De hel van Rees

Achtergronden

'De hel van Rees' is de titel van een boek dat al in 1946 werd geschreven door één van de betrokkenen, de Rotterdamse brandweerman Jan Krist. Het is een niet te overtreffen titel, omdat dat ene woordje 'hel' exact de omstandigheden aangeeft waar de uit diverse windstreken aangevoerde dwangarbeiders in terecht kwamen. Maar zijn ervaringen komen niet overeen met die van veel Apeldoorners, want Kirst behoorde tot de 'verzorgende' kampbewoners (waar bij gebrek aan middelen nauwelijks iets van terechtkwam), terwijl de meeste anderen dagelijks in sneeuw en ijs onder scherp militair toezicht kilometers lange dagmarsen moesten maken om met gebrekkig materiaal tankgrachten te graven in de vette rivierklei en bij terugkomst gelaafd te worden met verdunde soep en enkele hompen brood.

HelvanRees 'De hel van Rees' van Jan Krist, 3e druk (1997) >

Tussen 1940 en 1945 werkten rond 500.000 Nederlanders, meestal gedwongen, in Duitsland. Het boek ‘Van Riga tot Rheinfelden’ (1996) geldt als hèt standaardwerk op het gebied van de nazi-dwangarbeid. Karel Volder heeft in het boek de persoonlijke belevenissen van 160 dwangarbeiders verwerkt. Zijn conclusie: ‘De kampen Rees, Bienen en Empel waren nog slechter dan andere slechte plaatsen’.
Volgens dr. L. de Jong (Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 10b, pag. 146-149) maakten de Duitse razzia's in het najaar van 1944 naar schatting 140.000 mannen tot dwangarbeiders. Hij schat dat meer dan duizend van hen hun deportatie niet hebben overleefd. Het Comité Nazorg Rees registreerde al kort na de oorlog 247 mannen die in of rondom het kamp Rees overleden en begraven zijn. Dat is bijna een kwart van al die slachtoffers! En dan worden de slachtoffers die later overleden, als gevolg van hun ontberingen, nog niet meegeteld.
Maar afgezien van een (aanzienlijk bijgewerkte) herdruk van 'De hel van Rees' in 1989 en 1997 waagde zich verder geen enkele auteur aan het onderwerp. Tot 2004, toen de journalist Dick Verkijk in 'De Sinterklaasrazzia van 1944' in een uitvoerig gedocumenteerd verslag de lotgevallen beschreef van de Haarlemmers - waaronder zijn eigen vader - die eveneens in Rees terecht zouden komen. Dat boek bevat veel informatie die ook voor de Apeldoorners relevant is.

DE VERZWEGEN DEPORTATIE

Nu is er dan 'De verzwegen deportatie', waarin met name aandacht wordt besteed aan de gevolgen van de razzia in Apeldoorn op 2 december 1944. Het altijd verzwegen verhaal van zijn vader was voor Arend Jan Disberg aanleiding om op zoek te gaan naar achtergronden en lotgenoten. Het resultaat was een schat aan documentatie en meer dan honderd persoonlijke verhalen van ex-dwangarbeiders, naastbestaanden en andere getuigen. Ze werden gebundeld in een boek, 'De verzwegen deportatie', dat in 2005 twee drukken beleefde. De nuchtere feiten in het eerste gedeelte worden aangevuld met maar liefst 105 persoonlijke verhalen van ex-dwangarbeiders, familieleden en anderen die op de een of andere manier van het drama getuige zijn geweest. Het engelengeduld waarmee Arend Disberg deze omvangrijke 'oral history' (geschiedenis, opgetekend uit de mond van direct betrokkenen) heeft gerealiseerd, aangevuld met de honderden documenten die met name op de CD zijn te vinden, maakt het boek bij uitstek geschikt als uitgangspunt voor verdere bestudering van het onderwerp.

VOORSPEL

Op 2 oktober 1944 vond de eerste razzia plaats. De bedoeling was 30 september, maar op 29 september werd de Nieuwe Apeldoornsche Courant door verzetsstrijders overvallen die het zetsel met de aankondiging letterlijk van de pers haalden. Het 'BEVEL' voor 2 oktober werd daarom overal aangeplakt en om duidelijk te maken dat het ernst was legden de Duitsers die ochtend de lijken van acht geëxecuteerde verzetsstrijders (die niets met de razzia te maken hadden) op strategische punten in het 'dorp' neer. Dat maakte grote indruk, maar de meeste 'spitters' waren na enkele weken weer thuis.

Bevel

Op dit document, dat in november/december 1944 werd gebruikt voor razzia's in geheel Nederland, waren op 2 december in Apeldoorn de leeftijden 17 tot 40 jaar met een pennestreek gewijzigd in 16 tot 55 jaar en bij sommigen tot 57 en zelfs tot 65 jaar.

De razzia waarmee de lijdensweg voor de Apeldoorners begon, vond plaats op 2 december 1944. Op en rond het Marktplein werden vanaf de vroege ochtend 11.000 mannen verzameld, zonder dat er van verzorging sprake was. Van hen werden 's avond rond 4500 mannen in twee treinen afgevoerd, met onbekende bestemming.
Eén van die treinen werd de volgende dag, 3 december 1944, rond 9.30 uur beschoten door geallieerde jachtbommenwerpers. Meer dan twintig Apeldoorners stierven als gevolg van hun verwondingen.

