Sprauwejagers Gendt

A'j sprauwe jaag..........blieve de kerse!!

 

Betekenis Sprauwejagers

 

Het dorp Gendt was in vroegere jaren het kersenland bij uitstek. De prinsessen van Oranje waren omstreeks halverwege de vorige eeuw al in een Gendtse hoogstam kersenboomgaard.

 

In de tijd tot omstreeks 1960 waren er in Nederland nog diverse hoogstam-kersenboomgaarden, hoofdzakelijk gelegen in de Betuwe en op kleinere schaal in Zuid-Limburg en Zeeland.

 

Deze werden in de zestiger jaren, nota bene met subsidie van de overheid massaal gerooid. De arbeidskosten waren inmiddels te hoog opgelopen om een goed rendement te behalen. Ook het keren van de spreeuwen (sprauwen in het Gendtse dialect) was een kostbare zaak geworden. De eens zo beeldbepalende hoogstamkersenboom in de Betuwe, moest het onderspit delven van de economie.

 

 

De spreeuwen waren een ware plaag voor de kersenoogst en kwamen het meest voor in het rivierenland.  Zij slapen in groepen in het riet van wielen en grienden langs de grote rivieren en daarom niet verwonderlijk dat  de meeste slaap(roest)plaatsen in de Betuwe worden aangetroffen. In deze streek ondervindt de kersenteler dan ook de meeste hinder van deze dieren. De hoge bomen maakten het de spreeuwenjagers extra moeilijk, en ze waren heftig bij regenweer, oostenwind en nadat de boeren hun hooi uit de polders hadden gehaald.

 

De spreeuwen werden verjaagd door sprauwejagers (dialect voor spreeuwejagers). Dit waren mensen die van 's ochtends 06.00 uur tot s'avonds 20.00 uur in de boomgaard actief waren met houten ratels, potdeksels, carbidbussen en oude petroleumbussen die gevuld werden met keitjes om met zoveel mogelijk lawaai de spreeuwen te verjagen. De touwzweep waarin aan het uiteinde een knoop werd gelegd, mag hierbij zeker niet worden vergeten. Het was een probaat middel en gaf een enorme knal, waarbij behendigheid een vereiste was om een goed resultaat te bereiken.

 

In een kersenboomgaard was er altijd een gezellige sfeer. Er werd gezongen, accordeon of mondharmonica gespeeld.

 

Rond de hondsdagen kwam er een einde aan de kersentijd. Op paard en wagen reed men uit de boomgaard, soms een rondje makend door het dorp. 's avonds  als de kersenbout (opbrengst) goed was geweest, werd er feest gevierd bij de boer op de deel, of in een schuur achter de boerderij, waar werd gezongen en gedanst met gezellige muziekinstrumenten.

 

Een overblijfsel uit deze tijd zijn de huidige kersenfeesten die nog altijd  in enkele Betuwse kerkdorpen worden gevierd, zoals o.a. in Gendt en Driel.

 

Door het massaal rooien van de boomgaarden is het beroep van sprauwejagers praktisch uitgestorven. Het sprauwejagersgilde houdt dit echter in stand als een stukje typisch Gendtse cultuur.

 

Het sprauwejagersgilde uit Gendt is ontstaan in 1973 tijdens een buutreednersconcour. De buutreedner en oud sprauwejager hield een buut waarin de sprauwejager uitvoerig werd belicht.

Hier werd de basis gelegd voor het gilde.

 

Een van de acties van de sprauwejagers dat uit tien personen bestaat, is eens per  jaar tijdens carnavalszondag een bronzen sprauwejagers beeldje uitreiken aan een persoon, vereniging of stichting, die zich in het verleden op een belangeloze bijzondere wijze heeft ingezet voor de Gendtse gemeenschap.

 

Daarnaast plant het sprauwejagers gilde een hoogstamkersen boom, in de eigen bongerd aan de Dorpstraat te Gendt voor de ontvanger van de zilveren Kers. De zilveren kers wordt jaarlijks aan iemand uitgereikt tijdens het Gendtse kersenfeest.

 

Verder is een vast onderdeel,  het bakken van kersenkoeken, die zo typisch zijn voor de Betuwe en de Sprauwejagers. Dit bakken gebeurt tijdens het Gendtse kersenfeest, bij  bjaardencentra's en festiviteiten. Op verzoek geven de sprauwejagers  demonstraties, verzorgen optredens met eigen liederen en met gebruikmaking van originele kleding, ratels en touwzwepen.

contact:guus.sommerdijk@upcmail.nl