerheide, contra weduwe Franqois Flemink, mede voor erfgenamen van Theodorus Flemink: betaling schulden.

Later: Peter Hack, hr van Hoogerheide, contra weduwe Franqois Flemink, in Grave en Willem van den Burcht,

voor Johan Verstegen, echtgenoot van weduwe Bertram van Harstrode in s’Hertogenbosch.

 

1643: Peter Hack, hr van Hoogerheide, contra weduwe Joost Fleming, ook voor andere erfgenamen van Joost Fleming: betaling rente.

Sluit aan op bovenstaande (1643) blijkbaar vond Pieter dat hij de belangen moest verdedigen van nabestaanden Fleming/Flemink

 t.o.v. de achter gebleven weduwen.

 

1644: Peter Hack, hr van Hoogerheide, als universeel erfgenaam van Walraven Hak,

contra Adolf Beijharts, prior en temporeel heer van klooster van Huijbergen: onwettigheid van door Beijharts aangespannen

proces voor schepenen van Antwerpen over hoeve en grond onder Ossendrecht.

Het betrof een hoeve die op 2 januari 1581 van de broeders van Huijbergen

door de grootvader van Pieter Hack (Thomas Betten zie 7.16) was gekocht.

 

1657: Johan de Jongh en zijn echtgenote Johanna Pierlincx, erfgenamen van Johan Pierlincx zaliger,

verkochten aan Jacop Caesembroodt hun huis in de Borchstraet te Beers.

Vrij huis en erf dacht men, helaas.

Men ontdekte achteraf dat op 1 april 1623 door Johan Pierlincx zaliger op een huis gelegen in de Roghstraet,

nu toebehorende aan Hendrick Dorpmans pandrechten waren verleend via via aan Pieter Hack.

Om Jacop Caesembroodt voor alle claims te vrijwaren stelden Johan de Jongh en zijn echtgenote hun boerderij te Beers als onderpand beschikbaar.

 

1660: Pieter raakt in conflict met Jacques van Aerssen, de schoonvader van zijn dochter Maria Hack (9.10).

Het betrof een som geld dienende ter bedijking van de polders van Ossendrecht die Pieter aan eerder genoemde diende te betalen.

 


Generatie 9
 

Kinderen van Francois Hac X Magdelaine de Romey (zie 8.1)

 

9.1 Marguerite Hac.

Ze werd *  1612/13 en + > 9-04-1664.

Marguerite was 12 jaar in 1624 en 16 jaar in 1629.

Ze X Louis du Perron.

 

9.2 Magdeleine ( Magdelaine) Hac.

Ze werd * 1613/14 en + > 8-06-1661.

Magdeleine was 11 jaar in 1624 en 15 jaar in 1629.

Ze X Philippe de Cheneviere.

 

9.3 Michel Hac.

Hij werd * 1614/15.

Michel was 10 jaar in 1624 en 14 jaar in 1629.

 

9.4 Francois Hac.

Hij werd * 1615/16.

Francois was 9 jaar in 1624 en 13 jaar in 1629.

 

9.5 Marye Hac.

Ze werd * 1616/17.

Marye was 8 jaar in 1624 en 12 jaar in 1629.

 

9.6 Jehan Hac.

Hij werd * 1617/18.

Jehan was 6 jaar in 1624 en 10 jaar in 1629.

 

9.7 Nicolas Hac.

Werd * 1618/19.

Nicolas was 5 jaar in 1624 en 19 jaar in 1629.

 

9.8 Jacques Hac.

Hij werd * in 1623, hij was 6 jaar in 1629.

 

9.9 Charlotte Hac.

Zij werd * 1625, ze was 5 jaar in 1629.

 

 

Kinderen van Pieter Hack X Judica Pierling (zie 8.7)

9.10 Maria Hack.

Ze werd * op 15-10-1617 en + 21-09-1688 op een leeftijd van bijna 62 jaar.
Maria X op 27-11-1640 te Bergen op Zoom, Johan Baptista van Aerssen * 9-03-1614 en + 21-11-1656 op 42 jarige leeftijd.

Hij was z.v. Jacques van Aerssen en Maria van der Veken en werd in den Haag begraven.

Johan Baptista, tijdens zijn leven Hr van Triangel en raadsheer in de raad en het Hof van Brabant,

erfde de heerlijkheid Triangel via zijn grootmoeder Maria van der Veken.