Pont NSB-burgemeester mr. D.F. Pont >

NSB-burgemeester mr. D.F. Pont spoedde zich onmiddellijk naar Duitsland om de gewonden in de ziekenhuizen te bezoeken. Hij wordt in het boek beschreven als een 'burgemeester met aanvechtbare principes'. Tijdens de razzia's werd hij door de Duitse autoriteiten aan alle kanten gepasseerd en later waarschuwde hij hen dat de slechte behandeling van de dwangarbeiders in Rees 'tot een schandaal dreigt uit te groeien dat de betrekkingen tussen Duitsland en Nederland in hoge mate zal beschadigen en die reeds voor een grote anti-propaganda zorgt'. Zie ook Mr. Dirk Frans Pont: geen ontzag voor autoriteiten - Overmoed belangrijkste eigenschap van NSB-burgemeester van Apeldoorn.

KAMP REES

Na een oponthoud van één tot enkele dagen in Elten of Zevenaar werden de ouderen van de jongeren gescheiden. Wie jonger was dan 40 jaar, rond 850 mannen, moest te voet verder, onder meer door een nog maar net door bombardementen vernietigd Emmerich, naar kamp Rees.

De website van de Stichting Dwangarbeiders Apeldoorn besteedt beknopt aandacht aan de omstandigheden in het kamp en de dwangarbeid waaraan de bewoners werden onderworpen. Als ze in de ogen van hun bewakers hun werk niet goed deden of probeerden hun honger te stillen konden ze ongenadig worden bestraft. De leidinggevenden hebben later nog hoge straffen, gekregen, maar zijn na verloop van tijd vervroegd vrijgelaten.

KaartRees

Kaart van Rees en omgeving. Linksboven Werth, waar de trein werd beschoten. Mechelen lag net over de grens. (Kaart uit 'De Hel van Rees van Jan Krist, 1946)

In Kamp Rees werkten dwangarbeiders uit alle windstreken: o.a. uit Haarlem, Den Haag, Rotterdam, Leiden, Delft, Scheveningen, Enschede en Apeldoorn. Er zaten bovendien krijgsgevangenen uit o.a. Rusland, Polen, Frankrijk, Italië en Roemenië. Tijdens het bestaan van het kamp, tussen eind november 1944 en maart 1945, waren er ongeveer 3000 tot 3500 mannen ondergebracht. Velen zijn ter plaatse het slachtoffer geworden van de mensonterende omstandigheden.

Hollaender Eugen Hollaender, de Duitse directeur van de Apeldoornse messenfabriek Amefa, was voor de Apeldoorners van grote betekenis. >

Voor de Apeldoorners was er één lichtpuntje: de Duitser Eugen Hollaender, die zich al geruime tijd geleden in Apeldoorn had gevestigd. Hij was directeur was van de messenfabriek Amefa, met o.m. een filiaal in het Duitse Bocholt, waardoor hij vrij gemakkelijk de grens over kon. Hij trok zich het lot van de dwangarbeiders aan en organiseerde een pakketdienst van Apeldoorn naar Rees. Familieleden en bekenden konden bij hem pakjes afgeven die hij in het kamp afleverde, en niet zelden smokkelde hij dwangarbeiders terug. De Apeldoorners hadden daarmee ondanks alles een bevoorrechte positie in het kamp, want voor alle andere bewoners kwam er helemaal niemand.

HULP UIT GRENSSTREEK

Veel dwangarbeiders hebben de wijk kunnen nemen dankzij de inzet van moedige mannen en vrouwen uit de grensstreek; o.m. Megchelen, Gendringen, 's-Heerenberg, Gaanderen en Terborg. Er werd gezorgd voor opvang, het verstrekken van eten en drinken, het verstrekken van kleding, het baden van de dwangarbeiders en het geestelijk welzijn.
In het kamp zelf was nauwelijks sprake van medische zorg. Luizen, dysenterie en bevriezingsverschijnselen behoorden tot 'de ziekten van Rees'. De opvang van de vaak zieke, gewonde en sterk verwaarloosde dwangarbeiders werd uitgevoerd door vrijwilligers van het illegale Rode Kruis, dat o.m. noodziekenhuizen inrichtte om de ontsnapte kampbewoners aan het oog van de bezetter te onttrekken. Wie in staat was te vertrekken ging meestal lopend op weg terug naar huis, waarbij het oversteken van de IJssel met zijn zwaar bewaakte en later zelfs gesloten bruggen een belangrijke handicap was.

DODEN

De doden werden zacht gezegd slordig ter aarde besteld. Een Haarlemse groep, die steun wilde verlenen aan zijn plaatsgenoten in het kamp, besloot zich na de bevrijding bezig te houden met de slachtoffers. Een 'Comité Nazorg Rees' werd opgericht, zich zich tot taak stelde de graven te achterhalen. In augustus 1947 werd vastgesteld dat tijdens de drie maanden van het bestaan van kamp Rees 247 Nederlanders om het leven waren gekomen, waarvan er nog 101 spoorloos waren. Van hen kwamen er 36 uit Apeldoorn. Als gevolg van de executies rond de razzia's, de treinbeschieting en de verschrikkingen van Rees kwamen in totaal 79 Apeldoornse mannen om het leven. De CD bij het boek (hoofdstuk 8) en de website van de Stichting Dwangarbeiders Apeldoorn bevatten een uitvoerig overzicht van de laatste rustplaats van de meeste slachtoffers.

Terug naar begin | Verder naar inhoud boek


Andere websites:
World Webcam Monitor | Publicaties | Arnhem Spookstad | 100 jaar Apeldoornse Courant | Mijn boekwinkeltje