 

Maria was vrouwe van Hoogerheide en half Ossendrecht omdat al haar broers en zussen op zeer jonge leeftijd kwamen te overlijden.
Om deze reden kwamen de heerlijkheden Hoogerheide en half Ossendrecht in de familie Van Aerssen terecht,

die toch al niet slecht bedeeld waren (zie aanvullingen onderaan generatie 7)

 

Na het overlijden van haar man erfde Maria Hack de titel vrouwe van Triangel.

Tevens hield Maria zich vanaf 1659 tot 1666 bezig met civiele procedures voor de Raad van Brabant om

rente op kredieten, recht op pacht, polderlasten etc. te verkrijgen uit de heerlijkheden Hoogerheide en Ossendrecht.

Zeker tot 1722 namen haar zoons Jacobus en Cornelis van Aerssen deze taak op zich.


9.11 Gerlacus Hack.

Hij werd * op 20-01-1619 en + 13-07-1620.

9.12 Elisabeth Judith Hack

Zij werd * op 1-10-1621 en + 11-04-1623.

9.13 Judith Hack.

Zij werd * op 1-10-1624, + 6-06-1626.

9.14 Gerlacus Hack

Hij werd * op 22-04-1634, + 29-04-1634.

9.15 Pieter Hack.

Hij werd * op 22-04-1634, + 30-04-1634.

Gerlacus en Pieter zijn tweelingen en slechts 1 week oud geworden.
Een vermelding t.o.v. Gerlacus en Pieter is:
Gerlacus is met enig geluk drie uur eerder geboren en in familiegraf begraven.

 

Hieronder enkele vermeldingen betreffende Maria Hack en Johan Baptiste van Aerssen.

Er is ontzettend veel te vermelden desondanks wil ik het hierbij laten.

 

1652: Johan van Aarsen, hr van Triangel, contra Cornelis Michielse Soetens, penningmeester van Woensdrecht: verkoop van grond in etc.

1659: Maria Hak, weduwe van Johan van Aarssen, in leven hr van Triangel en Ossendrecht, contra Jacob Walen, Anthonie van Katten, Guilliaume Krols,

allen in nieuwe polder van Ossendrecht: geldigheid pachtcontracten.

1659 – 1664. Stukken, gediend hebbende in een proces betreffende het bezit van het Huis en de Heerlijkheid te Capelle

tussen Maria Hack, weduwe van Jan Baptista van Aerssen, mede voor haar minderjarige kinderen, en Catharina ’t Kindt van Rooden-Beeck,

vrouwe van Capelle en Nieuwerkerk, voor het Hof van Holland.

1662: Johanna van Aarsen, weduwe griffier Havermans, in Utrecht, contra Maria Hak, weduwe Johannes van Aarsen,

in leven hr van Triangel: terugbetaling van som geld.

1662: Janneke Huismans in Hoogerheide, contra Maria, dochter wijlen Pieter Hak, in leven hr van Hoogerheide, weduwe Johan van Aarsen,

in leven hr van Triangel en raad in Brabant: eigendom van hoeve Het Schaekbert in Hoogerheide, met inboedel,

plus schuld van 2400 gulden van wijlen hr van Hoogerheide aan Huismans.

1668: Govert Stempel, notaris en procureur in Bergen op Zoom, als gemachtigde van:

Judica Pierlings weduwe van Pieter Hak, in leven hr van Hoogerheide, contra Maria Hack, vrouwe van Triangel, en haar 2 zonen.

1668. Jacobus en Cornelis van Aarsen, als gevolmachtigden van hun moeder Maria Hak, vrouwe van den Triangel, contra Martinus van Lanschot,

penningmeester polder van Ossendrecht: Terugbetaling van teveel betaalde polderlasten.

1669: Maria Hack eist via de raad van Brabant een som geld bij een aantal personen die een schuld hebben bij wijlen haar man Johan van Aerssen.

1671: Adriaan van Cuijck, heer van Meteren getrouwd met Emma van Aerssen eist namens de erfgenamen

van wijlen Jacques van Aerssen die de vader van wijlen haar man Johan van Aerssen en schoonvader van Adriaan van Cuijck is:

Van Maria de schulden op, die haar man bij zijn vader Jacques van Aerssen had.